Summary NIMA-A / 1 / druk Heruitgave succesroute Marketing NIMA-A

-
ISBN-10 9041506039 ISBN-13 9789041506030
715 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "NIMA-A / 1 / druk Heruitgave succesroute Marketing NIMA-A". The author(s) of the book is/are P G H M Swelsen. The ISBN of the book is 9789041506030 or 9041506039. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - NIMA-A / 1 / druk Heruitgave succesroute Marketing NIMA-A

  • 1 De verschillende betekenissen van marketing

  • Over de betekenis van marketing bestaan veel misverstanden.

    Marketing omvat veel meer dan verkopen en reclame maken alleen.

    Definitie: Marketing is het aanbieden van goederen of diensten rekening houdend met de behoeften en wensen van de klanten.

  • Wat is de definitie van marketing?
    Het aanbieden van goedern of diensten rekening houdend met de behoeften en wensen van de klanten.
  • Over de betekenis van marketing bestaan veel misverstanden.

    Marketing omvat veel meer dan verkopen en reclame maken alleen.

    Definitie: Marketing is het aanbieden van goederen of diensten rekening houdend met de behoeften en wensen van de klanten.

  • 1.1 De verschillende betekenissen van marketing

  • Wat zijn de vier betekenissen van marketing die het meest gehanteerd worden?

    1. marketing als visie

    2. marketing als ruilactiviteit

    3. marketing als functie

    4. marketing als probleemgebied

  • De vier meest gehanteerde betekenissen van marketing zijn:
    1. visie
    2. ruilactiviteit
    3. functie
    4. probleemgebied
  • 1.1.1 Marketing als visie

  • Marketing kan allereerst worden gezien als een wijze van denken.

    Een organisatie heeft voor haar beleid duidelijke uitgangspunten nodig. Wat chiquer noemen we zo'n uitgangspunt ook wel een visie of een concept.

  • Marketing kan worden gezien als een manier van denken, omdat een organisatie voor haar beleid duidelijke uitgangspunten nodig heeft. Zo'n uitgangspunt noemen we concept of visie.
  • Wat zijn de in de marketingtheorie vijf onderscheiden concepten?

    1. de productieoriëntatie

    2. de productoriëntatie

    3. het verkoop- of selling concept

    4. de marketingoriëntatie

    5. het maatschappelijk of sociaal marketingoriëntatie

  • De vijf concepten in de marketingtheorie
    1. productieoriëntatie
    2. productoriëntatie
    3. verkoop- of selling concept
    4. marketingoriëntatie
    5. maatschappelijk of societal marketingoriëntatie
  • Van welke gedachte gaat de productieoriëntatie uit?

    Van de gedachte dat consumenten goedkope producten willen die op zoveel mogelijk plaatsen verkrijgbaar zijn.

  • Uitgangspunt van productieoriëntatie
    Consumenten willen goedkope producten die op zoveel mogelijk plaatsen verkrijgbaar zijn.
  • Productieoriëntatie

    Goederen produceren tegen zo laag mogelijke kosten.

    Dit is mogelijk door producten in grote hoeveelheden te produceren (massaproductie).

    Om die grote hoeveelheden aan de man te brengen zijn veel verkooppunten nodig (massadistributie).

  • Het beleid van de onderneming die denkt vanuit de productieoriëntatie is erop gericht om goederen te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Dit is mogelijk door producten in grote hoeveelheden te produceren (massaproductie). Om die grote hoeveelheden aan de man te brengen zijn veel verkooppunten nodig (massadistributie).

  • Productieoriëntatie is mogelijk door
    • massaproductie
    • massadistributie
  • Aan welke voorwaarden moet er voldaan worden om de productieoriëntatie succesvol te laten zijn?

    1. de vraag moet het aanbod overtreffen

    2. de massaproductie moet tot sterke kostendalingen leiden

  • Wanneer is productieoriëntatie succesvol?
    1. de vraag moet het aanbod overtreffen
    2. de massaproductie moet tot sterke kostendalingen leiden
  • Van welke gedachte gaat de productoriëntatie uit?

    Van de gedachte dat de consument producten wil van hoge kwaliteit, die optimale prestaties leveren en vele extra's bieden.

