Summary Neurologie

-
ISBN-10 9035226011 ISBN-13 9789035226012
246 Flashcards & Notes
3 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Neurologie
  • A Hijdra, P J Koudstaal, R A C Roos Marlu de Leeuw
  • 9789035226012 or 9035226011
  • 3e, herz. dr.

Summary - Neurologie

  • 1 Motoriek

  • Motorische neuronen: perifeer en centraal.

    - PMN (perifeer motorisch neuron): in hersenzenuwkernen en in voorhoorn ruggenmerg (schakel czs en spier)
    - CMN (centraal motorisch neuron); neuronen en axonen in piramidebaan (tractus corticospinalis) -> effecten czs aan perifeer zenuwstelsel doorgeven 
  • Hoe wordt motoriek op de buitenwereld afgestemd?
    Via terugkoppeling via het limbisch systeem
  • Welke lichaamsdelen zijn sterk vertegenwoordigd in de motorische cortex?
    - mond
    - handen
    - voeten
  • Welke delen zijn het meest aangedaan bij een corticale laesie?
    - handen
    -voeten
    -mond 

    Distaal is erger gedaan bij relatief goede kracht
  • Centrale motorische neuronen
    piramidecellen in de gyrus precentralis (primair motorische cortex) -> uitloper naar motorische kernen in hersenstam en ruggenmerg
  • Hoe is de primair motorische cortex (in sulcus precentralis) georganiseerd?
    Somatotopisch
  • Waar kruisen de vezels van het centraal motorisch neuron zich?
    Deel in hersenstam --> eindigen op contralaterale hersenzenuwkernen
    Deel distaal in medulla oblongata --> verlopen in zijstreng van het ruggenmerg
  • Hoe presenteren aandoeningen van het perifeer motorisch neuron zich?
    - spieratrofie (bij langer bestaande perifere laesie)
    - afname spierkracht
    - minder willekeurige spieractiviteit
    - slapper spieren bij spiertonus
    - spierrekkingsreflexen verlaagd of afwezig
  • Presentatie Centrale motorische laesies
    - acuut: geen exitatie myotatische reflex (spierrekkingsreflex), subacuut: verhoogde spierrekkingsreflexen
  • Spierrekkingsreflex: verloop
    Via 1a -afferenten naar ruggenmerg 
  • Spierrekkingsreflex
    Als afferente en efferente vezles van reflexboog intact zijn --> mate van spiercontractie weerspiegelt mate van centrale prikkelbaarheid van de motorneuronen
  • Wanneer is een reflex pathologisch?
    - li/re verschil
    - geen reflex
    - clonus
  • Spiertonus: passief bewegen
    Door langzaam rekking van de spier --> polysnaptische spierrekkingsreflexen opgewekt --> versterkt bij piramidebaanlaesies (spasticiteit)
    Spasticiteit: toenemende weerstand bij snellere bewegingen (armen grootst voor flexoren en in benen voor extensoren) --> soms verdwijnt bij toenemende rek van de onderzochte spier de hypertonie ineens (knipmesfenomeen)

    Rigiditeit: weerstand in agonisten en antgoniatwn gelijk en niet toeneemt bij snellere bewegingen
  • Kenmerken parese centraal motorisch neuron (piramidebaansysteem)
    - vaardigheidsstoornissen (knoopjes, schrijven)
    - spierzwakte
    - verhoogde spiertonus (spasticiteit)
    - hoge spierrekkingsreflexen
    -  abnormale huidreflexen

    Hemiparese: laesie hemisfeer
    Dwarslaesie (ruggenmerg): paresen bdz onder laesie
  • Fasciculaties zijn een uiting van: 
    Motorische voorhoornlaesie 
  • Perifere parese : kenmerken
    - atrofie
    - fasciculaties (bij voorhoornlaesie)
    - verlaagde spierrekkingsreflexen normale spiertonus
    - slap aanvoelend
    - pijn de belangrijkste klacht
    - distributie van de aangedane wortel(s)
    - krachtsverlies 1 of meer wortels en soms atrogie
    - sesibele stoornissen in de betreffende dermatomen
    - betreffende reflex verlaagd: als aangedane wortel deel is van een reflexboog
  • Kenmerken niet terug te brengen op 1 wortel
    - plexus  (cervicale of lumbosacrale)
    - meerdere wortels
  • Neuropathieen: kenmerken
    S en M gedaan (vaak gemengde zenuwen)
    S vaak minder aangedaan omdat dit ook door ongemyeliniseerde zenuwvezels gebeurd
  • Oorzaak mononeuropathie
    drukneuropathie vaak, zoalss bij trauma
  • Multipele mononeuropathie: enkele perifere zenuwen die verspreid zijn aangedaan
    vasculitis
  • polyneuropathieen
    gegeneraliseerde afwijkingen 
    - diabetes
    -alcoholisme
    - bijwerking medicijnen 
    - zeer veel andere oorzaken
  • Cerebellum: onderverdeling
    1. paleocerebellum
    2. archicerebellum
    3. neocerebellum

