Summary Nectar 5 vwo

ISBN-10 9001789382 ISBN-13 9789001789381
102 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nectar 5 vwo". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789001789381 or 9001789382. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Nectar 5 vwo

  • 9 hart en bloedsomloop

  • Tonen van de hartslag ?
    2 tonen, sluiten van de hartkleppen en sluiten van de slagaderkleppen
  • 3 fase van de hartslag met biologische namen 
    • Vullen van de kamers (kamer en boezen ontspannen) diastole 
    • boezensystole (leegpersen boezem) en kamersystole
    • pauze, de druk in de kamer daalt tot onder de druk van de slagader waardoor de slagaderkleppen sluiten 
  • Aders en slagaders
    Aders naar het hart en slagaders van het hart
  • na de geboorte
    1. Baby huilt > longen met lucht > bloed naar longen en terug
    2. ovale venster tussen rechter en linkerboezem sluit door hoge druk in linker harthelft
    3. bloedvaten van navelstreng verschrompelen 
  • Boven en onderdruk
    1. Bovendruk of systolische druk = als het bloed in slagaders geperst wordt = hoge druk maar deze wordt een beetje gedempt door elasticiteit van slagader
    2. diastole (ontspannen) = onderdruk 
  • Functie van bloed in bloedsomloop
    Verspreiden van zuurstof (longen) en voedingsstoffen (darm/lever) naar cellen in het lichaam. En het afvoeren van afvalproducten uit weefsels.
  • 3 type bloedvaten
    1. Aders: 
    • lichaam > hart (uitzondering portader) 
    • lage druk 
    • aan het opp
    • O2 arm 
    • afvalstoffen 
    • vaak kleppen voor de juiste richting 

    2. Slagaders 
    • hart > lichaam 
    • aorta en kransslagaders 
    • hoge druk 
    • gladde wanden > snel stromen 
    • stevige wanden + elastisch voor bescherming (als je ouder wordt > bloeddruk honger omdat wanden minder soepel zijn) 
    • O2 rijk 
    • diep in het lichaam 

    3. Haarvaten 
    • vertakking van slagaders 
    • heel dun 
    • lage druk 
    • uitwisselen van O2, voeding en afval > dit is mogelijk door de dunne want en het verschil in O2 spanning.
  • Bloedplasma
    • Vloeibaar 
    • veel verschillende eiwitten, > eiwitten hebben colloïd-osmotische druk (verschil in druk binnen en buiten bloedvat) > zo gaat vloeistof aan het einde van haarvaten weer terug het bloed in. 
  • Bloedcellen
    Worden gemaakt in het rood beenmerg en er zijn 3 soorten: 
    1. rode bloedcellen > transport van O2 en CO2 met hulp van hemoglobine (die het bloed ook rood maakt).
    2. witte bloedcellen > verdediging tegen infecties en opbouw van immuniteit. Ze hebben we een celkern dus ook DNA
    3. bloedplaatjes > zorgen voor stolling en hebben geen celkern 
  • Elektrische stroom en samentrekken
    • R boezem zit sinusknoop >elektrische prikkel > spiervezels trekken samen > nog meer trekken samen > AV- knoop = vertraging (kamers trekken iets later samen dan boezems) > bundel van his = samentrekken kamers 
  • Wanneer is de O2 binding minder sterk?
    1. Lage concentratie O2
    2. hoge concentratie CO2
    3. lage pH
    4. hoge temperatuur 
    zie binas 83 D

    Hardwerkende cellen produceren veel CO2. De hoge concentratie CO2 zorgt voor een lage pH (CO2 + H2O > < H2CO3 >< HCO3 - + H+
    En bij hardwerkende spieren is er een hogere temperatuur.

    De extra O2 afgifte door deze gevolgen heet het Bohr-effect 
  • CO2 transport
    CO2 in bloed sinas 83 E
    1. 5% bloedplasma 
    2. 95 % in rode bloedcellen >>>>>>>>

    >>>
    1. 25 % bindt aan Hb tot HbCO2
    2. 70 % vormt met H2O tot H2CO3- >>>>>>
    >>>
    1. H2CO3 valt uiteen tot H+ en HCO3-  >>>>>>
    >>>
    1. H+ bindt aan Hb tot HbH 
    2. HCO3- gaat uit de rode bloedcel in het bloedplasma en cl- gaat in de rode bloedcel en heft zo de verplaatsing van - lading op. 
  • Atherosclerose
    • Als je ouder wordt blijven dikke vetachtige stoffen achter in bloedvaten (plaque) dit heet atherosclerose. > hogere bloeddruk  en het verstopt bloedvaten 
    • bij kleine beschadigingen> littekens > sneller atherosclerose 
  • Reparatie van bloedplaatjes
    Binas 84O 

