Summary Neurologie

-
ISBN-10 9035226011 ISBN-13 9789035226012
246 Flashcards & Notes
4 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Neurologie
  • A Hijdra, P J Koudstaal, R A C Roos Marlu de Leeuw
  • 9789035226012 or 9035226011
  • 3e, herz. dr.
Be the first one to add content
Discover the Study Smart Package

Summary 2:

  • Neurologie
  • A Hijdra, P J Koudstaal, R A C Roos Maarten Breuker
  • 9789035231825 or 9035231821
  • 4e, herz dr.

Summary - Neurologie

  • 1 Motoriek

  • Wat  is slaap?

    Op grond van eeg-patroon, het type oogbewegingen en de hoogte van de spiertonus worden vier stadia onderscheiden:

    • stadium 1 en 2: lichte slaap
    • stadium 3: diepe slaap
    • stadium 4: remslaap/droomslaap
  • Waar liggen de belangrijkste kernen voor het genereren van slaap en waak?

    in de hypothalamus en in de reticulaire formatie van het mesencephlon en de pons.

  • binnen de reticulaire formatie liggen groepen neuronen.

    Groepen die vooral bij waak betrokken zijn: raphekernen, locus coeruleus, ventrale periaquaductale grijs en de laterodorsale en pedunculopontiene tegementale kernen

  • Tijdens slaap is er een gecoördineerde inhibitie van AAS, terwijl dit systeem bij coma is uitgevallen door beschadigingen of disfunctie. Dus uit een slaap is een mens met prikkels vlot wekbaar, uit een coma niet.

     

    AAS: waken en bewustzijn.

     

     

  • Verschillende soorten mtorische stoornissen:

    • krachtsverlies, spierzwakte (parese: gedeeltelijk; paralyse: volledige verlamming)
    • onhandigheid (gestoorde vaardigheid bij centrale parese, coördinatiestoornis (ataxie))
    • traagheid (bradykinesie)
    • ongewilde bewegingen (tremor, chorea, dystonie, tic)
    • abnormale stand (dystonie)
    • stoornis in de uitvoering van complexe handelingen bij behouden motorische vardigheden (apraxie)
  • Aangezien de meeste perifere zenuwen gemengd motorisch-sensibel zijn, is er bij neuropathieën meestal een combinatie van motorische en sensibele uitval in de distributie van de aangedane zenuwen, of meer diffuus bij een polyneuropathie.

  • myotonie: vertraagde realxatie spier na aanspannen spier

  • Het verloop van de piramidebaan van de precentrale cortex tot in het ruggenmerg. Axonen verlopen achtereenvolgens de verschillende structuren: corona radiata in hemisfeer -> capsula interna -> pedunculus cerebri -> de basis pontis  en de pyramis medullae oblongatae. In medulla oblongate verloopt grootste deel lateraal -> tractus corticospinalis lateralis (gekruist) en klein deel ongekruist tractus corticospinalis anterior.

    De lateraal gelegen voorhoorncellen verzorgen m.n. de distale extremiteitsspieren. De anterior geleegen voorhoorncellen verzorgen m.n. spieen van romp en proximale extremiteitsspieren.

  • Kenmerken centrale verlamming vs perifere verlamming:

    • atrofie: afwezig-aanwezig
    • fasciculaties: afwezig-aanwezig
    • spierrekkingsreflexen: verhoogd-verlaagd
    • VZR: abnormaal(extensie)-normaal(flexie)
    • tonus: verhoogd-normaal
  • Verschillen spasticiteit (1) en rigiditeit (2):

    • Verdeling: 1-> in arm vooral flexoren en been extensoren; 2-> flexoren en extensoren in arm en been in gelijke mate
    • bewegingsafhankelijkheid: 1-> weerstand neemt toe bij snel passief bewegen; 2-> weerstand blijft gelijk bij snel passief bewegen
    • weerstand hele traject: 1->knipmesfenomeen, 2-> geen knipmesfenomeen
    • spierrekkingsreflexen: 1->verhoogd; 2->normaal/verhoogd
    • pathologische VZR: 1->aanwezig; 2-> afwezig
    • verlamming: 1->aanwezig; 2-> afwezig of zeer gering
    • anatomische laesie:1-> piramidebaan; 2-> basale kernen

     

  • dysfagie: moeite met slikken

    neglect: verwaarlozing, waarbij iemand stelselmatig 1 lichaamshelf of deel van de ruimte verwaarloost.

