Summary Mobiliteit.

-
ISBN-10 9461100221 ISBN-13 9789461100221
195 Flashcards & Notes
12 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Mobiliteit.". The author(s) of the book is/are Peter Pennartz. The ISBN of the book is 9789461100221 or 9461100221. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Mobiliteit.

  • 1 schaarste en ruil

  • Mensen hebben oneindig veel behoeften, maar de middelen zijn beperkt. Deze situatie, de spanning tussen oneindige behoeften en beperkte middelen, noemen we schaarste. Het begrip schaarste heeft twee betekenissen:

    1. Dagelijks begrip: een tekort (absolute schaarste)
    2. Economisch begrip: een product waarvoor middelen opgeofferd moeten worden om het te maken (relatieve schaarste)

    Om de schaarste te verminderen produceren mensen goederen en diensten. Goederen zijn stoffelijk; ze zijn tastbaar. Diensten zijn onstoffelijk; ze zijn er, maar ze zijn niet tastbaar. Goederen en diensten zijn samen producten.

     

    Niet-schaarse producten zijn producten waarvoor geen offers nodig zijn: vrije goederen (zonlicht, windkracht, lucht).

     

    Middelen die op verschillende manieren gebruikt kunnen worden (grondstoffen), zijn alternatief aanwendbaar.

  • Wat bestudeert de economie?

    De behoeften die mensen hebben en de manier waarop ze in die behoeften voorzien

  • Het efficienter verdelen van het arbeidsproces in afzonderlijke taken heet arbeidsdeling: mensen specialiseren zich in een activiteit, waardoor ze meer ervaring opdoen en beter in die taak worden. Op die manier kan de arbeidsproductiviteit stijgen.

     

    Bij een vrijwillige ruil of transactie is essentieel dat beide partijen er beter van worden; er is sprake van een win-winsituatie. De ruil van goederen tegen goederen is een directe ruil of ruil in natura. Bij zo'n ruil is sprake van hoge transactiekosten: je moet zoeken naar iemand die jouw product wil en een product verkoopt dat jij wilt hebben; dan moet je nog onderhandelen over de prijs.

    Bij een indirecte ruil heb je daar geen (of minder) last van: daarbij wordt gebruik gemaakt van een algemeen begeerd goed als ruilmiddel.

    Geld is een ruilmiddel als er een transactie mee wordt afgehandeld. Het is een rekenmiddel om de waarde van een product mee uit te drukken. Het is een spaarmiddel als het bewaard wordt voor een latere ruil of om rente te krijgen.

     

  • Wat bedoelen we met schaarste?

    De spanning tussen de oneindige behoeften en beperkte middelen.

  • Op een markt komen vragers en aanbieders bij elkaar. De prijs wordt (meestal) bepaald door vraag en aanbod, met geld als rekenmiddel.

    Er zijn verschillende markten, waaronder de zwarte markt, het zwarte circuit; transacties op deze markt worden verzwegen voor de belastingdienst waardoor de goederen niet worden geregistreerd. Het zwarte circuit hoort bij de informele economie. In het witte/formele circuit worden transacties opgegeven aan de belastingdienst.

     

    De activiteiten van de overheid en de non-profitsector worden tot de niet-marktsector gerekend omdat er geen marktprijs voor wordt berekend, of omdat de prijs niet tot stand komt dmv vraag en aanbod. Deze instellingen zijn geregistreerd en behoren tot de formele economie.

     

    Een deel van de activiteiten van de niet-marktsector wordt niet geregistreerd; dat is het grijze circuit, en hoort bij de informele economie. Hieronder vallen bijvoorbeeld bijbaantjes van scholieren en onderlinge directe ruil.

     

    Formele economie + marktsector = bedrijfsleven

    Formele economie + niet-marktsector = overheid en non-profitsector

    Informele economie + marktsector = zwarte circuit

    Informele economie + niet-marktsector = grijze circuit (huishoudelijke arbeid, directe ruil, vrijwilligerswerk, doe-het-zelfarbeid)

     

  • Wanneer is een product schaarste?

