Summary Morfologie

-
ISBN-10 9053562907 ISBN-13 9789053562901
412 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Morfologie". The author(s) of the book is/are Geert Evert Booij Ariane van Santen. The ISBN of the book is 9789053562901 or 9053562907. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Morfologie

  • 1.1 Inleiding

  • MORFOLOGEN houden zich bezig 
    met woorden die bestaan uit STUKJES en met de mogelijkheid van nieuwe combinaties 
  • 1.2.1 Gelede en ongelede woorden

  • Ieder woord bestaat uit
    een KLANKVORM en een BETEKENIS
  • ONDERSCHEID tussen woorden
    - LEXICALE (INHOUDS) WOORDEN  = auto, rijden, snel -> verwijzen naar iets dankzij betekenis
    - GRAMMATICALE (FUNCTIE) WOORDEN = van, de, en, of -> leggen verband tussen lexicale woorden en de zinsdelen waarin ze voorkomen
  • De relatie tussen klankvorm en betekenis van een woord als BOOM
    is willekeurig -> ARBITRAIR
  • Woorden berusten op een SOCIALE CONVENTIE
    ieder woord = per taalgemeenschap vastgelegd -> het zijn CONVENTIONELE TEKENS
  • Appelboom = GEMOTIVEERD
    relatie tussen vorm en betekenis van woord is NIET WILLEKEURIG = 

    GELEDE WOORDEN 
  • In GELEDE WOORDEN
    correspondeert een geleding/structuur in de vorm met een bepaalde geleding/structuur in de betekenis

    VIJANDIG
    GLIJBAAN
    BESPREKING
    NEGENTIEN
    VERVOLGOPLEIDING
  • MORFEMEN
    zijn delen van een woord die corresponderen met een bepaald betekenisaspect 

    VIJAND-IG
    GLIJ-BAAN
    BE-SPREEK-ING
    VER-VOLG-OP-LEID-ING
  • 2 SOORTEN morfemen
    -  VRIJE MORFEMEN = komen ook als woord voor (glij-, -baan)
    -  GEBONDEN MORFEMEN = alleen in combinatie met een vrij morfeem (-ig, be- en -ing) -> hebben alleen betekenis via het woordgeheel
  • VRIJE MORFEMEN
    hebben zelfstandige betekenis = LEXICALE MORFEMEN
  • GEBONDEN MORFEMEN onderscheiden in 
    -PREFIXEN = aan begin van woord (ge-roddel, be-zetten, ont-lopen)
    -SUFFIXEN = aan eind van woord (vind-er, lees-baar, hell-ing, deeltijd-ster)
  • AFFIXEN
    Overkoepelende term voor pre- en suffixen
  • DISCONTINU AFFIX
    komt alleen in combinaties voor -> ge-berg-te

    ge- en be- alleen in combinatie -> geberg of bergte zijn niet mogelijk

    DISCONTINU AFFIX ook in voltooid deelwoord van zwakke + sterke ww -> ge-werk-t en ge-loop-en
  • INFIXEN 
    Gebonden morfemen BINNEN HET WOORD -> niet in NL 
  • Binnen de GELEDE woorden onderscheid tussen 
    COMPOSITA (samenstellingen) = opgebouwd uit delen die zelf als woord kunnen optreden
    DERIVATIES (afleidingen) = 1 van de 2 delen is een gebonden morfeem
  • MORFOLOGIE
    houdt zich bezig met GELEDE WOORDEN
  • 1.2.2 Syntagmatische en paradigmatische morfologie

  • MORFEEMSYNTAXIS
    Syntaxis beneden het woordniveau = hoe kunnen morfemen gecombineerd worden tot woorden?
  • De MORFOLOGIE houdt op
    bij de woordgrens van waaruit de syntaxis vervolgens vertrekt
  • De BOUWSTENEN
    van het (gelede) woord zijn morfemen, die van de zin woorden
  • SYNTAGMATISCHE MORFOLOGIE
    langs een horizontale lijn kunnen we een geleed woord opgebouwd denken uit betekenisdragende stukjes, MORFEMEN = relaties tussen ELEMENTEN die in een bepaalde verbinding aanwezig zijn
  • PARADIGMATISCHE MORFOLOGIE
    betrekkingen van een geleed woord met andere woorden die op grond van bepaalde overeenkomsten tot 1 PARADIGMA behoren = 

    een NETWERK VAN WOORDEN die in enig opzicht overeenkomen

    bijvoorbeeld haven, oven, leven, streven = PARADIGMA omdat ze alle 4 zelfstandige naamwoorden zijn en eindigen op de syllabe -ven