    Op basis van ontwikkeling indeling

    1. vestibulocerebellum
    2. spinocerebellum
    3. cerebrocerebellum

    Op basis van functionele indeling

    Archicerebellum: flocculus en nodulus (vlak boven vierde ventrikel) - verbindingen vestibulair systeem
    Paleocerebellum: in middenlijn en sterke verbindingen met ruggenmerg
    neocerebellum: grootste deel cerebellum, de cerbellaire hemisferen. Het wordt verdeeld in een intermediaire zone (uitvoeringsfase) en een laterale zone (planningsfase)
  • Cerebellum: functie
    - coordineert de verschillende elementen van de beweging
    - aandoeningen hiervan: bewegingen niet afgestemd, motoriek schokkkerig en ongecoordineerd.
  • Mediane cerebellaire laesies (paleocerebellum- contact ruggenmerg): kenmerken
    Acuut:
    - ernstige stoornis rompbalans
    - niet staan en soms niet los kan zitten
    - draaiduizeligheid en nystagmus (oogbolstuipen)

    Subacuut:
    - beperken stoornissen zich tot benen
    - onderzoek liggende patient: nauwlijks coordinatiestoornissen gevonden worden
  • Aandoening cerbellaire hemisferen (neocerebellum): leiden tot cerebellaire ataxie
    Verwar dit niet met sensorische ataxie: onvoldoende terugkoppeling over de positie en beweging van extremitieten vanuit spierspoelen, peeslichaampjes en druk en tastreceptoren 
  • Oorzaken sensorische ataxie
    - ruggenmergletsels (achterstrengen og dorsale spinocerebellaire banen)
    - polyneuropathie

    Verschil met cerebellaire ataxie: bewgeingsstoornis voor een belangrijk deel gecompenseerd met visuele terugkoppeling (Romberg testen) + bij ogen sluiten bewegen
  • Cerebellaire ataxie
    - hypermetrie en hypometrie
    - intentietremor (ook vaak positietremor: bij handen vooruitsteken)
    - dysdiadochokinesie
    - cerebellaire dysartrie: uitschieters volume en slechte articulatie
  • Basale kernen: taak
    COntroleren het starten en stoppen en het in de juiste volgorde afwerken van complexe bewegingen. 
  • Basale kernen
    - neostriatum (nucleus caudatus & putamen, verbonden door nucleus accumbens)
    - paleostriatum (globus pallidus (mediaal als lateraal deel), thalamus, nucleus subthalamicus, substantia nigra)
  • Syndroomdiagnose basale kernen: vaak bewegingsstoornissen
    Bewegingsstoornissen = extrapiramidale stoornissen
    - afname van spontane motoriek (hypokinesie, hypokinetisch-rigide syndroom)
    - optreden onwillekeurige bewegingen ( hyperkinesie, dyskinesieen)
    - combinatie

  • Hypokinesie
    Vermindering van de spontane beweging
    - starten en uitvoeren van de beweging is laag
    - complexe of repetitieve bewegingen hebben de grootste vertraging
    - volgorde van de elemtnten van een en complexe beweging kan verkeerd gekozen worden

    Ziekte van parkinson: vaak hypokinesie, tandradfenomeen bij rigiditeit
  • Houdingsveranderingen bij extrapiramidale stoornissen
    Veroorzaakt door verhoogde tonus in nek en rompmusculatuur
  • Chorea
    onregelmatig optredenede snelle niet doelgerichte bewegingen van armen, benen, romp of gezicht, waardoor het normaal bewegingspatroon voortdurend wordt doorkruitst.
    - sierlijk gracieus
    - onwillekeurig als willekeurig afmaken
    - grimmassen
    - keelgeluiden

