Summary Mededingingsrecht : beginselen van Europees en Nederlands Mededingingsrecht

-
ISBN-10 9089520783 ISBN-13 9789089520784
326 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Mededingingsrecht : beginselen van Europees en Nederlands Mededingingsrecht". The author(s) of the book is/are J F Appeldoorn, H H B Vedder. The ISBN of the book is 9789089520784 or 9089520783. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Mededingingsrecht : beginselen van Europees en Nederlands Mededingingsrecht

  • 1.1 De economie van het mededingingsrecht

  • Wat doet het mededingingsrecht precies?

    Het stelt grenzen aan het commerciële gedrag van ondernemingen met als doel een goed werkende markt.

  • 1.1.1 Inleiding

  • Mededingingsrecht stelt grenzen aan het commerciële gedrag van ondernemingen, en tevens aan het gedrag van overheden. 
    Bij mededingingsrecht draait het om een goed werkende markt. 
  • S-C-P Paradigma: mededinging bezien van uit Structure - Conduct - Performance (marktstructuur (S) - marktgedrag (M) - prestatie (P)
  • 1.1.2 Perfect competition

  • Mededingingsrecht: veronderstelt vrije markteconomie waar ondernemingen zelf beslissen welke goederen/diensten zij aanbieden en tegen welke prijs. 
    Het mechanisme van vraag en aanbod bepaalt de vrije markteconomie, wat resulteert in een marktprijs.
    Consumentensurplus--> de consumenten hadden het product ook gekocht als het iets duurder was geweest dan de ideale marktprijs (de prijs die het nu is). Het genoten voordeel heet consumentensurplus.
    Producentensurplus--> producent slechts actief op markt wanneer hij financieel voordeel behaalt. Ideale marktprijs bedraagt niet totale kosten van de producent gedeeld door aantal producten, maar ligt hier iets boven. 

    Perfect competition komt in de praktijk nauwelijks voor, aan de voorwaarden hiervoor wordt bijna nooit voldaan. Een variant op perfect competition is de workable competition, welke dan ook in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht wordt nagestreefd. 
  • 1.1.3 Marginale kostprijs

  • Marginale kostprijs--> de prijs die 'nog net rendabel' is. Het is de kostprijs van de productie voor één extra exemplaar. 
    Marktprijs boven marginale kostprijs--> blijft voordelig om te produceren.
    Marginale kostprijs boven marktprijs--> niet rendabel meer te produceren.

    Allocatieve efficiëntie--> de markt maakt precies genoeg goederen voor de vraag vanuit de maatschappij tegen een prijs die de maatschappij nog (net) daarvoor wenst te betalen. 

    Productieve efficiëntie--> de goederen worden door het vraag/aanbod-mechanisme zo goedkoop mogelijk geproduceerd. 

    Dynamische efficiëntie--> het brengen van nieuwe producten op de markt, waarvan zij nog niet weten of er wel of geen vraag naar is. Het constante proces waarbij het nadeel voor de consument het spiegelbeeld is van de technische innovatie. 
  • 1.1.4 Geen perfect competition

  • Monopolies komen in vergelijking met perfect competition veelvuldig voor.
    Vaak juridische monopolies--> het actief worden op een markt wordt door een overheid afhankelijk gesteld van een vergunning en er wordt slechts aan één onderneming een vergunning verleend. 

    Natuurlijk monopolie--> een markt zou in theorie zodanige eigenschappen kunnen bezitten dat het efficiënter is als de productie door één onderneming wordt gerealiseerd, bijv. als er hoge vaste kosten zijn. Over het wel of niet bestaan van natuurlijke monopolies bestaat in de literatuur een levendige discussie. 

    Oligopolie--> er zijn slechts enkele aanbieders op een markt aanwezig. 

    Monopsonie--> een monopsonist is een onderneming die als enige een product afneemt.

