Summary Mediapsychologie

-
ISBN-10 9059317114 ISBN-13 9789059317116
568 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Mediapsychologie". The author(s) of the book is/are Ard Heuvelman, Bob Fennis Oscar Peters. The ISBN of the book is 9789059317116 or 9059317114. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Mediapsychologie

  • 1 Wat is mediapsychologie?

  • De psychologie is bij uitstek de wetenschappelijke discipline die onderzoek doet naar de effecten die de invloeden uit de wereld om ons heen hebben op het denken en handelen van individuele mensen. Of het nu gaat om invloeden van andere mensen in onderling contact of om invloed die gemedieerd is. Dit laatste wil zeggen afkomstig van informatie van andere mensen via het hulpmiddel media. De psychologie biedt een platform voor onderzoekers die geïnteresseerd zijn in de effecten van externe stimuli op ons denken en handelen, en in de manier waarop mensen omgaan met de aanbieders van die stimuli, de media.
  • 1.1 Psychologie

  • De psychologie bestudeert op wetenschappelijke wijze het menselijke gedrag dat vertoond wordt in een bepaalde sociale omgeving en in een bepaalde context. Tot dit gedrag rekenen we niet alleen activiteiten die met het blote oog zijn waar te nemen, zoals lopen, fietsen, huilen of lachen, winkelen of tv-kijken, maar ook zaken die niet direct waarneembaar zijn, zoals denken, leren, zien of horen, en het geheugen, gevoelens en stemmingen. Deze niet-waarneembare aspecten moeten op een andere wijze observeerbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld door mensen daarover te laten vertellen, of vragenlijsten te laten invullen, of door met behulp van apparatuur de activiteit van het zenuwstelsel te meten. De psychologie heeft, net als de meeste andere wetenschapsgebieden, een kant waar de nadruk sterk ligt op het verwerven van theoretisch inzicht en een kant waarin men tracht de verworven inzichten in de praktijk toe te passen. In de psychologie wordt daarom wel een onderscheid aangebracht tussen basisvakken en toepassingsvakken. Dat onderscheid is enigszins misleidend, want ook de toepassingsvakken zijn sterk theoretisch van aard en de basisvakken kennen allerlei praktische toepassingen.
  • Psychologie

    Bestudeert het menselijk gedrag (waarneembaar en niet waarneembaar) en valt uit een in:

    - theoretische basisvakken

    - toepassingsgebieden

  • De psychologie kent een basisvak, de psychologische functieleer, waarin men onder meer onderzoek doet en theorieën toetst met betrekking tot het menselijke geheugen. Een dergelijke theorie kunnen we gebruiken en ook nader onderzoeken in een toepassingsvak als de mediapsychologie, bijvoorbeeld als we willen nagaan wat mensen van tv-nieuws onthouden en begrijpen, en hoe we dat kunnen meten en verklaren.
  • Theoretische basisvakken in de psychologie

    Functieleer (onderzoekt menselijke mogelijkheden als waarnemen, leren, geheugen)

    Ontwikkelingsleer (onderzoekt levensloop van mensen in fasen)  

    Persoonlijkheidsleer/differentiële psychologie (onderzoekt verschillen in kenmerken tussen mensen)

    Sociale psychologie (onderzoekt invloed op sociale context)

  • Welke vier basisvakken onderscheiden we en wat houden ze in?
    • De functieleer als onderzoek naar de 'menselijke mogelijkheden' in de zin van waarnemen, leren, geheugen, en gevoelens.
    • De ontwikkelingsleer die de levensloop van mensen in fasen van jonggeborene tot oudere beschrijft.
    • De persoonlijkheidsleer of differentiële psychologie als onderzoek naar verschillen in kenmerken tussen mensen.
    • De sociale psychologie die de invloed van de sociale context op individuen onderzoekt, bijvoorbeeld de invloed van groepen, zoals familie, vrienden, collega's of de gehele samenleving.
  • Toepassingsgebieden psychologie

