Summary Meer dan onderwijs theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool

-
ISBN-10 9023247671 ISBN-13 9789023247678
343 Flashcards & Notes
139 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Meer dan onderwijs theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool". The author(s) of the book is/are Eddy Alkema. The ISBN of the book is 9789023247678 or 9023247671. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Meer dan onderwijs theorie en praktijk van het onderwijs in de basisschool

  • 2 Leerlingen leren kennen

  • Wat is levensecht onderwijs
    Onderwijsleersituaties worden voorbereid waarin echte interactie plaats vindt tussen kinderen en de wereld. Op zon manier dat de kinderen van nu en de toekomst centraal wordt gesteld.
  • Sociaal-culturele achtergrond
    Ieder kind heeft zijn eigen leefwereld en brengt zijn eigen ervaring daaruit mee. Meebepalend voor hun gewoonten, gebruiken, waarden en normen.
  • Om de beginsituatie te bepalen heb je behalve een onderzoekende houding kennis nodig van:
      1. De situatie op school en in de groep
      2. De leefwereld, oftewel de etnische, sociale en culturele achtergronden van kinderen.
      3. De interesse en belevingswereld van kinderen.
      4. De ontwikkeling van het kind
  • 3 vormen van didactische werkvormen
    1. Een gesprek houden waarbij je klassikaal vragen stelt en de leerlingen ook uitnodigt tot het stellen van vragen. 
    2. Denken-delen-uitwisselen: leerlingen denken eerst zelf na en daarna vergelijken ze de uitkomst van hun denken met anderen. Die daarna gezamenlijk wordt besproken.
    3. Een opdracht geven waarbij de leerlingen in een groepje een probleem moeten oplossen. 
  • Wat is de potentiele beginsituatie
    De leraar verwacht een bepaalde beginsituatie waarop je kunt inspelen.
  • Wat is de actuele beginsituatie
    Dingen die gisteren nog interessant waren kunnen nu overrompeld zijn door een recente gebeurtenis.
  • Waar wijst de onderwijspsycholoog Vygotsky ons op?
    Je bent er nog niet als je de actuele beginsituatie hebt vast gesteld. De actuele beginsituatie geeft alleen aan wat het kind nu kan. Het is daarnaast interessant om te weten wat de mogelijkheden van het kind zijn, wat het aan het einde van deze les zou kunnen.
  • Wat is de toekomstige beginsituatie
    Waar het kind naar toe werkt.
  • Hoe noemt vygotsky het toewerken naar een volgend niveau?
    De zone van de naaste ontwikkeling
  • Begin situatie bepaling - Wanneer je de beginsituatie van een groep of kind hebt behaald met betrekking tot het onderwerp van je onderwijsactiviteit, kies je vervolgende vanuit je verantwoordelijkheid als leraar een Realistische doelstelling. Die enigszins aansluit bij de vastgestelde beginsituatie en anders duidelijk maken wat jij van belang vindt om de kinderen te leren.
  • Bij een activerende aanpak..
    Is de rol van de leraar niet alleen lesgeven maar ook begeleider van leerprocessen.
  • De verschillen tussen sociale milieus komen tot uitdrukking in?
    • De taal
    • De samenstelling van gezinnen
    • De betrokkenheid van ouders bij de school
  • Etnische verschillen
    Behoren tot een bepaalde bevolkingsgroep. Nederlanders, Surinamers, Turken bijv.
  • Multi-etnische samenleving
    Veel etnische verschillen. Kinderen van nu groeien op in een multi-etnische samenleving.
  • Mono-etnische
    Er zijn scholen met een bijna mono-etnische schoolbevolking. Zoals Amsterdam waarbij 95% van Turkse afkomst is.
  • Het is van belang dat een school een antidiscriminatiebeleid heeft en uitvoert, dat houdt in:
    In het schoolplan afspraken en gedragsregels zijn opgenomen in relatie tot racisme of discriminatie.
  • Sociale verschillen
    Het gaat erom dat je behoord tot een bepaalde maatschappelijke groepering.

    Kinderen nemen hun sociale achtergrond mee naar school en de leraar moet rekening houden met deze verschillen.
  • Culturele verschillen
    Denk aan allerlei verschillen: Eetcultuur, wooncultuur, literatuur, schilderkunst. 

    Het team van de basisschool functioneert ook vanuit een bepaalde cultuur, die onder andere in uitdrukking komt door normen, waarden en religieuze opvattingen.
  • Thuiscultuur en schoolcultuur. Wanneer er verschil is tussen deze twee culturen kan dat leiden tot problemen. 

