Summary Natuurwetenschappen voor de para- en perimedische beroepen

-
ISBN-10 9077423214 ISBN-13 9789077423219
256 Flashcards & Notes
22 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Natuurwetenschappen voor de para- en perimedische beroepen". The author(s) of the book is/are H E Fokke. The ISBN of the book is 9789077423219 or 9077423214. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Natuurwetenschappen voor de para- en perimedische beroepen

  • 1 Wat zijn natuurwetenschappen?

  • waarmee kunnen de chimpansees navigeren?
    Met het korte termijn geheugen 
  • 2 De oorsprong van de natuurwetenschappen

  • Wat is de formule van Ohm?

    U= I x R

    I (ampère) x R (weerstand) = U (volt -> spanning)

  • Wat is de formule van Joules?

    E = U x I x T

    U (volt) x I (ampère) x T (seconden) = E (joules -> energie)

  • Wat is de formule van Elektrisch vermogen?

    P = U x I  x T : T

    U (volt) x I (ampère) x T (seconden) : T (seconden) = P (watt)

  • 3 Meten is weten

  • wat is de eenheid van lengte

    meter

  • 3.5 Fundamentele of basisgrootheden

  • Wat is fundamentele grootheden

    De internationaal afgesproken 7 grootheden om eenheid te scheppen in de wereld. Een grootheid is iets wat je kunt meten! 

  • Wat zijn de fundamentele grootheden?(5)

    lengte, tijd, massa, temperatuur en stroomsterkte 

  • Wat zijn de fundamentele grootheden?

    lengte, tijd, massa, temperatuur, stroomsterkte, hoeveelheid stof en lichtsterkte

  • Wat wordt er onder afgeleide grootheden verstaan? 
    Deze komen uit vermenigvuldiging of deling van basisgrootheden
  • Wat zijn de symbolen en de eenheden van de basisgrootheden(fundamentele grootheden)? 

    Basisgrootheid          symbool           grondeenheid          symbool 

    lengte                                       l                                   meter                             m

    tijd                                            t                                   seconde                         s

    massa                                      m                                 kilogram                        kg

    temperatuur                         T                                  kelvin                             K

    stroomsterkte                      I                                   ampere                          A

    hoeveelheid stof                 n                                   mol                                 mol

    lichtsterkte                           I                                    candela                         cd

  • Wat wordt er onder afgeleide grootheden verstaan? 

    De grootheden die ontstaan door vermenigvuldigen of deling uit de 7 fundamentele grootheden. voorbeeld: van seconden naar minuten rekenen of van kg naar gram 

  • wat houdt de dichtheid van een stof in?

    de massa van een stof gedeeld door het volume

    dichtheid = massa/volume

  • wat is een dimensie van een grootheid?
    een dimensie van een grootheid is als een grootheid het produkt of het quotient is van die grootheid.
  • 3.6 Definities van grondeenheden

  • Waar staat het begrip arbeid voor? 
    Dit is het overdragen van energie. 
    Symbool: W
    Eenheid: Joule (J) 
  • Wat wordt er onder de begrippen arbeid, energie en vermogen verstaan?

    Arbeid: overgedragen energie= bijvoorbeeld inspanning die door een krachtbron geleverd wordt.

    Energie: de mogelijkheid om iets te doen. Bijvoorbeeld bewegingsenergie, elektrische energie, chemische energie, warmte en straling. 

    Vermogen: de hoeveelheid energie die per seconde verbruikt wordt ( Watt) 

     

     

  • Wat zijn de voorvoegsels van micro, mili, centi, deci, kilo, mega?

    - micro: miljoenste

    - mili: duizendste

    - centi: honderdste

    - deci: tiende

    - kilo: duizendste

    - mega: miljoen 

  • Waar staat het begrip energie voor? 
    Dit is de mogelijkheid iets te doen. 
    Symbool: E 
    Eenheid: Joule (J) 
  • Wat is een atoom en hoe wordt deze ook wel genoemd?  

    Een atoom of wel ondeelbaar/elementen is de kleinste bouwsteen van alle stoffen die we kennen. Moleculen zijn opgebouwd uit atomen!! Een atoom bevat de eigenschappen van een stof. 

  • Waar staat het begrip vermogen voor? 
    Dit is de hoeveelheid energie die per seconde verbruikt wordt. 
    Symbool: P
    Eenheid: Watt (W) 
  • Wat wordt er onder het begrip warmte verstaan? 

    Warmte betekent leven en is een vorm van energie. zonder warmte kan een molecuul bijvoorbeeld niet bewegen en gaat dan dood. 

  • Hoe gedragen moleculen zich bij warmte en kou? 

    Warmte: 

    • moleculen gaan sneller bewegen;
    • moleculen gaan verder uit elkaar staan;
    • de ruimte tussen moleculen wordt groter;
    • de aantrekkingskracht van de moleculen onderling wordt kleiner. 

     

    Kou:

    • moleculen gaan langzamer bewegen;
    • gaan dichter bij elkaar staan;
    • de ruimte tussen moleculen wordt kleiner;
    • de aantrekkingskracht van de moleculen onderling wordt groter
  • Als de temperatuur stijgt, zal de volume (bv water) stijgen doordat de moleculen sneller bewegen en verder van elkaar gaan staan, daardoor zal de dichtheid (ik zie het als ruimte) omlaag gaan. 

  • Wat is de relatie tussen temperatuur, dichtheid en volume? 

    Als de temperatuur hoger wordt, gaat de dichtheid omlaag en de volume omhoog! 

  • Wat is soortelijke warmte? 

    De energie in KJ die je nodig hebt om een stof op te warmen voor 1 graden Celsius. 

  • Hoe neemt de huid temperatuur waar? 

    In de dermis liggen de lichaampjes van Krausse die gevoelig zijn voor kou. de lichaampjes van ruffini zijn gevoelig voor warmte. 

  • Noem de aggregatietoestanden en de faseovergangen

     

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Ultra-violet licht
< 380 nm (zonlicht)
Infra-rood licht
> 780 nm
Rood licht
630 - 750 nm
Oranje licht
590 - 630 nm
Geel licht
570 - 590 nm
Groen licht
510 - 570 nm
Violet licht
380 - 450 nm
Blauw licht
450 - 510 nm
Laser licht is:
Monochromatisch = één golflengte (één kleur)
uni-directioneel = één kant op
coherent = lopen gelijk aan elkaar in dezelfde fase
emissie = hoge intensiteit van uitzending
Noem de aggregatietoestanden en de faseovergangen