    In de praktijk vertonen de markten een situatie ergens tussen een oligopolie en perfect competition in. 
  • 1.1.5 Prijselasticiteit

  • Prijselasticiteit: Procentuele verandering van de vraag / procentuele verandering van de prijs.
    Grote prijselasticiteit: de vraag naar het product zal sterker schommelen bij prijswijzigingen. 
    Meestal zal x een negatief getal zijn, aangezien een prijsverhoging een daling van de vraag tot gevolg zal hebben en een prijsverlaging tot een toename van de vraag zal leiden. 
    Bij zeer dure goederen x soms positief--> hoe duurder het product, hoe meer mensen het willen kopen. 

    Kruiselingse elasticiteit--> elasticiteit tussen twee producten, de elasticiteit geeft dan aan hoe snel consumenten zullen overstappen van het ene product naar het andere. Geeft aan in hoeverre de vraag naar product A stijgt bij een bepaalde prijsverhoging van product B. 
    X = procentuele verandering van de vraag A / procentuele verandering van de prijs B.
    Uitkomst positief: stijging in prijs van product B zorgt voor toename in de vraag naar product B. De producten zijn elkaars substituten. 
    Uitkomst negatief: de producten zijn elkaars complementen. Wanneer de prijs van B stijgt, zal de vraag naar product A dalen. 
  • 1.1.6 Marktafbakening - productmarkt

  • Kruiselingse elasticiteit speelt grote rol in het mededingingsrecht.
    SSNIP-test is ontwikkeld--> Small but Significant and Non-transitory Increase in Price. De test gebruikt de formule van kruiselingse elasticiteit en gaat uit van een prijsverhoging van 5-10% gedurende een periode van 1-2 jaar. 

    Bezwaren tegen SSNIP-test:
    • juristen benaderen de marktafbakening vanuit de gedachte of consumenten al dan niet overstappen van product A naar product B. Economen gaan uit van de gedachte of een monopolist de markt zou kunnen uitbuiten. Er is op dit punt verschil van mening tussen juristen en economen.
    • de SSNIP-test houdt geen rekening met de omstandigheid dat consumenten na een significante prijsverhoging niet allen op een ander product zullen overstappen. Sommigen zullen bijvoorbeeld ook wachten met de aankoop van hun product tot de prijs weer gedaald is.
    • ten derde kan een SSNIP-test geen rekening houden met de omstandigheid dat de prijzen die op de markt worden gehanteerd, wellicht al monopolieprijzen zijn. Dit wordt ook wel de 'Cellophane Fallacy' genoemd. 

  • Afbakening productmarkt: wanneer consumenten bij een prijswijziging overstappen op een ander product, dan behoren deze producten tot dezelfde productmarkt.

    Analyse via SSNIP-test
  • 1.1.7 Marktafbakening - geografische markt

  • Bepaling geografische markt: het definiëren van een geografisch gebied waarbinnen de voorwaarden waaronder de concurrentie plaatsvindt, gelijk zijn, terwijl in het gebied daarbuiten de voorwaarden duidelijk anders zijn. 

    Het is niet noodzakelijk dat het een aaneengesloten gebied betreft. 
  • Afbakening geografische markt: het definiëren van een geografisch gebied waarbinnen de voorwaarden waaronder de concurrentie plaatsvindt, gelijk zijn, terwijl in het gebied daarbuiten de voorwaarden duidelijk anders zijn. 

    Het is niet noodzakelijk dat het een aaneengesloten gebied betreft.

    Elzinga Hogarty-test: 
    Little In From Outside; wordt meer dan 10% van de lokaal geconsumeerde goederen elders geproduceerd?
    Little Out From Inside; wordt meer dan 10% van de lokaal geproduceerde goederen elders geconsumeerd?

    Zolang het antwoord op één van deze vragen ja is, is het gebied nog niet afgebakend. 
    Nadeel: houdt geen rekening met overheidsinvloeden op de uitkomst.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat houdt de merkbaarheidsvereiste + Bekendmaking vd commissie tavn art 101 VWEU lid 1 precies in?

