Summary Nieuw nederlands (5e editie) 4/5h

-
ISBN-10 9001843611 ISBN-13 9789001843618
232 Flashcards & Notes
182 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nieuw nederlands (5e editie) 4/5h". The author(s) of the book is/are Frank, H. The ISBN of the book is 9789001843618 or 9001843611. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Nieuw nederlands (5e editie) 4/5h

  • 1.1 leesstrategieën

  • Wat doe je bij oriënterend lezen?
    Onderwerp vaststellen. 
    Snel bepalen of een tekst jou bruikbaar of interessant is.
  • Wat doe je bij globaal lezen?
    Deelonderwerpen vaststellen.
  • Wat doe je bij intensief lezen?
    De tekst helemaal goed begrijpen. De hoofdzaken van de tekst vinden.
  • Wat doe je bij zoekend lezen?
    Bruikbare informatie (in een tekst) vinden.
  • Wat doe je bij kritisch lezen?
    De betrouwbaarheid van de informatie en de argumentatie in een tekst beoordelen.
  • Wat doe je bij studerend lezen?
    De inhoud van een tekst onthouden.
  • Waar kijk je naar bij oriënterend lezen?
    Bekijk bij een boek:
    • titel
    • flaptekst
    • inhoudsopgave
    • voorwoord
    • auteur.

    Bekijk bij een artikel:
    • titel
    • lead
    • eerste alinea
    • tussenkoppen
    • illustraties
    • laatste alinea
    • auteur
    • publicatieplaats 
  • Waar kijk je naar bij globaal lezen?
    Lees de voorkeursplaatsen:
    • Eerste alinea's en laatste alinea's
    • Eerste en laatste zin van tussenliggende alinea's
    Let op tussenkoppen en witregels.
  • Waar kijk je naar bij intensief lezen?
    • Lees de tekst helemaal
    • Stel de betekenis van moeilijke woorden vast
    • Zoek naar kernzinnen van alinea's en naar signaalwoorden die verbanden aangeven (middenstuk)
    • Bepaal de hoofdgedachte (inleiding of slot)
  • Waar kijk je naar bij zoekend lezen?
    Kijk naar anders gedrukte woorden (vet, cursief, onderstreept). Let ook op opvallende tekens (bolletjes, nummeringen, sterretjes, enzovoort).
  • Waar kijk je naar bij kritisch lezen?
    Stel vast:
    • Is de informatie juist, volledig en niet eenzijdig?
    • Is de auteur deskundig of onpartijdig.
    • Noemt de auteur bronnen? Hoe actueel zijn ze?
    • Geeft de auteur voldoende (onderbouwde) argumenten?
    • Noemt en weerlegt de auteur belangrijke tegenargumenten?
    • Bevat de tekst drogredenen
  • Waar kijk je naar bij studerend lezen?
    • Lees de tekst oriënterend, globaal en intensief.
    • Maak overhoorvragen.
    • Maak een uittreksel.
    • Probeer of je de bedachte vragen kunt beantwoorden.
    • Lees je uittreksel enkele malen door.
  • 1.2 Schrijfdoel

  • Noem de 5 schrijfdoelen:
    • amuseren
    • informeren
    • opiniëren
    • overtuigen
    • activeren
  • Wat is amuseren?
    Lezers vermaken door iets leuks of interessants te vertellen
  • Wat is informeren?
    Lezers vertellen wat er gebeurd is of gebeuren gaat.
    Lezers uitleggen hoe iets in elkaar zit.
  • Wat is opiniëren?
    Lezers de gelegenheid geven zich een mening te vormen over een onderwerp.
  • Wat is overtuigen?
    Lezers met argumenten overhalen tot een bepaalde mening, een standpunt.
  • Wat is activeren?
    Lezers aanzetten om iets te gaan doen.
  • Waarbij hoort een uiteenzetting?
    Bij informeren.
  • Wat houdt een uiteenzetting precies in?
    Als een tekst bedoeld is om de lezer iets te leren.

    De auteur legt wat uit, hij beantwoord een vraag, hij draagt oplossingen aan voor een probleem of hij geeft een historisch overzicht van iets.
  • Waarbij hoort een beschouwing?
    Bij opiniëren.
  • Wat houdt opiniëren precies in?
    De auteur wil de auteur zijn lezers zelf over iets laten nadenken. 

    Hij geeft voor en nadelen, verschillende meningen van deskundigen of oorzaken en gevolgen.
  • Waarbij hoort een betoog?
    Bij overtuigen.
  • Wat houdt een betoog precies in?
    Een tekst met als schrijfdoel overtuigen. De schrijver wil dat de lezers zijn mening (standpunt) overnemen.

    Hoofdgedachte is altijd een mening.

    Geeft argumenten, weerlegt tegenargumenten.
  • Wat houdt amuseren precies in?
    Schrijver verteld een grappig, aangrijpend of spannend verhaal. 
    Aan het lachen maken of ontroeren.

    Romans, verhalen, gedichten, strips, krantenartikel met amuserend schrijfdoel.

    Gaan vaak over leuke, en niet zulke belangrijke zaken. Ze bevatten vaak grappig taalgebruik.
  • Wat is activeren precies?
    De schrijver wil dat de lezers wat gaan doen.
    De hoofdgedachte is vaak een oproep.

    De schrijver moet de lezer eerst overtuigen, dus tekst bevat vaak argumenten.

    Je herkent activerende teksten soms ook aan de gebiedende wijs.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kan begrenzen van zinnen verkeerd gaan?
- een zinsdeel staat los dat eigenlijk deel uitmaakt van een grotere zin
- 2 zelfstandige zinnen worden ten onrechte aan elkaar geplakt, en, want of dus
Wat is een beknopte bijzin? Welke soorten beknopte bijzinnen zijn er?
Is een bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm, en wordt afgeleid van een gewone bijzin.
- met voltooid deelwoord
- met onvoltooide deelwoord
-met te+hele ww
Wanneer mag je mag je zinnen met en of maar woorden weglaten?
- als de betekenis van het weggelaten woord hetzelfde is
- de vorm van de weggelaten worden is het zelfde
- als de grammaticale functie van de weggelaten woorden hetzelfde is
Wat is een samentrekking? En wanneer vindt een samentrekking plaats
Als bepaalde woorden herhaald worden, mag je die in sommige gevallen weglaten.
- bij woorddelen
- bij woorden
- bij zinsdelen
Wat doe je met een dat/als constructie?
De als-zin moet je achter de zin plaatsen
Waar herken je een als/dat-constructie aan
In het midden van de zin: dat als, dat wanneer, dat indien, zodat/als/wanneer/indien
welke vier vormen van ingrongruentie zijn er?
- een meervoudig onderwerp wordt voor enkelvoudig aangezien
- enkelvoudig onderwerp wordt voor meervoudig aangezien
- in een onderwerp wordt een enkelvoudige kern gevolgd door een meervoudige bijvoeglijke nabepaling
-  een meewerkend voorwerp wordt ten onrechte voor het onderwerp aangezien
Wat is congruentie?
Bij elk enkelvoudig onderwerp hoort een enkelvoudig persoonsvorm
Onduidelijk verwijzen
Als een woord terug verwijst naar iets wat niet in de tekst staat, het heeft dan geen antecedent.
Waar
Dingen waar+voorzetsel