Summary Microbiologie

-
231 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Microbiologie

  • 2.2 Transportmateriaal

  • Transportbodems:

     Transportbodem stuart: = een halfvaste bodem zonder voedende bestanddelen. Bevatten thioglycolaat als reducerende stof + bufferzouten

     
    ESwab= droge wisser met nylonvezels ipv katoen.
    ESwab heeft veel voordelen:
     - betere overleving
    - hoge opbrengst van bacteriën
    - Eswab kan ook gebruikt worden als medium voor uitvoeren van kleuringen en PCR onderzoek
     
    Spuit: ideaal transportmedium voor etter en vloeistoffen. Gesloten zeker bij anaerobe. Lucht uit de spuit voordat hij op transport gaat
  • 2.4 soorten biologische specimens

  • Bloed
    Bloed
    ·Bloed is normaal steriel
    ·Vaak bacterie in bloed via afname bloedmonster. Commensalen van de huid in de bloedsomloop. Coagulase negatieve staphylokokken, etc. )
    ·Kunnen bloedmonster ook bij besmetten. >  tegen gaan doorgoede ontsmetting van de huid
     
    Asepsis = huid ontsmetten met snelwerkend bactericied antisepticum. 1% jood in 70% alcohol. Minimum t= 60 sec
     
  • Bacteriemie en bloedafname hemocultuur:
    Bacteriemie en bloedafname hemocultuur:
    ·      Volwassen:  2 sets hemoculturen ( 2 aerobe en 2 anaeroob) 30-40 ml bloed per hemocultuur
    ·      Kinderen (minder bloed nodig, want meer bac per ml en bijna nooit anaeroben oorzaak van infectie dus geen anaerobe flessen.) 2 tot 5 ml in aerobe hemocultuurfles worden geïnoculeerd.
    ·      Tijdstip afname bloed: voor toedienen AB. Beste tijdstip is bij begin van koortsopstoot. Meerdere bloedmonsters nemen. 
  • Cerebrospinaal vocht
    ·Vloeistof is meestal glas helder, geen cellen
    ·Bij bacteriële infectie zoals meningitis zal het CSV micro-organismen als witte bloedcellen bevatten.  >> TROEBEL
  • Weefsel materiaal en etters:
    Weefsel materiaal en etters:
    ·Stukjes weefsel in cultuur brengen bij verdenking bacteriële infectie. Bv osteomyelitis (ontsteking botweefsel- door trauma of hematogene osteomyelitis bac in bloedcirculatie. Bac = Staphylococcus aureus)
    ·Staphylococcus aureus veroorzaakt meeste infecties bij mens
    ·Biopsie voor diagnose, stukje weefsel wegnemen
    ·Biopt in steriel afgesloten potje met kompres met steriel fysiologisch water om uitdroging tegen te gaan. Anders sterven micro-organismen
    ·Of arts ent staal in rijke vloeibare voedingsbodem, voedingsbodem die gebruikt wordt is TSB = Tryptic Spy Broth of BHIB = Brain Heart Infusion Broth. 
  • Etter
    Etter:
    ·Etter = het resultaat van een ( bacteriële, Fungi, of parasieten) infectie op de slijmvliezen, huid,  bindweefsel of organen
    ·Ontstekingsreactie versterkt door complementactivatie ontstaat in betrokken gebied vasodilatie. Plasma maar vooral fagocyten (polymorfnucleairen) doordringen weefsels.
    · Polymorfnucleaire= witte bloedcellen die trachten bacteriën die in ons lichaam aanwezig zijn waar ze niet horen opruimen. Ronde cel met gelobde kern, Veel kernige witte bloedcel, nemen bacteriën op in cytoplasma, fagocytose.
