Summary Nova : nieuwe natuur- en scheikunde.

-
ISBN-10 9034557855 ISBN-13 9789034557858
523 Flashcards & Notes
29 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nova : nieuwe natuur- en scheikunde.". The author(s) of the book is/are T Lodewijks, T de Valk van H Ousen H Bishoff Het Geel Punt ' s Aeolus Art. The ISBN of the book is 9789034557858 or 9034557855. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Nova : nieuwe natuur- en scheikunde.

  • 1 kast en muur

  • Ben je vandaag naar school geweest?

    Ja, ben nu alleen erg moe

  • Ben zo moe door school en ga straks misschien naar buiten

  • 1.1 Stoffen para 2 scheikunde

  • Samenvatting scheikunde para 2

     

    Kennis over stoffen

    Belangrijk dat je weet met wat voor stofeigenschappen je te maken kunt hebben

    Bv: brandbaar, explosief, vluchtig(makkelijk verdampen), giftig

    Gevarensymbolen: op potten/flessen: chemicaliën: (stoffen).

    Chemiekaart: staat informatie over een eigenschap van een stof, en veilige manier kunt werken

     

    Zuivere stoffen

    Zuivere stof: één stof vb: alleen de stof water waar geen andere stof in voorkomt

    Zuivere stoffen: kristalsuiker, aluminium, koper(van elektrische bedrading)

     

    Mengsels

    Mengsels: kun je zien, vb: verschillende kleuren in zand à bestaat uit meerdere stoffen

    Mengsels waarin je verschillende stoffen kunst zien: heterogene mengsels

    Homogene mengsels: verschillende stoffen niet kunt zien bv: muntà koper, metaal

    Vb’den homogene: lucht

    Lucht: 78 L stikstofgas, 21 L zuurstofgas

    Mistige lucht: kun je zien: heterogene mengsels

     

    MAC-waarde

    MAC: Maximaal aanvaarde concentratie

    Langere tijd in bepaalde ruimte, waarin MAC-waarde overschreden word: slechte gezonheid

    MAC-waarde: uitgedrukt à mg per m3

     

    Kwik: giftig metaal, al bij lage concentraties à levert gevaar op

  • gevarensymbolen staat vaak op

    potten, flessen 

  • chemicaliën betekent ook wel

    stoffen

  • zuivere stof is een stof waar geen 

    andere stof in voorkomt

  • vb'den van zuivere stoffen zijn

     

    Kristalsuiker, aluminium, koper

  • mengsel kun je? en geef een voorbeeld

     

    zien, zand

  • mengsels waar je verschillende stoffen kunt zien

     

    heterogene mengsels

  • mengsels waar je verschillende stoffen niet kunt zien

    homogene mengsels

  • is lucht homo/heterogeen ?

     

    homogeen

  • MAC-waarde betekent?

    maximaal aanvaarde concentratie

  • kwik is? en levert?

    giftig metaal, gevaar op

  • 1.1.1 stoffen para 3 scheikunde

  • Samenvatting para 3 scheikunde

     

    Homogene mengsels: oplossingen

    Oplossing: heldere vloeistof waarin stoffen zijn opgelost

    Oplossing= homogeen mengsel à ziet niet dat er verschillende stoffen in voorkomen vb: thee (water)

    Oplosmiddel: een stof (suiker) opgelost in water à homogeen

    Oplosmiddelen: water, alcohol, aceton(nagelremover) benzine(vettige stoffen kunnen wel oplossen in benzine niet in water).

     

    Heterogene mengsels

    Suspensie: troebele vloeistof (kleine stukjes van een vaste stof zweven bv: sinaasappelsap

    Suspensieà met rust laat: zakken de stukjes naar de bodem(de stukjes: grotere dichtheid dan het sap).

    Zakken van stukjes heet: bezinken (schudden voor gebruik bij chocomelk bv)

    Kleinere deeltjes: het bezinken duurt langer.

     

    Emulsies

    Emulsie: ondoorzichtige, troebele vloeistof (zweven druppels van ander vloeistof in)

    Vb van emulsie: melk, yoghurt, room, boter

    Water en olieà ontstaanà 2 lagen, olie drijft op water (olie heeft kleinere dichtheid als water)

    Flink schud: troel water: emulsie à met rust laten: drijft weer omhoog à emulsie ontmengt

    Emulsie: olie in water à niet stabiel

    Emulgator toevoegen: verkom je dat vloeistofdruppeltjes ’aaneengroeien’ dus ontmengen

    Emulgatoren vb’den: crème, melk, margarine, mayonaise

     

    Rook, nevel en schuim

    Rook: in gas vaste deeltjes zweven’

    Nevel: kleine vloeistofdruppeltjes in gas zweven (mist)

    Aerosol: spuitbussen, deodorant, haarlak (verspreiden ook nevel)

    Schuim: kleine gasbellen opgesloten àin vloeistof/vaste stof vb: schuimrubber, piepschuim, slagroom

     

    Zuivere stof of mengsel?

