Summary Nectar

-
897 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Nectar

  • 4 Gedrag

  • Succes, dit kaartje niet verwijderen
    Oke.
  • 4.1 Prikkels en gedrag

  • Wat is gedrag?
    Alles wat een mens of een dier doet.
  • Hoe heten veranderingen waarop je kunt reageren?
    Prikkels.

    Het is dus soort informatie uit je omgeving.
  • Wanneer is een prikkel een uitwendige prikkel?
    Als een prikkel van buiten het organisme komt, zoals een naderend mens.

    De  prikkel komt dus niet uit je lichaam, maar uit de omgeving.
  • Wanneer is een prikkel een inwendige prikkel?
    Als de prikkel vanuit het lichaam komt (b.v. angst).
  • Waardoor ontstaat gedrag?
    Doordat mensen en dieren reageren op prikkels.
  • Wat is sperren?
    Jonge vogeltjes doen hun bek open om gevoerd te worden.
  • Op welke prikkels reageert de jonge vogel als hij zijn bek spert?
    • Uitwendige prikkel ‘het zien van een ouder’ 
    • Inwendige prikkel ‘honger’.
  • Wat doet een haas achtereenvolgens als je steeds dichterbij komt?
    1. Als je naar de haas toeloopt, gaat hij heel rustig plat liggen. 
    2. Pas als je echt dichtbij komt, rent de haas hard weg. 
  • Welke inwendige prikkel zorgt voor dit gedrag van de haas? En welke uitwendige prikkel?
    Inwendige prikkel: angst.
    Uitwendige prikkel: het dichterbij komen van een mens.
  • Hoe heten prikkels die altijd tot gedrag leiden?
    Sleutelprikkels =  een prikkel die altijd tot hetzelfde gedrag leidt.
  • Wat is de sleutelprikkel voor de ouder Pimpelmees om voedsel in het bekje te stoppen?
    De oranje binnenkant van de bekjes. De oudervogel reageert daarop door het voedsel in een bekje te stoppen.
  • Geef een voorbeeld dat sleutelprikkels soms afhankelijk zijn van de leeftijd van een dier. Gebruik het sperren van kuikens hiervoor.
    1. Blinde kuikens reageren op een tik tegen het nest.
    2. Als de ogen open zijn, sperren de jonge vogels naar alles wat boven het nest beweegt.
    3. Als de kuikens wat ouder zijn, moet een voorwerp minstens 3 mm dik zijn voor ze reageren.
    4. Voor oudere vogeltjes moet het voorwerp een bocht hebben voordat de beestjes hun bek open doen.
  • Als de kuikens ouder worden, verandert de sleutelprikkel voor het sperren. Leg uit dat die verandering nuttig is.
    Als de vogels ouders worden, kunnen ze steeds beter onderscheid maken tussen de snavel van hun ouders en andere objecten. Dit is nuttig omdat ze dan niet meer hoeven te reageren op prikkels die hen geen voedsel opleveren. Zo kunnen ze energie besparen.
  • Wat is de sleutelprikkel voor een stekelbaarsmannetje om naar een ander mannetje te dreigen?
    • De rode buik van een mannetje is de sleutelprikkel voor dat dreiggedrag.
    • Elke keer als een rode buik zichtbaar wordt, gaat het mannetje dreigen. 
    • Vrouwtjes hebben geen rode buik. 
  • Geef een voorbeeld van een sleutelprikkel bij een baby (lachen)
    Baby’s glimlachen naar een stuk karton met twee stippen erop.
    De twee donkere stippen, de ‘ogen’, vormen de sleutelprikkel die het gedrag glimlachen oproept.
    1. Een leeuw eet van zijn prooi. Er komt een sterkere, grotere leeuw aanlopen, maar de leeuw blijft eten. Welke twee prikkels spelen een rol in het gedrag van de leeuw?
    2. Zijn beide prikkels even sterk? Leg je antwoord uit 
    1. Honger en gevaar.
    2. Nee, de honger is sterker want hij blijft eten.
  • Wat is de drempelwaarde bij reageren?
    De drempelwaarde is de grens tussen niet of wel reageren.
  • Wanneer gaan dieren en mensen reageren op prikkels ?
    Als hun motivatie groot genoeg is. 

    Motivatie* =  is de bereidheid om te reageren
  • Uit welke prikkels wordt je motivatie opgebouwd?
    Uit inwendige en uitwendige prikkels.

    Je komt bijvoorbeeld in het weekend pas uit bed als de wekker gaat én de zon op je gezicht schijnt èn je verse broodjes ruikt én je vader roept dat je kunt ontbijten. Je motivatie om op te staan heeft dan de drempelwaarde bereikt.
  • Nog een voorbeeld voor drempelwaarde.
    Een hondentrainer wil weten wanneer een jonge hond een onbekende man gaat bijten. Hij doet een onderzoek, waabij hij de man vier afzonderlijke handelingen laat doen.
    • De onbekende man moet naar de jonge hond toelopen. 
    • Hij moet ook zijn handen naar de hond uitsteken
    • De hond aankijken 
    • Met zijn tong klakken.

     Steeds wordt de reactie van de hond bekeken. In bron 6 staan de resultaten in het linker staafdiagram aangegeven. Je ziet dat de hond gespannen wordt door de afzonderlijke handelingen van de man, maar niet gaat bijten.
    In het rechter staafdiagram van bron 6 zie je het resultaat als de man alle handelingen tegelijk verricht. De effecten van de afzonderlijke prikkels worden door de hond ‘opgeteld’. Als de optelsom boven de drempelwaarde voor bijten komt, volgt een reactie: de hond bijt (bron 7). De drempelwaarde is de grens tussen niet of wel reageren.