    ·Polymorfnucleairen beschikken over reeks chemische stoffen (enzymen) waarmee ze organisch materiaal degenereren. Polymorfnuceairen leven kort, 5-7 uur. Bij lysis komen enzymen vrij in weefsel.
    ·Chemotaxis = migreren van polynucleaire cellen naar plaats infectie vanuit bloedcirculatie. Bacteriën trekken polynucleaire aan. > vorming van etter/pus
    Pus bestaat uit; Plasma, levende en doden fagocyten + polymorfnucleaire cellen, weefselcellen die vernietigd zijn (necrose van weefsel) en bacteriën. 
  • Naam etter naar plaats voorkomen
      ·Pus /etter heeft verschillende namen naar gelang plaats van infectie.
    ·Etter is op slijmvlies en op de huid
    1.Furunkel – steenpuist = etter collectie thv huid.
    vb bij mannen in baardstreek veroorzaakt door staphylococcus aureus.
    ·Sommige mensen drager van S. Aureus in de neus
    2.Abces: afgesloten etter ophoping, in de diepte van de weefsels. Bacteriële infectie waarrond zich een fibrine kapsel bevindt. Drainage langs fistel. Fistel is verbinding tussen abces en slijmvliezen.
    3.Empyeem =  Etter in natuurlijke lichaamsholte, pleuraholte, pericard, gewricht.
    4.Fistel = traject waarlangs een abces zich chronisch ledigt§
  • ontsmetten
    Ontsmetten voor afname ettercollectie.
    1.Huid: alcoholische jodium
    2.Slijmvliezen: waterige jodofoor§
  • etter in het lab
    Hoe etter in lab:
    ·Via wissers
    ·Liefst biopt genomen met naald, voordeel dat het met de microscoop kan worden bekeken. 
  • Keel en neus specimen:
    Keel en neus specimen:
    ·Angine – pharyngitis = is acute keelontsteking, om te ontdekken welk bacterie of virus ontsteking veroorzaakt dan met wisser over keelslijmvlies. Kan gebeuren met droge wisser want bacteriën resistent tegen uitdroging. Meestal bac: Streptococcus Pyogenes
    ·Neusslijmvlies bemonsteren: Staphylococcus Aureus , bij recidiverende infecties dan gekeken of patiënt drager is van S. Aureus. Wisser over neusslijmvlies.
    ·Of bij gehospiliseerde patiënten of MRSA bacterie op te sporen. MRSA= ziekenhuisbacterie. Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus. Om omgeving van patiënt te beschermen. Patiënt in isolatie
    ·Sinusitis = acute ontsteking van een sinus, is neusbijholte. 
  • Specimen uit de onderste luchtwegen:
    Specimen uit de onderste luchtwegen:
    ·Verschil onderste en bovenste luchtwegen: Bovenste luchtwegen zijn slijmvliezen die zich bevinden boven de glottis spleet (stemspleet). Hier is een commensalen flora, normaal aanwezige bacteriën van slijmvliezen. Onder de glottis  zijn normaal GEEN micro-organismen aanwezig.
    ·Bronchus slijmvlies uit twee soorten cellen. Trilhaarcellen en slijmsecreterende cellen, stofdeeltjes en micro-organismen die met de lucht ingeademd worden gevangen en ingekapseld. Trilharen borstelen dit weg naar keel, dan wordt het doorgeslikt.
    ·Sputum is slijm uit onderste luchtwegen bij infectie. Bestaat uit: slijm, fibrine, ettercellen en micro-organismen. Kwalitatief goed sputum bevat talrijke polynucleairen.  Bij bacteriële infectie = geel/geelgroen
  • Pathologien luchtwegen
