Summary Nu Pedagogisch Werk Profielboek Gespecialiseerd pedagogisch medewerker Pedagogiek

-
ISBN-13 9789001881436
256 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Nu Pedagogisch Werk Profielboek Gespecialiseerd pedagogisch medewerker Pedagogiek". The author(s) of the book is/are Noordhoff Uitgevers. The ISBN of the book is 9789001881436. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Nu Pedagogisch Werk Profielboek Gespecialiseerd pedagogisch medewerker Pedagogiek

  • 2 Opvoeden en begeleiden

  • Wat is opvoedkunde/pedagogiek?
    Als je pedagogiek studeert, bestudeer je het opvoeden.
  • Wat is socialisatie?
    Het overdragen van normen en waarden op het kind.
  • Wat is voorbeeldgedrag?
    Het gedrag dat je laat zien en dat voor ieder kind een voorbeeld zal zijn.
  • Wat is temperament(vol)?
    Meestal past het kind zich aan de volwassene aan. Dat geldt niet voor elk kind. Sommige kinderen zijn erg temperamentvol, ze worden ermee geboren. Voor hen kan het lastig zijn zich aan jou aan te passen. In dat geval is het nodig om je als volwassene zelf aan het kind aan te passen. Probeer een band op te bouwen, waardoor je samen kunt werken met het kind.
  • Wat is opvoeden?
    Opvoeden gaat om de invloed die je op een kind hebt. Opvoeden gaat om de manier waarop ouders en ander opvoeders een kind begeleiden bij zijn ontwikkeling. Het doel is dat een kind uit kan groeien tot een zelfstandige volwassene die mee kan doen in de maatschappij.
  • Hoe kun je opvoeden ook omschrijven?
    Een kind leren om zich met zijn eigenheid in de wereld te redden door te steunen, te stimuleren, te structureren en te sturen. Aan de ene kant geef je kinderen ruimte door te steunen en te stimuleren. Aan de andere kant ben je kinderen aan het leiden, door te structuren en te sturen. De meeste opvoeders zijn  van mening dat beide kanten  nodig zijn bij het opvoeden en zoeken een balans tussen de twee uitersten.
  • Wat is het verschil tussen begeleiden en opvoeden?
    Begeleiden zijn de dingen die je doet als gespecialiseerd pedagogisch medewerker met de kinderen. Namelijk verzorgen, opvoeden en de ontwikkeling stimuleren. 

    Opvoeden doe je in de situaties waarin je het gedrag van een kind wilt sturen.
  • Wat is een pedagogische visie?
    Een beschrijving van de manier waarop je met kinderen omgaat. Hierbij beschrijf je de achtergronden, de invloed op de ontwikkeling van kinderen en de onderbouwing.
  • Wat is het zorgen voor kinderen?
    Als volwassenen ben je verantwoordelijk voor het kind. Je zorgt er daarom voor dat hij geen gevaar loopt, dat hij geborgenheid ervaart en dat hij uitgedaagd wordt. Hij moet zich veilig voelen in een voor hem interessante omgeving.
  • Wat betekent competent?
    Als een kind doet wat hij kan. Geleidelijk aan kan een kind steeds meer zelf. Hij verwerft dan meer competenties.
  • Wat is een opvoedingsstijl?
    De manier waarop jij als pedagogisch medewerker met kinderen omgaat (of ouders met hun kinderen omgaan).
  • Wat is een autoritaire opvoedingsstijl?
    Een manier van opvoeden waarbij je jezelf als baas ziet.
  • Wat is een democratische opvoedingsstijl?
    Een manie van opvoeden waarbij je laat zien dat je begrip hebt voor het kind en waar je helpt met het oplossen van problemen. Je hebt dan een behoorlijk gelijkwaardige relatie met een kind.
  • Wat is een toegeeflijke opvoedingsstijl?
    Een manier van opvoeden, waarbij de relatie met het kind volledig gelijkwaardig is. Er zijn weinig regels waar een kind zich aan moet houden.
  • Wat is een verwaarlozende opvoedingsstijl?
    Een manier van opvoeden waarbij je niet betrokken bent bij het kind. Er zijn geen grenzen en er is ook geen aandacht voor de gevoelen van het kind.
