Summary memo

-
ISBN-13 9789034584212
163 Flashcards & Notes
10 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • memo
  • Hans Bulthuis, Eleonoor Geenen, Mark Hagenaars, Jessie Jongejans, Frank Kerstjens, Barbara Peters
  • 9789034584212
  • 4th

Summary - memo

  • 2.1 Het leven in een Griekse stadstaat

  • wanneer ontsond er in Athene en andere plaatsen in Griekenland een bijzondere samenleving?
    rond 750 V.chr
  • Waar is griekenland beroemd om geworden?
    door hun (bouw)kunst hun denken en hun manier van besturen
  • wat beelden de Grieken in hun kunst af?
    verhalen uit de Griekse godenwereld
  • Waar bestond de godenwereld uit?
    uit een grote familie, met aan het hoofd Zeus
  • Hoe wordt de tijd van de Grieken en romeinen ook genoemd?
    de oudheid
  • 2.2 Het leven in een Griekse stadstaat

  • Wat is een polis (poleis) ?
    Dat is een stadstaat en dat bestond uit een stad met omringden landen.
  • Wat is ongelijkheid?
    Mensen hebben verschillende rechten.
  • Wat is slavernij (slaaf)?
    Slavernij was in het oude Griekenland heel normaal. En een slaaf was iemand eigendom en had geen rechten.
  • Wat is burgerrecht?
    Alleen burgers mochten meebeslissen in de politiek van de polis.
  • wat betekent Akropolis?
    hoge stad
  • Naast de Akroplis lag de agora, wat betekent agora?
    verzamelplaats
  • de pnyx: hier vergaderen de Atheense burgers.
    agora: komen Atheners bijeen om te handelen en te roddelen.
    rechtbank: kwamen de mannen bijeen om over politiek te praten.
  • wanneer ontstonden er in Griekenland verschillende stadstaten?
    750 v.Chr
  • Waar bestond een stadstaat uit?
    uit een stad met omringd land, ook wel polis (poleis)
  • Waardoor werden de stadstaten in Griekenland van elkaar gescheiden?
    door bergketens en water.
  • Hoeveel poleis waren er ongeveer in Griekenland?
    700
  • Hoeveel inwoners had een gemiddeld Polis in Griekenland?
    1.000 inwoners
  • Hoe werd er in iedere polis bestuurd in het oude griekenland?
    Griekenland bepaalde zelf hoe het bestuur was en welke regels er waren.
  • Waaraan kon je merken dat de bevolking erg verbonden was met hun polis?
    ze spraken dezelfde taal, vereerde de zelfde goden en hadden de zelfde bouwstijl.
  • Op welke plaats in griekenland was de grond geschikt voor het verbouwen van gewassen?
    Alleen in bergdalen en in sommige plaatsen langs de kust.
  • Wat verbouwden de Grieken vooral?
    graan, druiven en olijven
  • Waarom werd er handel gedreven?
    om er voor te zorgen dat er voor iedereen genoeg eten was.
  • Hoe voerden de Grieken handel?
    ze verkochten aardewerk, wijn en olijfolie.   zodat ze graan in konden kopen.
  • Wat waren de taken voor de man?
    werken op het land en handel drijven.  hij zorgden voor het inkomen van het gezin, bepaalde met wie zijn dochters trouwden en kon zijn zonen onterven
  • Wie kregen er onderwijs?
    jongens
  • Noem het verschil tussen arme en rijke gezinnen.
    Jongens uit arme gezinnen kregen minder lang onderwijs.
    in rijke familie's stonden vrouwen aan het hoofd van de huishouding ( ze hielden toezicht op de huisslaven en beheerden het geld.)
    dochters werden door hun moeder opgegroeid tot toekomstige echtgenotes.
    meisjes mochten vanaf hun 14e trouwen
  • wanneer hadden de Spartanen hun buurtland Messenië veroverd?
    in de 8e eeuw v.Chr
  • wat zijn heloten?
    slaven (messeniërs)
  • Wat was het probleem tussen de Spartanen en de heloten
    er waren meer Messeniërs dan Spartanen.
  • Waar was alles op gericht om de baas te blijven in Sparta?
    Het voerenm van oorlog
  • op welke leeftijd werden spartaanse jongens opgeroepen voor millitaire trainingen?
    7 jaar oud
  • Wanneer waren Spartaanse jongens klaar met hun millitaire trainingen?
    op hun 30ste
  • Wat leerden de spartaanse jongens in de militaire trainingen?
    ze werden getraind om pijn, honger, dorst, kou, en slaapgebrek te verdragen
  • Wat kregen de spartaanse jongens toen ze hun dienstplicht goed hadden afgerond?
    een stuk land+slaven
  • Wanneer werd je slaaf?
    1. als je ouders slaaf waren
    2. als je krijgsgevangen was gemaakt tijdens de oorlog
  • wat waren de taken van de slaven?
    *ze werkten in mijnen
    *als roeier op schepen
    *in het huishouden
    *of als leraar
  • heel soms werden slaven vrijgelaten of konden zich vrijkopen
  • Wie hadden het burgerrecht in Griekenland?
    alleen rijke vrije mannen, die land en een wapenuitrusting hadden
  • Waarom droegen de grieken een wapenuitrusting?
    Om het lichaam van een ruiter te beschermen en om indruk te maken op de tegenstanders.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Memo
  • Hans Bulthuis
  • 9020857606
  • 2

