Summary Microbiologie en infectieziekten

-
ISBN-10 9031379433 ISBN-13 9789031379439
121 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Microbiologie en infectieziekten". The author(s) of the book is/are onder van A I M Hoepelman. The ISBN of the book is 9789031379439 or 9031379433. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Microbiologie en infectieziekten

  • 1 Micro-organismen, de mens en het ontstaan van infectieziekten: algemene principes

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.2 Evolutie als basis

  • bacterie en archaea bezitten geen kernmembraan maar een:

    één circulair gesloten chromosoom dat vrij in de cel ligt (prokaryoot)

  • wat kunnen virussen infecteren en wat bezitten ze?

    eucarya (dier, parasiet, plant, fungi) en bezit alleen een DNA of RNA. zijn afhankelijk van gastheer deling

  • waar zorgen prionen voor en waar komen ze vandaan?

    bv. hersenen van geinfecteerd mens of dier eten. zorgen voor degeneratie hersenweefsel.

  • bacterie bevat chromosoom (met DNA) maar ook?

    gesloten DNA moleculen die in cytoplasma blijven en repliceren --> plasmiden.

  • wat is DNA conjugatie?

     

    overdracht van DNA  tijdens direct contact tussen donor- en acceptor cel. cel-cel contact nodig, dit door bruggen (sex-pili bij gram-  bacterie). beperkt tot plasmiden.

  • wat is DNA transductie?

    virrusen betrokken die de bacteriecel als gastheer hebben. (bacteriofaag). nieuwe virusdeeltjes door repliceren van faag-DNA. deze kunnen weer een nieuwe gastheercel in.

  • resistentie tegen AB's komt door (dna/gen iets)?

     

    inbouwen van gencassettes, integronen. aflezen met promotor.

  • Wat kan er met de sequencing techniek worden bepaald?
    De exacte basen volgorde van DNA en RNA moleculen
  • 1.3 De verwekkers van infectieziekten

  • wat gebeurd er bij Gram-kleuring en hoe ziet het eruit?

    oplossingen op een bacterie, hierdoor kleurt de gram + paars en gram - fuchsine. celwand + is dikker dan negatieve en hebben een andere opbouw.

  • zijn S. aureus en E. coli gram + of - ?

    S. aureus +, E. coli -

  • Heeft een virus ribosomen?
    nee
  • 1.4 Epidemiologie van infectieziekten

  • welke adhesinen gebruiken micro-organismen? (bact. en virus)

    bacterie: pili en fimbriae

    virus: capside eiwitten en glycoproteïnen in hun envelop.

  • welke lichaamsstoffen zorgen voor adherentie in weefselcompartimenten?

    Fibrinogeen/fibrine, collageen en fibronectine.

  • welke complement factoren zijn het belangrijkst en waarvoor?

    C3b = opsonisatie

    C3a/C5a = chemotaxie

  • wat is de pathofysiologie van een ontstekingsreactie?

    aantrekken van cellen en oplosbare factoren uit de bloedbaan.

    Histamine uit mestcellen

    Serotonine uit bloedplaatjes

    prostaglandinederivaten

    chemokines (IL's)

    hierna kunnen granulocyten, macrofagen en complement het in gang zetten.

  • Verworven weerstand (adaprive immunity)

    celtypen: T- en B-lymfocyten/cellen. zij reageren langzamer (dgn - wkn).

    herkenning via receptor die specifiek zijn, op de B- of T-cel de BCR of TCR.

    de Dendritischecel (DC) en macrofagen verbinden verworven met aangeboren.

    de lymfocyt kan een geheugen ontwikkelen na contact met een specifiek Ag. en wordt een memory cell. wanneer er een blootstelling is aan dat Ag dan komen er heel snel veel van die specifieke T- en B-cellen.

     

  • natuurlijke (innate immunity) afweer:

    barriere's van de huid en slijmvliezen, temperatuur. transferrine bind Fe kan geen bacterie meer aan.

    Activatie van: CRP, versterken complement werking en fagocytose.

    - Complement: C3, mannose-bindend lectine of via Ag's. C3b = opsonisatie C3a/C5a = chemotaxie.

    IFN-a en -B.

    - Cellen: granulocyten (neutrofiele en eosinofielen), monocyt/macrofaag, dendritische cel.

    worden geactiveerd via PRR's (TLR's) of PAMP's.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
Chimpansees!
Heeft een virus ribosomen?
nee
Wat kan er met de sequencing techniek worden bepaald?
De exacte basen volgorde van DNA en RNA moleculen
hoe is een bloedvat opgebouwd?

endotheel ->

intima (fibro-elastisch) ->

membrana elastica interna ->

media (circulair spierweefsel en elastine vezels) ->

membrana elastica externa ->

adventitia (longitudinaal bindweefsel met vasa vasorum)

wat is het syndroom van Reiter?

een trias:

1) conjuctivitis/iritis2) urethritis

3) artritis

waardoor kan een reactieve artritis ontstaan?

na urogenitale of enterale infecties. SOA's (chlamydia), SSYC.

beeld van Pseudojicht?

zelfde als van jicht alleen geen urinezuur kristallen maar calciumpyrofosfaatkristallen. kleiner en plomper.

vooral bij kleine fragiele vrouwtjes

beeld van Jicht?

grote teen, soms tophi, neerslaan uraat kristallen in het gewricht. verhoogde aanmaak of verminderde afbraak van urnezuur verergert dit.

vooral bij mannen die dik, middelbaar zijn en drinken

wat voor artritis vormen zijn er?

artritis kan door vele dingen komen. Septische, Kristal (jicht), immuunartritis.

Bij gonorroe is er huidafwijking, bij Lyme erythema migrans.

wat is M. Bechterew?

90-95% is HLA-B27  positief. begint in knie -> nek -> rug. minder beweeglijk, ochtendstijfheid.