Summary memo

-
261 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - memo

  • 1 werken en leven aantekeningen (1e hoofdstuk).

  • Sinds wanneer is Nederland een industrieele samenleving geworden?
    tussen het jaar 1860 en 1900.
  • Wat waren de eerste kleine fabrieken?
    voedingsmiddelen-, textiel- en metaalfabrieken.
  • Wanneer ontstonden de eerste grootschalige bedrijven, zoals Philips ?
    rond 1850. Ook werden er in dat jaar de eerste spoorwegen en kanalen aangelegd.
  • Ondernemers stichtten ook in de koloniën allerlei nieuwe bedrijven. Naast producten als thee, koffie, suiker en tabak kwamen daar ook belangrijke grondstoffen vandaan als aardolie, tin en rubber. 
  • De bevolking van Nederland was door de industrialisatie snel gegroeid. Rond 1920 woonden bijna een kwart van de Nederlandse bevolking in de stad.
  • Rond 1900 was de omstandigheden van de arbeider het belangrijkste probleem van de Nederlandse samenleving.
  • Op verzoek van koning Willem 2 had Thorbecke in 1848 een nieuwe grondwet gemaakt.
  • Rond 1878 richtte de prothestantse leider Abraham Kuypers de anti-revolutionaire partij (arp) op
  • In 1909 werd een christelijke vakbond opgericht: deze kwam op voor de rechten van arbeiders, zonder het gevaar dat ze socialistisch zouden worden.
  • wie richten de Vrije Vrouwen Vereniging op? (VVV) 1917
    Wilhelmina Drucker
  • 1.1 begrippen.

  • Confessionelen.
    Mensen die vinden dat het geloof (confessie) belangrijk is bij het besturen van een land. 
  • Eerste feministische golf.
    Beweging in de negentiende eeuw die opkwam voor de rechten en belangen van vrouwen. De eerste golf eindigde rond 1920 toen vrouwen kiesrecht kregen.
  • Liberalen.
    Politieke stroming die opkomt voor de vrijheid van burgers en vindt dat de regering zo weinig moglijk regels moet maken.
  • Sociaal-Democratische Arbeiders Partij.
    Socialistische partij, opgericht in 1849, die opkomst voor gelijkheid in de samenleving en betere leef- en werkomstandigheden voor arme groepen. Een belangrijk actiepunt van de SDAP was het algemeen kiesrecht.
  • Socialisten.
     Politieke stroming die opkomt voor de gelijkheid in de samenleving en streeft naar betere leef- en werk omstandigheden  voor de arme groepen. De regering moet hiervoor zorgen door wetgeving. 
  • verzuiling.
    De bevolking raakte verdeeld in groepen naar geloof en politieke overtuiging. Iedere zuil had in Nederland zijn eigen krant, radio-omroep en vakbond. In het begin waren er drie zuilen: Een protestantse, een katholieke en een socialistische zuil.
  • Vrouwenkiesrecht.
    Het recht van vrouwen om te stemmen en gekozen te worden.
  • 1.1.1 jaartallen

  • 1900.
    - Nederland heeft ongeveer 5 miljoen inwoners.
    - Leerplichtwet voor kinderen tussen zes en twaalf jaar.
  • 1903. 
    spoorwegstaking.
  • 1917.
    Algemeen kiesrecht voor mannen en passief kiesrecht voor vrouwen.
  • 1919.
    algemeen kiesrecht voor vrouwen.
  • 1922.
    eerst verkiezingen waarbij vrouwen mochten stemmen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Vluchtelingen
Mensen die om politieke en of economische redenen hun moederland verlaten. mensen die om politieke redenen hun land moeten ontvluchten, kunnen asiel aanvragen.
Terrorisme.
Het plegen van of dreigen met aanslagen tegen mensen met als doel om de samenleving te veranderen of politiek te beïnvloeden.
Raad van ministers.
Een raad van de Europese Unie die bestaat uit de ministers van de verschillende landen.
Poldermodel.
Overlegeconomie tussen werkgevers, werknemers en overheid.
Multiculturele samenleving. 
Samenleving die bestaat uit groepen mensen met verschillende culturen.
Globalisering.
De wereldeconomie raakt steeds meer verbonden. Goederenstromen, info, geld en mensen trekken zich steeds minder aan van grenzen.
Europese Unie
Samenwerking tussen Europese landen sinds 1992. Burgers van de aangesloten landen kunnen binnen de EU vrij reizen, wonen, studeren en werken.
Europees Parlement.
De volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Geeft advies over een aantal voorstellen en beslist in een aantal gevallen ook mee.
Europees Parlement.
De volksvertegenwoordiging van de Europese Unie. Geeft advies over een aantal voorstellen en beslist in een aantal gevallen ook mee.
Europese Commissie
Het bestuur van de Europese Unie. Ze doet voorstellen en controleert of leden van de EU zich houden aan de gemaakte afspraken.