Summary moleculen en reactiviteit Class notes

Course
- moleculen en reactiviteit
- Feringa
- 2013 - 2014
- rug
352 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - moleculen en reactiviteit Class notes

  • 1391382000 moleculen en reactiviteit college 1

  • Wat deed Wöhler?
    Deze man toonde voor het eerst aan dat moleculen, moleculen zijn. Dus dat alle moleculen gelijk zijn en er geen verschil zit tussen levende moleculen en niet-levende moleculen.
  • Wat kenmerkt organische moleculen?
    Deze moleculen bezitten minstens 1 koolstofatoom. 
  • Wat is de molecuulformule van methanol?
    CH3OH
  • Wat is Lipitor?
    Dit is een cholesterolonderdrukkend geneesmiddel. Het bevat 4 ringstructuren, een aantal OH-groepen en een N. 

  • Fluor zit in veel geneesmiddelen. 
  • Hoe wordt het atoommodel voorgesteld?
    Het bestaat uit een kern een en elektronenwolk eromheen. De kern bevat de massa en dus de protonen en de neutronen. De elektronenwolk bevat de elektronen. Deze deeltjes zijn niet te pakken omdat ze een golfbeweging maken. Dit wordt ook wel de waarschijnlijkheidsdichtheid van een elektron genoemd. 
  • Wat is het atoomnummer en wat is de atoommassa?
    Het atoomnummer is het aantal protonen en de atoommassa is het aantal protonen en neutronen samen. 
  • Waarom is een atoommassa nooit een geheel getal?
    Omdat er ook isotopen van atoommassa's bestaan. 
  • Welke isotopen zijn er van Koolstof?
    Van koolstof heb je de C11, C12, C13 en C14. De C12 is de normale die het vaakst voorkomt. De C-11 wordt in de PET scan gebruikt, en heeft een halfwaardetijd van 20 minuten.  De C-13 komt 1,1% voor. C-14 verdwijnt langzaam uit dood materiaal. 
  • Hoe ziet de elektronenwolk eruit?
    Je hebt hierbij te maken met verschillende schillen. Zoals schil 1 en 2. De 1e schil bestaat uit 1s. De 2e schil bestaat uit 2s, 2px, 2py en 2pz. Deze laatste 3 orbitals zijn ontaarde orbitals die gelijk in energie zijn. Ze zijn gelegen in de x,  Y en z as. Zie plaatje. 


    De 3e schil bestaat ook weer uit een 3s, 3px, 3pz en 3py.
    Elektronen hebben een spin. Deze geeft een soort van richting aan (denk aan tol.) Een elektronenpaar bestaat uit tegengestelde 2 elektronen die in 1 baan kunnen zitten. 
  • Wat is het Aufbauprincipe?
    Dit is het principe dat eerst de lage energieniveaus worden gevuld met elektronen. Daarna pas de andere energieniveaus.
  • Wat is het Pauliprincipe?
    Dit is het principe dat de 2e elektron andersom is qua spin. Dit vormt een elektronenpaar.
  • Wat zijn meneer Hundt?
    Deze stelde dat als er meerdere orbitals zijn van gelijke energieniveaus dan gaan de elektronen zich verdelen over deze orbitals. Dus als er 1 elektron in de 2px orbital zit en er komt er nog een bij dan gaat deze niet ook in de 2px maar ind e 2py of 2pz orbital. 
  • Waarom worden er sommige stoffen edelgassen genoemd?
    Bij deze stoffen zijn er een geheel aantal schillen gevuld. Het gevolg hiervan is dat deze stoffen een covalentie van 0 hebben. Ze willen niet reageren. 
  • Wat is de valentieschil en wat is de coreschil?
    De valentieschil is de buitenste schil waar elektronen in zitten. Deze schil kan bindingen aangaan met andere atomen. Deze elektronen worden ook wel valentieelektronen genoemd. In de schillen eronder zitten den core-elektronen. Deze elektronen in de coreschillen kunnen geen chemische verbinding aangaan. Hieruit volgt dat koolstof 4 elektronen beschikbaar heeft om bindingen te vormen en waterstof maar 1. 

  • Wat is een lonepair?
    Dit is een niet bindend elektronenpaar. Bv het volgende plaatje. 
    2Q==
    Het elektronenpaar dat in de 2s orbital zit vormt een lonepair. 
    Door dit lone pair kan NH3 reageren met H+ en vormt zo NH4+. 
    Zuurstof heeft 2 lonepairs. 
  • Hoe wordt NaCl gevormd?
    Natrium heeft atoomnummer 11. Dit betekent dat het 1 elektron in de 3s orbital heeft zitten. Dit elektron wil graag weg. Dus Natrium reageert heel snel met een ander atoom. 
    Chloor heeft atoomnummer 17. Dit betekent dat het atoom in de 3xp nog 1 elektron te kort komt om een archonconformatie (18 elektronen waarbij de schillen zijn gevuld) te krijgen. Daarom wil chloor heel graag een elektron opnemen. De vorming van NaCl wordt hierdoor ook wel een ionische binding genoemd. Het heeft een kation (positieve geladen) en een anion (negatief geladen). 
  • Wat is het verschil tussen suiker en zout?
    Het verschil hier tussen is dat zout bestaat uit ionische bindingen die in een kristalrooster zitten, terwijl suiker bestaat uit moleculen sucrose die allemaal niet-covalente bindingen aangaan. 