Summary - Memo

  • 1 3.1

  • Indianen en kolonisten.


    oorspronkelijk woonden er in Amerika alleen indianen. de meeste indianen waren jagers en verzamelaars van wilde planten. ze woonden in tenten die makkelijk te verplaatsen waren. Indianen in de westkust en in het oosten hadden een vaste verblijf plaats. in de westkust leefden de indianen van visvangst in de Stille Oceaan. in het oosten verbouwden ze maïs, bonen en peper.
    de indianen leefden in verschillende stammen of groepen.
    Columbus kwam in 1492 aan in Amerika hij dacht dat hij in Indië was daarom noemde hij de 'Amerikanen' 'Indianen'. Na de ontdekking van Amerika veroverde de Spanjaarden vooral de gebieden in midden en zuid Amerika, ze waren opzoek naar rijkdommen, maar wilde ook hun macht in de nieuwe gebieden uitbreiden.
    rond 1600 kwamen de Engelsen, Fransen en Hollanders om de zelfde redenen naar Amerika.
    de Engelsen vestigden zich als eerste in kleine nederzettingen aan de oostkust of aan riviermondingen, ze leefden vooral van wat het land hun opbracht. deze mensen waren kolonisten, die in Amerika wilden blijven wonen. eerst waren het vooral mensen die werden vervolgd of mensen die gewoon opzoek waren naar rijkdommen. maar toen er in Engeland een voedseltekort kwam door de groeiende bevolking vertrokken ook veel arme mensen naar Amerika. die kregen van de Engelse koning een eigen stukje grond. de eerste kolonisten overleefden vooral dankzij de indianen. kolonisten ruilden wapens voor eten en bond. de kolonisten gebruikten die wapens in stammen oorlogen. de kolonisten veroverden steeds meer grond. toen de indianen dat zagen gebeuren vochten ze terug maar veel kans hadden ze niet anderen indianen bekeerde zich tot het Christendom. rond 1700 was bijna de hele oostelijke kuststrook in handen van de (Engelse) kolonisten.
  • wat waren kolonisten?
    mensen die zicht blijvend in een kolonie van hun vaderland vestigen.
  • 2 3.2

  • 13 kolonies bevechten hun vrijheid.


    in 1760 waren er 13 kolonies in noord-Amerika. toen hadden de kolonisten vrij weinig te maken met de regering in Engeland. ze kozen hun eigen bestuurders en spraken zelf recht. maar toch moesten ze engelse wetten gehoorzamen. in de engelse grondwet stond dat geen belastingen mocht worden opgelegd aan Engelse onderdanen zonder goedkeuring van de volksvertegenwoordiging. daarover ontstond een conflict tussen Engeland en de kolonisten. rond 1765 was de Engelse schatkist leeg. de engelse volksvertegenwoordiging besloot belasting te heffen in de engelse kolonies bijv. op papier, thee en glas. de kolonisten vonden dat dat niet zomaar kon. ze beriepen zich op de grondwet. ze gingen geen belasting betalen als hun volksvertegenwoordigers dat goed keurde. de situatie liep met de boston thea party uit de hand. de engelse regering was woedend; ze sloten de haven van Boston. ze besloten ook om de kolonie rechtstreeks vanuit Londen te besturen, de kolonisten verloren dus hun zelfbestuur en rechtspraak.
    daardoor kwamen de 13 kolonies bij elkaar voor een vergadering, ze waren het eens 'no textation without representation' (geen belasting zonder inspraak). ze wilden geen belasting betalen zonder dat hun volksvertegenwoordiging dat goed keurde. dus ze wilden het recht houden om zichzelf te besturen.
    engeland stuurden 32 000 soldaten om de kolonies te dwingen. de amerikaansevrijheidsoorlog was begonnen (1775-1783). de volksvertegenwoordigers kwamen weer bij elkaar en kozen George Washington als hun opperbevelhebber. hun leger bestond uit vrijwilligers uit steden dit leger telde maximaal 18 500 man. de engelse veroverde enkele steden maar het platteland lukten ze niet. de kolonisten zochten en kregen steun van Frankrijk en Spanje. die landen stuurden geld en soldaten in ruil voor land. hierdoor wonnen de kolonisten. in 1783 erkende engeland de onafhankelijkheid van de 13 kolonies. nog tijdens de oorlog op 4 juli 1776 ondertekenden de de vertegenwoordigers van de kolonies de onafhankelijkheidsverklaring: ze verklaarden zich onafhankelijk en gingen zichzelf besturen een nieuw land was ontstaan: de verenigde staten van Amerika.
  • waarom kwamen de kolonisten in opstand?
    omdat er belasting werd opgegeven terwijl ze geen inspraak hadden dat gaat tegen de grondwet in.
  • 2.1 Frankrijk in de 18e eeuw

  • Vanuit waar bestuurde koning Lodewijk XIV Frankrijk?