  • Wat doe je als je een autoritaire opvoedingsstijl gebruikt?
    Je biedt sturing en duidelijkheid als het gaat over de manier waarop een kind zich hoort te gedragen. Je beloont gewenst gedrag en je bestraft ongewenst gedrag. Bij deze opvoedingsstijl is er weinig vertrouwen in het kind.
  • Hoe ga je om met het straffen van een kind in een democratische opvoedingsstijl?
    Straffen doe je met mate en op een beheerste manier. In de meeste gevallen leg je de reden van de straf uit zodat het kind begrijpt waarom iets wel of niet mag. In de democratische opvoedingsstijl heb je behoorlijk groot vertrouwen in een kind.
  • Wat is een onderhandelingshuishouding?
    Men onderhandeld steeds opnieuw om het midden te vinden tussen tegenstellingen. Als de opvoeder en het kind ergens allebei een ander idee hebben wordt er door beiden net zolang gezocht naar het midden, totdat beiden tevreden zijn. 
    Volgens critici zou dit kunnen betekenen dat de aanpak van ouders steeds tegengesproken wordt door kinderen en dat kinderen en ouders zoop gelijke voet komen te staan.
  • Tot wanneer had ook de kerk in Nederland een belangrijke invloed op de opvoeding?
    Tot ongeveer 1960.
  • Wie was Jean-Jacques Rousseau? (1712-1778)
    In 1762 schreef hij het boek Emile, of over de opvoeding. Hierin beschrijft hij zijn ideale manier van opvoeden. Volgens  Rousseau heeft ieder mens een  uniek karakter en heeft ieder mens vrijheid nodig om zich te kunnen ontplooien. Dit moet zonder dwang/straf gebeuren. De opvoeding moet ver van het stadsleven plaatsvinden. Kinderen moeten in verbondenheid met de natuur zijn. Het boek van Rousseau werd kort na zijn verschijning verboden en verbrand, omdat Rousseau zich in het boek tegen de kerk keert.
  • Wie was Friedrich Fröbel? (1782-1852)
    Fröbel was de oprichter van de eerste kleuterschool. Hier kwamen kinderen tot 6 jaar. Hij noemde zijn school een Kindergarten, een tuin van kinderen voor kinderen. Als pedagoog hechtte hij veel waarde aan een plezierige leeromgeving, activiteiten die door kinderen zelf verzonnen werden en lichamelijke beweging. Het werkwoord 'freubelen' is afgeleid van zijn naam en betekent vrijblijvend creatief zijn. Papier vouwen en bouwen met blokken waren nieuw om met kinderen te doen. De eerste blokkendozen stammen uit die tijd.
  • Wie was Rudolf Steiner? (1861-1925)
    Steiner kwam met een nieuwe levensvisie/filosofie, de antroposofie. Hij was de oprichter van de vrije school, waar onderwijs wordt gegeven met hoofd, handen en hart. Ieder kind is een uniek mens met een eigen ontwikkelingsweg. Het is de taak van ouders/opvoeders deze weg te volgen den te begeleiden. Zeker bij jonge kinderen is een veilige, rustige en warme sfeer nodig, waarin het zich geborgen kan voelen. Steiner vond dat je de cognitieve ontwikkeling niet te vroeg met stimuleren bij een kind. Hij wilde geen vaste lesmethodes gebruiken, maar alle ruimte voor vrij spelen, zodat kinderen hun fantasie zouden kunnen ontwikkelen.
  • Wat zijn de kenmerken voor de antroposofische dagopvang?
    Een duidelijk dagritme, het spelen met natuurlijke materialen en het ontwikkelen van alle zintuigen. Je gebruikt liedjes en rijmpjes om de taal te stimuleren, je viert allerlei jaarfeesten en je zorgt voor biologisch eten en drinken.
  • Wie was Lev Vygotsky? (1896-1934)
    De Russische psycholoog Lev Vygotsky deed veel onderzoek naar kinderen. Vygotsky benadrukte de invloed van de sociale omgeving op het leren van het kind. Volgens Vygotsky is de begeleiding van een kind het meest effectief als het plaatsvindt in de zone van de naaste ontwikkeling.