    1.COPD – Chronisch obstructief long lijden, is slijmvlies chronisch beschadigd. Bij COPD wel bacteriën op slijmvlies. COPD vooral bij mensen die beroep gesteld blootgesteld worden aan toxische gassen en ROKEN - irreversibel
    ·Purulente opstoten van COPD - Hoest fluimen of Sputum op – vooral in herfst en winter
    ·Escercerbaties: opstoot van COPD
    2.Pneumonie: etter in longblaasjes. Mortaliteit 20%. 
  • Welke stalen voor diagnose lage luchtweginfectie?
    ·Welke stalen voor diagnose lage luchtweginfectie = sputum staal. Nadeel sputum stalen altijd bij besmet met mond flora. Voordeel: gemakkelijkst verkrijgbaar. Moet zeker zijn dat het sputum is en geen speeksel, sputum is geel
    1.Kwaliteit sputum: macroscopische: moet geel zijn. Microscopische: 25 mondepitheelcellen bij vergroting 100x dan geen goed staal.
    2.Endotracheaal aspiraat: staal bij patiënten die beademd worden. Trachea canule, lage luchtweginfectie dan kleine katheter doorheen trachea en etter uit bronchus opzuigen
    3.Broncho-alveolair lavagevocht: fysiologisch water in contact met ontstoken longweefsel brengen. Waardevol en kostbaar staal. Voordelen moeten opwegen tegen nadelen
    4.Pleura empe , etter
    5.Hemocriet waarde afnemen, bacterie terugvinden in bloedcirculatie.
    6.Suprapubische functie; wanneer men niet in slaagt diagnose te stellen met midstream staal. Geen regel van kass op toepassen. Elke groei vanuit de blaas igv suprapubische puntie is urine infectie. 
  • urethra staal
    Urethra stalen – blaas:
    ·Urine gevormd in nierglomerulus, kelkvormige structuren, filtratie doorheen glomulaire membraam. Urine via Ureters naar blaas. Urine via Urethra uit blaas.
    ·99% v.d. urine weg infecties zijn opstijgend. Bacteriën via de Urethra in de blaas, bac meestal via rectum. Meestal Escherichia Coli 80%. Commensaal kan ook pathogeen worden.
    ·Vooral bij jonge seksueel actief zijn en oudere mannen met prostaat problemen
    ·Cystitis = synoniem van blaasontsteking.  Niet perse AB nodig, veel drinken
    ·Pyelonefritis = ernstige infectie thv de nieren. Wel AB nodig
  • Urine staal
    Staal Urine
    ·Geloosde urine altijd bijbesmet met commensalen vanuit uretra en uitwendige geslachtsorganen.
    ·Urine= goede voedingsbodem, vals negatieve resultaat vermijden. Wassen van te voren. Eerste urine niet opvangen, spoelt urethtra schoon.
    · midsream urine = middenportie: commensalen bacteriën in de Urethra, eerste fractie van urinelozing spoelt commensalen bacteriën weg. Midden fractie is nodig voor diagnose.
    ·Specimen zo snel mogelijk naar lab. In koelkast houdbaar tot 24 uur na afname
    ·Moet binnen 2 uur geënt worden op voedingsbodem, want urine is goede voedingsbodem als je te lang wacht geen representatief staal. Kwantitatieve cultuur uitvoeren. Als staal te lang staat dan geen regel van KASS meer toepasbaar omdat er teveel zijn
    ·Regel van Kass: bij een patiënt die geen AB krijgt, minder dan 10.000 bacteriën per ml urine dan geen infectie (bij besmetting) > steriel. Wanneer minstens 100.000 bacteriën per ml.
    Suprapubische punctie – regel van kass n.v.t. Mogen geen bacteriën inzitten
  • oorzaken enteritis
    • bacterien die enteritis veroorzaken