  • Noem een voorbeeld van een oxidatiereactie?
    De reactie van methaan naar methanol. 
  • Waarom is de reactie van 2 fluormoleculen gunstig?
    Deze reactie is gunstig want fluor heeft atoomnummer 9. Dit betekent dat het nog 1 elektron ontbreekt of het zou een edelgas zijn. Fluor heeft 3 lonepairs. Als je 2 F-atomen laat reageren, ontstaat het ontbrekende elektronenpaar. Hierdoor komen beide Fluoratomen in de neonconfiguratie terecht. Deze binding is echter niet gepolariseerd. 
  • Waarom reageert een H met een F?
    Het waterstofatoom heeft wel een elektron over net als het fluoratoom die samen een elektronenpaar kunnen gaan vormen. Maar bij deze binding trekt fluor sterker dan water waardoor de binding meer naar fluor komt te liggen. Fluor wordt hierdoor een beetje negatief en waterstof een beetje positief. 
    2Q==

  • Wat is een polaire binding?
    Dit is een binding waarbij het elektron niet helemaal wordt overgedragen (zoals bij NaCl) maar half (zoals bij HF). Hierdoor krijg je een dipoolmoment. 
  • Wat is een dipoolmoment?
    Hiervan is sprake bij een polaire binding. Om het dipoolmoment te berekenen moet je de lading keer de afstand doen:
    Z
    De eenheid van het dipoolmoment is in Debye. 
  • Op welke verschillende manieren kun je een molecuul noteren?
    - condensed formule (rechterplaatje)
    9k=
    - brutoformule: CH8
    - kekule structuur: Alle bindingen volledig uitgetekend (zoals in het linkerplaatje. )
    - Lewis structuur: 
    2Q==
    Deze 2 stipjes kunnen ook samen als een streepje worden neergezet. Ze stellen de lone pairs voor. 
  • Wat is de sigma binding?
    Dit is een binding tussen 2 atomen waarin de s-orbitals een binding aangaan. Hierbij vindt er overlap plaats van de 2 banen welke vervolgens 1 ovaal worden. Voor deze reactie heb je dus de atoomorbital en erna de molecuulorbital. Je hebt 2 verschillende soorten molecuulorbitals; 1 die energetisch gunstig is en 1 die dat niet is (de bovenste). Bij de onderste zijn de elektronen tegengesteld aan elkaar wat energetisch gunstig is.



  • Hoe zit het precies met de energie bij een chemische binding die nodig is?
    Hierbij is er een bepaalde hoeveelheid energie die nodig is om de chemische binding te verbreken.zie plaatje:
    Z
    De normalehoeveelheid enerige die het kost om een binding te verbreken zit tussen de 90 en de 150  kcal. 
  • Hoe vindt de binding plaats bij p-orbitals?
    Deze vindt plaats door middel van een pie-binding. Je hebt hier energetisch gezien ook 2 mogelijkheden; de anti- bindende pie molecuul orbital en de bindende pie- molecuul orbital. De antivariant is energetisch ongunstig. 
    2Q==
    De bovenste gedeelten van de halter hebben dezelfde lading en een tegengestelde lading aan de onderste gedeelten. Hoe het energetisch is geregeld staat hieronder:
    Z
    Als de plussen en de minnen van de P-orbital omgedraaid zouden zitten krijg je een energetisch ongunstige situatie zoals de bovenste mogelijkheid in het plaatje. 
  • Wat is het verschil tussen een sigma en een pi binding?
    Als 2 atomen een binding  met elkaar aangaan dan is elke 1e binding een sigmabinding en elke 2 en 3e een pi- binding. Verder ligt een sigmabinding parallel aan de as en staat een pibinding loodrecht op de as. 
  • Wat is hybridisatie?
    Hierbij worden de S'en en de P's gemixt waardoor er sp orbitals ontstaan. Als je 1 S-orbital en 2 P-orbitals mengt dan ontstaan er 3 SP2 orbitals. Deze samen kunnen 3 identieke bindingen maken. Wanneer je 1 s en 3 p's mixt dan krijg je 4 SP3 orbitals. Deze kunnen dus 4 identieke bindingen veroorzaken. Dit is het geval met het koolstofatoom. Hierbij ontstaat er een tetraeder. 
  • Wat zijn elektrostatische interacties?
    tegengestelde elektrische krachten. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar kan de Gabriel synthese voor worden gebruikt?
Het kan alleen worden gebruikt om primaire aminen te maken. 
Wat is een imide?
Dit is een verbinding met 2 acyl groepen verbonden aan een stikstof.
Wat is aminolyse?
Dit is een reactie waarbij een amine reageert met een verbinding en waarbij er daarna 2 verbindingen ontstaan, waaronder een amide.
Wat is een transesterificatie reactie?
Dit is een reactie waarbij de ene ester wordt omgezet naar een andere ester. 
Wat is een alcoholyse reactie?
Dit is een voorbeeld van een ester die met water reageert. Hierbij ontstaat er naast een asceetzuur ook een alcohol.
Hoe kun je een ester bereiden?
Door een carboxylzuur te laten reageren met een alcohol of met een fenol.
Waarom is een amide het minst reactief?
Dit komt omdat een amide het minst elektronegatief is en daardoor de positieve lading van een resonantiestructuur goed kan verdelen, waardoor de structuur stabieler is en dus minder reactief.
Wat is het verschil tussen een nucleofiele acyl substitutie reactie en een sn2 reactie?
Een sn2-reactie heeft geen intermediair, en is een concerted reaction. 
Wat is een tetraeederse intermediate?
Hierbij valt een nucleofiel aan op het carbonylzuur. Hierdoor wordt de zwakste binding verbroken. Dit is de pi-binding van het C=O. Het sp2 C wordt dus een SP3 C. 
Waarom hebben amides een erg hoog kookpunt?
Dit komt omdat amides sterke resonantiestructuren hebben die beide meewegen in de hybride structuur. Hier kunnen ze sterke dipool-dipoolinteracties mee aangaan.