  • Wie was Maria Montessori? (1870-1952)
    Montessori ging ervan uit dat een kind van nature de wil heeft om zichzelf te ontwikkelen. Als pm'er moet je de behoeften van een kind herkennen en daarop inspelen. Montessori heeft allerlei eigen leermaterialen (zintuigmaterialen) ontwikkeld. Als het gaat om de kleur, het geluid, en de vorm is aan deze materialen van alles te ontdekken. Montessori vond het ook belangrijk dat kinderen oefenen met dagelijkse handelingen, zoals het aankleden, het eten, het begroeten van elkaar en het dekken van de tafel. Kinderen worden op deze manier uitgedaagd om zelfstandig te werken. Dit doen ze op hun eigen tempo.
  • Wie was Janusz Korczak? (1878-1942)
    Volgens Korczak zijn kinderen geen 'onaffe' volwassenen, maar volwaardige mensen die initiatief kunnen nemen en verantwoordelijkheid kunnen dragen. Volwassenen kunnen kinderen beter de ruimte geven om hun problemen zelf op te lossen. Van fouten leren kinderen. Belangrijk is een gelijkwaardige relatie tussen de volwassene en het kind. Kinderen voorschrijven wat ze moeten doen, zou storend gedrag in de hand werken. Het is één van de meest kwalijke fouten te denken dat de pedagogie een wetenschap is die het kind betreft en niet de mensen. Aan de basis van het pedagogisch handelen ligt het zien met je hart. Dat kinderen luisteren is minder belangrijk dan het contact. Hij wilde samen ontdekken wat belangrijk was op ieder moment.
  • Wie was Céleste Freinet? (1896-1966)
    Freinet zag dat kinderen van nature de wereld willen onderzoeken. In zijn ogen leren kinderen door te experimenteren, te ervaren, te ontdekken en te beleven. Als je werkt volgens de visie van Freinet heb je een groot respect voor de mening en eigenheid van kinderen. Het kindercentrum of de school is een leef- en werkgemeenschap, waar iedereen serieus genomen wordt. Een kind mag grotendeels zelf kiezen wat hij op een dag doet. Kinderen op een Freinetkindercentrum of een Freinetschool houden zich naast het spelen ook bezig met de dagelijkse organisatie van het centrum of de school. Op Freinetscholen drukken kinderen zich uit door verhalen te schrijven, te tekenen en te schilderen.
  • Wie was Emmi Pikler? (1902-1984)
    Emmi Pikler hield zich vooral met jongen kinderen bezig. Zij ging uit van de eigen kracht van een kind. De motoriek van een kind ontwikkelt zich volgens haar helemaal vanzelf. Als een kind veel vrijheid krijgt om te onderzoeken en te bewegen, leert hij beter zitten, staan, spreken en denken dan wanneer en volwassene hem steeds stimuleert en helpt. Volgens Pikler moet je tijdens het spelen en bewegen zo min mogelijk ingrijpen als ouders of begeleider.
  • Wat vind Emmi Pikler over de verzorgingsmomenten?
    Volgens Pikler moet je alle tijd nemen voor de verzorgingsmomenten. Tijdens het voeden, verschonen, omkleden en wassen wordt veel met een kind gecommuniceerd, waardoor een hele hechte relatie kan ontstaan. Als je een kind alle aandacht geeft en hem liefdevol en in alle rust benadert, dan is hij volgens de visie van Pikler daarna zo voldaan dat hij vervolgens een tijd lang, zonder hulp van volwassenen, tevreden en actief kan spelen.
  • Welk speelgoed gebruik je als je werkt volgens de visie van Emmi PIkler?
    Je gebruikt speelgoed dat bestaat uit huishoudelijke materialen, zoals potjes, pannetjes, doekjes en houten lepels. Ook wordt de omgeving steeds geordend en opgeruimd: de ballen gaan in de ballenmand, de auto's in de garage en de doekjes in een mandje. De baby's hebben geen wipstoeltjes. Buiten de verzorgingsmomenten om liggen de baby's op een groot kleed met eventueel een hekje eromheen. Zij kunnen zichzelf met elkaar vermaken. Ook kunnen ze dan vrij bewegen.
