Summary Media en publiek

-
ISBN-10 9047301161 ISBN-13 9789047301165
675 Flashcards & Notes
69 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Media en publiek
  • Connie de Boer, Swantje Brennecke
  • 9789047301165 or 9047301161
  • 6e, herz. dr.

Summary - Media en publiek

  • 1 Almacht van de media

  • Tijdens de opkomst van de massamedia aan het eind van de 19e eeuw, wat een revolutie in de informatiewereld betekende,  waren sommigen bang (terwijl anderen juist hoopten) dat degene die de inhoud van de boodschap bepaalde de publieke opinie naar hun wensen konden vormen.
  • Hoe zijn de verschillende stromingen uit de begintijd van de communicatiewetenschap samen te vatten?
    Deze stromingen zijn samen te vatten onder de naam almacht van de media-theorie.
  • 1.1 Inleiding

  • Het vereenvoudigde model van communicatie is als volgt: zender (boodschap) --> ontvanger (effect).
  • De aanhangers van de almacht van de media-theorie veronderstelden dat de massamedia met hun boodschappen zo goed als iedereen bereikten. Zij gingen ervan uit dat er een direct verband bestond tussen de inhoud van de boodschap, zoals door de zender verstuurd, en de invloed daarvan op de ontvanger.
    Het beïnvloedingsproces zou lineair in één richting verlopen, namelijk van de zender naar de ontvanger, zonder interveniërende factoren of filters die de boodschap zouden kunnen vertekenen. De ontvanger werd geacht niet alleen in staat en bereid te zijn al deze boodschappen op te nemen, maar ook de inhoud van de boodschap passief en kritiekloos over te nemen.
  • Dat er door de massamedia invloed, en vooral slechte, werd uitgeoefend stond volgens de wetenschappers eind 19e eeuw vast. Deze wetenschappers erkenden echter wel dat de invloed niet altijd even sterk was. De 'massamens' zou kwetsbaarder zijn voor de invloed van de massamedia dan de 'elite'.
  • Kenmerken van de 'almacht van de media-theorie'
    -De massamedia bereiken iedereen;
    -Het beïnvloedingsproces is eenrichtingsverkeer van de zender naar de ontvanger;
    -Er is een direct verband tussen inhoud van de boodschap en invloed op de ontvanger;
    -De ontvanger is in staat en bereid alle boodschappen op te nemen;
    -De ontvanger neemt de inhoud van de boodschap passief en kritiekloos over;
    -De (veelal slechte) invloed van de media wordt niet betwijfeld;
    -Er zit geen 'filter' tussen zender en ontvanger;
    -De 'massamens' is meer ontvankelijk voor de invloed van de media dan de elite.
  • De almacht van de media-theorie was een logisch voortvloeisel uit de in de psychologie ontwikkelde stimulus-responstheorie, waarbij het gedrag van mensen (de respons) gezien werd als het directe gevolg van datgene waarmee deze mensen waren geconfronteerd (de stimulus). Het idee dat massamedia een grote macht uitoefenen, kan beschouwd worden als de eerste theorie over de werking en effecten van massamedia.
  • 1.1.2 Varianten op de theorie

