Summary NIMA-A Deel 2

-
543 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "NIMA-A Deel 2". The author(s) of the book is/are Peter Swelsen. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - NIMA-A Deel 2

  • 1 Productindelingen en assortiment

  • Wat zijn de 4 P's?
    1. product
    2. prijs
    3. plaats 
    4. promotie
  • 1.1 De plaats van het productbeleid

  • De aard van het product bepaalt in belangrijke mate het gezicht van het plaats-, promotie- en prijsbeleid.
  • Belangrijke deelinstrumenten van de P van product
    • assortiment
    • verpakking
    • merknaam
    • service
    • garantie
    • kwaliteit
    • kleur
    • vormgeving
  • Wanneer we het het hebben over een speciale combinatie van de deelinstrumenten van het instrument product wordt er ook wel van een productmix gesproken.
  • productattributen
    de verschillende deelinstrumenten van productbeleid
  • 1.2 Producteigenschappen

  • Een product heeft instrumentele en expressieve eigenschappen.
    De instrumentele eigenschappen hebben betrekking op de waarneembare prestaties van een product; ze zijn objectief meetbaar.
    De expressieve eigenschappen zijn de emotionele eigenschappen
  • 1.3 Het begrip product nader uitgewerkt

  • De product-indeling van Kotler:
    • het core product betreft de pure basiseigenschappen van het product
    • het tangible product is het product zoals het daadwerkelijk wordt aangeboden (core product met wat aankleding zoals verpakking, merknaam, styling etc.)
    • het augmented product is het tangible product met niet-tastbare eigenschappen, zoals garantie en service
  • Wat is het totale of generieke product?
    begrip van Leeflang:
    het augmentend product van Kotler met daaraan toegevoegd een aantal eigenschappen die de consumenten aan het product verbinden.
  • De product-indeling van de NIMA:
    • het fysiek product = de pure basiseigenschappen
    • het uitgebreid product = het product zoals het in zijn geheel met alle marketingmixelementen in de markt is gezet
    • het totale product = het product inclusief de door de consument toegevoegde eigenschappen
  • 1.4 Verschillende soorten productclassificaties

  • Wat is een productclassificatie?
    een systematische indeling van producten 
  • 1.4.1 Een classificatie op basis van levensduur

  • Een productclassificatie op basis van levensduur levert het onderscheid tussen duurzame consumptiegoederen en verbruiksgoederen (durables vs non-durables/fast moving consumer goods)
  • 1.4.2 Een classificatie op basis van soort afnemer

  • Een productclassificatie op basis van soort afnemer:
    • consumptiegoederen 
    • industriële goederen 
  • 1.4.3 Een classificatie op basis van uitstraling

  • Een productclassificatie op basis van uitstraling:
    • inferieure producten = consument gaat hier minder van kopen zodra het inkomen stijgt
    • noodzakelijke producten = wanneer de consument eenmaal een bepaald inkomen heeft, treedt hier verzadiging op
    • luxe producten = uiterst inkomensgevoelig
  • 1.4.4 Een classificatie op basis van de samenhang tussen producten

  • Wanneer we kijken in hoeverre producten samenhangen, wordt de indeling:
    • onafhankelijke producten = geen aanwijsbaar verband tussen producten
    • substitutieproducten = kunnen elkaar vervangen
    • complementaire producten = vullen elkaar aan
  • Copeland onderscheidt de volgende soorten producten (op basis van aankoopgedrag van de consument):
    • convenience goods
    • shopping goods
    • specialty goods
    • unsought goods
  • Convenience goods

    • Consument wil  niet veel moeite voor doen
    • de aankoopfrequentie is hoog
    • ook wel fast moving consumer goods 
    • veel en intensieve reclame is nodig
    • kleine winstmarge --> moet in zeer grote hoeveelheden verkocht worden
    • moeten intensief gedistribueerd worden
    • er zijn 3 soorten:
    1. staple goods
    2. impulse goods
    3. emergency goods
  • Shopping goods
    • consument wil wel moeite doen
    • aankoopfrequentie lager dan die van convenience goods
    • consument wil eerst zien en vergelijken
    • winstmarge hoger dan bij convenience goods
    • winkels moeten aantrekkelijk zijn ingericht
    • veel aandacht voor service en voorlichting nodig (goed personeel)
  • Specialty goods
    • hebben voor de consument een uniek karakter
    • keuze staat voor de consument al vast
    • consument wil veel moeite doen
    • niet zo veel verkooppunten nodig
    • winstmarge per product relatief hoog
    • servicecomponenten zijn van groot belang
  • wat zijn unsought goods
    goederen die de consument slechts moeizaam koopt, terwijl hij er in wezen wel behoefte aan heeft
  • Een classificatie op basis van de samenhang tussen producten.

    Wanneer we kijken in hoeverre samenhangen, wordt de volgende indeling gemaakt.


    1. Onafhankelijke producten.
    2. substitutieproducten.
    3. complementaire producten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat bepaald de aard van het product
plaats, promotie. prijsbeleid
wat verstaat men onder de marketing mix
product, prijs , plaats en promotie
Wat is het nadeel van de penetratiestrategie? 
men laat tijdens de introductiefase een groot deel van de extra winst liggen. 
Formuleer de penetratiestrategie
Men wil bij in de introductiefase meteen zo diep mogelijk de markt binnendringen. Men wil dus zo snel mogelijk een zo root mogelijk marktaandeel krijgen. 
formuleer de creaming strategie 
Een hoge prijs wordt hier vaak gepakt door een kleine verandering, vaak luxe, aan het product aan te brengen. De consument waardeert deze kleine productdifferentiatie zodanig dat hij graag meer betaald voor het product. Met pasen komt dit vaak voor. Men betaalt meer voor een luxe chocolade ei en minder voor de simpele eitjes.  
Waarom zijn consumenten bereid een dergelijke consumentensurplus te betalen (consumentensurplus=consumenten die in de introductiefase een extra hoge prijs willen betalen)
exclusiviteit en statusgevoeligheid zijn vaak de redenen. denk aan apple producten. 
Wat zijn de 3 voorwaarden voor een succesvolle afroomstrategie?
- de vraag naar het product moet prijselastisch zijn. 
- er moeten consumenten zijn die bereid zijn een hoge introductieprijs te betalen
- er moet geen snelle toetreding van concurrenten te verwachten zijn
Formuleer de afroomstrategie (Skimming)
De introductieprijs is hoog en wordt gedurende de levenscyclus naar beneden gehaald. 
Noem de twee uiterste prijs strategieën bij het introduceren van een nieuwe product in de markt. 
- Afroomstrategie (skimming)
- Penetratiestrategie (agressieve benadering) 
Benoem overige regels uit de prijzenwet
verplichting duidelijke prijsaanduiding op alle producten
kan bijv vaststellen dat de prijzen komende 6 maanden niet verhoogd mogen worden
Verplichte prijsmelding: ondernemingen kunnen worden verplicht om prijsverhogingen en dalingen te melden.