Summary Nieuw nederlands

-
647 Flashcards & Notes
68 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nieuw nederlands ". The author(s) of the book is/are Noordhoff Uitgevers. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Nieuw nederlands

  • 1 Spelling Hoofdstuk 1 t/m 6

  • waneer gebruik je bij het meervoud een 's of een s?

    dat kan je horen.
    als je bijv. aan hobby een s zet zeg je 'hobbijs'.
    als je bijv. achter auto een vaste s zet zeg je 'autos'.
    als je bijv. achter auto een losse s zet zeg je gewoon 'autoos'

  • heo weet je of er een d of t aan het einde van een woord moet

    maak er meervoud van:
    bijv. hond- honden, paard-paarden, kat-katten
    maak er een bijvoegelijk naamwoord van:
    bijv. hard-harde, vast-vaste, zwart-zwarte.

  • wanneer is een werkwoord in de verlede tijd  nou een zwak of sterk werkwoord

    als het werkwoord 'normaal' blijft zoals
    bijv. raden-raadde-raadden
    en NIET het hele werkwoord verandert is het een zwak werkwoord
    (ze zijn te zwak om een ander te verbouwen)
    het is een sterk als de klank helemaal anders wordt.
    bijv. slaan-sloeg-sloegen
    (een zwak werkwoord is te zwak om iemand te 'verbouwen' (te slaan dus) en een sterk werkwoord dreunt het hele woord anders.)
  • Wat is het verschil tussen onregelmatige en regelmatige werkwoorden?

    Een regelmatig werkwoord (dus precies volgens de regels) is eigenlijk een zwak werkwoord.
    Bijv. werken-werkte-gewerkt, wachten-wachtte-gewacht
    Een onregelmatig werkwoord (dus niet volgens de regels) is eigenlijk een sterk werkwoord.
    Bijv. kijken-keek-gekeken, stelen-stal-gestolen
  • hoe maak je maak je een onvoltooid deelwoord?

    een onvoltooid deelwoord is nog bezig.
    je zet achter het meervoud dan een d
    bijv. lopen-lopend, lachen-lachend
  • wanneer gaat bij meervoud  'bij een korte klank, 2 letters op de bank'?
    als de laatste woordstuk eindigt met een korte klank bijv. tak > takken.
    als er geen dubbele medeklinker stond zou je zeggen:'taaken', en dat wordt hier niet bedoelt.
  • wordt er bij het begin van een zin en bij namen een hoofdletter geschreven?
    wat zijn de uitzonderingen?
    ja, maar niet alleen namen maar ook bij het begin van een zin.
    pas op! er zijn uitzonderingen bij het begin van de zin.
    als een zin met 't, 's of met 'n begint wordr de tweede letter een hoofdletter: 's Nachts kan het erg koud zijn.
    ook bij de namen van de dagen, maanden, seizoenen en windstreken behoren bij de uitzondering.
    die schrijf je dus met kleine letters
  • welke leestekens worden veel gebruikt en hoe dan?
    aan het eind van een zin zet je een punt ( . ) .
    vraagzinnen eindigen op een vraagteken ( ? ) .
    een uitroepteken ( ! ) bebruik je als je ergens extra de nadruk op wil leggen.
    let op! plaats nooit 2 uitroeptekens of vraagtekens naast elkaar!
    aan halingstekens gebruik je bij een citaat > (gesproken tekst)
  • Hoe en wanneer gebruik je een bijvoeglijk naamwoord?

    Een bijvoeglijk naamwoord vertelt iets over het zelfstandig naamwoord
    bijv. de groene appels, het verveldende  nieuws.
    Je schrijft een bijvoegelijk naamwoord zo kort mogelijk.
    Pas op! als dit effect heeft op de uitspraak schrijf je het bijvoegelijk naamwoord normaal

  • wanneer zet je een komma?
    1. voor of/en na een aanspreking:
      hé, wil je even komen, Joep?
    2. tussen de delen van opsomming:                 schoenen, laarsen, hakken en pumps
    3. tussen 2 persoonsvormen:         als je roept, kom ik meteen
  • 1.1 Uitdrukkingen

  • Aan de kaak stellen
    duidelijk laten zien dat iets verkeerd is
  • De kroon spannen
    de beste zijn
  • De schijn tegen hebben
    het lijkt erop dat je schuldig bent of niet de waarheid spreekt
  • Een hoge vlucht nemen
    zich goed ontwikkelen
  • Afbreuk doen aan
    minder goed/mooi maken
  • Geen hout snijden
    ergens niets aan hebben
  • Gepaard gaan met
    samen gaan met
  • Goede sier maken
    pronken; genieten; bewonderd worden
  • Hoog aangeschreven staan
    een goede naam hebben
  • Met argusogen bekijken
    met wantrouwen bezien
  • In strijd zijn met
    niet samen gaan met; niet in overeenstemming zijn met
  • Op de knoop toenemen
    een (nadelig) neveneffect er extra bij nemen
  • Over een kam scheren
    op dezelfde manier beoordelen; geen onderscheid maken
  • Te hoop lopen tegen
    protesteren
  • Van de hand wijzen
    weigeren; niet accepteren
  • Aan banden leggen
    beperken; niet accepteren
  • Bij de pakken neerzitten
    moedeloos zijn
  • De spuigaten uitlopen
    te ver gaan; te erg zijn
  • Een brug slaan
    met elkaar in contact brengen
  • Gebaat zijn bij
    voordeel hebben van
  • Geen been zien in
    geen bezwaar hebben tegen; niet terugschrikken voor
  • Geen zoden aan de dijk zetten
    geen effect hebben; niet helpen
  • Gelijke tred houden met
    zich in hetzelfde tempo ontwikkelen
  • Haaks staan op
    totaal anders (tegengesteld) zijn
  • Hand in hand gaan met
    samengaan; gepaard gaan
  • In het gedrang komen
    verdrukt dreigen te worden
  • Op zijn beloop laten
    laten gebeuren
  • Op gespannen voet staan met
    moeilijk samen gaan met; niet overeenkomen met
  • Te kampen hebben met
    last hebben van
  • Zich neerleggen bij
    berusten in; accepteren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.