Summary Nelson Essentials of Pediatrics

-
ISBN-10 0323226981 ISBN-13 9780323226981
377 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nelson Essentials of Pediatrics". The author(s) of the book is/are Karen Marcdante Robert M Kliegman. The ISBN of the book is 9780323226981 or 0323226981. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Nelson Essentials of Pediatrics

  • 5 Normal growth

  • Hoe veranderen de hoofdomtrek, het gewicht en de lengte bij inadequate voeding van een kind in de groei?
    Eerst neemt het gewicht af, dan de hoogte en dan de hoofdomtrek.
  • 6 Disorders of growth

  • Wat is de meest voorkomende oorzaak van  afwijkende groei volgens metingen?
    De meest voorkomende oorzaak is afwijkende metingen door foute apparatuur of menselijke fouten.
  • Hoe kun je de grootte inschatten van een dochter?
    ((lichaamslengte vader + lichaamslengte moeder):2)-2.5
  • Hoe kun je de grootte inschatten van een dochter?
    ((lichaamslengte vader + lichaamslengte moeder):2) +2.5
  • 7 Normal development

  • Welke reflexen moeten getest worden bij een pasgeborene?
    Moro reflex: hoofdje naar achter laten vallen waardoor armen naar voren strekken
    Rooting reflex: mondhoek aanraken waardoor tong naar stimulus gaat en hoofd kantelt naar stimulus
    Zuigreflex: zuigen wanneer object in de mond wordt geplaatst
    Grijpreflex: grijpen wanneer voorwerp op de palm of zool van voet/hand wordt gelegd
    Asymmetrische tonische nekreflex: in suspine positie wordt het hoofd naar de zijkant gedraaid waardoor aan de ipsilaterale zijde de arm in extensie komt en de contralaterale zijde in flexie. (foto)
  • Welke reflexen heeft een nieuwgeborene?
    1) moro-reflex: wanneer men de baby achteruit laat vallen (waarbij men de nek ondersteunt) vindt abductie en opwaartse beweging plaats van de armen, gevolgd door adductie en flexie. 
    2) rooting-reflex: men raakt de mondhoek van de baby aan, de baby doet zijn of haar lip naar benedenen beweegt zijn of haar tong in die richting
    3) zuigreflex: wanneer er een voorwerp bij de baby's mondje komt, vertoond de baby een zuigreflex.
    4) grijp-reflex: wanneer men een voorwerp bij de handjes houdt van een baby vertoond deze een grijpreflex (flexie vingers en krullen van de tenen).
    5) asymmetrische tonische nekreflex: wanneer het hoofdje gedraaid wordt naar 1 kant, zorgt dit voor ipsilaterale extensie van de arm en been, de contralaterale kant veroorzaakt flexie.
  • Hoe kan bij een pasgeboren kind worden beoordeeld of een gewricht dat in een gekke stand staat vanzelf weer goed gaat groeien?
    Wanneer het gewricht passief weer in de goede positie te brengen is, dan is de kans groot dat deze vanzelf weer in de goede positie groeit. Wanneer dit niet het geval is, moet verder onderzoek worden gedaan.
  • In welke volgorde ontwikkelen de grove motorische skills?
    1) postuur
    2) proximale spieren
    3) distale spieren
  • Wat betekenen de termen binding en hechting?
    Binding = gebeurd kort na de geboorte en reflecteert de gevoelens van de ouder nar de geborene

    hechting = wederzijdse gevoelens tussen de ouders en de nieuwe geborene, wat ontwikkelt in het eerste levensjaar van het kind.
  • Op welke leeftijd worden de grootste ontwikkelingen gemaakt op het gebied van cognitieve skills, taal skills, sociale skills en de ontwikkeling van fijne motoriek?
    2-3 jaar.
  • Wat gebeurd er tijdens vroege, middel en late adolescentie
    - vroege adolescentie: de focus ligt op het heden en gelijken. Reageren kort op conversaties en ontwikkelen hun abstracte denken
    - midden adolescentie: cognitieve processen zijn ingewikkelder, ze reflecteren op hun eigen gevoelens en de gevoelens van anderen, ze focussen zich op hun identiteit, ze proberen graag dingen (uit te dagen) en ze zijn gevoeliger voor morbiditeit en mortaliteit door ongelukken, huiselijk geweld of zelfmoord.
    - late adolescentie: formeel operationeel denken, ze zijn trouwer aan hun seksuele partners en neemt afstand van de familie om een studie te volgen, voor een baan of voor het dienen van het land. 
  • 8 Disorders of development

  • Uit welke vier domeinen bestaat de Denver Developmental Screening Test II?
    1) persoonlijk - sociaal
    2) fijne motorische adaptatie
    3) spraak
    4) grove motoriek
  • Wat is een voorbeeld van een test voor autisme? en wanneer kan deze uitgevoerd worden?
    M-CHAT is een vragenlijst die gebruikt kan worden om autisme op te sporen (niet op te diagnosticeren), deze dient door de ouders ingevuld te worden wanneer het kind 18-24 maanden oud is.
  • Waar dient op gelet te worden als er sprake is van een spraak-taalachterstand?
    Men moet een gehoortest doen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn mogelijke oorzaken voor macrocephalie en microcephalie?