    Vanuit zijn paleis in Versailles.

  • Wie bestuurde rond 1700 Frankrijk?
    Lodewijk XIV
  • Van wanneer tot wanneer leefde Lodewijk XIV?

    Van 1643 tot 1715

  • Wat is een absoluut vorst?
    een vorst die alle macht heeft en dus alle beslissingen zelf kan nemen
  • Waarom was Lodewijk XIV een absoluut vorst?

    Omdat hij wel dagelijks met ministers en ambtenaren de staatszaken besprak, maar over  alles alleen besliste.

  • Wat is de standensamenleving?
    een samenleving die is verdeeld in groepen
    • de Franse bevolking had weinig invloed op het bestuur
    • al sinds 1614 was de Staten-Generaal (vergadering van standen) niet meer bijeen geweest om de koning advies te geven

     

     

  • Wat zijn de 3 standen?
    1e stand: geestelijken
    2e stand: edelen
    3e stand: burgers en boeren
  •  

    Waren zijn opvolgers ook absolute vorsten?

     

    jawel, ook Lodewijk XV en Lodewijk XVI bestuurden Frankrijk als absolute vorsten

  • Wat is een privileges?
    voorrechten, je hoefde bijvoorbeeld geen belasting te betalen en kregen belangrijke banen.
  • wat voor een samenleving was Frankrijk sinds de Middeleeuwen?

    Een standensamenleving

  • Wat zijn de bourgeoisie?
    gegoede burgerij, mensen met veel bezit zoals bankiers, kooplieden en industriëlen
  • eerste stand: de geestelijkheid:

    • had 10% van het land in bezit, terwijl zij maar 2% van de bevolking waren
    • hoge geestelijken waren van adellijke afkomst, lage geestelijken kwamen vaak uit de boerenstand of burgerij

    tweede stand: de adel:

    • was 3% van de bevolking en bezat 20% van het land
    • hun plicht was om de koning te helpen bij het bestuur

    derde stand: de rest van de Franse bevolking:

    • daarbij hoorden de bourgeoisie, oftewel de rijke burgerij (waaronder kooplieden, rechters en bankiers)
    • ook heel veel arme loonarbeiders, boeren, kleine handelaren en winkeliers

     

  • Wat is de Staten-Generaal?
    een vergadering van standen
  • welke privileges (belangrijke voorrechten) hadden de eerste en de tweede stand?

    zij hoefden geen belastingen te betalen en kregen belangrijke banen in de kerk, het bestuur en het leger

  • Hoeveel procent land hadden de 3 standen in bezit?
    1e stand had 10 % in bezit
    2e stand had 20% in bezit
    3e stand had 70% in bezit
  • een gewone boer of burger kon geen edelman worden, dat was je van je geboorte.

  • Wat had de adel als plicht?
    ze moesten de koning helpen bij het besturen van het land.
  • Welke privileges had de derde stand?

    Zij hadden geen voorrechten en moesten belastingen betalen aan de Koning en de Kerk. 

  • Wat moest de gewone bevolking wel allemaal doen ten opzichte van de eerste twee standen?
    Zij moesten belasting betalen aan de koning en zij hadden geen voorrechten.
    • Sinds de ME was de groep rijke burgers flink gegroeid. De bourgeoisie vond dat zij als belastingbetalers ook wel iets over het bestuur te vertellen mochten hebben. 
    • De bestuurders bepaalden immers waaraan het belastinggeld werd uitgegeven. 
    • Boeren waren na de ME wel vrij geworden, maar ze hadden nog steeds allerlei verplichtingen aan de heer. 
    • Ze werkten ook nog steeds een deel van hun tijd gratis op het land van de heer. 
  • Wat voor problemen had de derde stand?
    -ontevredenheid
    - belastingverhoging
  • Welke problemen waren er in deze periode? 

    1. de derde stand was ontevreden
    2. de Franse Koning had grote geldnood (door het dure hofleven en de kostbare oorlogen)
    3. de regering liep veel geld mis door de privileges van de adel en de Kerk
    4. strenge winters en tegenvallende oogsten leidden tot hoge graanprijzen en hongersnood onder de armen.
  • Wat was het gevolg van de problemen van de 3e stand
    de drie standen kwamen bij elkaar om te overleggen over belastingverhoging. dit werd de staten-generaal genoemd en dat was het begin van een grote verandering.
  • Wat deed Lodewijk XVI om de problemen op te lossen?

    1. Hij riep de vertegenwoordigers van de 3 standen bij elkaar. 
    2. Hij wilde hun toestemming voor een belastingverhoging. 
    3. De bijeenkomst van de Staten-Generaal werd het begin van grote veranderingen. 
  • Wat is een revolutie?
    een ingrijpende verandering in de samenleving, waardoor het leven van veel mensen heel anders wordt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.