    1. beschadiging 
    2. bloedplaatjes worden plakkerig en hechten aan het beschadigde stukje
    3. geven stoffen af aan het bloed waardoor spieren in haarvaten samentrekken > minder bloedverlies. 
    4. bloedstolling 


    uit kapotte bloedplaatjes komt een eiwit vrij = plaatjesfactor 
    uit weefselbeschadiging komt tromboplastine vrij 
    samen zetten ze reacties op gang elk product werkt als enzym en kan nieuwe moleculen activeren > ontstaan van trombine > oplosbare fibrinogeen omzetten in niet oplosbare draden > vangnet 

    aan het einde lossen de draden weer op.
  • 10 uitscheiding

  • Regelkring
    • receptor neemt waar, bij afwijking stuurt het regelcentrum impulsen naar de effectoren 
    • effector kan de afwijking corrigeren 
  • Nieren
    • Nog een kwart van het bloed gaat naar de nieren 
    • filteren van afvalstoffen uit bloed, zonder zou ons lichaam vergiftigd worden 
    • osmotische waarde van bloed, ADH stimuleert terugabsorptie van water 
    • zuur- base evenwicht 
    • maken van hormonen 
    • bloeddruk in de gate houden 
  • Lever
    • Gal produceren 
    • verwerken van voedingstoffen uit de darmen 
    • structuur veranderen van vetzuren 
    • opslag functie 
    • produceren van eiwitten 
    • afbraak van afval en gifstoffen 
    • cholesterol vorming 
    • 2 toevoerende bloedvaten: leverslagader > O2 rijk en poortader> voedingstoffen rijk.
  • Ademhalen
    1. Ingeademde lucht > keelholte > hoofdbronchiën vertakken zich tot bronchiolen. 
    2. kraakbeen ringen rond de luchtpijp voorkomen dat de luchtpijp inklapt. 
    3. kleine bronchiolen hebben geen kraakbeen, ze hebben spieren 
    4. aan het uiteinde van de bronchiolen komt de lucht in de longblaasjes (aveoli) 
    5. in de longblaasjes neemt de lucht CO2 mee terug 
    6. O2 komt het lichaam binnen via lucht> bloed in haarvaten 
  • Snelheid van diffusie
    • Wordt beïnvloed door de factoren in de wet van fick 
    • aantal moleculen 
    • diffusiecoefficient (door hoge temp stijgt de coëfficiënt)
    • diffusieopp
    • concentratieverschil tussen hoeveelheid moleculen aan weerszijden van diffusie opp
    • diffusieafstand 
  • dode ruimte en uitademing
    Geen diffusie, bij ademhaling wordt dus niet alle lucht ververst
    en bij uitademhaling blijft een reservevolume achter anders knappen de longen 
  • Voordelen van neusademhaling
    1. Neusschelpen vergroten opp > goed contact neusslijmvlies en lucht
    2. zintuigcellen waarschuwen voor gevaar 
    3. neusharen vangen ziektekiemen op uit de lucht 
    4. neusharen leiden luchtstroom langs neusslijm 
    5. slijmvlies en trilhaarepitheel > (niet alleen in de neus) > stoffen blijven plakken en worden vochtig waardoor O2 opname beter gaat. En trilhaarepitheel beweegt de vaste stoffen de juiste kant op. 
  • Trilharen en astma
    • trilharen werken vervuild slijm uit de bronchiën naar de keelholte > slik je ongemerkt 
    • bij astma zijn luchtwegen ontstoken en hoopt zich slijm op > lucht heeft moeite de longblaasjes te bereiken. 
  • Interpleurale ruimte
    • Ruimte tussen borstvlies en longvlies
    • longvlies vormt buitenkant van longweefsel 
    • bij ademhaling verlaagt de druk in de interpleurale ruimte > borstvlies trekt de longen mee 
    • er zit een vloeistof 
    • druk is altijd lager dan de longen anders zou de long loskomen van het borstvlies en klapt hij in 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.