Summary Neuropsychologie

-
470 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Neuropsychologie

  • 1 Neuropsychologie

  • Maak de zin af. Luria: "De hersenen zijn 1 complex functioneel systeem...
    waarbinnen diverse subsystemen een eigen bijdrage aan de gezamenlijke
    activiteit leveren. 
  • Luria; het functioneel systeem is buitengewoon adaptief want..
    Als een gedragsdoel door omstandigheden of door stoornissen niet breikt kan worden, dan worden andere strategieën gevolgd. --> Met andere subsystemen toch einddoel realiseren. 
  • Wat is de eerste indeling van de functionele hersenstructuur van Luria?
    Interacterende functionele eenheden (units). 
  • Noem de units van de eerste indeling van Luria:
    Subcorticale, posterieure en anterieure hersengebieden. (Activatie, input, output). 
  • Luria: activatie dient voor?
    De regulatie van waakzaamheid en aandacht. (Subcorticaal). 
  • Luria: input dient voor?
    Cognitieve informatie verwerking: waarneming en opslag van informatie. (Posterieur). 
  • Luria: output dient voor?
    Organisatie van gedrag: planning, regulatie en monitoring van doelgerichte activiteiten. (Anterieur). 
  • Subcorticaal/activiatie; stoornissen veroorzaakt door letsels in:
    Letsels in de hersenstam, diencefalon (tussenhersenen) en mediale gebieden van de grote hersenen. 
  • Posterieure/Input; stoornissen veroorzaakt door letsels in:
    Letsels ACHTER de centrale fissuur (scheiding hersenhelften), de posterieure gebieden van de laterale cortex. 
  • Anterieur/Output; stoornissen veroorzaakt door letsels in:
    Letsels in de gebieden VOOR de centrale fissuur: de motorische, premotorische en prefrontale cortex. 
  • Wat is de 2e indeling van Luria, de hierarchisch geordende niveaus van verwerking: 
    Primair, secundair en tertiair. 
  • De primaire hersenzones van het posterieure gebied zijn:
    Modaliteitsspecifieke occipitale (visuele), temporale (auditieve) en postcentrale (sensibele) gebieden. 
  • De secundaire hersenzones van het posterieure gebied zijn:
    Verdere verwerking van en betekenisverlening aan de binnenkomende info, 
  • De tertiaire hersenzones van posterieure gebied zijn: 
    Multimodale en cognitieve integratie. 
  • De primaire hersenzone van het anterieure gebied is:
    Het precentrale (motorische) gebied. 
  • De secundaire hersenzone van het anterieure gebied is:
    Voorbereiding van motoriek. 
  • De tertiaire hersenzone van het anterieure gebied is:
    Vormen van intenties en plannen en evalueren van eigen gedrag. 
  • Wat is de derde indeling van Luria?
    Gedrag wel/niet gereguleerd door taalprocessen. Linker/rechter hemisfeer (lateraliteit). 
  • Wat is bij de meeste mensen de dominante taal hemisfeer?
    Links, de taaldominante hemisfeer is tevens de dominante hersenhelft. 
  • Wat houden de dubbele associaties van Norman Geschwind in?
    Als bij een laesie op plaats X functie A is aangetast maar niet B. En bij laesie op gebied Y functie B uitvalt maar A niet. (onafhankelijke functies), 
  • Wat voor patienten onderzocht Roger Sperry?
    Split-brain patienten/operaties. Epilepsie -> vezelbaan tussen 2 hersenhelften door snijden. 
  • Wat is een module? (Jerry Fodor). 
    Bijvoorbeeld het proces dat we ons niet bewust zijn dat taalprocessen werken en we er nauwelijks invloed op kunnen uitoefenen. 
  • Wat is een representatie?
    Info die door een module verwerkt kan worden of als output wordt opgeleverd. 
  • Wat is een proces?
    De berekeningen of transformaties die op de representaties worden uitgevoerd. 
  • Wat is domain specific?
    Kan alleen bepaalde informatie verwerken. 
  • Wat is innateness?
    Aangeboren.
  • Wat is encapsulated?
    Doet z'n werk ongeacht wat andere processen doen. Andere processen kunnen de werking van de module niet beinvloeden. 
  • Wat is fixed neural architecture?
    Een module deelt geen aandachtscapaciteit, geheugen processen of andere processen met andere modules. 
  • Wat is de vertaaloperatie van David Marr?
    Het systeem krijgt een bepaalde input en levert een bepaalde output. Hiervoor moeten bepaalde regels/algoritmes worden beschreven. Wiskundige formules. 
  • Wat is agnosie?
    Een stoornis in het herkennen van objecten. 
  • Wat is een computerprogramma dat cognitieve functie nabootst?
    Connectionistische modellen (neurale netwerk).
  • Wat is emergentie?
    Als zo'n model via oefening iets leert, dan is het geleerde een eigenschap die als vanzelf naar bovenkomt. 
  • Wat is graceful degradation?
    Model iets leert, aantal 'knopen' beschadigt, niet hele functie valt uit, deel nodige info niet meer meegewogen. Respons is verwant aan aangeleerde respons, afhankelijk van mate van laesie. 
  • Wat is content adressability?
    Een klein deel van de info kan een geheugenspoor activeren (bv. paar letters   -> hele woord). 