  • Wie was Thomas Gordon? (1918-2002)
    Thomas Gordon vond dat je kinderen serieus moet nemen. Volgens hem zijn kinderen prima in staat om zelf hun problemen op te lossen, zolang je ze daar maar de kans voor geeft. Gordon geloofde ook dat kinderen heel goed kunnen aangeven wat ze willen. Met of zonder woorden. In zijn visie zijn communicatie en de relatie met het kind het allerbelangrijkst.
  • Wat doe je als je werkt volgens de visie van Thomas Gordon?
    • Zó luisteren dat kinderen zich begrepen voelen
    • Zó praten dat kinderen je ook begrijpen 
    • Zó conflicten oplossen dat niemand verliest
    • Zó afspraken maken dat iedereen zich eraan houdt
  • Wat zijn bekende aspecten van de visie van Thomas Gordon?
    Bekende aspecten van de visie van Gordon zijn actief luisteren, de ik-boodschap gebruiken en op een respectvolle manier inspelen op de behoeften van een kind. Met een ik-boodschap maak je duidelijk aan een kind wat je wilt en waarom.
  • Wie was Loris Malaguzzi? (1920-1994)
    De pedagogische benadering van Malaguzzi staat bekend als de Reggio-Emiliabenadering en is vernoemd naar het Italiaanse stadje Reggio Emilia. Malaguzzi gaat ervan uit dat kinderen leren van andere kinderen, volwassenen en de omgeving. De omgeving zou vooral de creativiteit en fantasie van kinderen moeten stimuleren. Malaguzzi beschouwde kinderen als talentvol en creatief, en hebben ze wel 100 talen om te communiceren. Daarmee bedoelde hij naast het communiceren in woorden, ook bijvoorbeeld het communiceren via muziek, dans en tekeningen. Je speelt in op wat de kinderen boeit een bezighoudt. Zijn de kinderen bezig met beestjes? Dan verzin je een activiteit over beestjes etc.
  • Wie was Aletha Solter? (1945)
    Volgens Aletha Solter ervaren alle baby's stress en huilen zij om zich te kunnen ontladen. Je laat een baby huilen in plaats van dat je hem eten geeft, heen-en-weer schudt, een speen geeft of probeert te sussen. Je laat daarbij een kind niet alleen. Je raakt hem aan en laat op rustige toon blijken dat je het huilen accepteert. Het is daarbij erg belangrijk dat je actief luistert naar kinderen. De emoties van een kind vertaal je. Je zegt bijvoorbeeld: ' Volgens mij ben je nu heel erg boos'.  Verder vraag je door en biedt je veel emotionele veiligheid. Ook maak je je grenzen op een respectvolle manier duidelijk aan een kind.
  • Wat is agrarische kinderopvang en wat is het uitgangspunt?
    Het uitgangspunt van kinderopvang op een boerderij, ook wel agrarische kinderopvang genoemd, is dat de natuur veel ontwikkelingsstimulansen biedt voor kinderen. Op de boerderij zijn andere materialen aanwezig en die nodigen uit tot beweging en spel. In hun eigen tempo verleggen kinderen hun grenzen.
  • Wat is het VAK?
    Volgens de Verenigde Agrarische Kinderopvang hebben kinderen twee ontwikkelingstaken in de ruimte waar ze verblijven. Allereerst moet een kind de kans krijgen om de ruimte om hem heen te onderzoeken. Ten tweede moet een kind de kans krijgen om eindeloos te experimenteren met gedrag. Dat betekent dat een kind alles moet kunnen proberen. Als enige regel geldt dat hijzelf geen gevaar loopt en de anderen om hem heen ook niet.
  • Welke ontwikkelingsgebieden kan de natuur stimuleren?
    • De motorische ontwikkeling
    • De zintuiglijke en creatieve ontwikkeling
    • De sociale ontwikkeling
    • De emotionele ontwikkeling 
    • De cognitieve ontwikkeling
    • Door de natuur leer je accepteren
    • De natuur stimuleert respect voor de natuur
    • De natuur stimuleert zingeving
  • Hoe stimuleert de natuur de motorische ontwikkeling?
    De natuur daagt uit. Het klimmen op een omgevallen boom, het rollen vanaf een heuveltje, en het springen over een slootje. Ook kunnen diverse materialen uit de natuur gebruikt worden bij het spelen, zoals boomstronken, dikke takken, een grote baal hooi of stro.