  • 1.1 Het perifere motorische neuron

  • Welke structuren behoren tot het extrapiramidale systeem, waarvan de output verloopt via de piramidebaan en niet buiten de piramidebaan om?

    Cerebellum en basale kernen. Voor het initiëren of blokkeren van bewegingen vanuit de hersenstam.

     

    Extrapiramidaal:basale kernen net als het cerebellum vormen een prepiramidaal systeem, waarvan de output via de piramidebaan verloopt en niet buiten de piramidebaan om.

  • Wat zijn interneuronen en waar zijn deze gelegen?

    Interneuronen ontvangen veel proprioceptieve input van primaire afferenten en spelen een rol bij reflexmatige bewegingen. Ze zijn gelegen bij motornronen in de voorhoorn.

  • Welke structuren vormen de basale kernen en wat is de functie ervan?

    • nucleus caudatus
    • putamen
    • globus pallidus
    • substantia nigra
    • nucleus subthalamicus

    starten, stoppen en in de juiste volgorde afwerken van complexe bewegingen.

  • Welke stoornis overheerst bij een axonale polyneuropathie?

    sensibele

  • Welke stoornis overheerst bij een demyeliniserende polyneuropathie?

    motorische

  • Waarom bij demyeliniserende polyneuropathieën  het sensibele systeem verhoudingsgewijs minder is aangedaan?

    omdat de sensibiliteit verzorgd wordt door een breed spectrum aan  van vezels, waaronder ongemyeliniseerde.

  • Wat is myasthenia gravis?

    Meest voorkomende aandoening van de NM-overgang. Stoornis in prikkeloverdracht, waardoor progressieve afname van spierkracht gedurende inspanning. Kracht herstelt gedurende rust.

  • Wat is myotonie?

    Een vertraagde relaxatie van de spier na inspanning van de spier.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Behandeling
Antibacteriele beleid:
- bepaald door leeftijd patient
- mogelijke risicofactoren (diabetes mellitus, alcoholisme, immunodeficientie, recent schedeltrauma, liquorlek)

Behandeling: 7-10 dagen, bij groep B streptokok of L. Monocytogenes duurt behandeling 2-3 weken

Onderzoek: corticosteroiden in 1e dagen van AB behandeling = reductie sterfte

Goed reageren op antibiotica? -> controle lumbaalpunctie niet nodig
Indexpatienten en gezinsleden: profylactisch behandeld met rifampicine.
Aanvullend onderzoek meningitis/meningoencefalitis
- acute presentatie: direct liquoronderzoek (lumbaalpunctie)
- aanwijzingen RIP (papiloedeem, focale uitvalsverschijnselen )--> eerst CT anders inklemming bij lumbaalpunctie
- bloedkweek: 80% gevallen de verwekker--> antibiotica hoge doseringen

Subacuut: > 24 uur klachten
- liquoronderzoek en grampreparaat
- in liquor worden vaak leukocyten gevonden, verhoogde hoeveelheid eiwit en een verlaagd glucosegehalte.  (normaal liquor sluit diagnose niet uit)
Rontgenonderzoek: lokale infectiehaarden opsporen
Presentatie meningitis
- soms acuut (vaak bacteriele verwekker) < 24 uur
- vaker subacuut, 1-6 dagen
Verschijnselen:
-koorts (kan soms ontbreken)
- hoofdpijn
- misselijkheid
- braken
- fotofobie
- eventueel in combinatie met verwardheid en daling bewustzijn
- nekstijfheid (80% van de gevallen)
- hersenzenuwuitval (n. VI n. acusticus)
- insulten (15-30% , mn bij kinderen)
- focale uitvalsverschijnselen (hemiparese, afasie) tgv herseninfarct door vasculitis of trombose corticale venen --> vooral bij pneumokokken meningitis