  • Uitgangspunten van productoriëntatie
    Consumenten willen producten van hoge kwaliteit, die optimale prestaties leveren en vele extra's bieden.
  • Bij productoriëntatie gaat het bij het produceren van goederen zoveel mogelijk aandacht uit naar de verbetering en de ontwikkeling van nieuwe producten.

    Door deze grote aandacht voor het product, krijgen de verkoop en de distributie bij dit concept minder aandacht.

    Het productgerichte mag niet alleen het uitgangspunt zijn. Een veel betere slogan is: 'Value for money' of in het algemeen beschaafd Nederlands: 'Waar voor je geld'. De gedachte is dat de consument kiest voor het product dat het beste is bij een gegeven prijs. We kijken naar de prijs-prestatieverhouding.

  • Bij productoriëntatie gaat het bij het produceren van goederen zoveel mogelijk aandacht uit naar de verbetering en de ontwikkeling van nieuwe producten.

    Door deze grote aandacht voor het product, krijgen de verkoop en de distributie bij dit concept minder aandacht.

    Het productgerichte mag niet alleen het uitgangspunt zijn. Een veel betere slogan is: 'Value for money' of in het algemeen beschaafd Nederlands: 'Waar voor je geld'. De gedachte is dat de consument kiest voor het product dat het beste is bij een gegeven prijs. We kijken naar de prijs-prestatieverhouding.

  • Bij produceren volgens de productoriëntatie is er zoveel mogelijk aandacht voor verbetering en de ontwikkeling van nieuwe producten.
  • Van welke gedachte gaat het verkoopconcept uit?

    Van de gedachte dat consumenten geen of te weinig producten van de onderneming kopen. Het is daarom noodzakelijk om hun interesse op te wekken en de verkoop agressief ter hand te nemen.

  • In geval van productoriëntatie mag productgericht denken niet het enige uitgangspunt zijn! 
    Beter te kiezen voor 'value for money' --> de consument kiest het product dat het beste is bij een gegeven prijs.
  • Bij het verkoopconcept staat het opwekken van de interesse voor het product centraal. De toepassing van dit gedachtegoed leidt tot het organiseren van een groot verkoopapparaat en agressieve reclame.

    Op markten waar het aanbod de vraag overtreft en op markten waar de consument zich niet zo sterk bewust is van zijn behoefte, kan toepassing van het verkoopconcept succesvol zijn.

    Voorbeelden van organisaties die het verkoopconcept centraal hebben staan, zijn politieke partijen, boekenclubs (zoals ECI) en verkopers van Tele2-telefoonabonnementen.

  • Bij het verkoopconcept staat het opwekken van de interesse voor het product centraal. De toepassing van dit gedachtegoed leidt tot het organiseren van een groot verkoopapparaat en agressieve reclame.

    Op markten waar het aanbod de vraag overtreft en op markten waar de consument zich niet zo sterk bewust is van zijn behoefte, kan toepassing van het verkoopconcept succesvol zijn.

    Voorbeelden van organisaties die het verkoopconcept centraal hebben staan, zijn politieke partijen, boekenclubs (zoals ECI) en verkopers van Tele2-telefoonabonnementen.

    Er zijn tal van organisaties die het marketingconcept als uitgangspunt hebben, maar die ook onderdelen van het verkoopconcept gebruiken.

  • Uitgangspunt van het verkoopconcept
    Consumenten kopen geen of te weinig producten van de onderneming. Daarom moet hun interesse opgewekt worden en agressief verkocht worden.
  • Op welke overtuiging steunt de marketingoriëntatie?

    Op de overtuiging dat de doelstellingen van een organisatie het beste worden gerealiseerd wanneer men uitgaat van de behoeften en wensen van de afnemers en erin slaagt deze beter te bevredigen dan de concurrentie.

  • Op welke markten kan het verkoopconcept succesvol zijn
    • het aanbod overtreft de vraag
    • de consument is zich niet zo sterk bewust van zijn behoefte
  • Op welke vier pijlers dient de marketingoriëntatie te steunen volgens de Amerikaanse marketingspecialist Ph. Kotler?

