Summary Nederlands als tweede taal in het Basisonderwijs

-
ISBN-10 900695523X ISBN-13 9789006955231
236 Flashcards & Notes
65 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nederlands als tweede taal in het Basisonderwijs". The author(s) of the book is/are ThiemeMeulenhoff bv. The ISBN of the book is 9789006955231 or 900695523X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Nederlands als tweede taal in het Basisonderwijs

  • 1 Inleiding

  • Wanneer de leerkracht de betekenis van moeilijke woorden aan een NT2 kind uitlegt is er sprake van ...... (tweedetaalverweving of tweedetaalleren) 
    Tweedetaalleren
  • Wat is taalverwerving?
    De taal oppikken om je heen 
  • Wanneer een NT2 leerling de Nederlandse taal oppikt in allerlei situaties waarin Nederlands wordt gesproken is er sprake van .... (tweedetaalverwerving of tweedetaalleren)  
    Tweedetaalverwerving
  • Wat is taal leren?
    Expliciet uitgelegd krijgen wat woorden betekenen, de taal aangeleerd en uitgelegd krijgen. 
  • Wat zijn onderinstromers?
    Leerlingen die vanaf de kleuterklas aan het Nederlandstalige onderwijs deelnemen
  • Wat zijn de 3 D's? Waar staan ze voor inhoudelijk?
    Doelen didactiek en differentiatie. 
     

    Doelen; Stel doelen aan de opdrachten die je kinderen geeft. Niet alleen bij taalles, maar ook bij elke opdracht. Waarom geef ik dit? wat wil ik hiermee bereiken?
    Didactiek; Hoe ga je dit doel bereiken?
    Differentiatie; zorg dat de leerstof past op de doelen. Goed onderling niveauverschil, zorgen dat iedereen aan bod komt. 
  • Wat zijn neven- of zijinstromers?
    Kinderen van zes jaar en ouder die uit het buitenland naar Nederland komen op een leeftijd waarop ze naar Nederlandse maatstaven leerplichtig zijn. 
  • We kunnen gegeneraliseerd zeggen dat het bij het onderwijs aan NT2 leerlingen gaat om de 3 D's:
    • Doelen
    • Didactiek
    • Differentiatie
  • 2 Ontwikkeling van mondelinge vaardigheden

  • Bekijk de sleutelwoorden
    wat betekenen ze
  • 2.1 Ayla zegt maar niks

  • Wanneer spreek je van een tweetalige opvoeding?
    Wanneer twee talen afwisselend en ook door elkaar gesproken worden, afhankelijk van het onderwerp, de gesprekspartner of de plaats waar het gesprek plaatsvindt. 
  • Het is het beste als het kind van jongs af aan tweetalig wordt opgevoed, inplaats van 1 taal als eerst leren en daarna pas de andere. 
    Waar. Maar dan moet het kind beide talen evengoed aangeboden krijgen
  • Wat is tweetalig opgevoed?
    Beide talen worden afwisselend en ook door elkaar gesproken, afhankelijk van het onderwerp, de gesprekspartner of de plaats waar het gesprek plaatsvindt.
  • Wat is taaldominantie?
    Wanneer iemand één van de twee talen veel beter spreekt dan de andere taal.
  • Wat moeten ouders doen als zij de tweede taal niet goed beheersen?
    Hun eigen moedertaal als gezinstaal gebruiken, maar hun kinderen wel voldoende in aanraking laten komen met het NL's, door hen naar vriendjes, verenigingen, clubs enz te laten gaan. 
  • Wat is taaldominantie?
    Kind is dominant in 1 van de twee talen en kan verschuiven over de jaren.
  • Wie waren in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw de belangrijkste groep NT2 verwervers?
    Molukkers en Surinamers
  • Wat is receptieve taalvaardigheid?
    Ook wel passieve woordenschat genoemd. Kind begrijpt de taal wel, maar kan zelf niet op de woorden komen. 
  • Wat is productieve taalvaardigheid?
    Wat het kind zelf zegt, actief. Is kleiner dan receptief.
  • Wie waren in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw de belangrijkste groep NT2 verwervers?
    Turken en Morokkanen
  • Wat is productieve taalvaardigheid?
    Het actief gebruiken van taal, zelf woorden en zinnen zeggen. Ook wel actieve taalvaardigheid. 
  • Wat is receptieve taalvaardigheid?
    Wat het kind al begrijpt, passief. Is groter meestal dan productieve taal.
  • Wie zijn op dit moment de belangrijkste NT2 verwervers?
    Polen en andere Oost-Europeanen
  • Wat is de stille periode?
    Een periode waarin een kind niet spreekt, maar wel de taal verwerft. Het luistert goed en is actief bezig de taal te leren. Kinderen die een lange periode hebben, zijn taalvaardig vaak net zo goed als degenen met een kortere periode. 
  • Wat is de stille periode?
    De periode dat ze niets zeggen, maar wel taal verwerven. Ze luisteren goed en zijn daarbij actief bezig de taal te leren.
  • Leerkracht: En wat ligt er nog meer allemaal? Wat draagt zij?
    Gülser: Tas
    Leerkracht : Ja, twee tassen hè?

    Wordt hier de productieve of de receptieve taalvaardigheid van Gülser getest?
    Productieve taalvaardigheid, ook wel actieve taalvaardigheid genoemd
  • Waarom kun je niet goed inschatten hoe taalvaardig een kind is, in de beginfase van taalverwerving?
    Omdat het kind wat hij verworven heeft, voor zich kan houden, tot hij klaar is om te spreken.
  • Leerkracht: Gulser, kan je de bananen aanwijzen?

