Summary Notities communicatietheorie

-
240 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Notities communicatietheorie

  • 1 Wat is communicatie?

  • Wat is de betekenis van communicatie?
    Communication is a social process in which individuals employ symbols to establish and interpret meaning in their environment 
  • Waarom is communicatie sociaal?
    Communicatie is tussen mensen. Er is interactie...
  • Wat betekent allocutie? En noem een voorbeeld
    Zeer gericht, dus bijvoorbeeld om 8 uur naar het journaal kijken. Nu heeft iedereen zelf controle i.p.v. een centrale controle zoals vroeger.
  • Wat betekent conversatie? En noem een voorbeeld
    Individuen wisselen interactief informatie uit met volledige controle over tijdstip, keuze en inhoud. Voorbeeld: telefoon, face-to-face
  • Wat betekent consultatie? En noem een voorbeeld
    Centraal beheerde databank wordt geconsulteerd door een individu, dat controle houdt over tijd en onderwerp. Voorbeeld bibliotheek, boek, krant
  • Wat betekent registratie? En noem een voorbeeld
    Centraal orgaan wint op bepaald ogenblik informatie in over individu. Voorbeeld tentamen
  • Waarom is communicatie een proces?
    Het is een continu proces. 
    • Communicatie is nooit maar één uiting. Er is altijd een bepaalde mate van feedback
    • Definieerbaar begin en einde
    • Dynamisch en complex
    • Beïnvloed door ervaringen in het verleden
    • Cumulatief
    • Continu aan verandering onderhevig
    • Individueel, cultuur en tijdsbeeld bepaald/afhankelijk.  
  • Waarom gebruiken we symbolen tijdens communicatie?
    • Een arbitrair (willekeurig) label geven aan een fenomeen: De A en de a lijken niet op elkaar. Het zijn symbolen bij elkaar die een taal vormen. 
    • Via verschillende kanalen: We communiceren over die symbolen zodat ze een betekenis krijgen (via verbaal, non-verbaal, visueel, etc.)
    • Abstract versus concreet: Sommige symbolen hebben bijvoorbeeld verschillende betekenissen. Denk aan het voorbeeld van okay, okay? Okayy...
  • Waarom is communicatie een betekenis?
    Wat halen mensen uit de boodschap? Docent heet alex, dat is zijn symbool. Wij vinden hem een docent, dat is ook een symbool. Er is een onderlinge relatie tussen het fysieke object, het concept en het symbool.
  • Waarom is communicatie ook een environment?
    Symbolen zijn buiten een bepaalde groep vaak niet duidelijk. 
    Interpretatie is afhankelijk van eerdere ervaringen, interesses, context, etc. 
    Voorbeeld: cijfers voor rotsklimmers
  • Waarom is communicatie influencing?
    Communicatie is goal-directed (heeft een doel), maar niet altijd.
  • Waarom heeft communicatie met het intentionaliteitsdebat te maken?
    Alle intentionele gedragingen zijn communicatief. Er is echter geen duidelijke begrenzing. Denk aan het voorbeeld van de onderuitgezakte student en docent. Is het intentioneel en bewust of niet?
  • 2 Communicatiemodellen

  • Wat houdt het communicatiemodel: communicatie als actie (linear model of communication - Shannon & Weaver) in?
    Het model zegt dat er veel ontvangers en een aantal zenders zijn. Je moet alle vormen van ruis wegnemen om de boodschap via het kanaal naar de ontvanger te sturen. Er zijn vier soorten ruis
  • Wat zijn de vier soorten ruis?
    1. Semantische ruis: je begrijpt elkaar niet omdat je niet dezelfde taal spreekt. (ook jargon bijv.)
    2. Fysieke ruis: mensen die door elkaar heen praten (in een college bijv.)
    3. Psychologische ruis: persoonlijkheid, stereotype, attitudes
    4. Fysiologische ruis: ziekte, aandacht, stress, cafeïne
  • Wat zijn vier kritiekpunten op het linear model of communication?
    1. Geen aandacht voor het proces: geen feedback
    2. Mechanisch: Komt het zo over zoals je het bedoeld? Er is ook een omgeving 
    3. Passieve ontvanger: je kan niet terugreageren 
    4. Gericht op één boodschap: geen aandacht voor het proces.
  • Wat houdt het communicatiemodel: communicatie als interactie (interaction model - Schramm) in?
    • Encoderen/decoderen: produceren van een bericht/de interpretatie. Hoe wordt het gezegd? Denk aan voorbeeld: liefje ruim je troep op. (en: de manier en de: interpretatie) 
    • Feedback --> proces: er moet feedback komen. 
    • Field of experience: hoe encodeer en decodeer je de informatie?
  • Wat zijn vier kritiekpunten op het interaction model?
    • Mechanisch
    • Sequentieel: communicatie is niet tegelijkertijd
    • Feedback na ontvangen van de boodschap
    • Intentioneel: het model gaat ervanuit dat het intentioneel is. 
  • Wat houdt het communicatiemodel: communicatie als transactie (transaction model - Barnlund) in?
    • Communicatie als een continu proces: je hebt al een idee van de persoon voordat je ermee gesproken hebt. 
    • Gelijktijdig zenden en ontvangen van de boodschap. Onbewuste processen worden meegenomen in dit model 
    • Aandacht voor het shared field of experience:
      • Noodzakelijk voor communicatie
      • Vereist bewuste en onbewuste onderhandeling en aftasting 
      • Samen bewust voor het opbouwen van het shared field expierence. 

