Summary Nederland in de prehistorie. Revised ed.

-
ISBN-10 9035134176 ISBN-13 9789035134171
676 Flashcards & Notes
32 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nederland in de prehistorie. Revised ed.". The author(s) of the book is/are Leendert P Louwe Kooijmans. The ISBN of the book is 9789035134171 or 9035134176. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Nederland in de prehistorie. Revised ed.

  • 2.1 In de negentiende eeuw

  • Wanneer werd Reuvens benoemd tot hoogleraar in de archeologie?

    In 1818

  • Wat zijn Celtic Fields?
    Celtic Fields tonen zich in het terrein als lage walletjes die min of meer vierkante kavels insluiten.
    Het zijn de resten van een landbouwsysteem op de zandgronden uit de ijzertijd.
  • In 1826 kocht het Rijk het landgoed Arentsburg bij Den Haag met het uitsluitende doel om er door Reuvens een opgraving te laten verrichten in verband met de vele Romeinse vondsten die daar in het verleden waren gedaan. Hier werd voor het eerst een 'moderne' opgraving verricht!

    Men tekende vlakken en profielen, terwijl door middel van tekeningen duidelijk werd gemaakt hoe een en ander er ruimtelijk uitzag: het soortgelijke van de huidige opgravingsfoto.

  • Wie kreeg de opdracht van Koning Willem I tot de opbouw van het Museum van Oudheden?
    Casper Reuvens
  • Waarom was het jaar 1818 een belangrijk jaar voor de Nederlandse archeologie?

    door:

    1. de stichting van een Nationaal Museum van Oudheden

    2. start van systematisch(geregeld, methodisch: onderwijs aan de hand van methodes) universitair onderwijs in de archeologie.

    3. opgraving in het Noorden van NL van een veenweg: structuur en ligging van de weg waren het enige onderwerp van het onderzoek.

    4. dat 1818 de 1e(!) monumentenlijst(het Schultesrapport) (van de provincie Drenthe) opleverde.

    5. dat alle burgemeesters een lijst moesten inleveren van alle 'objecten of voorwerpen van oudheidkundige waarde in hun ambtsgebied'

     

    6. dit alles stimuleerde/moedigde aan tot het archeologisch-cartografisch werk van B.W. Cranssen

  • 1818 was een bijzonder jaar, noem 3 gebeurtenissen naast de benoeming van C. Reuvens.
    - De aanvang van universitair onderwijs in archeologie;
    - Eerste monumentenlijst van Drente;
    - Opgraving van een veenweg door J.W. Karsten
  • In 1818 was er een opgraving in het noorden van een veenweg, het onderzoek werd uitgevoerd door J.W. Karsten, waarom was deze opgraving bijzonder?
    Met het onderzoek werden er geen vondsten gedaan, maar was de structuur en ligging van de weg onderwerp van onderzoek.
  • In 1826 kocht het Rijk het landgoed Ahrensburg bij Den Haag met het uitsluitende doel om er door Reuvens een opgraving te laten verrichten in verband met de vele Romeinse vondsten die daar in het verleden waren gedaan. Hier werd voor het eerst een 'moderne' opgraving verricht!

    Men tekende vlakken en profielen, terwijl door middel van tekeningen duidelijk werd gemaakt hoe een en ander er ruimtelijk uitzag: het soortgelijke van de huidige opgravingsfoto.

  • Koning Willem I zit vol plannen en het Rijk kocht in 1826 het landgoed Arentsburg. Daar waren eerder al meerdere Romeinse vondsten gedaan en nu kon Reuvens beginnen aan de eerste echte 'moderne' opgraving.
    In 1830 kwam aan al deze financiering een einde door de oorlog met de Belgen.
  • deel 2 mindmap
  • In welk jaar groef C. Reuvens de eerste grafheuvel (de Witte Wijvenbult) op en waar was deze gelegen?
    In 1834 te Gorsel bij Zutphen
  • deel 3 mindmap. (levensloop)
  • Door wie werd C. Reuvens opgevolgd in het museum?
    Door C. Leemans (1809-1893)
  • C. Leemans zette samen met zijn collega I.J.F. Janssen de documantatie van Reuvens voort. Deze verscheen in 1845 in druk.
  • Wanneer kwam Nederland voor het eerst in aan merking met de archeologische indeeling van matrialen in steen-, brons-, en ijzertijd?
    In 1846
  • De Haan Hettema (1796-1873) vertaalde in 1846 het Deense boek over opgraven en bewaren van oudheden. Zo kwam Nederland in aanraking met de wijze waarop C.J. Thomsen archeologisch materiaal indeelde in steen-, brons- en ijzertijd.
  • Wie documenteerde de verspreidingskaart van Nederlandse archeologica met een geologische ondergrond?
    W. Pleyte (1836-1903)
  • Het graven van kanalen, het ontginnen van veen en het aanleggen van vestingen samen met een grote behoefte aan betere grond voor de landbouw leidde tot vondsten in terpen en de lokatie van het vroeg-middeleeuwse Dorestad.
  • 2.2 De eerste helft van de twintigste eeuw

  • J.H. Holwerda
    - Van huis uit een classicus;
    - Leerde in een stage in 1905 grondverkleuringen interperteren als paalgaten    van C. Schuchhardt;
    -Zijn klassieke wereldbeeld verleidde hem om de grafheuvels een vertaling     waren van de mediterane tholoi;
    - Werd benoemd in Leiden tot lector in de prehistorische en Romeinse        archeologie.
  • Wanneer en door wie werd het Biologisch-Archeologisch Instituut (BAI) gesticht?
    In 1920, door A.E van Griffen
  • Noem twee methoden waarop A.E. van Griffen het opgraven heeft verbeterd.
    Invoering van millimeterpapier en het ontwerp van de kwadrantenmethode.
  • Wat was een groot verschil tussen A.E. van Griffen en J.H. Holwerda?
    Van Griffen groef op relatief grote schaal op in tegenstelling tot Holwerda die met sleuven werkte.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.