Summary nederlands op niveau bovenbouw

-
229 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "nederlands op niveau bovenbouw". The author(s) of the book is/are Ruud Kraaijeveld. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - nederlands op niveau bovenbouw

  • 3.1 over lezen

  • Wat is een vertel tempo?

    Dat is het tempo waarin het verhaal gaat, traag of snel als ze bv. slapen gaat het snel!

  • Welke techniek gebruiken ze bij versnelling?

    Tijdverdichting

  • Wat is tijdverdichting?

    Een bepaalde hoeveelheid tijd wordt dan met enkele woorden samengevat, bv: twee uur later, drie weken later.

  • Wat gebeurt er als het verhaal een tijdsprong maakt?

    Dan worden onbelangrijke gebeurtenissen weggelaten.

  • Wanneer wordt er een vertraging gebruikt?

     

    Als het een hele belangrijke gebeurtenis is.

  • Wat is een chronologische volgorde?

    Dan staan de gebeurtenissen in de goede volgorde.

  • Wat gebeurt er bij terugwijzingen?

    Dan denkt een personage terug aan iets wat eerder is gebeurt, en zegt daar iets over.

     

  • Wat gebeurt er bij een vooruitwijzing?

     

    Dan wordt er iets gezegd over wat later kan gebeuren

  • Hoe noem je het stuk dat eerder is gebeurd?

    terugblik of flashback

  • hoe ziet het opbouwschema voor verhalen eruit?

    beginsituatie -> ontstaan van het probleem -> steeds meer moeilijkheden -> dieptepunt -> langzame verbetering -> slot

  • wanneer is er één verhaallijn

    als het gaat om één persoon, in het verhaal

  • Wat is een verhaal met een inleidend begin

    Dan komen de gebeurtenissen rustig op gang.

  • Wat is een verhaal dat midden in de gebeurtenissen begint?

    Dat is als je begint bij het ontstaan van de problemen

  • Wat is een verhaal met een open einde

    dan is het onzeker hoe het verhaal afloopt

  • wat is een verhaal met een verhaal met een gesloten einde

    dan weet hoe het is afgelopen en is het klaar

  • wat gebeurd er bij een overdrijving

    dan wordt er iets sterker of groter gemaakt dan het is

  • wat gebeurd er bij een understatement?

    dan wordt iets opzettelijk op een afgezwakte manier gezegd

  • wat gebeurd er bij een eufemisme 

    dan wordt iets op een verzachte manier gezegd

  • Wat is een sprookje?

    Dat is een fantasierijk, vaak eng en wreed verhaal dat meestal de strijd tussen goed en kwaad tot ons. heeft, de goede wint altijd

  • Wat is een volkssprookje?

    Dat is een oeroude , mondeling overgeleverde verhalen, waarvan de bedenker onbekend is.

  • Wat zijn cultuursprookjes?

    Dat zijn veel later ontstane verhalen die een schrijver heeft bedacht. Bv. andersen

  • 3.2 grammatica

  • Wanneer heeft een zin het naamwoordelijk gezegde erin?

    Omdat er een koppelwerkwoord in de zin staat,

  • het naamwoordelijk gez. heeft 2 delen namelijk......

    het werkwoordelijk deel, en het naamwoordelijk deel.

  • waar bestaat het werkwoordelijk deel uit?

    uit alle werkwoorden van de zin

     

  • wat is het naamwoordelijk deel

    Dit is het deel van de zin waaraan het ons. is gekoppeld

  • wat is de volgorde van het ontleden van een zin?

    ww-deel

    nw-deel

    ond.

    nw gez.

    ww gez.

  • Als er een koppelww. in de zin staat, heeft de zin een nw-gezgde. Er staat dan nooit een lijdend voorwerp in de zin

  • Als er een zelfstandigww. in de zin staat, heeft de zin een werkwoordelijk-gezegde. Er kan dan weleen lijdend voorwerp in de zin voorkomen

  • Als er een koppelww in de zin voorkomt, kan het bijvoeglijk naamwoord ook achter of voor het koppelww staan. Het staat dan in het naamwoordelijk deel van het gezegde

  • een bijwoorden (bw) in een woordsoort. Een bijwoordelijke bepaling is een zinsdeel 

  • er zijn veel bijwoorden. Een bijwoord geeft meestal extra info over:

    • een ww
    • een ander bijwoord
    • een bijvoegelijknw
    • de plaats: hier, er, ergens...
    • de tijd: nu, soms, plotseling...
  • Andere bijwoorden zijn bv. : hoe, wel, toch, ook, nog, immer, nauwelijks

  • Je moet een bijwoord en een bijvoeglijk naamwoord niet met elkaar verwarren

  • In het Nederlands kun je de vorm van een bijwoord niet veranderen

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

samenvatting (conclusie) (2)
dus kortom, dat betekent
samenvattend
bevestigen (5)
de slotsom is
inderdaad
natuurlijk
vanzelfsprekend
ongetwijfeld 
middel doel (3)
om te
door/ middel van, via, waarmee
met behulp van
opsomming (6)
ten eerste, ten tweede
en 
ook
vervolgens
bovendien
niet alleen...maar ook
voorwaarde (5)
als
mits
wanneer
indien
tenzij
oorzaak en gevolg (4)
doordat, zodat
met als gevolg
daardoor
omdat
reden (argument) (3)
omdat
daarom
want, aangezien, wegens
tegenstelling (6)
maar
hoewel
integendeel, daarentegen, in
tegenstelling tot
toch
echter
overeenkomst (3/6)
net als, evenals
net zo, eveneens
op dezelfde manier, net zoals
tijd (7)
morgen
daarna
dan
toen
wanneer
voordat
zodra