    Wordt hier de productieve of de receptieve taalvaardigheid van Gülser getest?
    Receptieve taalvaardigheid, ook wel passieve taalvaardigheid genoemd.
  • Er bestaat geen 'gemiddelde' tweede taal verwerver, omdat....
    Je niet precies kunt zeggen wanneer iemand snel of gemiddeld is. Het ligt erg aan de omgeving en factoren eromheen. Leest het kind thuis veel NL boeken, kijkt het NL tv, spreekt het met Nl kinderen/familie? Is het kind zelf slim/leergierig? Zijn ouders geïnteresseerd? Zo ja, dan zou het snel moeten gaan, zo nee dan is het logisch dat het niet snel ontwikkeld. 
  • Wat is de productieve(actieve) taalvaardigheid?
    De taal die het kind zelf gebruikt.
  • Wat is de receptieve (passieve) taalvaardigheid?
    De taal die een kind zelf nog niet gebruikt, maar wel kan begrijpen.
  • Wat is de stille periode? 
    De periode waarin de kinderen niets zeggen, maar er wel sprake is van taalverwerving: ze luisteren goed en zijn daarbij actief bezig de taal te leren.
  • Taalverwervers proberen tijdens het verwervingsproces consequente woordvormingsregels uit. dat heeft als gevolg dat ze in de loop van de tijd vormen produceren als ik vallen of ik vielde. Deze vormen moet niet gezien worden als fouten maar als noodzakelijke stappen om de taal goed te leren. Deze tussenstappen wordt tussentaal genoemd. Het is in hoge mate voorspelbaar en systematisch . 
  • De universalistische taalverwervingshypothese is een reactie op de interferentiehypothese waarin men ervan uitging dat de eerste taal een grote invloed had op het verwerven van de tweede taal. Dat wat eerst was aangezien voor fout, werd nu een noodzakelijke stap in het taalverwervingsproces. Men gaat er vanuit dat een tweedetaalverwerver zelf hypotheses over regels opstelt uit het taalaanbod dat hij om zich heen hoort. In eerste instantie past hij de regel vaak toe in alle gevallen (overgeneralisatie). Later gaat hij zich realiseren dat er ook uitzonderingen op bepaalde regels bestaan.


    Voorbeeld: alle inderen zeggen voor de verleden tijd van vallen eerst ik vallen, daarna ik viel, en ten slotte, na een periode met vielde, vielte, valde of valte, weer de correct vorm: viel. 
  • Mehmet heeft geleerd hoe je nederlandse woorden in het meervoud gebruikt. Hij zegt nu: dak --> dakken, sleutel --> sleutelen . Hoe noem je dit proces?
    Overgeneralisatie: hij past de regel toe in alle gevallen
  • De taalverwerver heeft een actieve rol in de verwerving van de verschillende regels van het Nederlands. De taalverwerver is geen imitator, maar een creatieve bouwer aan de nieuwe taal. Vandaar dat het begrip creatieve constructie wordt gebruikt. 
  •   De ontwikkelingsvolgordes (de volgorde waarop je de leerstof aan NT2 kinderen moet aanbieden) hebben voornamelijk betrekking op de regels van woordvorming en zinsbouw en niet op alle aspecten van het taalverwervingsproces (bijvoorbeeld woordvolgorde en klanken).  
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is referentiekader taal
Alle leerlingen moeten aan het eind van de basisschool de doelstellingen van het referentiekader taal hebben gehaald.
Wat zijn zomerscholen of vakantiescholen?
Leerlingen krijgen gedurende de zomer- en/of andere vakanties extra (taal)lessen om zo een opgelopen taalachterstand weg te werken.
Wat zijn kopklassen
Lessen voor leerlingen die cognitief in staat zijn een hogere vorm van voortgezet onderwijs te volgen (havo/vwo), maar die zonder een extra leerjaar in het vmbo zouden terechtkomen.
Wat is VVE
Voor- en vroegschoolse educatie waarbij op de peuterspeelzaal wordt gestart met een stimuleringsprogramma voor de algehele ontwikkeling van kinderen, wat in groep 1 en 2 wordt voortgezet.
Wat zijn schakelklassen?
Taalzwakke leerlingen krijgen dan gedurende maximaal een jaar extra taalstimulering in een groep van hooguit 15 leerlingen.
Wat is een brede school?
Samenwerkingsverbanden met andere partijen met als doel de ontwikkelingskansen van de kinderen te vergroten.
Welke punten komen bij elke soort school terug?
1. De organisatie van het onderwijs: welke groeperingsvorm geniet in een bepaalde situatie de voorkeur?
2. De didactiek: hoe kan de leerkracht de NT2 verwerving van de leerlingen het beste ondersteunen?
3. Inzet van leermiddelen in een meertalige, heterogene klas: kunnen leerkrachten letterlijk 'het boek volgen' of moeten ze daaruit voortdurend keuzes maken. 
Wat is een zwarte school?
Meer dan 60% NT2 leerlingen. Met name in de grote steden.
Wanneer is er sprake van een kritiek moment
25% van de leerlingen met een NT2 achtergrond
Hoe worden scholen met weinig NT2 leerlingen ook wel genoemd?
Witte scholen; tweederde van de basisscholen in Nederland