    Het is belangrijk dat leraren kennis hebben van de thuiscultuur van de kinderen en dat er afstemming is tussen school en de ouders, zodat er meer betrokkenheid ontstaat. Wanneer de relatie tussen ouders en school goed is heeft dit gunstige gevolgen voor de ontwikkeling van de kinderen.
  • Kinderen als economisch waarde
    In niet-westerse samenlevingen hebben kinderen vaak naast een psychologische ook een economische waarde. Ze kunnen werken en geld inbrengen.
  • Wat is een verborgen leerplan
    Als een allochtone kind heb je gemiddeld genomen een grotere achterstand in het onderwijs dan autochtone kinderen. Bijv. Als de schooltaal niet aansluit bij hun eigen taal en cultuur. Het gaat hier om onbewust, veel onbekende leerprocessen.
  • Meningen over de relatie tussen de sociale omgeving ( sociaal milieu) en succes op school zijn erg verschillend. Enkele opvattingen zijn:
    1. De oorzaak ligt vooral in de aanleg. ( Kinderen erven hun intelligentie van hun ouders)
    2. De oorzaak ligt vooral in het onvermogen van de school. ( De school erkent en herkend de talenten niet, en bied de kinderen minder kansen)
    3. De oorzaak ligt vooral thuis. ( De talenten van kinderen uit lagere milieus zouden verborgen blijven, omdat het gezin en aansluitend de school de mogelijkheden die een kind heeft, niet optimaal helpen te ontwikkelen)
    4. Allerlei tussenstandpunten ( niet duidelijk, vinden van alles wat)
    5. Nature versus nurture ( aanleg en omgevingsfactoren elkaar wederzijds beinvloeden)
  • Vervreemding
    Kinderen hebben een andere woordenschat en hebben andere gewoonte, die door de leraar niet herkend en erkend worden.
  • Pedagogisch pessimisme
    Als leraren en opvoeders een grote invloed toekennen aan de aanleg.
  • Pedagogisch optimisme
    Als men de grootste rol toekent aan gezin, milieu en school.
    Ze gaan er van uit dat de verwachting die de leraar heeft van de leerling van invloed is op de manier waarop de leraar het kind benaderd en stimuleert in zijn ontwikkeling.
  • Onderzoek toont aan dat sommige scholen zeer succesvol zijn in het bestrijden van achterstand bij kinderen. Deze scholen hebben een goed achterstandsbeleid.  Men spreekt dan van Effectieve scholen
  • Stereotypering
    De kinderen een "etiket" opplakken.
  • Animisme
    Aan levenlose dingen wordt een ziel toegekend.
  • Constructiespelen
    Blokken, lego, Playmobile.
  • Egocentrisme
    Het jonge kind bekijkt de wereld vanuit zijn eigen standpunt
  • Altruïsme
    Je kunt daaruit afleiden dat je egocentrisme niet als een etiket moet hanteren, maar moet beschouwen als een manier van kijken, denken en handelen die aan ontwikkeling onderhevig is.
  • Peer-group
    Leeftijdsgenoten
  • Sekserolgedrag
    De maatschappij verwacht iets anders van meisjes dan van jongens en daardoor gaan meisjes zich anders gedragen dan jongens.
  • Seksestereotype
    Bijv. Typisch jongens gedrag vertonen
  • Geslachtconstantie
    Dat kinderen weten dat jongens mannen worden en meisjes vrouwen.
  • Wat is ontwikkelingspsychologie
    De wetenschap die de normale ontwikkeling bestudeert en mogelijk achterstanden en stoornissen van kinderen en jongeren probeert te beschrijven, begrijpen en verklaren.
  • Rijping is een lichamelijk , biologisch proces.  Denk bijvoorbeeld aan het leren lopen als resultaat van de rijping van het zenuwstelsel en de spieren. 
    Leren is een proces met min of meer duurzame resultaten, waardoor nieuwe gedragspotenties ontstaan of reeds aanwezige zich wijzigen.
  • De klassieke ontwikkelingspsychologie
    Wordt ontwikkeling opgevat als een regelmatige opeenvolging van stadia, waarin elk stadium een vooruitgang betekent ten opzichte van de vorige.
