Summary Medische Hulpmiddelen

-
ISBN-10 9031398489 ISBN-13 9789031398485
122 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Medische Hulpmiddelen". The author(s) of the book is/are R G H Scheurink. The ISBN of the book is 9789031398485 or 9031398489. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Medische Hulpmiddelen

  • 4 Parenterale toediening

  • Leerdoelen van dit hoofdstuk

    Na dit hoofdstuk weet je:
    • Welke verschillende spuiten en naalden er zijn
    • Welke hulpmiddelen toegang geven tot de bloedbaan
    • Welke verschillende priksystemen er zijn die gebruikt worden door mensen met diabetes
    • Welke verschillende toedieningsmogelijkheden van insuline er zijn voor mensen met diabetes
    • Wat een poortsysteem is en welke naald je hierbij moet gebruiken
    • Welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van veilig prikken 
  • 4.1 Injectiespuit en injectienaald

  • Waaruit bestaat een tweedelige injectiespuit?
    1. Een cilinder
    2. Een zuiger (plunjer/stamper)
  • Wat is een 'conus'?
    De punt van de cilinder waarop de injectienaald wordt bevestigd
  • Waarmee is een cilinder bedrukt?
    • De maatverdeling, veelal in milliliters
    • Merknaam
  • Wat is het verschil tussen een tweedelige en driedelige spuit?
    Bij een driedelige spuit zit er op de zuiger een stopper.
  • Wat is een stopper, wat doet het en wat is het voordeel ervan?
    • Een stopper is een zwart rubber afsluitdopje. 
    • Het zorg voor goede afsluiting 
    • Het maakt de schaalverdeling duidelijker afleesbaar
    • Doordat het dopje een siliconenlaagje heeft beweegt de zuiger veelal gemakkelijker in de cilinder
  • In welke volumes zijn spuiten verkrijgbaar?
    1, 2, 5, 10, 20 en 50 ml
  • Wat doet een zuiger?
    Hiermee wordt de vloeistof of medicatie in de cilinderruimte opgezogen en daarna toegediend
  • Welke drie typen conussen zijn er?
    • De luerconus
    • De luer-lockconus
    • De kathetertipconus
  • Wat wordt er bedoelt met een 'luerconus'?
    Welke soorten uitvoeringen zijn hiervan en wat is het verschil?
    • Dit is het meest standaard type conus. 
    • Er zijn twee verschillende uitvoeringen verkrijgbaar namelijk centrisch en excentrisch. Het verschil tussen de twee ligt aan de positie van de tip van de cilinder. 
  • Wat wordt er bedoelt met 'luer-lockconus'?
    Dit is een type luerconus met een schroefdraad, voor een veilig en zekere verbinding van spuit en naald
  • Wat wordt er bedoelt met 'kathetertipconus'?
    Deze conus heeft een tip die naar het einde toe geleidelijk dunner wordt. Hij past zowel op katheters als sommige voedingssondes.
  • Wat is een injectienaald?
    Een hol, dunwandig, gesiliconiseerd RVS-buisje met een scherp geslepen punt.
  • Wat is een hub?
    Een opzetstukje aan het uiteinde van een injectienaald, waarmee de naald op de luer- of luer-lockconus van de spuit bevestigd wordt.
    Wordt gemaakt van kunststof of metaal.
  • Hoe zitten naalden verpakt?
    Per stuk in een beschermhuls
  • Welke eigenschappen van een naald zorgen ervoor dat aanprikken van de huid goed lukt? Hoe komt dat?
    • Het siliconenlaagje op de naald
      • vermindert de weerstand bij het aanprikken van de huid
    • De scherpe (vaak drievlaks) geslepen punt
      • Geeft minder pijn en beschadiging van het weefsel bij de injectie
  • Waaraan moet een hub voldoen volgens de internationale standaard?
    De kleur ervan moet overeen komen met de diameter van de naald.
  • Als we het hebben bij naalden over 20 G. Wat wordt er dan bedoelt met de G?
    G staat voor Gauge en het geeft de diameter van de naald aan.
  • Hoe wordt de naaldlengte vermeld?
    In milimeters
  • Stelling: Een naald van 10 G is dunner dan een naald van 20 G.
    Niet waar, de Gauge wordt hoger naarmate de naald dunner is. 20 is hoger dan 10 wat betekent dat 20 dus dunner is en niet andersom.
  • Wat zijn de gangbare injectieplaatsen op het lichaam?
    • Het been
    • De arm
    • De buik (op bepaalde afstand van de navel)
    • De bil
  • Op welke manieren gebeurt de toediening van de vloeistof/het medicijn bij injecties?
    • Intracutaan
    • Subcutaan
    • Intramusculair
    • Intraveneus
  • Wat betekent 'intracutaan'?
    In de huid
  • Wat betekent 'subcutaan'?
    Onderhuids, in het bindweefsel
  • Wat betekent 'intramusculair'?
    In het spierweefsel
  • Waar staat de afkorting IM voor?
    Intramusculair
  • Waar staat de afkorting IV voor?
    Intraveneus
  • Wat betekent 'intraveneus'?
    In een ader
  • Waar moet de arts rekening mee houden om voor een patiënt de geschikte spuit voor te schrijven?
    • De dikte van de injectievloeistof
    • De injectieplaats
    • Het soort injectie
    • De kenmerken van de patiënt
  • Een spuit voorschrijven klinkt makkelijker dan dat het is. Waar moet je allemaal aan denken?
    • Geschikt type van de spuit 
    • Geschikte diameter en lengte van de naald v
    • Geschikt volume van de spuit
  • Door wie mogen injecties worden toegediend?
    • Artsen
    • Verpleegkundigen
    • Doktersassistenten
      • uitsluitend onder toezicht van een arts 
  • Wat moet je doen nadat je een naald hebt gebruikt? Mag je hem hergebruiken?
    Nee, moet worden weggegooid in een naaldencontainer.
  • Wat is een naaldencontainer? Wat voor een mogelijkheid heeft een naaldencontainer?
    • Een harde kunststof beschermbox die geschikt is om gebruikte naalden in op te bergen
    • Het heeft de mogelijkheid om de naald van de spuit te verwijderen zonder deze vast te hoeven pakken
  • Wat moet je doen wanneer een naaldencontainer vol is?
    Hij wordt hermetisch afgesloten en ter vernietiging aangeboden in de apotheek
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.