    -       Campylobacter
    -       Salmonella
    -       Yersinia
    -       Shyella

    • Om enteritis vast te stellen selectieve cultuur bodem, dergelijke bodems bevatten toxische stoffen voor andere bacteriën.

    • ·      Virussen: enterovirussen

    -       Gevolg slechte hygiëne patiënt of genezer
    ·      Parasieten kunnen ook enteritis veroorzaken. Bekendste parasiet:     Giardia interinalis
    ·      Stoelgang onderzoek meestal microscopisch, moet 3 maal stoelgang onderzoek gedaan worden voordat patiënt genezen verklaard kan worden
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

EHEC
.EHEC- EnteroHemorragische 
  • bacterie ernstige nevenwerkingen kan hebben zoals bloedingen. Vb HUS hemolytisch syndroom. Bloedingsneiging.
  •  Bloederige diarree. 
  • Bacterie produceert shigatoxine maakt bloed/darmcellen? kapot. Pas op als je in lab bloederige stoelgang moet onderzoeken. 
ETEC
ETEC – EnteroToxigene.
  • Produceert entrotoxine dat waterhuishouding van entrocyt beschadigd door adenyl-cyclase enzym in entrocyt verstoord wordt. 
  • C-amp > opstapeling van water vanuit lichaam in darmlumen. > waterige diarree. 
  • Klassieke oorzaak van reizigersdiarree. In België komt deze bacterie bijna niet voor door betere hygiëne.
EPEC
EPEC = EnteroPathogene,  attaching effecting vernietigd entrocyt( cel in darmen). Entrocyt heeft microvilli hier hecht EPEC zich aan vast > gevolg afgeplatte cel. Kan geen vocht/vloeistoffen meer worden opgenomen> waterige diarree.
Wat maakt een Mc Conkey bodem selectief?

  • MC Conkey is selectieve bodem voor GRAM NEGATIEVEN
  • vooral groei van enterobacteriaceae
  • toont lactose fermentatie aan
bevat: 
  1. galzouten > inhibeerd gram +
  2. kristal violet > inhibeert gram + 
  3. lactose > toont vergisting van lactose aan
  4. indicator: neutraal rood


Lactose +: E.Coli, Enterobacter en Klebsiella
Lactose -: Salmonella, proteus, Yersina en Pseudomonas auriginosa
Cultuur & identificatie Listeria Monocytogenes
Cultuur en identificatie
·Bloedagar in CO2 condities: kleine, doorschijnende, grijze,
·intense kleine zone b- hemolyse
·katalase +
·tollende beweging door Peritriche flagellen. Op MIU geeft het een regenscherm effect
·Listeria monocytogenes groeit goed op 4 – 8°C maar ook bij 37°C. Om L. monocytogenes te isoleren uit een mengcultuur koude aanrijking om te isoleren uit mengflora.
risico groepen besmetting Listeria Monocytogenes
 Risico groepen:
-bejaarden
-immuun gedeprimeerde patiënten
-neonaten
De neonaat wordt besmet via de trans placentaire weg in de baarmoeder. De moeder maakt een bacteriemie door met griepachtige. Bij de neonaat leidt dit tot granulomateuze afwijkingen in de lever en vesikels op de huid. 
Pathologie Listeria Monocytogenes
Pathologie
·besmetting vind plaats via voedsel
·bacterie kan zich zelf op 4°C vermenigvuldigen
 
Ziekte beeld:  bacteriële meningitis
kenmerken Listeria Monocytogenes
Listeria monocytogenes  
·Grampositieve bacterie
·Facultatief aeroob
· Steeds katalase positief (≠ b-hemolyse streptokokken)
·Bewegelijk door peritriche flagellen
Bacterie bevind zich op diverse dieren, melkproducten en groenten
algemene kenmerken Listeria
Listeria  
  • Grampositieve bacil
  • bewegelijk
  •  niet sporulerernd 
  • aangetroffen  in vele diersoorten,   melkproducten en groenten. Bij de mens kan het soms ook op de intestinale slijmvliezen aanwezig zijn.
 Identificatie C. Diphtheriae
Identificatie
 
1.groei op specifieke bodems Loefflerbodem &Tellurietbodem
2.microscopisch onderzoek, zeer karakteristieke morfologie
3.reeks biochemische parameters
4.aantonen exotoxine: dierproeven + agar-immunodiffusie test