    Deze woorden hebben GEEN SEMANTISCHE overeenkomst = het zijn geen gelede woorden
  • PARADIGMA = ook
    noem, noemt, noemen noemen =MORFOLOGISCH PARADIGMA op grond van gemeenschappelijk element -noem

    leesbaar, meetbaar, drinkbaar = MORFOLOGISCH PARADIGMA omdat ze hetzelfde suffix bevatten
  • In de paradigmatische morfologie
    staat het WOORD centraal, en NIET HET MORFEEM
  • FLEXIE 
    = verschillende vormen van 1 woord

    noemen - noemt - genoemd

    DERIVATIE = verschillende woorden met verschillende betekenissen

    man - mannelijk
  • LEXEEM
    = abstracter begrip dan 'woord' 

    LEXEEM geeft verschillen aan in vorm/betekenis of SYNTACTISCHE VALENTIE

    er is 1 lexeem 'noem' en 1 lexeem 'man', terwijl er 2 lexemen 'man' en 'mannelijk' zijn
  • Een LEXEEM komt het meest overeen met LEMMA
    klein en kleine
    man en mannen
  • Verschil tussen FLEXIE en DERIVATIE
    FLEXIE = verschillende vormen van 1 LEXEEM
    DERIVATIE = verschillende lexemen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

TYPE van SYSTEMATISERING 
vervangen van prefix VER-ON door VER-ONT

VER + [on+A]a
veronaangenamen, veronachtzamen

VER + [ont+X]a
verontmenselijken, verontrusten

DUBBELVORMEN
verotreinigingen / verontreinigen
veronschuldigen / verontschuldigen

-ON en -ONT hebben een NEGATIEVE betekenis
ISOMORFIEPRINCIPE 
1 op 1 RELATIE tussen VORM en BETEKENIS 

bij OVERKARAKTERISERING  = een woord krijgt 2 suffixen achter elkaar met dezelfde betekenis 

Persoonsnamen op -ER
Dominicaan  Dominicaner
Franciscaan  Franciscaner
Aio  Aio'er
SYSTEMATISERING 
naast slijtage van gelede woorden OOK VERANDERINGEN die POGINGEN zijn om de SYSTEMATIEK en REGELMAAT te herstellen
AFFIX TELESCOPING 
= het in elkaar schuiven van 2 affixen 

Diverse suffixcombinaties werden zo 1 SUFFIX

-istisch  amateur-istisch, humor-istisch
vergelijk *amateur-ist, *humor-ist)

Deze LANGERE SUFFIXEN zijn ontstaan op basis van een paradigmatische relatie tussen een GRONDWOORD en een SECUNDAIR DERIVAAT van dat  grondwoord = 

een in 2 STAPPEN AFGELEID WOORD 
HERSTRUCTURERING 
= belangrijke oorzaak van taalveranderingg 

bijvoorbeeld
BURGER is ontstaan uit HAMBURGER
structuur [HAMBURG]ER] werd geherinterpreteerd als [HAM][BURGER] waarin 2 woorden werden gezien: HAM en BURGER

Daarna werd categorie 'BURGERS' uitgebreid = krijgt betekenis 'broodje met iets ertussen'
PROSODISCHE VORM (= verdeling in lettergrepen) 
een SUFFIX als -EL beinvloedt niet de PROSODISCHE VORM (= verdeling in lettergrepen) van een woord 

EIKEL wordt net zo GESYLLABIFICEERD als bijvoorbeeld het ongelede woord TAKEL en dus kun je de GELEEDHEID VAN WOORDEN als EIKEL niet zien aan hun fonologische vorm

EI-KEL
TA-KEL 
RELICTSUFFIX
Klankreeksen kunnen hun STATUS als AFFIX verliezen

aarzeling over SUFFIXSTATUS van -EL 
Welke woorden zijn nog geleed, dus hebben een SUFFIX -EL?

eikel (<eik)
kruimel (<kruim)
pukkel (<pok)
stengel (<stang)

GRONDWOORDEN zijn verloren gegaan, daarom is SEMANTISCHE relatie tussen grondwoord en afgeleid woord ONDOORZICHTIG geworden = suffix niet meer productief gebruikt
SYLLABECONTACT
bij CONSONSANT - SYLLABEGRENS - CONSONANT is de slotconsonant van de eerste syllabe liefst zo SONOOR mogelijk, 
en de beginconsonant van de tweede zo weinig mogelijk 

SONORITEITSSCHAAL = 
obstruenten    nasalen    l,r     j,w    klinkers

-------- > TOENEMENDE SONORITEIT = OPTIMAAL SYLLABECONTACT

helder
ander
Verlies van geleedheid 
leidt tot VORMELIJKE EROSIE 

POTLOOD = was oorspronkelijk een samenstelling (stuk lood om de pot mee zwart te maken)

Als POTLOOD niet meer als geleed wordt ervaren, en dus de status krijgt van ongeleed woord, zitten we 'opgescheept'met een een ongeleed woord met een ongewone fonologische vorm
GELEDE WOORDEN
zijn onderhevig aan EROSIE 

GRONDWOORD gaat bijvoorbeeld verloren, zoals bij VERGETEN of het verband met grondwoord is verdwenen, zoals in ONTMOETEN, BELOVEN, AARDIG en MELIG