Petechien en purpura bij meningokokkenmeningitis - ontstaan door geinfecteerde trombi, die in microcirculatie vastlopen, waarbij kleine bloedvaatjes worden afgesloten --> sterfte hierbij heel hoog
Pathogenese meningitis
- hematogene verspreiding vanuit neus-keelholte 
- open verbinding
- parameningeale infectiehaard (otitis media/sinusitis frontalis)
Verwekkers meningitis bij neonaten
E. coli
S. agalactiae
L. Monocytogenes
80% van de gevallen: uit kweek een verwekker waar gericht AB voor gegeven kan worden
Meest voorkomende infecties cranium
- meningo-encefalitis (meningen en hersenparenchym)
- bacteriele meningitis (pneumokok (streptococcus pneumoniae), neisseria meningitidis (meningokok))
Behandeling
anti-epilepticum passend bij type aanvallen en syndroom
- beginnen met monotherapie (dosering ophogen tot aanvalsvrij en geen bijwerkingen)
- zeldzaam meerdere middelen
40% krijgt na staken medicatie toch weer aanvallen binnen 6 maanden
- evt neurochirrugie (1 focale laesie)
- adviezen: gevaarlijkm zwemmen, autorijden , psychosociale gevolgen
Verloop epilepsie
70% aanvalsvrij en kan uiteindelijk medicatie staken
15% houdt aanvallen frequent
15% sporadisch
Pathofysiologie epileptisch insult
- hypersynchrone activiteit in een deel van de hersenschors
- zichzelf versterkend proces waardoor een grote groep cellen gedepolariseerrd en synchroon actiepotentialen afvuurt (partieel of over hele cortex)

Primair gegeneraliseerd: activiteit in de reticulaire formatie(hersenstam) of thalamus
Epilepsiesyndromen
Lokalisatiegebonden epilepsie syndroom:
- Idiopathisch: zonder aanwijsbare verklaring: neonatale convulsies (die vanzelf weer overgaan) en benigne kinderepilepsie
- Symptomatische lokalisatiegebonden epilepsiesyndromen: epilepsieen die ontstaan zijn na aangeboren of verworven hersenletsel (migratiestoornis tijdens ontwikkeling)
- Cryptogene symptomen: gevolg van focale onderliggende oorzaak - moeilijk om dit aan te tonen

Gegeneraliseerde epilepsie syndromen:
- idiopathisch: absences (opgewekt door hyperventilatie, scherpe piekgolven), myoklonische epilepsie (ochtend spierschokkingen, beginleeftijd 12-18 jaar, goede reactie op medicatie), reflex epilepsie (uitgelokt door bepaalde stimuli, zoals lichtflitsprikkeling)
- syndroom van west: rondom leeftijd 6 maanden, aanvallen die bestaan uit spierschokken waarbij het kind in elkaar kromp met flexie van armene en benen of juist overstrekt: aanvallen seconden en treden in series op
- syndroom van lennox gastaut: door aangeboren van cerebrale pathologie , aanvallen beginnen op kinderleeftijd en bestaan uit myoklonie, ansences en tonische aanvallen, prognose is somber
- koortsstuip: 4% van alle kinderen tussen 5 maanden en 5 jaar - tonisch klonische aanval die optreedt tijdens het oplopen van de temperatuur door bijvoorbeeld een virale infectie
- acute symptomatische aanvallen: bij acute aandoeningen (hypoglykemie)
- geisoleerd insult: niet duidelijke onderliggende pathologie
- psychogene aanvallen op spanningsaanvallen (bewustzijnsverlies, tongbeet en schokken) patroon en beloop is twijfel