    Klinische psychologie

    Onderwijspsychologie

    arbeids- en organisatiepsychologie

    consumentenpsychologie

  • Naast deze basisdisciplines heeft zich binnen het domein van de psychologie een aantal toepassingsgebieden ontwikkeld, waarvan de bekendste waarschijnlijk wel de klinische psychologie is. Dit is de studie naar, maar vooral ook de beïnvloeding van gedrag dat als 'ongewenst' wordt beschouwd. Het gaat daarbij om de behandeling van mensen met psychische problemen met behulp van één of meerdere vormen van therapie. Het stereotiepe beeld van de psycholoog als therapeut vind hier zijn oorsprong.
  • Andere toepassingsvakken zijn bijvoorbeeld de onderwijspsychologie (onderzoek naar mensen in leersituaties), de arbeids- en organisatiepsychologie (onderzoek naar de relaties tussen mensen in een werkverband) en de consumentenpsychologie (onderzoek naar de relaties tussen mensen en producten en diensten). Ook de mediapsychologie kan sinds enige tijd als een toepassingsgebied worden beschouwd.
  • 1.2 Mediapsychologie: oorsprong en ontwikkeling

  • Er zijn meerdere disciplines die zich met onderzoek naar media bezighouden, zoals de politicologie en de sociologie. Het meest in het oog springt in dit verband uiteraard de communicatiewetenschap, waarin media object van onderzoek en theorievorming zijn. Van oudsher betrof dat onderzoek en theorievorming op het gebied van de traditionele massamedia - krant, film en radio - en hun invloed op het publiek. De mediapsychologie is pas in beeld gekomen met de intrede en het daaropvolgende enorme succes van televisie als populair massamedium. Al snel bleek televisie niet alleen een interessant medium voor nieuwsvoorziening en amusement, maar ook voor het bereiken van grote publieksgroepen met reclame en andere vormen van marketingcommunicatie, voorlichting door de overheid en educatieve programma's. De penetratie van televisie en het toenemende gebruik ervan door de bevolking, vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, hebben ervoor gezorgd dat mediapsychologisch onderzoek in die periode echt op de kaart werd gezet. Het recente succes van internet heeft daarna de belangstelling voor de mediapsychologie alleen nog maar doen toenemen.
  • Ontstaan en geschiedenis mediapsychogie

    Rudolf Arnheim ca 1930 vanuit Gestalt psychologie (visuele) onderzoek film: vertonen leidt niet automatisch tot begrip, botsing tussen info en entertainment komt eraan.

    Na 1945: educatieve toepassingen van audiovisuele media

    1957: reclame o.a. onbewuste beïnvloeding Vicary (later: humor/seks, celebraties, muziek - Sutherland & Sylvester)

    1960: Geweld op TV (later: video en games)

