Summary observeren en reflecteren

-
105 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - observeren en reflecteren

  • 1 observeren en reflecteren

  • jouw waarneming van hoe anderen zich gedragen tegen over jou, jij gaat bedenken wat ze voelen en denken over jou
    afgeleide observatie
  • de waarnemingen die onbewust en continu aanwezig zijn het verwerken en interpreteren van prikkels
    alledaagse observatie
  • Het automatisch toekennen van betekenis aan en het zoeken naar verklaringen voor het gedrag van anderen
    attributie
  • Deze zijn universeel. Boosheid, vreugde, verdriet en angst. aanvullend afkeer, verrassing en minachtig
    basisgevoelens
  • de eerste gedachten en gevoelens die je over iemand hebt
    eerste indruk
  • een geheugenvorm die je toelaat om opgeslagen informatie bewust terug te halen
    expliciet en declaratief geheugen
  • een geheugenvorm die zorgt voor informatieopslag, zonder dat je je daarvan bewust bent
    impliciet geheugen
  • signalen die een persoon niet in woorden uitdrukt
    non-verbaal gedrag
  • verdere bewerking van de zintuigelijke prikkels of gewaarwordingen door het brein tot zinvolle gehelen
    perceptie
  • het bewust en met doelgerichte aandacht via zintuigen waarnemingsprikkels opnemen en verwerken
    professioneel observeren
  • de bewuste waarnemingen ongemerkt worden gekozen en een gedeelte word niet waargenomen
    selectiviteit van de waarneming
  • hersencellen die actief worden door het observeren van wat iemand anders doet
    spiegelneuronen
  • de verdere bewerking van de prikkels die in je brein volgens je gebruikelijke denk- en voelwijze, ervaringen en belevingen
    subjectiviteit van de waarneming
  • gedrag dat een persoon in woorden uitdrukt
    verbaal gedrag
  • opnemen van extreme prikkels via de vijf zintuigen
    waarnemen
  • waarneming van je eigen gedrag en innerlijke prikkels
    zelfobservatie
  • het slechts toegang hebben tot een deel van de situatie of gedrag als participerend observator
    biased viewpoint-effect
  • datgene wat je observeert word beïnvloed d oor jou deelname aan de activiteit, wat je dus niet kan trekken in hoeverre dat word beïnvloed 
    controle-effect
  • verzamelt innerlijke en uiterlijke eigenschappen onder een term
    construct (psychologisch)
  • vertaalt een onderliggende eigenschap naar direct waarneembaar gedrag
    deductieve denkweg
  • de kleinste gedragseenheid die op zich nog een betekenisvol geheel vormt
    event
  • het benoemen en verwoorden van interne en externe waarnemingen
    expliciteren
  • een eerste sessie waarin je wel observeert maar waarvan je de waarnemingen niet opneemt
    gewenningsperiode
  • toetsbare verwachting of voorspelling van hoe het gedrag zich zal voordoen
    hypothese
  • door concrete gedragswaarneming leid je af welke onderliggende eigenschappen deze vertegenwoordigt
    inductieve denkweg
  • je hebt alleen toegang tot informatie als je participerend observeert
    insider-effect
  • waarnemingen die op relatief brede onderliggende aspecten, kleine eenheden die een groot geheel vormen (meso en macro niveau)
    molaire niveau
  • kenmerken of gedrag dat direct waarneembaar zijn (micro niveau)
    moleculaire niveau
  • je maakt niet deel uit van de gebeurtenis
    niet-participerend observeren
  • de invloed van jou aanwezigheid op de situatie
    observator-effect
  • de waarnemingen die je van buiten af waarneemt als je aan het observeren bent
    outsider-perspectief
  • iets omzetten dat werkbaar of meetbaar is
    operationaliseren
  • het zelf actief deelnemen aan een gebeurtenis
    participerend observeren
  • verzamelen en ordenen van waarneembaar gedrag, vind plaats in de natuurlijke omgeving
    professionele observatie
  • een persoon die zich wenselijk gedraagt
    sociaal wenselijk gedrag
  • het ligt vooraf vast wat je gaat observeren en hoe en wat je gaat doen
    systematische observatie
  • een vrije observatiesessie waarin je in het begin de situatie en het gebeuren verkent
    vooronderzoek
  • je neemt de observatie verkennend waar zonder schema vooraf
    vrije observatie
  • het proces van de oude cognitieve schema die worden bijgewerkt door nieuwe informatie
    accomodatie
  • je houdt met andere kenmerken rekening wanneer je eigen gedrag tracht te begrijpen, dan wanneer je het gedrag van andere personen verklaart
    actor-observatorfenomeen
  • nieuwe informatie wordt zo veel mogelijk in eerdere schema's geplaatst
    assimilatie
  • oorzaak-gevolg verklaringen die je automatisch neigt toe te kennen aan het gedrag van anderen en jezelf
    attributie
  • de selectieve toegankelijkheid van specifieke kennis, waar je actief mee bezig bent of waar je ervaring mee hebt
    availability-effect
  • mensen die je niet goed kent het tegenovergestelde van je zelf weergeeft
    contrastfout
  • een vaardigheid die je kenmerken van gedrag en situaties evenwichtig doet in schatten
    culturele competentie
  • je hebt weinig oog voor, inzicht in en begrip van kenmerken van het gedrag van personen die je observeert
    culturele onderschatting
  • de afstand in doe-, denk- en voelwijzen tussen jezelf en de geobserveerde persoon groter waarneemt dan die in werkelijkheid is
    culturele overschatting
  • je denkt alleen en voelt vanuit je eigen culturele schema's of deze als superieur beschouwt
    cultuurcentrisme
  • culturele verschillen tussen jezelf en de geobserveerde persoon ontkent
    cultuurrelativisme
  • een vaardigheid om diverse cultuurgebonden betekenissen van een gedrag te onderkennen
    cultruursensitiviteit
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

een brede, open vraag over een onderwerp of situatie waar je nog weinig zicht op hebt
verkennende observatie
de samenhang of verschillen na tussen gedrag van personen, situaties of over de tijd
vergelijkende observatie
een aandachtsproef ontworpen door de amerikaanse psycholoog. er word een tegenstrijdige taak uitgevoerd met kleuren en woorden
stroop kleur woord proef
verwachting gaat na over gedrag, situatie, tijdverloop en verbanden of verschillen hiertussen
toetsende observatie
je richt je op een bepaalde tijdsduur om frequent gedrag waar te nemen, namelijk de observatiesessie of onderdeel hiervan
tijdsampling
je vermogen om de aandacht ononderbroken vast te houden voor de duur van een activiteit
volgehouden aandacht
een korte steekproef van tijd uit de observatiesessie waarin je het gedrag daadwerkelijk registreert
tijdsample
de regels die vastleggen onder welke voorwaarden je stopt met observeren binnen een observatiesessie
stopregels
biologische slaap-waakritme. het bepaalt wanneer je meer of minder aandachtig bent
circadiaan ritme
de observatietechniek waarmee je verschillende personen snel achtereenvolgens binnen korte tijdsamples observeert
scansampling