  • De klassieke ontwikkelingspsychologie gaat uit van aan de biologie ontleende opvattingen over groei en ontwikkeling. De menselijke ontwikkeling werd altijd in relatie gebracht met warneembare veranderingen binnen een bepaalde tijd. In deze manier van denken zijn een drietal factoren van belang om de menselijke ontwikkeling te kunnen begrijpen:
    - De chronologische leeftijd
    - De biologische leeftijd of ontwikkeling
    - De sociale context
    Jean Piaget. In zijn theorie over de cognitieve ontwikkeling van het kind gaat het bijvoorbeeld om de vraag : langs welke weg komt het kind tot volwassen denken? Piaget richt zich in het bijzonder op de kindertijd.
  • Chronologische leeftijd
    Hierbij gaat men ervan uit dat je op een bepaalde leeftijd bepaalde gedragingen mag verwachten. Gemiddelde vormen de norm voor wat normaal is.
  • Biologische ontwikkeling
    Men gaat er vanuit dat de menselijke ontwikkeling in meerdere of mindere mate wordt bepaald door fysieke factoren.
  • Sociale context
    De ontwikkeling wordt bepaald door de invoelden van de omgeving.
  • Levenslooppsychologie
    Er wordt hier gekeken naar wat iemand in zijn leven meemaakt en wat voor invloed dat heeft. Er wordt dus niet alleen gekeken naar de rijping van een kind, maar naar de gevolgen die de invloed van de omgeving heeft op het proces van ontwikkeling.
  • Ecologische benadering van Bronfenbrenner
    De interactie met de omgeving van het kind wordt centraal gesteld.
  • Chronologische beschrijving
    De verschillende levensfasen worden besproken aan de hand van een leeftijdsindeling.
  • Thematische beschrijving
    De ontwikkeling worst per domein beschreven. Denk bijvoorbeeld aan het domein van de cognitieve ontwikkeling.
  • Cognitieve ontwikkeling
    Het is een complex domein waarbij het niet alleen om denken gaat maar ook begrippen als intelligentie, creativiteit, waarnemen en fantasie aan de orde komen.
  • IQ
    Intelligentiequotiënt, Een intelligentie test
  • Waarneming van jonge kinderen
    • Totaal
    • Globaal
    • Egocentrisch
    • gevoelsmatig
    • magisch
  • Fantastische synthese
    Globale totaalindrukken worden vaak aangevuld met fantasie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Van Gelder, didactische analyse
Zie afbeelding
Differentiatie
Het inrichten van de leeromgeving zo dat je rekening houdt met verschillen tussen de kinderen.
Adoptief onderwijs
Onderwijs dat optimaal rekening houdt met de verschillen tussen kinderen, dat uitgaat van hun verschillende interesses en behoeften en aansluit bij hun mogelijkheden. Ook wel passend onderwijs
Hoe komt een mens aan kennis?
  1. Behaviorisme 
  2. Russische leerpsychologie
  3. Humanistische psychologie
  4. Sociaal constructivisme 
Rigiditeit
Wanner een leerling alle taken op de zelfde manier aanpakt.
Leerstijltheorie van Kolb
Baseert zijn theorie op ervaringsleren. 
 Leerstijlen van Kolb | Wat kun je ermee als trainer?
Leerstijl theorie van Vermunt
Een samenhangend geheel van lees strategieën, leermodellen en leeroriëntatie, dat kenmerkend is voor een lerende in een bepaalde periode. 

Onderscheid 4 leerstijlen bij studenten:
  1. Betekenisvolle leerstijl
  2. Toepassingsgerichte leerstijl
  3. Reproductiegerichte leerstijl
  4. Ongerichte leerstijl    

Om achter iemands leerstijl te komen hanteert Vermunt 4 dimensies:
  1. Cognitieve verwerking
  2. Regulatievoorkeur
  3. Leermodel of leerconcept
  4. Leeroriëntatie
Algoritme
Oplossingsmethode die de oplossing garandeert. Erg specifiek
Heuristieken
Cognitieve strategieën om problemen optelossen. Wijzen op een zoekmanier waardoor de kans op oplossing wordt vergroot.
De 9 Leervormen
  • Vorming van automatismen
  • Incidenteel leren
  • Memoriseren
  • Verwerven van zinvolle feitenkennis
  • Leren van woordbetekenissen
  • Leren van begripsgedrag
  • Inzicht bevorderend leren
  • Meta-cognitieve kennis en vaardigheden
  • Het verwerven van persoonlijke instellingen, gedrag controle en motivatie; Dynamisch leren