    1970: Televisienieuws

    1980 Entertainment, soaps, (later reality TV, emotie TV, porno)

    1990 Nieuwe media: relaties, (parasociale) interactie

  • Het is niet eenvoudig om precies de oorsprong van het vakgebied mediapsychologie aan te geven. Al in de eerste helft van de vorige eeuw hielden sommige psychologen zich met media bezig. Misschien wel de eerste psycholoog met interesse voor (in die tijd moderne) media was Rudolf Arnheim.
  • Arnheim kreeg zijn opleiding in de Gestaltpsychologie, een Duitse onderzoeksschool die speciale aandacht had voor de visuele waarneming. Vanuit deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat niet alleen het medium film zich al snel in zijn belangstelling mocht verheugen, maar ook een medium dat toen nog in een ontwikkelingsfase verkeerde: televisie.
  • In het kader van zijn werkzaamheden schreef hij een aantal artikelen, waaronder in 1935 A Forecast of Television, een vooruitblik op televisie (de eerste reguliere uitzendingen begonnen pas in 1936). Arnheim waarschuwt tegen al te hoog gespannen verwachtingen ten aanzien van televisie. Hij betoogt onder andere dat het een illusie is te veronderstellen dat de mogelijkheid tot het tonen van gebeurtenissen automatisch leidt tot begrip van het getoonde bij de kijker. Het heeft geen zin om kijkers een diversiteit aan beelden te tonen, alleen maar omdat het medium dat mogelijk maakt. Veel situaties en zaken uit de dagelijkse werkelijkheid worden voor de kijker niet direct duidelijk uit hun waarneembare manifestaties alleen. Arnheim verwacht bovendien een botsing tussen informatie en entertainment, tussen kennisoverdracht en verstrooiing op televisie. Het zijn opvattingen die vandaag de dag nog verrassend actueel zijn.
  • Na de Tweede Wereldoorlog zijn het in eerste instantie de educatieve toepassingen van audiovisuele media geweest waarop psychologen zich in hun mediaonderzoek richtten. Door de geboortegolf na de oorlog ontstond er in het begin van de jaren vijftig een tekort aan onderwijsfaciliteiten in de Verenigde Staten en elders. Mede daardoor werden steeds vaker pleidooien gehouden voor integratie van audiovisuele media in het onderwijs. Aanvankelijk, begin jaren vijftig, betrof het nog vrijwel uitsluitend het gebruik van films op scholen. Bij de introductie van televisie kon men voor aanwijzingen over het goed educatief gebruiken van dit medium putten uit reeds beschikbaar onderzoek naar de effecten van educatieve films. In 1953 en 1954 werden aan de universiteit van Yale twee conferenties gehouden over de integratie van audiovisuele media in het onderwijs. Deze conferenties, gesponsord door de Eastman Kodak Company, hadden een sterk psychologische inslag en stonden onder leiding van twee hoogleraren in de psychologie, Miller en Dollard. Ze leverden een stroom van vervolgonderzoek op die we nu als mediapsychologisch onderzoek zouden beschouwen. Belangrijke thema's in dat onderzoek zijn de didactische ingrepen in programma's, de informatiedichtheid, manieren van visualisatie en de relatie tussen beeld en geluid.
  • Aan het einde van de jaren vijftig werd reclame een 'hot issue' in het denken over de mogelijke impact van media op mensen. Een spraakmakend boek uit 1957 is The Hidden Persuaders van Vance Packard over toepassingen van psychologische kennis in de reclame. Uit hetzelfde jaar stamt het gerucht dat een onderzoeker, James Vicary genaamd, erin was geslaagd om door middel van 'subliminale boodschappen' verpakt in een film mensen op onbewuste manier te beïnvloeden tot het kopen van cola en popcorn. De term subliminaal betekent dat er beelden in de film waren ingelast die normaliter te snel aan ons oog voorbij flitsen om bewust te worden waargenomen. Hoewel later bleek dat Vicary het verhaal uit zijn duim had gezogen, levert het tot op de dag van vandaag onderzoek en theorievorming op over mogelijkheden om mensen op dergelijke onbewuste manieren te beïnvloeden. De laatste tientallen jaren is er enorm veel onderzoek gedaan naar de werking van reclame, bijvoorbeeld naar de werking van humor of seks in advertenties en commercials, de inzet van beroemdheden om de boodschap over te dragen, de effecten van muziek ter ondersteuning van de boodschap enzovoort.
  • In de loop van de jaren zestig werd televisie het belangrijkste massamedium in de geïndustrialiseerde landen. Dit gaf onder andere aanleiding tot discussies over en onderzoek naar mogelijke schadelijke effecten van televisie. Vanaf de jaren zestig kwam onderzoek op gang naar de mogelijke schadelijke invloed van geweldsbeelden op televisie. Dit onderzoek werd gestuurd vanuit de theorie van de sociaalpsycholoog Albert Bandura, die had aangetoond dat kinderen louter door gedragsimitatie geweld kunnen aanleren. De laatste jaren is er steeds meer interesse gekomen voor de mogelijke schadelijke effecten van gewelddadige video- en computerspellen.