    Chorea:
    - huntington
    - parkinsonpatienten (te lang met levodopa behandeld)
    - intoxicaties
  • Hemiballisme
    Laesies nucleus subthalamicus , meestal infarcten 
    - 1 lichaamshelft (anders dan bij chorea)
    - onregelmatig optredende plotselinge grove onwillekeurige bewegingenvan de proxiamel schouder en bekkengordelmusculatuur --> arm inen in mindere mate het been aan 1 kant tegelijkertijd als het ware weggeslingerd worden
  • Dystonie
    abnormaal verdeelde verhoogde spiertonus:
    - afwijkingen houdingen in extremitieten, romp hals of gezicht
    - tegelijkertijd aanspannen agonisten en antagonisten
    - geforceerde houding: pijn in spieren en spieraanhechtingen
  • Tics
    snelle stereotiepe contracties in een spier of spiergroep met een wisselende frequentie
    - frequentie toenemen bij emotie, spanning
    - kortdurend onderdrukken

    Geisoleerd
    Ziekte van Gilles de la Tourette
  • Conversiestoornis
    functionele of niet-organische parese
    - krachtsverlies niet gepaard gaat met verandering van spiertonus, reflexafwijkingen, atrofie
    - patroon verlamming komt vaak niet 
    - kracht toenemen bij door onderzoeker opgevoerde druk
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Neurologie
  • A Hijdra, P J Koudstaal, R A C Roos Maarten Breuker
  • 9789035231825 or 9035231821
  • 4e, herz dr.

Summary - Neurologie

  • 1 Motoriek

  • Wat  is slaap?

    Op grond van eeg-patroon, het type oogbewegingen en de hoogte van de spiertonus worden vier stadia onderscheiden:

    • stadium 1 en 2: lichte slaap
    • stadium 3: diepe slaap
    • stadium 4: remslaap/droomslaap
  • Waar liggen de belangrijkste kernen voor het genereren van slaap en waak?

    in de hypothalamus en in de reticulaire formatie van het mesencephlon en de pons.

  • binnen de reticulaire formatie liggen groepen neuronen.

    Groepen die vooral bij waak betrokken zijn: raphekernen, locus coeruleus, ventrale periaquaductale grijs en de laterodorsale en pedunculopontiene tegementale kernen

  • Tijdens slaap is er een gecoördineerde inhibitie van AAS, terwijl dit systeem bij coma is uitgevallen door beschadigingen of disfunctie. Dus uit een slaap is een mens met prikkels vlot wekbaar, uit een coma niet.

     

    AAS: waken en bewustzijn.

     

     

  • Verschillende soorten mtorische stoornissen:

    • krachtsverlies, spierzwakte (parese: gedeeltelijk; paralyse: volledige verlamming)
    • onhandigheid (gestoorde vaardigheid bij centrale parese, coördinatiestoornis (ataxie))
    • traagheid (bradykinesie)
    • ongewilde bewegingen (tremor, chorea, dystonie, tic)
    • abnormale stand (dystonie)
    • stoornis in de uitvoering van complexe handelingen bij behouden motorische vardigheden (apraxie)
  • Aangezien de meeste perifere zenuwen gemengd motorisch-sensibel zijn, is er bij neuropathieën meestal een combinatie van motorische en sensibele uitval in de distributie van de aangedane zenuwen, of meer diffuus bij een polyneuropathie.

  • myotonie: vertraagde realxatie spier na aanspannen spier

  • Het verloop van de piramidebaan van de precentrale cortex tot in het ruggenmerg. Axonen verlopen achtereenvolgens de verschillende structuren: corona radiata in hemisfeer -> capsula interna -> pedunculus cerebri -> de basis pontis  en de pyramis medullae oblongatae. In medulla oblongate verloopt grootste deel lateraal -> tractus corticospinalis lateralis (gekruist) en klein deel ongekruist tractus corticospinalis anterior.

    De lateraal gelegen voorhoorncellen verzorgen m.n. de distale extremiteitsspieren. De anterior geleegen voorhoorncellen verzorgen m.n. spieen van romp en proximale extremiteitsspieren.