    1. Market focus: de markt moet goed afgebakend worden. Je kunt tenslotte niet alles leveren aan iedereen.

    2. Customer orientation: de klant is het uitgangspunt. Je moet je voortdurend aanpassen aan de veranderende behoeften en wensen van de klant.

    3. Coordinated marketing: een goede coördinatie is nodig. De afdeling marketing moet goed samenwerken met andere afdelingen en omgekeerd.

    4. Profitability (winstgevendheid): alle activiteiten moeten bijdragen tot het verwezenlijken van het ondernemingsdoel. Bij een onderneming is het uiteindelijke doel het maken van winst omdat anders het voortbestaan van de onderneming in het geding komt.

  • Er zijn tal van organisaties die het marketingconcept als uitgangspunt hebben, maar die ook onderdelen van het verkoopconcept gebruiken.
  • Op welke vier pijlers dient de marketingoriëntatie te steunen volgens de Amerikaanse marketingspecialist Ph. Kotler?

    1. Market focus: de markt moet goed afgebakend worden. Je kunt tenslotte niet alles leveren aan iedereen.

    2. Customer orientation: de klant is het uitgangspunt. Je moet je voortdurend aanpassen aan de veranderende behoeften en wensen van de klant.

    3. Coördinated marketing: een goede coördinatie is nodig. De afdeling marketing moet goed samenwerken met andere afdelingen en omgekeerd.

    4. Profitability (winstgevendheid): alle activiteiten moeten bijdragen tot het verwezenlijken van het ondernemingsdoel. Bij een onderneming is het uiteindelijke doel het maken van winst omdat anders het voortbestaan van de onderneming in het geding komt.
  • Wat zijn de verschillen tussen de marketingoriëntatie en het verkoopconcept?

    - Bij het verkoopconcept wordt de meeste aandacht gericht op het verkopen van producten. Men start vanuit de onderneming. Bij de marketingoriëntatie concentreert men zich juist op de behoeften en wensen van de consumenten. Het vertrekpunt hierbij is de markt.

     

    - Bij het verkoopconcept zijn de middelen: verkoop en promotie. Bij de marketingoriëntatie zijn de middelen: geïntegreerde marketing.

     

    - Bij het verkoopconcept is de doelstelling: winst door omzet. Bij de marketingoriëntatie is de doelstelling: winst door tevreden consumenten.

  • Uitgangspunt marketingoriëntatie
    De doelstellingen van een organisatie worden het best gerealiseerd wanneer men uitgaat van de behoeften en wensen van de afnemers en erin slaagt deze beter te bevredigen dan de concurrentie.
  • Het societal marketingconcept (het maatschappelijk marketingconcept) wijst marketeers, mensen die werkzaam zijn in de marketing, op de consequenties van hun activiteiten.

    Het is voor een individuele onderneming moeilijk om altijd rekening te houden met de negatieve maatschappelijke gevolgen van hun productie. Wanneer je als enige milieuvervuiling tegengaat door te investeren in kostbare apparatuur, word je duurder dan je concurrenten en is de kans groot dat je jezelf uit de markt prijs. Toch zien we steeds vaker dat ondernemingen bij hun beleid rekening houden met maatschappelijke waarden.

  • De 4 pijlers waarop marketingoriëntatie moet steunen (volgens Ph. Kotler)
    1. market focus --> markt moet goed afgebakend worden
    2. customer orientation --> de klant is het uitgangspunt
    3. coordinated marketing --> de afdeling marketing moet goed samenwerken met andere afdelingen en omgekeerd
    4. profitability (winstgevendheid) --> alle activiteiten moeten bijdragen tot het verwezenlijken van het ondernemingsdoel
  • Op welke overtuiging steunt het societal marketingconcept?

    Op de overtuiging dat de doelstellingen van een organisatie het beste worden gerealiseerd wanneer men uitgaat van de behoeften en wensen van de afnemers en erin slaagt deze beter te bevredigen dan de concurrentie. Hierbij rekening houdend met maatschappelijke belangen, zoals gezondheid en een schoon milieu, op lange termijn.

  • Marketing myopie (marketingbijziendheid)
    term gebruikt voor ondernemingen die hun organisatie en hun producten als uitgangspunt nemen --> een te kortzichtige formulering van het werkterrein van de onderneming leidt tot problemen als de markt verandert.
  • Waar is het societal marketingconcept een aanvulling op?