  • Wat is het idee achter media als transportband?
    Media wordt gezien als 'transportband' van boodschappen gebaseerd op het directe verband tussen de inhoud van een boodschap en het effect daarvan.
  • Wat betekent het idee van media als 'injectienaald'?
    Dit betekent ongeveer hetzelfde als het idee achter media als 'transportband', maar dit beeld verwijst tevens naar de passiviteit van de ontvangers. De media 'prikken' en 'steken' volgens dit concept voortdurend in het 'passieve lichaam' van de ontvanger.
  • Wat houdt de 'lont in een kruitvat' theorie met betrekking tot massamedia in?
    Deze theorie illustreert grote zekerheid over het effect dat zal optreden. De lont hoeft alleen maar aangestoken te worden, de rest volgt vanzelf.
  • Wat betekent de 'bullet theory' met betrekking tot massamedia?
    De term 'bullet theory' verwijst ook naar het eenrichtingsverkeer in het communicatieproces en naar de passieve rol van de ontvanger.
  • De eerder genoemde termen (metaforen voor de almacht media-theorie) geven niet alleen aan dat het vrijwel zeker is dat de boodschap de ontvanger bereikt, maar ze illustreren ook dat het effect sterk is en in een te voorspellen richting verloopt.
    De wetenschappers die deze metaforen gebruikten hielden geen rekening met de mogelijkheid dat een boodschap de ontvanger niet of vertekend bereikt of dat mensen verschillend op een boodschap kunnen reageren.
  • Welke twee modellen met betrekking tot de almacht van de media-theorie zijn van belang?
    Het model van Laswell en het model van Shannon en Weaver.
  • Modellen in de communicatiewetenschap voorzien ons van een gesimplificeerd raamwerk van (een deel van) de werkelijkheid. Kenmerken of verschijnselen uit de werkelijkheid (variabelen) en relaties hiertussen vormen de essentie van een model. Een model is niet inhoudelijk van aard en geeft geen verklaringen voor de gepresenteerde relaties. Voor verklaringen van deze relaties hebben we theorieën nodig. Een model is slechts een weergave van de relaties tussen variabelen.
    Modellen kunnen de volgende vier functies hebben:
    -het organiseren van de werkelijkheid;
    -het inzichtelijk maken van de werkelijkheid;
    -het kunnen doen van voorspellingen;
    -het kunnen meten van de werkelijkheid.
  • Welk model gebruikten communicatiewetenschappers als eerste?
    Communicatiewetenschappers gebruikten als eerste het model van Laswell (1948). Dit model beschrijft het communicatieproces verbaal: 'Who says what, in which channel, to whom, with what effect?'.
  • Dezelfde elementen uit het communicatieproces, te weten, zender, boodschap, kanaal/medium, ontvanger en effect, zijn terug te vinden in het model van Shannon en Weaver (1949).
  • Beide modellen hebben de communicatiewetenschap in de richting van een lineaire, op effecten georiënteerde benadering gestuurd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Media en publiek
  • Coba Boer Swantje I Brennecke
  • 9789462363878 or 9462363870
  • 2014

Summary - Media en publiek

  • 1 Almacht van de media (les 2)

  • Wat zijn opinie leiders? 
    Een persoon die een mening heeft, die uitstraling heeft naar de rest.
    Er word naar die persoon geluisterd. 
    VB. Jan Kooijman, alles wat hij leuk vind vinden wij ook leuk.
    Ook als mensen van een bepaald onderwerp heel veel weten
  • 1.1 Inleiding

  • Bij almacht van de media hoort het volgende model:
    Zender (heeft een boodschap) --> Ontvanger (effect op de boodschap)
    Het beïnvloeding proces zou lineair in één richting lopen.
    Wat zijn de 8 kenmerken van de "almacht van de media-theorie"
    1. Massamedia bereikt iedereen
    2. Het is eenrichtingsverkeer van de zender naar de ontvanger
    3. Direct verband tussen "inhoud van de boodschap" & "invloed op de ontvanger"
    4. De ontvanger is in staat om alle boodschappen op te nemen
    5. De ontvanger neemt de inhoud van de boodschap passief en kritiekloos over
    6. De slechte invloed wordt niet betwijfeld van de media
    7. Er is geen filter tussen de zender en ontvanger
    8. De massamens is ontvankelijker voor de invloed van de media dan de elite
  • Het model van Shannon en Weaver (1949).
    Shannon heeft dit communicatie model opgezet en Weaver heeft het uitgevoerd. Hoe zit dat eruit?
    BRON --> KANAAL --> RUIS --> ONTVANGER --> EINDBESTEMMING
    Ruis betekent dat het niet altijd goed ontvangen word, soms kan de informatie van de bron eerst bij het encoderen wat betekenen en vervolgens bij het decoderen een andere betekenis hebben.
  • Op de ze almacht van de media theorie zijn ook varianten ontstaan. Er ontstonden namen om het beïnvloedingsproces te beschrijven. Deze hadden allemaal een kenmerk van de " almacht van de media" theorie. Welke zijn dit? 5x
    1. Stimulus-responsmodellen (Direct verband tussen zender en ontvanger)
    2. Transportband (direct verband tussen zender en ontvanger)
    3. Injectienaaldtheorie (de passiviteit van de ontvangers, ze prikken en steken de naald in het passieve lichaam)
    4. Lont of het kruitvat (de lont hoeft alleen maar aangestoken te worden en de rest volt vanzelf, alles wordt passief overgenomen)
    5. Bullet theory (Het eenrichtingsverkeer in het communicatieproces, de zender schiet kogels af en de ontvanger word beschoten)
  • 1.2 Varianten op de theorie

