Summary Medische anatomie & fysiologie

-
755 Flashcards & Notes
67 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Medische anatomie & fysiologie". The author(s) of the book is/are M J Tervoort & IJ D Jungen. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Medische anatomie & fysiologie

  • 2.1 Bloed

  • Wat is homeostase?
    Dat door de circulatie het inwendig milieu constant van samenstelling blijft. Hierdoor kunnen alle cellen op ieder moment over voldoende zuurstof en voedingsstoffen beschikken zodat het celmetabolisme normaal kan verlopen.
  • 2.1.1 Samenstelling van het bloed

  • Wat is de samenstelling van bloedcellen?
    - erytrocyten (rode bloedcellen);
    - leukocyten (witte bloedcellen);
    • granulocyten;
    • lymfocyten;
    • monocyten;
    - trombocyten (bloedplaatjes).
  • Wat is de samenstelling van bloedplasma?
    - water
    - plasma-eiwitten:
    • albumine;
    • globulinen: alfaglobulinen, betaglobulinen, gammaglobulinen;
    • fibrinogeen
    - zouten (ionen), onder andere Na+, K+, Ca2+, PO4 3- (fosfaat), Cl- 
       (chloride), HCO3- (monowaterstofcarbonaat = bicarbonaat);
    - voedingsstoffen zoals glucose, aminozuren, vetzuren, glycerol en       
       vitaminen;
    - hormonen;
    - afvalstoffen (o.a. ureum, urinezuur, CO2, bilirubine).
  • Wat is de verhouding van bloedplasma en bloedcellen in het bloed?
    • Bloedplasma 55% van het totale bloedvolume;
    • Bloedcellen 45% van het totale bloedvolume.
  • 2.1.2 Functies van het bloed

  • Wat zijn de drie belangrijke functies van bloed?
    • transport van o.a. de gassen O2 en CO2, voedingsstoffen, hormonen, eiwitten en excretieproducten; in dit verband kan ook het transport van wartme genoemd worden, zodat de lichaamstemperatuur constant blijft. (Sommige stoffen zijn slecht in water oplosbaar en daarom niet simpel door het bloed te vervoeren. Ze worden door koppeling aan transporteiwitten zoals albumine, alfa- en betaglobulinen, vervoerd);
    • handhaven van een constant inwendig milieu ten aanzien van o.a. (kristalloïd)-osmotische druk (COD) en pH;
    • beschermende functie. Het bloed biedt bescherming tegen ziekteverwekkers en andere lichaamsvreemde stoffen. Een tweede belangrijke beschermende functie van het bloed bestaat uit het proces van de bloedstelping (hemostase).
  • 2.1.3 Bloedplasma

  • Wat zijn de functies van plasma-eiwitten?
    • handhaving van de COD (COD): o.a. belangrijk bij de uitwisseling in de capillairen en bij de ultrafiltratie in de nefronen; deze komt vooral op rekening van albumine, de grootste eiwitfractie van het bloedplasma;
    • transportmiddel (albumine, alfa- en betaglobulinen): van o.a. lipiden, niet-wateroplosbare hormonen, ijzer, koper en calcium. Daarnaast zorgt albumine voor het vervoer van galkleurstoffen (bilirubine). Ook niet water-oplosbare geneesmiddelen worden, gebonden aan albumine, door het bloed vervoerd. 
    • antilichamen: gammaglobulinen. De gammaglobulinefractie bevat de verzameling van antilichamen in het bloed van één persoon.
    • stollingsfactoren: zie coagulatie
    • enzymen
    • bufercapaciteit: bij een dreigende pH-daling (acidose) zijn de plasma-eiwitten (bijv. albumine) in staat H+ -ionen te binden; bij een pH-stijging (alkalose) kunnen zij extra H+ -ionen aan het bloed afstaan
    • eiwitreserve: in de lever kunnen de eiwitten gesplitst worden tot aminozuren, die weer kunnen worden gebruikt voor de aanmaak van lichaamseiwitten; daarnaast kunnen de aminozuren worden omgezet tot glucose.
  • Hoe kan bloedplasma verkregen worden?
    Door bloed dat onstolbaar is gemaakt met een anticoagulans (antistollingsmiddel), zoals heparine of citraat, te centrifugeren. Onder in de centrifugebuis komen de bloedcellen en bovenin het lichgele, heldere bloedplasma.
  • Wat is serum?
    Bloedplasma zonder stollingseiwitten zoals fibronogeen (de vloeistof bijv. die uit een bloedprop wordt geperst wanneer stolling optreedt. Dit kan gebeuren als er geen anticoagulans is toegevoegd in het buisje).
  • Wat wordt onder hematocrietwaarde (Ht) verstaan?
    Het deel van het bloedvolume dat in beslag genomen wordt door de bloedcellen, uitgedruk in l/l. Het zal duidelijk zijn dat de hematocrietwaarde hoofdzakelijk wordt bepaald door het aantal rode bloedcellen (95% van alle bloedcellen).
  • Wat is de gemiddelde hematocrietwaarde (Ht)?
    0,45 l/l, oftewel 0,45 liter cellen per liter bloed.
  • Wat wordt er vaak gebruikt om dehydratie bij de patiënt vast te kunnen stellen?
    De hematocrietwaarde (Ht), omdat bij vochtverlies de Ht sterk verhoogd zal zijn.
  • 2.1.4 Bloedcellen