    Het is een aanvulling op de marketingoriëntatie.

  • Social marketingconcept / maatschappelijk marketingconcept
    Een aanvulling op de marketingoriëntatie. Zelfde uitgangspunt als bij de marketingvisie, maar dan rekening houdend met maatschappelijke belangen, zoals gezondheid en een schoon milieu, op langetermijn.
  • Het societal marketingconcept maakt alleen kans van slagen als er (internationale) afspraken worden gemaakt tussen overheid en bedrijfsleven.

  • Duurzaam ondernemen / maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)
    Ondernemen waarbij evenwicht bestaat tussen economische belangen, sociale belangen en milieubelangen.
  • In plaats van de term societal marketingconcept raakt de term duurzaam ondernemen meer en meer in zwang. Duurzaam ondernemen - ook wel maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) genoemd - is ondernemen waarbij evenwicht bestaat tussen economische belangen, sociale belangen en milieubelangen. Duurzame ondernemers kijken niet alleen naar hun winst- en verliescijfers, maar ook naar de gevolgen van hun bedrijfsactiviteiten voor mens en milieu. Niet alleen naar de huidige gevolgen, maar ook naar de gevolgen in de toekomst.

  • Noem twee verschilpunten tussen het verkoopconcept en de marketingoriëntatie
    Bij het marketingconcept ligt de primaire aandacht bij de consumentenbehoeften. Bij het verkoop-concept ligt deze bij het product.

    Belangrijkste middel van het marketing-concept is de toepassing van geïntegreerde marketing. Belangrijkste middel bij verkoopconcept zijn promotie en agressieve verkooptechnieken.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar is een marketingmanager verantwoordelijk voor?
het marketingbeleid en dus voor het plannen van de activiteiten
hoe noemen we beperking van cognitieve dissonantie door de verkopende partij? 
dissonantievermindering
Voorbeeld: veel informatie aanbieden over een product, demonstraties geven, garantie- en bedenktermijnen aanbieden, goede servicevoorwaarden.
hoe noemen we het zoveel mogelijk beperken van het optreden van cognitieve dissonantie (door de consument zélf)?
dissonance reducing
Voorbeeld: je koopt iets, denkt dat het een heel goede koop is en leest in vervolgens in de Consumentengids dat het een slecht product is. Reducing strategie: denken 'Ach, die Consumentenbond zeurt altijd over details.'
Het consumentengedrag kan in 4 componenten ingedeeld worden:
  1. aankoopgedrag: hoe komt consument tot aankoop van bepaald product
  2. gebruiksgedrag: hoe gaat consument om met het product, waarvoor wordt het gebruikt
  3. communicatiegedrag: hoe gaat consument om met informatie, zoals reclamespotjes
  4. afdankgedrag: maatschappelijke marketing, recycling, maar ook vervangend product met korting aanbieden
Waar kun je aan denken bij de technische omgeving?
Videorecorder, compact discspeler, computer enz...
Wat wordt er met stap 3 bedoeld?
Formulering van de doelstelling.
Stap 5 is het opstellen van een actieplan.
1. De lopende contracten met de opdrachtgevers.
2. De bezettingsgraad van mensen en materieel.
3. Het inhuren of juist kopen van materiaal.
Wat betekend het begrip reciprociteit?
Het begrip reciprociteit sluit nauw aan op dit ruilbegrip en komt zeer veel voor in het Nederlandse bedrijfsleven. Kort door de bocht de ene hand wast de andere hand. Ofwel, als ik iets bij jou koop, is het mooi als jij ook iets bij mij koopt.
Wat wordt er bedoeld met bartering?
Er is sprake van bartering als partijen goederen tegen goederen ruilen.
In zijn 5-krachtenmodel noemt Porter de volgende tools voor concurrentie-analyse
  1. de mogelijkheden tot toetreding van nieuwe aanbieders
  2. de mogelijkheden op de markt voor vervangende producten (substituten)
  3. de mate van onderhandelingsmacht van de toeleveranciers
  4. de mate van onderlinge concurrentie tussen de op de markt opererende aanbieders
  5. de machtspositie van de afnemers