Dat concurrerende ondernemingen met een gezamenlijk marktaandeel van < 10% en niet-concurrenten van <15% bij prijsafspraken geen invloed zullen uitoefenen op de hele markt en daardoor niet als doel het beperken van de mededinging hebben. Daardoor niet strafbaar zijn. --> Uitzondering op art 101 VWEU, gedraging moet van invloed zijn op de mededinging (merkbaar zijn), bij gebreke waarvan er geen strijd is met het verbod van art. 101 VWEU.

Ook kan het zijn dat het onderdeel van de afspraak weinig tot geen onderdeel is van de concurrentie waardoor ondernemingen met een hoog marktaandeel die afspraken maken over dit onderdeel, in theorie toch niet gelijk voldoen aan de merkbaarheidsvereiste.

Voorbeelden van hard core overtredingen?

prijsafspraken, marktverdeling

Definitie van hard core overtredingen binnen 101 VWEU?

Overeenkomsten die als voornaamste doel een beperkingen van de mededinging hebben (theorie van het strekkingsbeding).

Waarop heeft het verbod op besluit van ondernemingsverenigingen opgenomen in art 101 VWEU betrekking?

De mogelijkheid dat een ondernemersvereniging een besluit neemt tav de aangesloten ondernemingen waarbij bijvoorbeeld een bepaald prijsniveau bindend wordt voorgeschreven. 

Welke vormen van gedragingen waarbij de concurrentie wordt beperkt kent art 101 lid I VWEU?

(1) overeenkomst

(2) oafg

(3) besluit van een ondernemersvereniging

Term voor het moeten uitsluiten van alle mogelijkheden?

probatio diabolica

Twee methoden om oafg te onderzoeken?

(1) ICI-methode. begint met het registreren van verandering in de marktprijs. Als daarbij opvalt dat bepaalde veranderingen opvallend parallel / identiek zijn: basis voor verdenking. 

- bewijs onderlinge afstemming

- bewijs marktgedrag

- bewijs causaal verband tussen de afstemming en het marktgedrag (als niet publiekelijk afstand is gedaan: bewijs geleverd, vaak makkelijk te bewijzen dus)

 Toezichthouder moet aannemelijk maken dat de toestand op de markt anders/beter was geweest bij een goed werkende concurrentie (probatio diabolica)

(2) Anic-methode, toezichthouder beschikt over bewijs van contact tussen marktdeelnemers waarbij concurrentiegevoelige is uitgewisseld. Wanneer men dit bewijs vergelijkt met het feitelijke marktgedrag en komend deze overeen dan wordt een oafg aanwezig geacht. --> veel sneller dan ICI-methode omdat de probatio diabolica niet aanwezig is en er echt bewijs is dat meer leidt naar een beschuldiging dan gewoon afwijkend marktgedrag.

Voorbeeld van een oafg?

Vijf ondernemingen op een markt die ieder €100 vragen voor een bepaald product. Ineens verhoogt onderneming A zijn prijs met 2% zonder dat daarvoor een reden is als verhoogde grondstofprijzen, raar want dit zou gaan betekenen dat hij zichzelf uit de markt prijst. Ondernemingen B t/m D echter verhogen hun prijs ook met 2%, waarop E zijn prijs met 4% verhoogt en A t/m D volgen door nog eens 2 procentpunt erbij te doen. Als C prijs verhoogt omdat hij signaleert dat men gezamenlijk de prijs op gaat hogen --> ongeoorloofd, als hij dit doet omdat hij door het handelen van anderen gewoon 4% extra marge denkt te kunnen pakken, niet denkende aan een kartel --> geoorloofd handelen.

Wat zijn oafg's?

Gedrag van ondernemingen dat hetzelfde inhoudt als een kartelovereenkomst, zonder dat van een overeenkomst sprake is. --> in de wet opgenomen om schadelijk gedrag dat niet onder de noemer overeenkomst geschaard kan worden toch strafbaar te kunnen stellen volgens art 101 VWEU.

Vaststellen van de duur van een prijsafspraak?

(1) als partijen iets voor een jaar overeenkomen, maar de drie jaar daarna ook nog volgens die afspraken handelen --> duur = 4 jaar (PVC).

(2) als de partijen eens in de zoveel tijd hun afspraken veranderen --> over de gehele periode één overeenkomst.