  • Kenmerken centrale verlamming vs perifere verlamming:

    • atrofie: afwezig-aanwezig
    • fasciculaties: afwezig-aanwezig
    • spierrekkingsreflexen: verhoogd-verlaagd
    • VZR: abnormaal(extensie)-normaal(flexie)
    • tonus: verhoogd-normaal
  • Verschillen spasticiteit (1) en rigiditeit (2):

    • Verdeling: 1-> in arm vooral flexoren en been extensoren; 2-> flexoren en extensoren in arm en been in gelijke mate
    • bewegingsafhankelijkheid: 1-> weerstand neemt toe bij snel passief bewegen; 2-> weerstand blijft gelijk bij snel passief bewegen
    • weerstand hele traject: 1->knipmesfenomeen, 2-> geen knipmesfenomeen
    • spierrekkingsreflexen: 1->verhoogd; 2->normaal/verhoogd
    • pathologische VZR: 1->aanwezig; 2-> afwezig
    • verlamming: 1->aanwezig; 2-> afwezig of zeer gering
    • anatomische laesie:1-> piramidebaan; 2-> basale kernen

     

  • dysfagie: moeite met slikken

    neglect: verwaarlozing, waarbij iemand stelselmatig 1 lichaamshelf of deel van de ruimte verwaarloost.

  • 1.1 Het perifere motorische neuron

  • Welke structuren behoren tot het extrapiramidale systeem, waarvan de output verloopt via de piramidebaan en niet buiten de piramidebaan om?

    Cerebellum en basale kernen. Voor het initiëren of blokkeren van bewegingen vanuit de hersenstam.

     

    Extrapiramidaal:basale kernen net als het cerebellum vormen een prepiramidaal systeem, waarvan de output via de piramidebaan verloopt en niet buiten de piramidebaan om.

  • Wat zijn interneuronen en waar zijn deze gelegen?

    Interneuronen ontvangen veel proprioceptieve input van primaire afferenten en spelen een rol bij reflexmatige bewegingen. Ze zijn gelegen bij motornronen in de voorhoorn.

  • Welke structuren vormen de basale kernen en wat is de functie ervan?

    • nucleus caudatus
    • putamen
    • globus pallidus
    • substantia nigra
    • nucleus subthalamicus

    starten, stoppen en in de juiste volgorde afwerken van complexe bewegingen.

  • Welke stoornis overheerst bij een axonale polyneuropathie?

    sensibele

  • Welke stoornis overheerst bij een demyeliniserende polyneuropathie?

    motorische

  • Waarom bij demyeliniserende polyneuropathieën  het sensibele systeem verhoudingsgewijs minder is aangedaan?

    omdat de sensibiliteit verzorgd wordt door een breed spectrum aan  van vezels, waaronder ongemyeliniseerde.

  • Wat is myasthenia gravis?

    Meest voorkomende aandoening van de NM-overgang. Stoornis in prikkeloverdracht, waardoor progressieve afname van spierkracht gedurende inspanning. Kracht herstelt gedurende rust.

  • Wat is myotonie?

    Een vertraagde relaxatie van de spier na inspanning van de spier.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Behandeling
Antibacteriele beleid:
- bepaald door leeftijd patient
- mogelijke risicofactoren (diabetes mellitus, alcoholisme, immunodeficientie, recent schedeltrauma, liquorlek)

Behandeling: 7-10 dagen, bij groep B streptokok of L. Monocytogenes duurt behandeling 2-3 weken

Onderzoek: corticosteroiden in 1e dagen van AB behandeling = reductie sterfte

Goed reageren op antibiotica? -> controle lumbaalpunctie niet nodig
Indexpatienten en gezinsleden: profylactisch behandeld met rifampicine.
Aanvullend onderzoek meningitis/meningoencefalitis
- acute presentatie: direct liquoronderzoek (lumbaalpunctie)
- aanwijzingen RIP (papiloedeem, focale uitvalsverschijnselen )--> eerst CT anders inklemming bij lumbaalpunctie
- bloedkweek: 80% gevallen de verwekker--> antibiotica hoge doseringen

