Summary Medische Microbiologie

-
325 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Medische Microbiologie

  • 1 Bacteriologie

  • Wat is de scaled skin syndrome?
    - SSSS: Staphylococcus scaldes skin syndrome 
    - Staphylococcus aurus  
    - Blaarvorming door S.bacterie die desmosomen oplost (door toxine) 
    - Bestemming door ander persoon of 'eigen' S.bacterie
  • Staphylococcus aurus kan beide scalded skin syndrome als voedselvergiftiging veroorzaken.

    * Is resistent tegen verhitting & maagzuur
  • Hoe komen de twee totaal verschillende ziektebeelden veroorzaakt door de S.aurus tot stand?
    Scaled skin syndrome
    - Infectie wondje/ verkoudheid 
    - toxine
    - vernietiging desmosomen
    - blaarvorming

    Voedselvergiftiging
    - kok met steenpuist 
    - toxine
    - besmet voedsel 
    - resistent tegen: verhitting, maagzuur

    * Porte d'entree verschilt!
  • Gram positieve kokken in tros (staphylococcus aureus)
  • Welke staphylococcus behoren tot de commensale flora en kunnen pathogeen zijn?
    - Staph. Aureus (SSSS, voedselvergiftiging) 
    - Staph. Epidermis (normaal op de huid)
    - Staph. Saprohyticus  (urineweg infecties via katheter)
  • Wat is een infectie?
    Aanwezigheid (binnendringen) van microorganismen die zich vermenigvuldigen in de gastheer, met schade aan en reactie van de gastheer.
  • Wat is dragerschap/ commensalisme?
    Aanwezigheid van microorganismen die zich vermenigvuldigen in de gastheer zonder schade en reactie van de gastheer. 

    * Gram negatieve diplokok: menigokokken 
    Als pathogeen bloedvergiftiging & hersenvliesontsteking. Inenting tegen type C.
  • Wat is Neisseria meningitidis?
    - Een gram negatieve diplococcus 
    - Mensen zijn de enige drager 
    - 20-30% zijn drager --> hoge risico bij roken & afwijkingen van het immuunsysteem
    - Meningitis + sepsis (bloeduitstorting huid, uitzetting van haarvaten & veel stolling --> extrimiteiten sterven af) 
    - zit normaal id keel
  • Wat is de functie van commensale flora?
    - Bescherming tegen binnendringers (door competitie gezien ze alle nutrienten opeten)
    - Productie van enzymen nodig voor o.a:
    • afbraak onverteerbare polysacharriden
    • aanmaak B-vitaminen
    • aanmaak vitamine K
                              
  • Wat is besmetting/Transmissie?
    Het overbrengen van micro-organismen van de ene plaats op de andere; eventueel vermenigvuldiging, eventueel schade, eventueel reactie van gastheer
  • Welke transmissies zijn er allemaal mogelijk?
    1. Orale transmissie (besmet eten, drinken & speeksel)
    2. Droplet transmissie (inhalatie)
    3. Directe huid contact
    4. Directe inoculatie (injectie, trauma, insectenbeten)
    5. Seksueel
    6. Trans-placental
  • Borrelia burgdorferi --> lyme-disease
    Tekenbeet = directe inoculatie
  • Wat is zoonose?
    Transmissie van micro-organismen via contact met dieren. 

    * Q koorts - cociella burnetti (geiten) --> ernstige longontsteking 
    * Meticilline resistente S. Aureus
  • Wat is pathogeniciteit?
    Het vermogen van een microorganisme om ziekteverschijnselen te veroorzaken 

    * Zelfs binnen dezelfde soort zit er verschil in pathogeniciteit
  • Wat is virulentie?
    De mate waarin de verschijnselen worden veroorzaakt
  • Wat is een virulentie factor?
    Microbiele component die bijdraagt aan het ziektemakend vermogen
  • Door wat wordt de verloop van een infectie bepaald?
    1. Wijze van besmetting en binnendringen van de gastheer (porte d'entree)
    • Huid of slijmvliezen (wondinfectie, SOA)
    • Transcutaan (via vectoren, insecten)
    • Direct in de bloedbaan (IV druggebruik, tandextractie)
    • Luchtwegen (bovenste/onderste luchtwegeninf.)
    • Maag-darm (besmet voedsel)

    2. Eigenschappen van het microorganisme (virulentiefactoren)
    • Kapsel
    • Toxineproductie
    • Enzymen
    • Pili

    3. Eigenschappen van de gastheer     
    • Kind, volwassen, ouder
    • Immuun door vaccinatie of doorgemaakte infectie
    • Goed gevoed of ondervoed
      • Gezond of verminderde weerstand (AIDS, cytostatica)
  • Hoe kunnen de 2 verschillende ziektebeelden ontstaan vanuit s.aureus?
    Verschillende toxines.
    - SSSS: exfoliatief toxine
    - Voedselvergiftiging: enterotoxine (A)
  • Wat is het verschil tussen gram negatieve en gram positieve bacterien?
    - Gram positief: dikke peptidoglycaan laag
    - Gram negatief: 2 celmembranen, dunne peptidoglycaan laag
  • Hoe kunnen agens aagetoond worden?
    Met microscopie, kweek, nucleinezuur detectie, antigeen detectie
  • Wat is serologie?
    Aantonen van immuunglobulinen tegen agens (antistoffen). 