  • Wat zijn problemen met connectionistische modellen?
    Model is beschrijvend. Geen idee hoe proces werkelijk verloopt. 
  • Wat is farmacokinetische interactie?
    Interacties kunnen op meerdere wijzen tot stand komen waardoor de concentratie van een stof en de halfwaardentijd verlaagd of verhoogd wordt. 
  • Wat is farmacodynamische interactie?
    Het totale effect kan gelijk zijn aan de som van de afzonderlijke effecten; ook kan de farmacon de werking van een andere stof blokkeren (antagonisme). 
  • Welke situationele variabelen zijn belangrijk bij het placebo effect?
    Vertrouwen in de behandeling, voelbare interesse van behandelaar in patient, uitstraling van zekerheid door deze persoon, therapeutische context. 
  • Wat is afhankelijkheid?
    Een moeilijk beheersbare drang tot herhaling van het gebruik van het desbetreffende middel. 
  • Wat is verslaving?
    Fysiologische of psychische afhankelijkheid; verlies van controle over gebruik van stoffen.
  • Wat houdt parasynaptisch in?
    Boodschapstoffen worden door neuronen ook afgestaan aan de extracellulaire vloeistof. Werking strekt zich uit tot op enige afstand van de plaats van afgifte. 
  • Wat is een autocrien effect?
    De uit een neuron vrijgemaakte boodschappers werken na diffusie in de synaps of de extracellulaire vloeistof in op het eigen neuron. 
  • Wat is endocrien?
    Boodschapperfunctie wordt vervuld door hormonen die in klieren geproduceerd en aan de bloedbaan afgegeven worden; hebben via algemene circulatie groot bereik. 
  • Wat is ligand?
    Stof die zich op een receptor aan een herkenningsplaats bindt. 
  • Wat is affniteit?
    Betreft alleen binding van een stof aan de receptor; hoeft geen effect te hebben. 
  • Wat is intrinsieke activiteit?
    Effect van activering van de receptoren; komt tot stand door conformatieverandering van receptor. 
  • Wat zijn agonisten?
    Activeren van de receptor en hebben een exiterende of inhiberende werking op het neuron tot gevolg.
  • Wat zijn volledige agonisten?
    Bereiken een optimale conformatieverandering van de betrokken receptoren en daarmee een maximaal effect.
  • Wat zijn partiele agonisten?
    Hebben een relatief lage intrinsieke activiteit en slagen er niet in om bij de betrokken receptoren een optimale conformatieverandering te bewerkstelligen ondanks hun receptoraffiniteit; het effect is daardoor submaximaal. 
  • Wat is een inverse agonist?
    Stof die uitwerking op de receptor heeft die het tegenovergestelde is van de activiteit van de agonist.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is centrale coherentie?
Mensen met ASS verwerken informatie niet automatisch globaal en in context om tot een betekenisvolle, samenhangende interpretatie van de omgeving te komen; ze verwerken informatie framentarisch en op lokaal niveau.
Oxytocine bij ASS:
Dit hormoon heeft mogelijk een therapeutisch effect op het sociale kernsysteem van ASS: het bevordert de moeder-kind hechting en verbetert het sociaal gedrag en gevoelens van vertrouwen.
Testosteron bij ASS:
ASS is een extreme vorm van mannelijk denken: meer mannelijk systemizing denken en minder vrouwelijk empathizing denken. Er is een link tussen prenatale blootstelling aan testosteron en een autistische stijl van informatieverwerking.
Serotonine bij ASS:
Is de meest onderzochte neurotransmitter bij ASS, een verhoogd gehalte in de vroege ontwikkeling kan leiden tot verlies aan serotoninereceptoren, met verstoorde neuronale ontwikkeling als gevolg.
Wat is macrocefalie?
Hoofdomtrek meer dan 2 standaardeviaties groter dan bevolkingsgemiddelde.
Genetica ASS:
Regio op chromosoom 11. 2 en 7 te maken met taalontwikkelingsproblemen bij ASS en chromosoom 1, 15 en 17 te maken met rigiditeit en OCD. ASS 4x zoveel bij mannen, ook gedacht aan het verband met X-chromosoom.
Wat is PDD-NOS volgens de DSM?
Restcategorie voor personen met ernstige pervasieve problemen in de sociale interactie zonder dat er voldoende symptomen zijn om te kunnen spreken van autistische stoornis of Asperger.
Wat is het syndroom van Asperger volgens de DSM?
Er mag in ontwikkeling geen sprake zijn geweest van algemene achterstand in de taal, maar wel 2 kenmerken binnen het domein beperkingen in de sociale interactie, en 1 kenmerk binnen het domein stereotype gedragingen en interesses.
Wat is een autistische stoornis volgens de DSM?
Sprake van kenmerkende in alle drie de domeinen met ten minste abnormaal functioneren binnen 1 domein voor het derde levensjaar.
Wat zijn autismespectrumstoornissen (ASS)?
Verzamelnaam voor drietal ontwikkelingsstoornissen. 
1. Klassiek autistische stoornis.
2. Syndroom van asperger.
3. PDD-NOS.
Betreft gedragsstoornissen in:
1. beperkingen in de sociale interactie.
2. beperkingen in de verbale en non-verbale communicatie.
3. stereotype gedragingen en interesses.