Summary Nectar : biologie.

-
ISBN-10 900132715X ISBN-13 9789001327156
343 Flashcards & Notes
36 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nectar : biologie.". The author(s) of the book is/are Jan Bijsterbosch, Eduard Maier, Peter van Wijk Wim Bax van Dick Verhoef Artbox Interlink Consultants. The ISBN of the book is 9789001327156 or 900132715X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Nectar : biologie.

  • 1 gedraag je (ethologie)

  • gedrag is een aanpassing van verschillende omstandigheden
  • Wat is het doel van gedrag en waardoor ontstaat het?

    Het doel is het vergroten van de overlevingskans en het ontstaat als gevolg van uitwendige en inwendige prikkels.

  • Wat is motivatie?

    De bereidheid een bepaald gedrag te vertonen.

  • Sleutelprikkel: een doorslaggevende prikkel voor een bepaald gedrag. Het moet over de drempelwaarde zijn om het gedrag uit te lokken. Is zo'n prikkel heel overdreven, dan is het een supernormale prikkel. 

  • Menselijke eigenschappen noemen we antropomorf(niet wetenschappelijk). Je kunt objectief onderzoeken, dus zonder oordeel, of je kunt subjectief onderzoeken, dus met vooroordelen(eigen mening). Een onderzoeker van diergedrag is een etholoog. 

  • Motivatie = bereidheid bepaald gedrag te vertonen.

    In/uitwendige prikkels zijn motiverende factoren. Elke prikkel verhoogt/verlaagt de motivatie, zodra de prikkels de drempelwaarde heeft bereikt, is de motivatie groot genoeg om bepaald gedrag te vertonen.

    Gedrag: alles wat dier laat of doet. Sleutelprikkels: één prikkel is al voldoende voor bepaald gedrag (zijn heel eenvoudige, enkele prikkels à inwendig).

    Supernormale prikkel: Overdreven sleutelprikkel à wordt eerder/sterker op gereageerd.

    Menselijke benadering van diergedrag is antropomorf (bijv. denken/houden van/voelen/weten/slim bron 6): mag je niet gebruiken tijdens onderzoek (niet wetenschappelijk). Een onderzoeker naar diergedrag is een etholoog.

    Gedragsketen: ketting van random achtereenvolgende gedragen, niet altijd zelfde rijtje (bijv. wakker worden, staan, aanvallen).

    Gedragseenheden: verschillende handelingen/onderdelen van gedrag/uit gedragsketen (bijv. jagen)

    Gedragssysteem: opgebouwd uit verschillende gedragseenheden à bepaalde volgordes/combinaties (bijv. vechten) Bron: 10 + 11.

    Conflictgedrag:

    1.      Ambivalent gedrag à twijfel à steeds stukje van een ander gedragssysteem laten zien: (tanden laten zien/rustig gaan zitten).

    2.      Overspronggedrag: wanneer een dier een vreemde gedragseenheid vertoont binnen een heersend gedragssysteem (poot likken (hygiëne) terwijl hij agressief is).

    3.       Omgericht gedrag à wél in gedragssysteem maar tegen de verkeerd persoon gericht.

    Ritueel: en serie gedragseenheden die van te voren vaststaat. Wordt alleen door soortgenoten herkend. Speciale vorm hiervan is baltsgedrag.   

    Soms is gedrag aangeboren (voorgeprogrammeerd, moeilijk te veranderen) of aangeleerd (verfijning van het gedrag door imitatie of overleven).

    Verschillende manieren van aanleren bij dieren:

    -        Inprenting (goed onthouden): kan alleen in de gevoelige periode van het dier.

    -        Motorisch leren: gebeurt door te oefenen, pas in bepaalde periode bijv. lopen

    -        Gewenning:  ergens aan wennen (bijv. omgaan met warmte en kou).

    -        Imitatie: andere nadoen.

    -        Klassieke conditionering: vorm van leren waarbij een toevallige prikkel wordt gekoppeld aan een prikkel die aan begin staat van bekende gedragsketen à Pavlov.

    -        Trial and error: Als iets per ongeluk lukt, dan zal in vergelijkbare situatie dat gedrag wederom vertoond worden.

    -        Operante conditionering: leren van een bepaald gedrag door een beloning/straf.

    -        Inzicht:  iets meteen ‘snappen’ en dus juiste gedrag vertonen (moeilijkste).

  • 1.1 geprikkeld gedrag

  • Hoe worden de inwendige en uitwendige prikkels ook wel genoemd ?

    De motiverende factoren

  • Ethologie
    Natuurwetenschappelijke studie van het gedrag = gedragsleer, waarbij de relatie tussen stimulus en respons bij diersoorten wordt onderzocht.
  • Hoe heten inwendige en uitwendige prikkels die een rol spelen bij het tonen van een bepaald gedrag?
    Motiverende factoren
  • Waar uit wordt gedrag opgebouwd?

    Door ´blokjes´met  prikkels die op een drempelwaarde  de motivatie voor het gedrag vertonen

  • Antropomorfisme
    Het toeschrijven van menselijke gevoelens en beweegredenen aan dieren.
  • gedrag is alles wat een dier doet of laat. gedrag is gericht op de vergroting van de overlevingskans (functie) en ontstaat als gevolg van uitwendige en inwendige prikkels (oorzaak). Motivatie is de bereidheid een bepaald gedrag te vertonen.
  • Wat is gedrag ?

    Alles wat men doet of laat

  • Gedrag
    Alle waarneembare activiteiten van een dier of een mens. Gedragingen komen tot stand door de werking van spieren of klieren (effectoren). Gedrag is een reactie (respons) van een dier of een mens op prikkels. Gedrag wordt bepaald door erfelijke factoren en leerprocessen.
  • Waar is gedrag voor bedoelt bij een dier ?

    Vergroting overlevingskans

  • Drempelwaarde
    Minimale sterkte van een prikkel die effect heeft.
  • Wat is een sleutelprikkel ?

    Een doorslaggevende uitwendige prikkel die een bepaald gedrag veroorzaakt

  • Altruïstisch gedrag
    Gedrag waarbij de overlevingskansen van 1 of meer soortgenoten wordt vergroot ten koste van de eigen overlevingskansen.
  • Wat is overdreven prikkel ?

     

    Is een supernormale prikkel

  • Ethogram
    Een objectieve beschrijving van verschillende typen handelingen van een diersoort.
  • Inwendige factoren
    Motiverende factoren bepalen de kans dat een bepaald gedrag wordt uitgevoerd: honger/dorst.
  • Motivatie (drang)
    Gedrag wordt veroorzaakt door inwendige en uitwendige factoren. De bereidheid tot het verrichten van een bepaald gedrag. De motivatie wordt beïnvloed door het hormoonstelsel en het zenuwstelsel en door abiotische factoren als temperatuur.
  • Sleutelprikkel
    Prikkel die een doorslaggevende rol speelt bij het veroorzaken van een bepaald gedrag.
  • Stimulus
    Prikkel waarop een respons kan volgen.
  • Respons
    Reactie van spieren of klieren.
  • Supranormale/supernormale prikkel
    Prikkel die effectiever is bij het veroorzaken van een bepaald gedrag dan de normale sleutelprikkel.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.