  • Er zijn verschillende modellen die zijn gebruikt door communicatiewetenschappers. 
    Een model was het model van Lasswel (1948)
    Hoe zag dit model eruit?
    Who                       - Zender
    Says what              -Boodschap
    in which channel  - kanaal/medium
    To whom               - ontvanger
    With what effect     - effect
  • Wat is propaganda?
    Misleidende informatie die word gebruikt om iedereen dezelfde kant op te laten kijken.
    Het zijn vaak ideeën, beweringen of feiten die met opzet zijn verspreid om het ene doel te steunen en het andere te schaden
  • Wat is de POQ? 
    En wat werd hierin beschreven?
    Een tijdschrift de Public Opinion Quarterly, hierin werd beschreven hoevaak het woord propaganda werd gebruikt.
  • Wat zijn de 7 propaganda technieken? Deze werden ontstaan in de 2e wereld oorlog met Hitler.
    De 7 technieken werde verspreid in de VS door persberichten, dit om de bevolking te waarschuwen.
    1. Name calling (de naam die gebruikt wordt van een idee, persoon of bedrijf die een negatieve aanduiding geeft)

    2. Glittering generality (tegenovergestelde van name calling, een persoon, product of idee met een positieve aanduiding. Mensen accepteren het idee zonder verdere argumenten omdat het positief gepresenteerd word)

    3. Transfer (Een idee, persoon of bedrijf word acceptabeler met gerespecteerde eigenschappen van een ander object. Het word positief overgebracht.)

    4. Testimonial (stemverklaring of getuigenis van Goede en Slechte mensen waardoor het idee positief of negatief neergezet kan worden.

    5. Plain folks (Het idee word gepresenteerd van het volk/ de opvatting van gewone mensen. Hierdoor lijkt het heel normaal/ gewoon.
    Als een hele grote groep mensen een bepaalde overtuiging heeft dan moet het wel juist zijn.

    6. Bandwagon (Hiermee wordt bedoeld dat mensen zich graag aansluiten bij een nieuwe trend. Niet het hele volk doet dit, alleen bepaalde mensen die dit zouden willen doen doen dit dan ook.)

    7. Card stacking (Er word gebruik gemaakt van een presentatie van argumenten waardoor het idee, persoon of bedrijf een positieve of negatieve invalshoek krijgen)
  • Er zijn reclame werkingsmodellen gemaakt voor reclame uitingen. Noem er 7 op.
    - Sales-responsmodel (informatief, vooral op prijswaarde verhouding en aanbiedingen. 
    - Persuasionsmodel (voor nieuwe/onbekende producten over te brengen)
    - Emotionsmodel (gevoelens oproepen bij de reclame)
    - Symbolischmmodel (symoblische betekenissen uitzenden)
    - Relationschip model (ontwikkelen van persoonlijke betrokkenheid door persoonlijke waarden/ belangen of interessen)
    - Awareness model (streven naar bekendheid)
    - Like ability model (streven naar positiviteit)
  • 1.4 De macht van de media