  • Misschien heb je weleens een 'biddende' torenvalk gezien, zoals op de foto. Een hongerige torenvalk hangt dan stil in de lucht boven een veld waar een muis loopt. Als de muis duidelijk zichtbaar is, duikt de torenvalk naar beneden om hem te grijpen.

    1. Welke prikkels veroorzaken het bidden?
    2. Welke prikkel zorgt ervoor dat de torenvalk naar beneden duikt?
    1. De torenvalk heeft honger, hij ziet een muis in het veld lopen.
    2. De torenvalk duikt naar beneden als hij de muis duidelijk ziet.
  • Wat is een etholoog?
    Een bioloog die diergedrag bestudeert.
  • Gedrag kun je verdelen in kleine stukjes.  Hoe noem je zo’n stukje gedrag ?
    Een handeling * = een klein stukje gedrag. Gedrag bestaat uit een reeks handelingen.
  • Geeft een voorbeeld van handelingen bij het eten van soep.
    ‘lepel pakken’, ‘lepel in de soep doen’ en ‘lepel in de mond doen’. Het gedrag bestaat uit een reeks handelingen. Die handelingen gebeuren meestal in een bepaalde volgorde. Je moet immers eerst je lepel pakken vóór je soep kunt eten.
  • Hoe noem je een lijst met beschrijvingen van handelingen?
    Een ethogram, zie afb.

     Je ziet in bron dat elke handeling van de hond een naam, een afkorting en een omschrijving krijgt.
  • Nadat je een ethogram gemaakt hebt, kun je een protocol maken. 
    Wat is een protocol?
    Waarnemingen van het gedrag van een mens of dier tijdens een bepaalde tijd.
  • Wat is protocolleren?
    Je houdt gedurende een bepaald tijd bij hoe vaak, in welke volgorde of hoelang het dier de handelingen uitvoert. Je bent dan aan het protocolleren.
  • Wat is het verschil tussen een protocol en een ethogram?
    Een protocol maak je gedurende een bepaalde tijd, een ethogram niet.
  • Waardoor gaan dieren in de dierentuin stereotiep gedrag vertonen. Zoals Tijgers die urenlang voor de tralies heen en weer lopen. Olifanten staan met hun kop te schudden. Beren bijten hun vacht kapot.
    Omdat ze niet voldoende prikkels krijgen. Ze vervelen zich.

    Onderzoekers komen steeds meer te weten over het gedrag van dieren in het wild. Daarom bootsen dierentuinen de natuurlijke omgeving van de dieren zo veel mogelijk na.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat gebeurt er dus met een mannetje als hij in territorium van een ander komt?
Dan zal hij juist aangevallen worden. Binnen zijn territorium zal een merel dus eerder gaan aanvallen, buiten de grenzen is een merel juist geneigd tot vluchten.
Olifanten leven in kuddes van ongeveer hoeveel dieren ?Bestaat een kudde meestal uit mannetjes en vrouwtjes ?Wie is de leidster van de kudde en hoe noem je haar?Wie zijn de overige kuddeleden meestal?
  1. Tien dieren
  2. Nee, meestal voornamelijk uit vrouwtjes
  3. Het oudste, meest ervaren vrouwtje. Zij is de matriarch.
  4. Vrouwelijke familieleden en kalfjes.
Welke dieren hebben dezelfde tactiek als de spreeuwen bij het zien van een roofvijand?Waardoor voorkomt dit gedrag dat ze opgegeten worden?
  1. Meerdere antwoorden mogelijk, bijvoorbeeld: vissen die in een school gaan zwemmen.
  2. Dit gedrag voorkomt dat ze opgegeten worden doordat een roofdier een grote groep niet snel zal aanvallen.
Een bij heeft twee verschillende dansen die hij op een honingraat doet als hij bloeiende planten heeft gevonden. Welke zijn dat ?
  1. De rondedans, dit betekent dat er binnen vijftig meter van de kast voedsel te vinden is.
  2. Kwispeldans, dit is een achtvorm. Dit betekent dat het voedsel ver weg is.
Leg uit waarom het handig is dat de alarmroepen van veel vogelsoorten op elkaar lijken.
Doordat de alarmroepen van veel vogelsoorten op elkaar lijken reageren ze op elkaars alarmroep bij dreigend gevaar en hebben ze een grotere kans om aan het gevaar te ontsnappen
Noem een aantal reflexen die wel je hele leven blijft.
  1. De pupilreflex.
  2. Als je hand in een vlam komt, dan trek je die meteen terug.
  3. Wanneer iemand onverwacht een bal naar je hoofd gooit, duik je weg.

Deze reflexen beschermen je lichaam tegen beschadigingen en vergroten de kans op overleven.
Welke inwendige prikkel zorgt voor dit gedrag van de haas? En welke uitwendige prikkel?
Inwendige prikkel: angst.
Uitwendige prikkel: het dichterbij komen van een mens.
Succes, dit kaartje niet verwijderen.
Oke
Succes, dit kaartje niet verwijderen
Oke.
In de winter kruipen de mieren diep weg in de gangen en de kamers van het nest.Welke prikkel veroorzaakt dit gedrag? Is dit een inwendige of een uitwendige prikkel?
  1. De kou
  2. Uitwendige prikkel.