Summary Middle Management

-
354 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Middle Management

  • 1.1 Inleiding in de organisatiekunde

  • Wat is een arbeidsorganisatie?
    Samenwerkingsverband tussen mensen die met bepaalde middelen proberen een bepaald doel te bereiken. Kenmerken:
    - beroepsopleiding
    - betaald werk
    - formele regels
    - functionele werkverdeling
    - gezagslagen
    - specifieke doelen
  • Wat is het verschil tussen een profit- en een non-profitorganisatie?

    Een profitorganisatie heeft als doel winst maken, een non-profitorganisatie levert diensten in het algemeen maatschappelijk belang. (bijv. ziekenhuizen)
  • Indeling naar aard en wijze van productie:
    - primaire sector > voorzien dagelijkse levensbehoeften
    - secundaire sector > industriële bedrijven
    - tertiaire sector > persoonlijke en zakelijke dienstverleners (commerciële bedrijven)
    - quartaire sector > diesverlening door overheid op non-profitbasis
  • Samenwerkingsvormen tussen organisaties:

    - samenwerkingsovereenkomst

    - joint venture

    - holding/concern

    - business units

    - franchising

    - fusie

    - strategische alliantie

    - co-makership

  • Wat zijn kartels? En welke verschillende kartels zijn er?

    Kartels zijn afspraken tussen bedrijven in een bedrijfstak, die erop gericht zijn de onderlinge concurrentie enigszins te beperken. Dit kan betreffen:
    - prijskartels (afspraken over prijzen)
    - hoeveelheidskartel (afspraken over te produceren hoeveelheden)
    - conditiekartel (afspraken over betalings- en leveringscondities)
  • 1.2 Organisatietheorien

  • wetenschappelijke stromingen: wetenschappelijke bedrijfsvoering, algemene managementtheorie

    sociale stroming: human relations-beweging
  • 1.2.1 Wetenschappelijke bedrijfsvoering

  • Taylor:

    - grondlegger van de wetenschappelijke bedrijfsvoering, scientific management.

    - ontwierp de functionele organisatie.

    - deed arbeidsstudies waarmee hij prestatieverbeteringen wilde bereiken die voor voor zowel baas als arbeider acceptabel waren (werksfeer zou daardoor verbeteren, loon; belangrijkste motivatie)
  • 1.2.2 Algemene managementtheorie

  • Henri Fayol:

    - uitgangspunt; de organisatie als geheel > hoe kan de organisatie als beste van bovenaf geleid worden >

    - ontwikkelde aanbevelingen, richtlijnen en principes om aan de organisatie als geheel vorm te geven > bekendste: 5 essentiële elementen van leidinggeven:
     + vooruitzien en plannen
     + organiseren
     + eenheid van bevel
     + coördineren en controleren

    - introduceerde het begrip lijnorganisatie
  • Taylor en Fayol zijn de grondleggers van de Klassieke School:
    - elke bedrijf moet worden gezien als een machine, die goed moet lopen. Er wordt zoveel mogelijk geregeld voor de werknemers in de vorm van procedures en instructies
    - doel van de organisatie is het opvoeren van de productie. Belangen van de werknemers zijn daarvan afgeleid.
    - medewerkers worden gezien als rationele wezens die werken voor geld. Betere prestatie: meer geld.
  • 1.2.3 Human relations-beweging

  • Elton Mayo:

    - Hawthorne-onderzoek; verband tussen technische beinvloeding van arbeidsomstandigheden en prestatie. > aandacht menselijke aspecten
  • Revisionisme: probeert de klassieke school en de human-relations beweging bij elkaar te brengen

    - benadrukt zowel technische als de sociale organisatie > democratisering en humanisering van de arbeid staat centraal: hulpmiddelen:
    + taakverrijking
    + taakverruiming
    + taakroulatie
  • Linking pin-model (Renis Likert). Verschillende hierarchische lagen in een organisatie worden gekoppeld door overlegvormen te creeeren waarbij 1 functionaris deelneemt aan een overleg op een niveau hoger (= de linkin pin, verbindende factor)
  • 1.3 Organisatieprocessen

  • In welke 3 fasen kunnen het productie- of dienstverleningsproces worden ontleedt?
    - input (bijv. menselijke arbeid, kennis, grondstoffen, kapitaal)
    - transformatie (throughput) ( omvormingsproces tot product of dienst)
    - output (product of dienst)
  • Input kost geld, output levert geld op. De waarde van de output moet altijd hoger zijn dan de kosten van de input (=winst) (alleen bij profitorganisaties)

    Bij non-profitorganisaties wordt er gestreefd naar gelijkheid van de waarde van de output en de kosten van de input.
  • 1.3.1 Indeling naar mate van betrokkenheid bij het proces

  • Hoe wordt input, transformatie en output tezamen genoemd?

    Het primaire proces van het bedrijf
  • Onderkennen processen in een organisatie:
    - primaire proces
    - bestuursproces
    - ondersteunende processen
  • input > geheel van mensen en middelen die nodig zijn in het transformatieproces en voor de besturing van dat proces, bijv:
    - mens (personeel, werkzaamheden van derden)
    - natuur (grond en hulpstoffen)
    - kapitaal (investeringen, voorraden, machines)
    - informatie (orderportefeuille, planning)

    vlottende productiemiddelen: productiemiddelen die tijdens het proces worden verbruikt
    duurzame productiemiddelen: andere productiemiddelen die worden gebruikt
  • Troughput > de omzetting van inputs in outputs
  • Output

    Primaire output > de geleverde prestatie of dienst is de output van het primaire proces van een bedrijf > reden van bestaan (hier wordt voor betaald) 

    Secundaire output > zijn ook belangrijk, maar niet de bestaansreden van een bedrijf (bijv. belastingopbrengsten, werkgelegenheid, ontplooiingskansen voor werknemers)

  • Bestuursproces > erop gericht de activiteiten in het primaire proces te richten op de doelstellingen van het bedrijf. Bestaat uit:
    - bepaling van de doelstellingen van het bedrijf
    - formulering van beleid
    - planning
    - organiseren
    - leidinggeven aan medewerkers
    - procesbeheersing
  • het management maakt in het kader van procesbeheersing gebruik van:

    - ondersteunende processen > activiteiten die indirect een bijdrage leveren aan de output, bijvoorbeeld:
    + productieplanning > planning is onontbeerlijk
    + logistiek > integrale besturing van alle activiteiten. Twee deelgebieden:
    > material management: activiteiten die nodig zijn om grondstoffen en goederen langs het productieproces te voeren (gericht op interne organisatie)
    > physical distribution: activiteiten die nodig zijn om producten of diensten bij de consument te krijgen (betreft vooral externe organisatie)
    + marketing > onderzoek naar producten en markten
    + kwaliteitszorg > kwaliteitseisen
    + research > onderzoek op vele facetten
    + onderhoud > onderhoud van bijv. gebouwen, machines.


    - beheersproces
    >  ondersteuning aan de organisatie als geheel (in tegenstelling tot ondersteunende processen):
    + financiën > goede financiële huishouding
    + sociaal beleid > deel van het organisatiebeleid dat zich bezighoudt met vraastukken rond mens en arbeid (o.a. werving/selectie, loopbaanplanning)
    + administratie  > informatie bijv. personeelsgegevens, productiegegevens
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat is een arbeidsorganisatie?
1
Wat is het verschil tussen een profit- en een non-profitorganisatie?
1
Wat zijn kartels? En welke verschillende kartels zijn er?
1
In welke 3 fasen kunnen het productie- of dienstverleningsproces worden ontleedt?
1
Page 1 of 11