  • Waar vind de rijping van lymfocyten plaats?
    Niet alleen in beenmerg en thymus, maar ook in andere organen van het lymfatische systeem: milt en lymfeknopen. In de laatstgenoemde organen worden dus geen lymfocyten geproduceerd. 
  • Waar vindt bij volwassenen de hemopoëse vooral plaats?
    Rode beenmerg (vooral in de ribben, sternum en wervels).
  • De hemopoëse in de embryonale periode vindt aanvankelijk plaats in de lever, milt en thymus en vanaf de 6e foetale maand ook in het dan inmiddels gevormde beenmerg. De hemopoëse vindt plaats vanuit zogenaamde (hemopoëtische) stamcellen, die ontstaan in het mesenchym (embryonaal bindweefsel). De stamcellen zijn te beschouwen als de voorlopers van de bloedcellen. Ze begeven zich naar de embryonale bloedaanmaakcentra: lever, milt, thymus, lymfeknopen, en vanaf de zesde foetale maand ook naar het rode beenmerg. Door de mitotische delingen en differentiatieprocessen worden hieruit de verschillende soorten bloedcellen gevormd.
  • Hoe vindt de hemopoëse in de embryonale periode plaats?
    Dit vindt aanvankelijk plaats in de lever, milt en thymus en vanaf de 6e foetale maand ook in het dan inmiddels gevormde beenmerg.
  • Wat betekend hemopoëse?
    De vorming van bloedcellen.
  • Wat kun je zeggen over de productie van het rode beenmerg onder normale omstandigheden?
    • produceert in totaal 1,2-1,5l -> per seconde ongeveer 9 miljoen bloedcellen (2,5 miljoen erytrocyten, 1,5 miljoen leukocyten en bijna 5 miljoen trombocyten). De productie hangt sterk samen met de levensduur van de verschillende cellen.
  • Waarmee hangt de productie van bloedcellen samen?
    Met de levensduur van de verschillende cellen.