macrocefalie:
  • macrocrania: dikkere schedel
  • hydrochepalus: vergroting van de ventrikels
  • megalencephalie: vergroting van het brein


microcefalie:
  • myriad syndroom
  • metabolische aandoeningen
  • craniosynostosis: premature sluiting van de schedel. 
Wanneer spreekt men over ancephalie en wanneer spreekt men over encephalie?
ancephalie: ze hebben een hersenstam of middenhersenen, maar geen cortex/cranium
encephalie: schedeldefect, vergroting van de hersenvliezen of vergroting van de hersenvliezen en het brein. 
Wanneer ontwikkelt zich de neurale plaat? Wat wordt uiteindelijk de neurale plaat?
Rond de 18e week. De neurale plaat vormt zich tot een neurale tube, de neurale tube gaat uiteindelijk het brein en het ruggenmerg vormen.
Wat is het sturge-weber syndroom?
geassocieerd met wijnvlekken met betrokkenheid van de ophthalamische divisie van de trigeminale zenuw, glaucoom. Verder symptomen zijn: toevallen, hemiparese, beroerteaanvallen, hoofdpijn, mentale retardatie en verminderd leervermogen.
Wat is het tuberous sclerosis complex?
Het is een autosomaal dominante aandoening wat gekarakteriseerd wordt door hamartomen in vele organen als hersenen, ogen, huid, nieren en het hart. Mutaties hebben invloed op Tumorsuppressorgen TSC1 en TSC2. 

Symptomen zijn: intractiele epilepsie, mentale retardatie, autisme, hyperactiviteit, retinale laesies, hersenlaesies, ash leaf spots, gezichtsangiofibromen en shagreen patches. 
Wat is neurofibromatose type 2?
Hierbij is het NF2 tumorsuppressor gen betrekken, dit leidt tot neurologische, oog en skinlaesies. Het zorgt voor intracraniale en spinale tumoren (bilaterale acoustische schwannomen, schwannomen van andere craniale en spinale zenuwe, meningoma's en glioma's.
Wat is neurofibromatose type 1? Welke symptomen heeft dit ziektebeeld?
het is een autosomaal-dominante aandoening wat wordt veroorzaakt door een mutatie in het NF1-gen wat codeert voor tumorsupressorgen neurofrobimine. 

Het kenmerkt zich door café au lait vlekken (90%), axillaire of inguinale sproeten en lisch nodulen. Men kan oppervlakkige neurfibromen hebben (vaak symptoomloos), plexiforme neurofibromen (pijn, slapheid en invasie van aangrenzende ingewanden, botten of ruggenmerg. 
Welke organen/structuren zijn ontstaan uit het ectoderm?
  • huid
  • haar
  • nagels
  • brein
Welke vormen van neurodegeneratieve ziekten zijn er?
  •  neuronale ceroide lipofuscinoses: lysosomale opstappelingsziekte. Symptomen: gezichtsverlies, toevallen, afnemende cognitieve functies, motorvermindering, vroege dood.
  • Adrenoleukodystrofie: X-linked geassocieerd met adrenocorticale insufficiëntie, veroorzaakt door accumulatie van lange vetzuren in neuronale en adrenale weefsel. Symptomen: academische moeilijkheden, gedragsverstoringen, gangabnormaliteiten, progressieve toevallen, spasticiteit, ataxie en slikmoeilijkheden.
  • mucopolysacharidose: defect in lysosomale hydrolase wat resulteert in de accumulatie van mucopolysachariden in de lysosomen. Symptomen: grove gezichtsstructuren, kort gestalte, kyfoscoliose, hepatosplenomegalie, cardiovasculaire aandoeningen en corneale verwolking
  • mitochondriële ziekten: problemen in de oxidatieve fosforylering. Symptomen: koortsig ziek zijn, vasten
  • Rett-syndroom: komt alleen onder meisjes voor. Symptomen: regressie van de ontwikkeling, doelbewuste handbewegingen, verlies van verbale communicatie, onvermogen om bepaalde doelbewuste handelingen uit te voeren, stereotypische handbewegingen, microcefalie.
  • Wilson: behandelbare degeneratieve conditie waarbij er sprake is van een probleem in het kopermetabolisme. Symptomen: cirrhose, koperafzetting in het oog (Kayser-Fleischer), dysarterie (moeilijk articuleren), dysfasie (spraakaandoening), kwijlen, tremor, dystonie en emotionele labiliteit. 
  • subacute necrotiserende encephalomyelopathie: hypotonie, eetmoeilijkheden, respiratoire irregulariteit, slapheid van extra-oculaire bewegingen, ataxie.
Welke vormen van sphingolipodoses zijn er en wat zijn tekenen hiervan?
  • Niemann-Pick ziekte: deficiëntie van sphingomyelinase. Symptomen zijn: hepatosplenomegalie, achterlopende ontwikkeling, interstitiële longziekten en retinale kersenrode stippen. 
  • Gaucher's ziekte: deficiëntie van het enzym glucocerebrosidase (lever, milt en beenmerg). Symptomen zijn: opisthotonos, trimus, abnormale oogbewegingen, moeite met slikken. 
  • Tay-sachs: deficiëntie van hexosaminidase A wat leidt tot accumulatie van GM2 ganglioside in de cerebrale grijze stof en cerebellum. Symptomen zijn: prikkelbaarheid, hyperacusis, intellectuele retardatie, retinale kersenrode stippen - blindheid, convulsies, spasticiteit en opisthotonus kunnen ontwikkelen.
  • metachromatische leukodystrofie: deficiëntie van arylsulfatase wat leidt tot demyelinisatie in het CZS en PZS. Symptomen zijn: progressieve verstijving, ataxie, spasticiteit, optische atrofie, intellectuele verslechtering en afwezigheid reflexen. 
  • Krabbe ziekte: deficiëntie van glactocerebrosidase. Symptomen zijn ernstige prikkelbaarheid, hyperpyrexie (koorts), overgeven, toevallen, hypertonie en blindheid.