    * Dit is niet handig in de acute fase, duur even voordat ze zijn aangemaakt. Wordt vaak gebruikt voor achteraf.
  • Hoe werkt gram kleuring?
    Een bacterie heeft een membraan en een celwand. In de celwand zitten peptideglycanen. Terwijl de gram negatieve (bleek) maar een laag peptideglycaan hebben en 2 membranen, hebben gram positieve bacterien juist een dikke peptidoglycaan laag, waardoor ze ook donker aankleuren (kleur blijf zitten).

    1. Fixeren materiaal
    2. Kristal violet kleuren (methyleenblauw kleurt peptideglycanen)
    3. Uitspoelen met alcohol: bij de gram negatieve bacterien wordt de kleur eruit gewassen door hun dunne peptidelycaan laag --> roze/oranje
  • Welke kleuring wordt er gebruikt als gram kleuring niet mogelijk is?
    Ziehl-heesen: zuurvaste staven kleuren positief
  • Bacterievormen
  • Staph.coccus = gram positief & een tros 
    Strep.coccus = gram negatief & streep
  • Wat is het verschil tussen een Koch kweek en een Pasteur kweek?
    De media waarin de kweek wordt gedaan.
    - Koch: vast 
    Wordt vaak gebruikt als er heel veel bacterien in een sample zitten. 
    - Pasteur: vloeibaar    
    Is gevoeliger in het oppikken van pathogenen
  • Wanneer kweek je selectief en wanneer niet-selectief?
    - Selectief als je bijvoorbeeld last hebt van darmflora. Dan kunnen er antibiotica of kleurtjes gebruikt worden om uiteindelijk de bacterien van elkaar te onderscheiden. 

    -Niet-selectief als je materialen test waar eigenlijk geen bacterien in horen te zitten. Dit gebruik je als je een maximaal positieve kweek wil.
  • Media, milieu en duur zijn afhankelijk van klinisch beeld en materiaal. 

    Voorbeelden: 
    - Pneumonie, sputum, S.pneumoniae, H.influenza, S.aureus 
    - UWI, urine, E.coli en andere coliforme staven, enterokokken
    - Wondinfectie, pus of wonduitstrijk, S.aureus, GAS
  • Hoe kunnen bacterien geidentificeerd worden?
    - Biochemisch (bonte rij, Vitek, Phoenix)
    - MALDI-TOF MS (geen groei voor nodig, binnen enkele min resultaat)
    - Sequentie analyse (ribosomaal gen 16S, is een sterk geconserveerd stukje + variabel deel)
  • Hoe kan antibiotica resistentie getest worden?
    Een stripje met verschillende concentraties antibiotica. Hierdoor kan de minimaal remmende concentratie (MIC) bepaald worden (dit is de eerste concentratie waar geen groei is). 

    * Je antibiotica moet qua concentratie boven de MIC uitkomen. De werking bepaalt hoe lang en hoeveel boven MIC
    * Er is een verschil in serum & intra-cellulair
  • Meeste resistentie mechanismen zitten in plasmiden, kunnen tussen bacterien overspringen.
  • Voor wat wordt nucleinezuur detectie gebruikt?
    Voor bactieren die niet te kweken zijn of waarvan het resultaat heel snel moet komen. 
    * Is echter niet altijd sneller dan een kweek

    -Niet/moeilijk te kweken: Mycobacterien, Mycoplasma, Chlamydia, Legionella, Coxiella
    - Snelheid: MRSA, SSYC, Legionella, Mycobacterien (TB)
  • Wat is het verschil tussen antistoffen/antilichamen en antigenen?
    Immunoglobulinen (afgekort Ig), ook antistoffen of antilichamen genoemd, zijn eiwitten die door de mens en andere gewervelde dieren worden geproduceerd als reactie op antigenen. Antigenen zijn lichaamsvreemde stoffen zoals virussen, bacteriën of grote moleculen.
  • Wat is Serologie?
    - Aantonen van specifieke antistoffen tegen bacterien
    • Kinkhoest 
    • Brucella
    - Aantonen van antigenen
    • Helicobacter (vroeger belasyemde diagnose, nu een resistentie probleem)
    • Legionella (Is een systeemziekte. Je plast antigenen legionella uit. De test pikt echter alleen type I op en de gevoeligheid is laag. Ligt aan de ernst van de symptomen en mate van uitscheiding van het antigen)
  • Wat is de Neisseria Meningitidis?
    Neisseria Meningitidis is een gram-negatieve diplococcus. Het zit normaal alleen in de nasopharynx. Er is vooral dragerschap rond 20 jaar.
  • Wat zijn de risicofactoren voor meningokokken dragerschap?
    - Actief & passief roken 
    • Beschadeging van het epitheel waardoor bacterien zich beter kunnen hechten
    - Intiem contact
    - Frequent bar/discotheek bezoek
    - Menigten