    Heldere, kleurloze vloeistof à zou zuivere stof kunnen zijn bv: alcohol, water

    Mengsels als: 7up, azijn, jenever, zeewater, zuiver bronwater

    Aangeven of zuivere stof/mengsel is: smelt/kookpunt noemen

    Zuiver water kookt: 100 graden à kookpunt

    Smeltpunt/stolpunt van water: 0 graden

    Zuiver alcoholà kookpunt: 78,5 graden smeltpunt: -117,3 graden stolpunt: hetzelfde als smeltpunt

    Zuivere stof kookt: veranderd temp tijdens koken niet,

    Zuivere stof: vast kookpunt, smeltpunt, stolpunt

     

    Wijn: mengselà alcohol, water kookt: 80 graden tot 100

    Geen vast kookpunt à kooktraject

    Roomijs: geen vast smeltpunt à smelttraject

     

    Massapercentage: hoeveelheid van stof in mengsel, 100 gram uitgedrukt in procenten

    Massapercentage= massa(opgeloste) stof : massa mengsel = .. x 100%

    Vb: 5 gram suiker per 100 gramà 5:100 x 100 = 5%

     

    Volumepercentage= (milli) liter uitgedrukt in procenten

    Volumepercentage= volume (opgeloste) vloeistof : volume vloeistofmengsel x 100%

     

     

     

  • oplossing is?

    heldere vloeistof waarin stoffen zijn opgelost

  • is een oplossing homo/heterogeen?

     

    homogeen

  • oplosmiddel is een

    stof opgelost in water

  • suspensie is een? en geef een voorbeeld

    troebele vloeistof, sinaasappelsap 

  • het zakken van stukjes heet

     

    bezinken 

  • kleine deeltjes? het bezinken duurt

     

    langer

  • emulsie is

     

    ondoorzichtige, troebele vloeistof 

  • vb'den van emulsie

    melk, yogurth, room, boter

  • wat verkom je als je een emulgator toevoegd?

     

    de deeltjes aan elkaar vastgroeien

  • vb'den van emulgator is

     

    melk, mayonaise, creme, margarine

  • rook

     

    gas waar vaste deeltjes in zweven

  • nevel

    kleine vloeistofdruppeltjes zweven in gas

  • geef vb'den van aerosol 

     

    spuitbussen, deodorant, haarlak 

  • aangeven of stof zuivere mengsel is moet je het 

    kookpunt, smeltpunt bepalen

  • zuiver water kookt bij en smelt bij

     

    100, 0

  • kooktraject heeft geen

    vast kookpunt

  • een smelttraject heeft geen

    vast smeltpunt

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

telwoorden in namen van stoffen;
mono = een
di = twee
tri = drie
tetra = vier
penta = vijf
hexa = zes
hepta = zeven
octa = acht
8 niet ontleedbaren stoffen;
zuurstof (O2)
waterstof (H2)
stikstof (N2)
ozon (O3)
fluor (F2)
chloor (Cl2)
broom (Br2)
jood (I (hoofdletter i) 2)
als er geen reactie is = fase overgang. er zijn 3 typen reactie;
1. verbranding; stof a + zuurstof -> stof b
2. ontleding; stof a -> stof b + stof c ( + stof c, enz).
                      -er is maar 1 beginstof.
                      - het kost energie (warmte, licht, elektriciteit) om te kunnen doen.
3. overige reacties; stof a + stof b -> stof c
                                - tenminste 2 beginstoffen
                                - geen zuurstof als beginstof
reactie is;
zuivere stof a + zuivere stof b -> (chemische) reactie -> nieuwe stof
vluchtigheid;
hoe snel stoffen kunnen verdampen
noem 7 scheidingsmethodes (en wat ze doen);
1. filtreren, scheid de deeltjesgrootte van de stoffen.
2. centrifugeren, scheid de verschillende dichtheden.
3. destilleren, kun je gebruiken bij kleine verschillen zoals kookpunt. de opgevangen vloeistof heet het destillaat.
4. indampen, kun je gebruiken als er een groot verschil tussen de stoffen zit zoals kookpunt en vluchtigheid.
5. Extraheren, scheiden van hoe snel de stoffen kunnen oplossen.
6. Adsorberen, word gescheiden door verschillen van aanhechtingsvermogen. er word actieve kool bij gebruikt
7. chromatografie, stoffen scheiden op kleur
rekenen met dichtheid;
rho (dichtheid) = massa : volume .  de eenheden zijn in g/cm3 
P = m : v
m = v x P  
v = m x P
een suspensie is;
een vaste stof in een vloeistof (modder in water, bezinkt). het is een heterogeen mengsel
een oplossing is;
een stof opgelost in oplosmiddel (thee met suiker). het is een homogeen mengsel
2 soorten mengsels;
1. heterogeen, je kunt de verschillende stoffen zien.
2. homogeen, je kunt de verschillende stoffen niet zien.