Summary nectar havo 4

-
ISBN-13 9789001735944
378 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "nectar havo 4". The author(s) of the book is/are Vincent van der Velden. The ISBN of the book is 9789001735944. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - nectar havo 4

  • 2.1 Menselijke en dierlijke cellen

  • emergente eigenschap
    Al die onderdelen samen kunnen tot een nieuwe eigenschap leiden.
  • molecuul
     verbinding tussen 2 of meer atomen (kleinste bouwstoffen)
  • organel
    een onderdeel van een cel met een bep. functie
  • cel
    de functionele bouwsteen van alle organismen
  • weefsel
    een groep cellen met eenzelfde bouw en functie
  • orgaan
    bestaat uit verschillende weefsels die samenwerken aan een taak
  •  orgaanstelsel
    bestaat uit alle organen die aan dezelfde taak werken
  • organisme
    een levend wezen
  • populatie
    een groep soortgenoten in een bep. gebied
  • ecosysteem
    een begrensd gebied met organismen die relaties hebben met elkaar en met de levenloze natuur
  • systeem Aarde
    omvat alle ecosystemen van de planeet
  • Alle levenskenmerken
    Beweging
    Groei
    Voortplanting
    Stofwisseling (ademhaling, uitscheiding, voeding)
    Reageren op prikkels
  • Celmembraan bestaat uit:
    transporteiwitten en receptoreiwitten).
  • Fosfolipiden
    Zijn zijn vetachtige stoffen met een fosfaatgroep (bouwstof DNA en RNA)
  • De stoffen die een cel in-of uitgaan, passeren het celmembraan.
    (alleen CO2, O2 en vetachtige stoffen zoals bep. hormonen gaan er gemakkelijk doorheen).
  • Andere stoffen passeren het celmembraan via de
    transporteiwitten
  • Receptoreiwitten
    kunnen aan de buitenzijde van de cel contact maken met specifieke stoffen (bijv. hormonen). Er start een proces binnen de cel zonder dat de eiwitten de cel binnenkomt
  • cytoplasma
    Het cytoplasma zit voor het celmembraan. Het cytoplasma is het grondplasma samen met de organellen. Hier vinden veel chemische reacties plaats. o Grondplasma bestaat uit: water en opgeloste stoffen
  • De celkern
    bevat DNA, grote moleculen met informatie voor het maken van eiwitten.
  • De ribosomen
    maken eiwitten met behulp van info uit het DNA. Sommige ribosomen bevinden zich vrij in het grondplasma en andere zijn gebonden aan het endoplasmatisch reticulum
  • De membranen van het endoplasmatisch reticulum
    vormen een netwerk van ‘buizen’ in het grondplasma, waar eiwitten zich doorheen verplaatsen.
  • Het Golgisysteem:
    ontvangt eiwitten vanuit het ER. Het systeem bestaat uit een aantal platte membraanzakken die de eiwitten sorteren en ze verpakken in transportblaasjes
  • Transportblaasjes:
    vervoeren eiwitten naar verschillende plaatsen in de cel
  • Lysosomen
    zijn blaasjes met enzymen die grote deeltjes in de cel verteren en oude organellen afbreken
  • Mitochondriën:
    zijn langwerpige organellen, opgebouwd uit 2 membranen. De mitochondriën breken kleine koolhydraten en vetzuren af. Zo vormen ze energierijke stoffen, die de cel voor haar activiteiten gebruikt.
  • Celskelet.
    Dit bestaat uit een groot aantal eiwitdraden die overal in het grondplasma voorkomen. De eiwitdraden geven de cel vorm en langs de draden bewegen transportblaasjes.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Commensalisme
Vorm van symbiose waar de ene soort voordeel heeft en de andere soort geen voordeel of nadeel heeft.
Parasitisme
Symbiose waarbij de ene soort voordeel heeft en de andere nadeel.
Mutualisme
Wanneer beide soorten voordeel hebben van de symbiose.
Symbiose
Een langdurige relatie tussen organismen
Energiestroom
De pijl die in voedselketen waar als een dier van een lagere rang op eet de energie verandert.
Voedselketen
Zo'n reeks van organismen die begint bij producenten en waarbij de een voedsel is voor de andere.
Biobrandstof
Brandstof afkomstig van olierijke zaden.
Autotrofe organismen
Organismen die zelf hun energierijke organische stoffen, zoals glucose en olie, maken. Groene planten gebruiken hierdoor de energie van het zonlicht, die ze omzetten in chemische energie.
Kinetische energie
Bewegings energie
Heterotrofe organismen
Organismen die hun organische stoffen binnenkrijgen via dierlijke en of plantaardige voedsel.