Summary Oefentoets

-
252 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Oefentoets

  • 1 Oefenvragen

  • Het Nederlandse recht kent vier rechtsbronnen: A. de gewoonte
    B. jurisprudentie“geschreven”rechtsbronnen
    C. het verdrag“geschreven ”rechtsbronnen
    D. de wet “geschreven”rechtsbronnen 
    Een gewoonte moet aan twee criteria voldoen
    1. een bepaald gebruik moet feitelijk bestaan
    2. en dat het ook zo behoort
  • De belangrijkste drie soorten van EU-besluitvorming zijn:
    -Verordeningen ( zij zijn binnen de EU in alle onderdelen voor iedereen verbindend en zij hebben een directe werking)
    -Richtlijnen ( zij zijn verbindend ten aanzien van een bepaald resultaat) Een bepaald resultaat moet worden bereikt, de wijze waarop is ter beoordeling van de lidstaat of de lidstaten tot wie de richtlijn is gericht.
    -Beschikkingen ( zij zijn verbindend in alle onderdelen voor degene tot wie zij uitdrukkelijk zijn gericht) Een beschikking kan zowel tot een lidstaat als tot een particulier gericht zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Stelling: Uit onderzoek blijkt dat er meer stress voorkomt bij 'White collar' dan bij 'Blue collar' arbeid.
Onjuist.
T.o.v. het model van Lewin geeft het model van Bullock & Batten's de consultant een?
Directiever en minder ontwikkelende rol.
Als iemand van functie wisselt, gaat hij middels een transitie cycle een viertal fasen door volgens Nicholson: preparation, encounter, adjustment and stabilisation. Wat zijn kenmerken van deze fasen?
Disjunction and interdependent.
Stelling: Concurrent validity is een vorm van criterium-gerelateerde validiteit waarbij de voorspeller en het criterium gelijktijdig gemetenzijn.
Juist.
Sociale theorie:
Sociaal: menselijk gedrag wordt hoofdzakelijk door sociale interactie beïnvloed. Mensen zoeken in het werk betekenisvolle sociale relaties. Ze reageren meer op de verwachtingen van mensen in de omgeving dan financiële prikkels.
Theorie Y:
Theorie Y: mensen zoeken in hun werk onafhankelijkheid, zelfontwikkeling en creativiteit. Ze zien verder dan hier en nu en kunnen zich aanpassen aan nieuwe situaties. Ze zijn in wezen morele en verantwoordelijke wezens die als ze zo behandeld worden, zullen streven voor het beste van hun werkorganisatie.
Theorie X:
Theorie X: Mensen zijn niet te vertrouwen. Irrationeel, onbetrouwbaar en lui. Moeten daarom gecontroleerd worden beïnvloed door financiele beloningen en door de dreiging van bestraffing. In afwezigheid van zulke regelingen zullen mensen eigen doelen nastreven. Deze zijn steeds in conflict met deze van hun werkorganisatie.
Vraag over de persoonlijkheidstypen en welke hiertoe behoren (Big Five):
-extraversie
-emotionele stabiliteit
-vriendelijkheid
-zorgvuldigheid
-openheid voor ervaringen
stellingen over besluitvorming en het gebruik van maximazing en satisficing: wanneer gebruikt men wat?
Maximazing: waarbij de persoon degelijk onderzoek doet naar de best mogelijke oplossing
Statisficing: een persoon die deze strategie hanteert zoek naar een oplossing die “goed genoeg” is.
Janis en Mann: beslissingsmomenten bevatten conflicten. Verschillende manieren om daarmee om te gaan:
onbetwist vasthouden
onbetwiste verandering: grijpt elke nieuwe kans zonder evaluatie defensieve vermijding: ontwijkt besluitvorming
hypervigilantie: zoekt wanhopig en grijpt iedere nieuwe kans die zich voordoet
vigilantie: besluitnemer komt na een zorgvuldige afweging tot een beslissing