    DUS: als ik aan het praten ben, zie ik hoe iemand daarop reageert. 
  • Wat zijn kritiekpunten op het transaction model?
    • Moeilijk te bestuderen 
    • Niet overal op van toepassing (bijv. Massamedia)

    Toevoeging: het model is heel volledig
  • Wat is een theorie?
    Een theorie is een abstract systeem van concepten en hun onderlinge relaties die ons helpen een fenomeen te begrijpen.
  • Waarom is een theorie een noodzakelijke simplicatie?
    Je gaat iets specifiek verklaren tegenover iets algemeens. Je kan niet voor elk individu, tijdstip, etc het effect bekijken.
  • Wat is het verschil tussen Lay man en wetenschappelijk? En tussen grand vs. Narrow theories?
    Lay man: testen van theorieën 
    Wetenschappelijk: meer structureel en getoetst.  
    Grand: communicatiemodel 
    narrow: alleen gericht op interpersoonlijke communicatie binnen romantische relaties (concreter)
  • Wat is positivistic/empirical?
    Het doel is om regelmatigheden/samenhangen te formuleren over hoe de sociale werkelijkheid in elkaar zit.
  • Wat is interpretive?
    De sociale werkelijkheid is gecreëerd door bewuste handelingen van de mens. Het is redelijk haaks tegenover het positivisme.
  • Wat is critical?
    De werkelijkheid is complex en multidimensionaal. Opvattingen en het gedrag van mensen wordt beïnvloed door historische ontwikkelingen, machtsverhoudingen en de culturele context
  • Wat betekent ontologie, epistemologie en axiologie?
    Ontologie: Zijslees, vragen over hoe de realiteit in elkaar zit.
    Epistemologie: kennisleer, vragen over de aard, oorsprong en voorwaarden voor kennis en het weten
    Axiologie: waardeleer, bestudering van de aard en soort van waarden en de manier waarop zij ervaren worden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar wordt het daadwerkelijke gebruik van technologie door bepaald?
  • Appropriation: hoe mensen technologie daadwerkelijk gebruiken
  • Appropriation kan faithful of unfaithful zijn
    • Faithful: zoals bedoeld (bijv. Een pen)
    • Unfaithful: onbedoeld (bijv. SMS)
Welke gebruiksvoorkeur heeft technologie?
  • Structuur: expliciete regels: regels die in de technologie door de makers bedacht zijn 
  • Spirit: impliciete regels: in de geest van de ontwerper. Gebruik wordt bestuurd. Het is geen ingebakken regel, maar wel een soort voorkeur voor gebruik

Bijv. Telefoon icoontje onderaan in het balkje van je telefoon
Welke rol heeft technologie in de structuration theory?
Mensen en technologie beïnvloeden elkaar wederzijds. 
  • Technologie is ontwikkeld door mensen en heeft daardoor een door mensen opgelegde structuur. 
  • De regels van de technologie beperken echter ook het handelen van mensen. 
  • Maar mensen hebben vrijheid om met regels om te gaan (agency).  
Hoe komen groepen en organisaties tot stand?
Door communicatie, acties en gedragingen. Elke keer dat we met iemand communiceren komt er iets nieuws tot stand door:
  • Het ontstaan van een nieuwe regel
  • De aanpassingen van een bestaande regel
  • Bevestiging van eerder gebruikte regels

Al deze regels creëren structuren. De structuren bepalen communicatiestromen in organisaties. 
Wat betekent reflexivity?
  • De mogelijkheid om je eigen gedrag te observeren
  • Agency of reflexivity stellen mensen in staat om hun gedrag te veranderen en zo structuur te veranderen. En uiteindelijk het systeem. 
Wat betekent agency?
Wij kunnen het systeem veranderen. Het specifieke gedrag dat mensen vertonen wordt gereguleerd door de structuur.
Wat zijn de kenmerken van duality of structure?
  1. Mensen hebben structuur nodig in een systeem om te kunnen handelen (gedrag) en om met elkaar te kunnen communiceren. 
  2. Gedrag en communicatie is echter noodzakelijk voor structuur. 
    • Structuur wordt gevormd door gedrag en communicatie
    • Structuur veranderd door gedrag en communicatie 
Wat is de kern van structuration?
Duality of structure: de wisselwerking. Regels bepaal je zelf, maar aan de andere kan zijn we wel gebonden aan die regels.
Wat is een structuratie?
De ontwikkeling, het onderhoud en de verandering van een systeem door structuur en interactie.
Wat is een structuur?
De regels en hulpbronnen die in een systeem gebruikt om zich in stand te houden: vrienden, je hebt bepaalde regels. Je weet wie erbij hoort, de geschiedenis... Het houdt het systeem in stand.
Die regels bepalen doe individuen zich gedragen. Het is een wisselwerking.