    Als er middelen moeten worden opgeofferd om het te maken

     

  • wat zijn vrije goederen?

    Goederen die niet schaars zijn, er zijn dus geen offers voor nodig (bijvoorbeeld windkracht, lucht)

  • Wat wordt er bedoeld als middelen alternatief aanwendbaar zijn?

    dan kunnen de middelen op verschillende manieren worden ingezet.

  • Wat voor soort ruil verreist veel inspanning?

    Directe ruil

  • Wat verstaan we onder transactiekosten?

    Alle kosten die gemaakt worden om een ruil tot stand te brengen en af te wikkelen.

  • Waardoor wordt de prijs op de markt bepaald?

    Door vraag en aanbod, het geld dient hier als rekenmiddel.

  • Wanneer wordt geld als ruilmiddel gebruikt?

    bij een directe transactie.

  • Wanneer wordt geld als spaarmiddel gebruikt?

    Wanneer de geldontvanger besluit een deel van zijn inkomen niet te consumeren

  • Waarom rekenen we de activiteiten van de overheid en de non-profitsector tot de niet-marktsector?

    Omdat er voor de overheidsdiensten geen marktprijs wordt berekend of omdat de prijs niet bepaald wordt door vraag en aanbod.

  • Wanneer vinden de transacties plaats in het zwarte circuit?

    Als de transacties verzwegen worden voor de belastingdienst waardoor de productie van deze goederen of diensten niet worden geregistreerd.

  • Wat is het grijze circuit?

    Een deel van de activiteiten van de niet-marktsector die niet-geregistreerd worden. Dit circuit behoord tot de informele economie.

  • 1.1 de vervoerssector

  • wat is economie en wat bestudeert economie?

    econmomie bestudeert de behoefte die mensen hebben en de manier waarop ze de behoefte voorzien.

  • Wat zijn de 5 stappen van het proces van infrastructuur?

    • Aanleg van infrastructuur
    • Productie van vervoersmiddelen
    • Productie als brandstof als energiebron voor de vervoersmiddelen
    • Productie van ruwe grondstoffen
    • Productie van aanvullende goederen en diensten
    • Voorbeeld van aanleg van infrastructuur: wegen voor auto's
    • Voorbeeld van productie van vervoersmiddelen: auto's en vrachtwagens
    • Voorbeeld van productie als brandstof als energiebron voor de vervoersmiddelen: benzine
    • Voorbeeld van productie van ruwe grondstoffen: ijzererts
    • Voorbeeld van productie van aanvullende goederen en diensten: tankstations, ambulances
  • Wat zijn schaalvoordelen?

    • Op grote schaal kun je goedkopere producten krijgen
    • Verplaatsing van een bedrijf naar een lagelonenland
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een minumprijs?
Kahsjfs

Wat zijn marginale congestiekosten?
De extra kosten die een weggebruiker veroorzaakt bij andere weggebruikers, omdat het drukker wordt.
Wat zijn congestiekosten?
De schade die wordt veroorzaakt door files.
Wat houdt een concessie in?
Het geeft een bedrijf het alleenrecht om gedurende een aantal jaren een bepaalde taak uit te mogen voeren.
Voordelen privatisering:
  • Bij concurrentie zal het bedrijf proberen consumenten te lokken met nieuwe diensten en door lagere prijzen.
  • Door concurrentie moet bedrijf op kosten letten en moet het innoveren.
  • Belastingbetalers betalen niet meer mee aan het in stand houden van verliesgevende bedrijven.
Wat is privatisering?
Het afstoten van overheidstaken naar het particuliere bedrijfsleven.
Wat gebeurt er bij nationalisatie?

Private bedrijven komen in handen van de overheid.

Wanneer is er een principaal-agentprobleem?
Als de agent bij het uitvoeren van zijn taak niet alleen denkt aan het belang van de baas, maar ook aan zijn belang denkt.
Wat is een principaal-agentrelatie?
De relatie tussen de principaal en de agent.
Wat is een agent?
De opdrachtnemer, voert de taken uit.