  • Hoe stimuleert de natuur de zintuiglijke en creatieve ontwikkeling?
    Denk aan het buiten zijn in weer en wind, aan de geuren en kleuren van de natuur, aan het genieten van het zitten op een grote steen, aan een spel in de takkenhut, aan liedjes over de natuur en aan het knutselen met gevonden schatten uit de natuur.
  • Hoe stimuleert de natuur de sociale ontwikkeling?
    Buitenactiviteiten stimuleren samenwerking en samenspel. Voor het sjouwen van een zware tak heb je soms hulp nodig van een ander. Als vanzelf ontstaat een gevarieerd samenspel met overlegmomenten en constructieve en speelse ontdekkingen. Ook zorgt de natuur voor veel speelplezier.
  • Hoe stimuleert de natuur de emotionele ontwikkeling?
    De natuur kan zorgen voor momenten van persoonlijke overwinning en groei. Denk aan het l open over een wiebelige balk of het steken van je hand in de bek van kalfje die er vervolgens op gaat sabbelen. Er worden angsten en onzekerheden overwonnen en het kind krijgt meer vertrouwen in zichzelf. In de natuur zijn en contact maken met een dier is een ervaring voor een kind die hij niet snel vergeet. Deze herinneringen kunnen kinderen helpen op de momenten dat zij het moeilijk hebben. Een dier kan een gevoel van troost geven. Kinderen ervaren de relatie met een dier vaak als zeer waardevol.
  • Hoe stimuleert de natuur de cognitieve ontwikkeling?
    Natuurverschijnselen roepen vragen op bij kinderen. Hoeveel zand en water heb je nodig om goede modder te maken? Hoe komt het dat planten doodgaan als ze te weinig of te veel water krijgen? Deze vragen kun je voor kinderen beantwoorden, maar je kunt ook samen op onderzoek uitgaan.
  • De natuur leert je accepteren, hoe dan?
    Als je buiten bent, kun je verrast worden door het weer of door insecten. Als de omstandigheden plotseling veranderd zijn, moet je op zoek naar een oplossing. Wat doe je als je gisteren een sloot over kon steken via een bal en de balk vandaag weg is?
  • Hoe stimuleert de natuur respect voor de natuur?
    Door in contact te zijn met dieren en planten leren kinderen dat dieren en planten een goede verzorging nodig hebben, anders gaan ze dood. Het kan heel leerzaam zijn om bijvoorbeeld aardbeienplanten te laten groeien. Er moet dan nagegaan worden wat de plant nodig heeft. Uiteindelijk kunnen de 'eigen' aardbeien opgegeten worden. Naarmate kinderen ouder worden, zullen zij steeds beter weten hoe belangrijk planten en dieren zijn. Zij weten wat nodig is voor een glas melk of voor het oogsten van groenten.
  • Hoe stimuleert de natuur zingeving?
    Op allerlei manieren kan een gevoel van verbondenheid met de natuur en met de groep gecreëerd worden. Denk aan het vieren van feesten, die in verband staan met de seizoenen of aan het vertellen over gebeurtenissen in de natuur.
  • Wat is geweldloze communicatie?
    Een manier van communiceren waarbij gelijkwaardigheid en de ander niet kwetsen als heel belangrijk gezien worden.
  • Wie was Marshall Rosenberg?
    Marshall Rosenberg ontwikkelde een manier om geweldloos te communiceren. Dat is geweldloze communicatie.
  • Uit welke onderdelen bestaat geweldloze communicatie?
    • Waarneming: Wat zien of horen we letterlijk? 
    • Gevoel: Wat voelen we terwijl we waarnemen? 
    • Behoefte: Wat is de basis van wat we voelen? 
    • Verzoek: Wat kunnen we concreet voorstellen om het leven te verrijken? 
  • Wie was Justine Mol?
    Justine Mol vertaalde het werk van Marshall Rosenberg. In het boek 'Opgroeien in vertrouwen - Opvoeden zonder straffen en belonen', beschrijft ze effecten van belonen. Ze wilde kinderen niet afhankelijk maken van haar goedkeuring. In het volgend boek wat ze schreef ging ze op zoek naar de jakhals en de giraf die in ons leven.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.