    • Zo komen er in het bloedplasma ruim 800 maal meer erytrocyten voor dan leukocyten, maar doordat de leukocyten een veel kortere levensduur hebben (granulocyten slechts ongeveer 5 dagen) ten opzichte van de gemiddelde levensduur van de erytrocyten (120 dagen), is de productie van de twee soorrten cellen ongeveer van gelijke orde;
    • Dat de productie van het aantal trombocyten beduidend hoger ligt heeft enerzijds te maken met het grote aantal per ml, maar vooral met de korte levensduur (ongeveer een week). Bij een versnelde bloedafbraak of bij verlies aan bloedcellen kan de productie wel vervijfvoudigd zijn.
  • Wat moet de hoge productie van bloedcellen handhaven?
    Talrijke cytokinen, worden aangevoerd door het netwerk van bloedvaatjes in het rode beenmerg.
  • Hoe ziet het rijpingsproces van bloedcellen er uit?
    • Hemopoëtische stamcellen hebben zich gedifferentieerd en losgemaakt van zogenaamde adhesiecellen waarmee de cellen in het rode beenmerg verbonden zijn;
    • Nadat de cellen uitgerijpt zijn komen ze vrij en kunnen door het netwerk van bloedvaten van het rode beenmerg in de circulatie worden gebracht.
  • Hoe wordt voorkomen dat onrijpe bloedcellen in de circulatie terecht komen?
    Door de beenmerg-bloedbarriere, waarlangs de bloedcellen, afhankelijk van het rijpingsstadium kunnen passeren. Dit verklaart ook dat er in het bloed onder normale omstandigheden geen stamcellen en weinig voorlopercellen voorkomen.
  • Wanneer is bij erytropoëse het rijpingssproces voltooid?
    Nadat de celkern is verwijderd en er voldoende hemoglobine is gevormd.
  • Wat is een reticulocyt en waar vind je die?
    • Een Reticulocyt is de laatste voorloper van een erytrocyt. Reticulocyten bevatten geen kern, maar nog wel redelijk veel RNA, dat in staat is om de concentratie van hemoglobine op het gewenste niveau te brengen. Nadat reticulocyten in het bloed zijn aangkomen wordt het RNA uit de cel verwijderd, een proces dat hoofdzakelijk plaatsvindt in de milt.
    • Reticulocyten worden in het perifere bloed aangetroffen.
  • Wat gebeurt er bij een volwassene wanneer het lichaam niet voldoende in staat is tot productie van bloedcellen? Wanneer gebeurt dat?
    • Dan kan de hemopoëse extramedullair (buiten het beenmerg) plaatsvinden. De foetale productieplaatsen, zoals lever en milt, pakken dan die vroegere functie weer op.
    • Dergelijke extramedullaire hemopoëse kan optreden door bijvoorbeeld een beenmergtumor, zoals mulipel myeloom, ook wel ziekte van Kahler genoemd. Er is daarbij sprake van een maligne woekering van zogenaamde plasmacellen.
  • Welke soorten hemopoëse bestaan er?
    • erytropoëse;
    • leukopoëse;
    • lymfopoëse;
    • trombopoëse.
  • Hoe verloopt de hemopoëse van de verschillende bloedcellen vanuit de hemopoëtische stamcel?
    Differentieerd zich in:
    • pro-erytroblast -> erytroblast -> reticulocyt -> erytrocyt
    • myeloblast -> leukocyt
    • lymfoblast -> lymfocyt
    • megakaryocyt -> trombocyt
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Geef antwoord op de 3 plasmaeiwitten. 
Albumine
Globuline
Fibrinogeen
Wat voor stoffen bevat bloedplasma
Water 90% Eiwitten waaronder stollingsfactoren
Gassen zoals zuurstof en kooldioxide. Vetten zoals lipiden en cholesterol .
wat zijn de eigenschappen van collage vezels
onvertakt, sterk, weinig elastisch, trekvast
welke soorten eiwitvezels kunnen steunweefsels bevatten?
Collagene, Elastische, reticulin
Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
Chimpansees!
Vb parasympathicolytica + effecten?
Atropine. Dit medicijn werkt op bijna alle organen en heeft daarmee veel effecten, waaronder stijging van de hartslagfequentie, pupilverwijding en remming van de secretie van spijsverteringssappen, waaronder speeksel.
Hoe werken parasympathicolytica?
Blokkeren het parasympatische zenuwstelsel.
Hoe werken parasympathicomimetica?
Stimuleren het parasympatische zenuwstelsel door binding aan cholinerge receptoren en genereren daar een actiepotentiaal.
Wanneer wordt een sympathicolytica een betablokker genoemd?
Wanneer het medicijn alleen op betareceptoren effect heeft. 
Hoe werken sympathicolytica?
  • Binden zich aan de adrenerge receptoren.
  • Het verschil is dat zij juist verhinderen dat de normale neurotransmitter noradrenaline zich kan binden. Daarmee blokkeren zij het sympatische zenuwstelsel.