  • Wat zijn Payne Fund- Studies?
    Dit zijn onderzoeken die in 1923 - 1933 gedaan werden op gebied van films. Deze wargen gericht op de invloed van de media op jongere kijkers (kinderen)
    Er werd verslag gedaan over de emoties en het gedrag van jongeren, hoe zij reageerden op films.
  • Wie is Berelson en wat deed hij?
    1949: Berelson deed veel uitspraken over effecten van massacommunicatie. Er zijn meerdere uitspraken die hij deed over het onderzoek naar het invloed hebben op jonge kinderen met films.
  • Wat zei Berelson in een uitspraak?
    Er zijn verschillende effecten afhankelijk van een aantal factoren:
    - Inhoud is belangrijk
    - Vorm van communicatie is belangrijk
    - individuele aspecten van de ontvanger zijn belangrijk
    -De situatie waarin de communicatie plaatsvind is belangrijk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het verschil tussen HSM en ELM?
Bij de HSM kan de informatie op twee manieren tegelijk verwerkt worden terwijl bij het ELM dit maar op een manier kan en je kan dus maar één manier kiezen.
De samenhang tussen die publieksagenda en de media-agenda kan op drie manieren gemeten worden. Welke zijn dat?
- Awarenessmodel: komen de onderwerpen op beide agenda's voor?
- Saliencemodel: Er wordt gekeken naar de belangrijkheid of onbelangrijkheid van de onderwerpen en of deze op beide agenda's hetzelfde zijn.
- Prioriteitsmodel: Er wordt een rangorde in de onderwerpen aangebracht bij beiden agenda's.
De opiniepeiling bij de agenda setting theorie kan op drie manieren worden gedaan. Welke drie zijn dat?
- Intra persoonlijke agenda: Wat vind ik belangrijk?
- Inter persoonlijke agenda: Waar praat ik met anderen over?
- Perceived community: Wat vind mijn omgeving belangrijk?
Wat was de kritiek op de Chappel Hill studie?
- Er was samenhang gevonden maar geen causaliteit
- De onderwerpen werden geaggregeerd dus veel belangrijke informatie ging verloren
- Er werd niet gemeten of er blootstelling plaats had gevonden. Mensen uit de opiniepeiling zouden dus bijvoorbeeld het nieuws niet gezien kunnen hebben.
Waarom is televisiegebruik volgens de theorie van Gerbner non-selectief?
- Ons kijkgedrag is ritueel: we kijken per klok en niet per programma
- Selectiviteit bij zware kijkers is niet aanwezig
- Programma's vertellen allemaal dezelfde morele waardes
Wat zijn die drie capaciteiten van de media afhankelijkheids theorie?
- Het verzamelen van informatie
- Het verwerken van informatie
- Het verspreiden van informatie
Waarom kijken we naar soaps?
- Informatie; hoe je met mensen omgaat
- Persoonlijke identiteit: Er komen bepaalde waardes in voor bijvoorbeeld over vriendschap die jij graag bevestigd wilt zien.
- Sociale integratie: Door samen te kijken of door er later samen over te praten raak je meer geïntegreerd.
- Entertainment.
Zappen kan een teken zijn van een passief en actief publiek. Leg dit uit:
- Passief: mensen kunnen weinig aandacht hebben voor de uitgezonden beelden en daarom snel doorzappen.
Actief: mensen kunnen doelgericht iets zoeken.
Wat is het verschil tussen spiegelperceptie en false consensus?
Wanneer mensen overtuigd zijn van hun eigen mening gaan zij ervan uit dat andere die mening delen. Wanneer die klopt is er sprake van spiegelperceptie. Wanneer dit niet klopt is er sprake van false consensus.
Wat zijn de kritiekpunten op de zwijgspiraal theorie
- Mensen hebben geen zevende zintuig om de werkelijke frequentieverdeling in te schatten.
- Mensen conformeren zich niet zo heel snel aan de heersende opvatting. Alleen wanneer het in kleine groepen gebeurt en om unanimiteit gaat.
- De hoge mate van consonantie wordt getwijfeld.
- Er zijn meer redenen waarom er gezwegen wordt dan alleen uitsluiting.
- Sommige mensen zijn niet gevoelig voor groepsdruk.