  • In de jaren zeventig kwamen ook twee andere televisiegenres in de belangstelling te staan van psychologen, namelijk nieuws en soapseries. Bij het onderzoek naar nieuws gaat het vooral om de vraag of een medium als televisie de kijkers wel adequaat informeert over wat er in de wereld gebeurt. Televisienieuws is voor heel veel mensen verreweg de belangrijkste dagelijkse nieuwsbron. Dat houdt in dat er eisen aan de kwaliteit van televisienieuws mogen worden gesteld. Sinds de jaren zeventig is er veel onderzoek gedaan naar formules van nieuwsprogramma's. Dit onderzoek heeft een sterk psychologische inslag.
  • De soap is een zeer populair televisiegenre geworden. Het onderzoek naar effecten van soapseries richt zich vooral op de interpretatie door kijkers van de verhaallijnen en het gedrag van spelers. Als uitgangspunt voor het verklaren van de onderzoeksresultaten worden vooral sociaalpsychologische theorieën gebruikt.
  • Maar ook andere televisiegenres zijn in toenemende mate object van onderzoek en theorievorming geworden, vooral degene die gericht zijn op entertainment. In een overzicht van mediapsychologisch onderzoek, gepubliceerd door Bryant en Zillmann, had televisie-entertainment al een prominente plaats ingenomen. Daarna hebben genres als reality-tv, emotie-tv, sport en pornografie zich in een verhoogde belangstelling van mediaonderzoekers mogen verheugen.
  • De opkomst van nieuwe media, vooral internet, heeft ervoor gezorgd dat er steeds meer mediapsychologisch onderzoek naar nieuwe media wordt gedaan. Behalve aan effecten van vormgeving en inhoud van interfaces wordt in dat onderzoek nogal wat aandacht besteed aan hoe mensen met nieuwe media omgaan.
  • Ondanks de zelfstandige plaats die de mediapsychologie heeft verworven, zijn veel mediapsychologen werkzaam binnen de communicatiewetenschap.
  • Figuur 1.2 geeft een chronologie van de belangstelling van de mediapsychologie voor de media.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke vier verschillende dimensies van media-effecten zijn er?
  • Korte- en langetermijneffecten van mediagebruik.
  • Cognitieve, affectieve, en gedragseffecten van mediagebruik.
  • Effecten van mediagebruik op micro- en macroniveau.
  • Bedoelde en onbedoelde effecten van mediagebruik.
Door welke vier variabelen uit het communicatieproces kunnen de vier basisstadia van overreding worden beïnvloed?
  • bronkenmerken
  • boodschapkenmerken
  • mediumkenmerken
  • ontvangerkenmerken
Wat zijn de vier basisstadia van overreding?
  • aandacht
  • begrip
  • overtuiging
  • onthouden
Er zijn ten minste drie factoren die bepalen in welke mate attitudes gedrag voorspellen. Welke zijn dit?
  • specificiteit
  • sterkte
  • toegankelijkheid
Het model van Lang is vooral van toepassing op televisie, maar kan ook worden vertaald naar andere media. Zoals gezegd staan drie aspecten in het model centraal. Welke zijn dit?
  • het coderen van informatie
  • de opslag van informatie
  • het terugvinden van informatie
Volgens Nisbett en Ross, de 'architecten' van het levendigheidsonderzoek, zou levendige informatie niet alleen de aandacht moeten trekken, maar deze ook moeten vasthouden. Daarvoor noemden zij drie redenen. Welke zijn dit?
  1. Levendige informatie is emotioneel interessant.
  2. Levendige informatie is psychologisch 'nabij' (dat kan betekenen zintuiglijk nabij, in de tijd nabij (recent) of ruimtelijk nabij).
  3. Levendige informatie is concreet en nodigt uit tot beeldende verwerking. Anders gezegd, levendige informatie trekt de aandacht omdat daarbij meteen allerlei beelden opkomen.
De afstand tot een persoon op een beeldscherm hangt af van drie factoren. Welke zijn dit?
  1. kijkafstand, dus hoe ver je van het beeldscherm vandaan zit
  2. beeldschermgrootte, want op een groot scherm worden mensen nu eenmaal groter afgebeeld
  3. camera-instelling, want door het in- of uitzoomen van de cameralens komen mensen ook dichterbij of gaan ze verder van ons af.
Welke ontvangerkenmerken kunnen van invloed zijn op effecten van media-uitingen?
  • voorgaande ervaringen: cognitief, affectief, gedrag
  • betrokkenheid
  • motivatie
  • stemming
Welke mediumkenmerken kunnen van invloed zijn op effecten van media-uitingen?
  • distributie: tijd en plaats, beschikbaarheid, toegankelijkheid
  • controle: pacing, mate van interactie
  • format: tekensystemen, structuur
  • context: rondom en binnen het medium
Welke boodschapkenmerken kunnen van invloed zijn op de effecten van media-uitingen?
  • inhoud: argumentatie, emotionele impact, voorbeeldgedrag
  • bron: organisatie, uitvoerende
  • strategie: herhaling, samenvatting, kader
  • genre: informatie, entertainment enzovoort