Summary MTV 3

450 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - MTV 3

  • 1 bacteriën

  • Prokaryoten hebben
    geen celkern
  • Eukaryoten hebben
    een celkern
  • Bacteriën zijn
    Prokaryoten
  • Schimmels zijn
    Eukaryoten
  • De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand.
    Coccen zijn
    Bolvormig
  • De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand.
    Bacillen zijn
    Staafvormig
  • De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand.
    Spirocheten zijn
    Spiraalvormig
  • De vorm van bacteriën wordt bepaald door de stugge celwand.
    Pleomorfe bacteriën zijn
    Variabel van vorm
  • Afhankelijk van de delingsrichting vindt groepering van bacteriën plaatst. De term
    ‘diplo-’ wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Paren
  • Afhankelijk van de delingsrichting vindt groepering van bacteriën plaatst. De term
    ‘stafylo-’ wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Druiventrossen
  • Afhankelijk van de delingsrichting vindt groepering van bacteriën plaatst. De term
    ‘strepto-’ wordt gebruikt voor bacteriën die groeien in
    Ketens
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op de capsule?
    Worden gebruikt als antigenen in sommige vaccins –
    Remt fagocytose – Helpt bij laboratorium identificatie van organismen – Gelachtige laag van polysaccharide of eiwit (soms) – Betrokken bij adhesie aan weefsels en prothesen
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op de glycocalyx laag?
    Slijmlaag – Opgebouwd uit polysaccharide –
    Bevordert vorming biofilm – Betrokken bij hechting aan structuren
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op de flagel?
    Zweepvormig organel voor beweging – Werkt als een
    propellor --> beweging – Opgebouwd uit flagellin eiwit
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op het fibrium?
    Korter dan flagel – Haarachtige structuren
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op het pilus?
    Speelt een rol bij uitwisseling van DNA tussen bacteriën
    – Opgebouwd uit pilin eiwit – Korter dan flagel – Haarachtige structuren –
    Betrokken bij adhesie aan receptoren op menselijke cellen
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op het celmembraan?
    Verzorgt actief transport en selectieve diffusie
    van moleculen – Synthetiseert (vormt) celwand precursors – Secretie (afgifte)
    enzymen en toxinen – Fosfolipidebilaag met receptoren en andere eiwitten
  • Een bacterie is opgebouwd uit verschillende componenten. Welke informatie heeft betrekking op het cytoplasma?
    Bevat genetisch materiaal (nucleoïd) – Bevat
    inclusies die dienen als opslag van energie – Bevat ribosomen waar eiwitsynthese plaatsvindt
  • Protoplast betekent
    datgene wat omringt wordt door een celwand
  • Gram-positieve bacteriën hebben een
    dikke peptidoglycaanlaag
  • Gram-positieve bacteriën kleuren bij de gram-kleuring
    Paars/blauw-zwart
  • Gram-negatieve bacteriën hebben een
    dunne peptidoglycaanlaag
  • Gram-negatieve bacteriën kleuren bij de gram-kleuring
    Roze
  • Welke bacteriën hebben een buitenmembraan?
    Gram-negatieve bacteriën
  • Welke bacteriën bevatten endotoxinen? 
    Gram-negatieve bacteriën
  • Welke bacteriën hebben volgens definitie geen periplasmatische ruimte?
    Gram-positieve bacteriën
  • Wat is de juiste hierarchie (van hoog naar laag)?
    Domein – rijk – stam – klasse –
    orde – familie – geslacht – soort
  • Welke vier type voedingsstoffen hebben bacteriën nodig voor hun groei?
    Zuurstof en waterstof – Koolstof – Organische voedingsstoffen – Anorganische ionen
  • Welke bacteriën zijn vrijlevende bacteriën en halen koolstof uit CO2?
    Autotrofe bacteriën
  • Bacteriën die bij aanwezigheid van zuurstof, zuurstof gebruiken voor energieproductie en die wanneer er onvoldoende zuurstof aanwezig is overgaan op
    fermentatie voor energie productie zijn
    facultatief anaeroben
  • Heterotrofe bacteriën zijn parasitaire bacteriën die koolstof halen uit
    complexe organische verbindingen
  • Bacteriën die NIET groeien in aanwezigheid van zuurstof zijn
    obligaat (strikte) anaeroben
  • Bacteriën die groeien onder lage zuurstof concentratie zijn
    microaerofielen
  • Bacteriën die groeien onder verhoogde koolstofdioxide concentratie zijn
    capnofielen
  • Bacteriën die zuurstof nodig hebben om te groeien
    obligaat (strike) aeroben
  • Wat is de juiste volgorde van reproductie (in een kweeksituatie)?
    Lag fase – Logaritmische fase – Stationaire fase – Afstervingsfase
  • Wat gebeurt er tijdens de Lag-fase?
    Aanpassing
  • Wat gebeurt er tijdens de logaritmische fase?
    Snelle celdeling
  • De groei van bacteriën wordt met name gereguleerd door
    voedingsstoffen
  • Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 25 – 40 °C?
    Mesofiele bacteriën
  • Hoe worden bacteriën genoemd die groeien onder 20 °C?
    Psychrofiele bacteriën
  • Hoe worden bacteriën genoemd die groeien tussen 55 – 90 °C?
    Thermofiele bacteriën
  • Hoe ziet het bacteriële genoom eruit?
    Circulair, dubbelstrengs DNA
  • Bacteriën zijn 
    haploïd
  • Welke uitspraak is van toepassing op genotypische variatie?
    Is een blijvende verandering in het genoom
  • Welke variatie is reversibel
    fenotypische variatie
  • Welke variatie is een gevolg van een verandering in het milieu?
    Fenotypische variatie
  • Welke variatie is irreversibel?
    Genotypische variatie
  • Wanneer leidt een insertie/deletie tot een frame shift mutatie?
    1 – 2 – 4 – 5
  • Wanneer een base wordt vervangen door een ander (coderend) aminozuur wordt dit
    een missense mutatie genoemd
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Vaccins zijn niet 100% effectief. Ze wekken met name 
antilichaam immuniteit op
Toxoiden zijn ongevaarlijk gemaakte
exotoxinen
Hoe wordt de antigeniciteit van toxoiden verhoogd?
Door combinatie met
bacteriën met endotoxinen
Bij welk type vaccin worden adjuvanten gebruikt?
Geïnactiveerde vaccins
Wat is de functie van een adjuvant?
De immuunrespons te stimuleren
De meest succesvolle vaccin zijn
Levende vaccins
Bij welke vormen van immuniteit worden er geheugen B- en T-cellen gevormd?
Natuurlijke actieve immuniteit – kunstmatige actieve immuniteit
Wanneer je wordt ingeënt met een verzwakt virus waardoor geheugen B- en Tcellengaat vormen is er sprake van
kunstmatige actieve immuniteit
Wanneer je na een hondenbeet bij de huisarts een injectie met antistoffen tegentetanus krijgt is er sprake van:
kunstmatige passieve immuniteit
Wanneer een moeder antistoffen via de placenta doorgeeft aan het ongeborenkind is er sprake van:
natuurlijke passieve immuniteit