Subacuut: > 24 uur klachten
- liquoronderzoek en grampreparaat
- in liquor worden vaak leukocyten gevonden, verhoogde hoeveelheid eiwit en een verlaagd glucosegehalte.  (normaal liquor sluit diagnose niet uit)
Rontgenonderzoek: lokale infectiehaarden opsporen
Presentatie meningitis
- soms acuut (vaak bacteriele verwekker) < 24 uur
- vaker subacuut, 1-6 dagen
Verschijnselen:
-koorts (kan soms ontbreken)
- hoofdpijn
- misselijkheid
- braken
- fotofobie
- eventueel in combinatie met verwardheid en daling bewustzijn
- nekstijfheid (80% van de gevallen)
- hersenzenuwuitval (n. VI n. acusticus)
- insulten (15-30% , mn bij kinderen)
- focale uitvalsverschijnselen (hemiparese, afasie) tgv herseninfarct door vasculitis of trombose corticale venen --> vooral bij pneumokokken meningitis

Petechien en purpura bij meningokokkenmeningitis - ontstaan door geinfecteerde trombi, die in microcirculatie vastlopen, waarbij kleine bloedvaatjes worden afgesloten --> sterfte hierbij heel hoog
Pathogenese meningitis
- hematogene verspreiding vanuit neus-keelholte 
- open verbinding
- parameningeale infectiehaard (otitis media/sinusitis frontalis)
Verwekkers meningitis bij neonaten
E. coli
S. agalactiae
L. Monocytogenes
80% van de gevallen: uit kweek een verwekker waar gericht AB voor gegeven kan worden
Meest voorkomende infecties cranium
- meningo-encefalitis (meningen en hersenparenchym)
- bacteriele meningitis (pneumokok (streptococcus pneumoniae), neisseria meningitidis (meningokok))
Behandeling
anti-epilepticum passend bij type aanvallen en syndroom
- beginnen met monotherapie (dosering ophogen tot aanvalsvrij en geen bijwerkingen)
- zeldzaam meerdere middelen
40% krijgt na staken medicatie toch weer aanvallen binnen 6 maanden
- evt neurochirrugie (1 focale laesie)
- adviezen: gevaarlijkm zwemmen, autorijden , psychosociale gevolgen
Verloop epilepsie
70% aanvalsvrij en kan uiteindelijk medicatie staken
15% houdt aanvallen frequent
15% sporadisch
Pathofysiologie epileptisch insult
- hypersynchrone activiteit in een deel van de hersenschors
- zichzelf versterkend proces waardoor een grote groep cellen gedepolariseerrd en synchroon actiepotentialen afvuurt (partieel of over hele cortex)

Primair gegeneraliseerd: activiteit in de reticulaire formatie(hersenstam) of thalamus
Epilepsiesyndromen
Lokalisatiegebonden epilepsie syndroom:
- Idiopathisch: zonder aanwijsbare verklaring: neonatale convulsies (die vanzelf weer overgaan) en benigne kinderepilepsie
- Symptomatische lokalisatiegebonden epilepsiesyndromen: epilepsieen die ontstaan zijn na aangeboren of verworven hersenletsel (migratiestoornis tijdens ontwikkeling)
- Cryptogene symptomen: gevolg van focale onderliggende oorzaak - moeilijk om dit aan te tonen

Gegeneraliseerde epilepsie syndromen:
- idiopathisch: absences (opgewekt door hyperventilatie, scherpe piekgolven), myoklonische epilepsie (ochtend spierschokkingen, beginleeftijd 12-18 jaar, goede reactie op medicatie), reflex epilepsie (uitgelokt door bepaalde stimuli, zoals lichtflitsprikkeling)
- syndroom van west: rondom leeftijd 6 maanden, aanvallen die bestaan uit spierschokken waarbij het kind in elkaar kromp met flexie van armene en benen of juist overstrekt: aanvallen seconden en treden in series op
- syndroom van lennox gastaut: door aangeboren van cerebrale pathologie , aanvallen beginnen op kinderleeftijd en bestaan uit myoklonie, ansences en tonische aanvallen, prognose is somber
- koortsstuip: 4% van alle kinderen tussen 5 maanden en 5 jaar - tonisch klonische aanval die optreedt tijdens het oplopen van de temperatuur door bijvoorbeeld een virale infectie
- acute symptomatische aanvallen: bij acute aandoeningen (hypoglykemie)
- geisoleerd insult: niet duidelijke onderliggende pathologie
- psychogene aanvallen op spanningsaanvallen (bewustzijnsverlies, tongbeet en schokken) patroon en beloop is twijfel