    * Als de risicofactoren niet worden meegenomen is dragerschap niet meer leeftijd afhankelijk --> dragerschap heeft dus te maken met sociaal gedrag 
  • Hoe gaat de pathogenese van Neisseria Meningitidis?
    1. Colonizatie in nasopharynx
    2. Invasie van het epitheel
    3. Invasie van het bloed
    4. Verdere dissaminatie

    - De ziekte zelf is eigenlijk vrij zeldaam. Het krijgen ervan ligt o.a aan:      
    • Genetische aanleg van de gastheer
    • Verschil tussen de miningokokken
    - Voor de ziekte moet de bacterie uit de nasopharynx en in de bloedbaan, dit veroorzaakt sepsis en meningitis als de BBB is gepasseerd. 
    - De mortaliteit is hoog
    - Bij sepsis treed er een heftige ontstekingsreactie op wat leidt tot stolling & bloedingen 
    - Naeffecten: extrimiteit amputatie, cognitieve defecten, gehoorverlies, seizures 
     
  • Er is een afname in frequentie in meningokokkendragerschap; aantal rokers is afgenomen & sociaal gedrag van jongeren verandert.
  • Hoe wordt er onderscheid gemaakt tussen meningokokken op basis van serogroep?
    Hierbij wordt er onderscheid gemaakt op basis van de kapselpolysaccharide structuur dmv antistoffen die gericht zijn tegen een specifiek kapsel.

    * Er zijn 13 serogroepen
    • Meest voorkomend: A,B,C,X,Y,W
    * De serogroepen zijn geografisch verdeeld       
    • B/C vooral Europa, A vooral Afrika, Y alleen Noord-Amerika
  • Wat zijn de verschillende typeringsmethoden voor meningokokken?
    - Phenotype 
    • Serogroep (polysacharridekapsel)
    • PorA epitope sequencing (VR1,VR2)
    • FetA epitope sequencing (1 loop)

    - Genotype
    • Multi Locus Sequence Typing (MLST) ~ huishoudgenen
    • WGS  
  • Wat is PorA?
    PorA is een buitenmembraan eiwit van meningokokken bestaand uit 1 polypeptide keten met loops aan de buitenkant. Het is de target voor de humane afweer. VR1 en VR2 zijn erg variabel (je kan daarmee typeren)

    * Porie
    * Meningokok kan ook zonder porA
  • Wat is FetA?
    FetA is ook een buitenmembraan eiwit van meningokokken en heeft dezelfde structuur als porA, alleen dan maar met 1 dominante epitoop.
  • Hoe gaat de benaming van de typering van meningokokken?
    Nm:B:P1.7,4:F5-1

    - Nm: Neisseria Menengitus 
    - B: type kapsel (serogroep)
    - P1.7,4: porA,VR1,VR2
    - F5-1: FetA, subveriant van dominant type 5
  • Wat is Multi Locus Sequence Typing (MLST)?
    Hierbij wordt van 7 loci de sequentie bepaald. Gaat om verschillende huishoudgenen verspreid over het genoom. 
    Elk allel krijgt een nummer. Combinatie van alle allelnummers geeft een sequence Type (ST) 

    * Single locus varianten zijn de founders 
    * De clonal complex wordt altijd naar de founder clone genoemd
  • Er zit een verschil in clonal complexen tussen patienten & dragers. Dit wijst op hyper viraliteit.
  • Waarom zijn CC53 & 35 alleen maar in dragerschap te vinden?
    Ze zijn niet gekapseld. Als de meningokok niet gekapseld is kan het niet invasief zijn omdat het geen bescherming heeft tegen complement.
  • De pieken in meningokokken prevelentie zijn veroorzak door expantie van de cloncal complexen. Er ontstaat afweer onder de populatie, waardoor de ene clonal complex verdwijnt en er weer een nieuwe kan komen.
  • WGS: Loci coregenoom. Deze hebben alle isolaten gemeen.
  • Begin 2000 worden kinderen gevaccineerd voor serogroep C meningokokken.
  • Waarom werkt alleen een conjugaat vaccin tegen meningokokken?
    - Polydsccharides zijn alleen goed immunogeen bij volwassenen. Ze zijn slecht immunogeen bij kinderen en induceren ook geen geheugen cellen.
    - Conjugaatvaccin: geeft een goede B cel respons in beide kinderen en volwassenen. 

    * Invasieve ziektes kunnen niet goed bouwen op het geheugen van het immuunsysteem. Ze verlopen heel acuut waardoor je eigenlijk constant een hoge titerbepaling nodig hebt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.