Summary Oefentoets

-
252 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Oefentoets

  • 1 Oefenvragen

  • Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
    1. Volgens Perrow zijn in het ontwerp en de analyse van organisaties persoonlijkheden van de mensen belangrijker dan de rol die deze mensen spelen.
    2. In een organisatie kunnen informele groepen op zijn minst even belangrijk zijn als de formele organisatiecultuur.
    Alleen 2 is juist.
  • Het Nederlandse recht kent vier rechtsbronnen: A. de gewoonte
    B. jurisprudentie“geschreven”rechtsbronnen
    C. het verdrag“geschreven ”rechtsbronnen
    D. de wet “geschreven”rechtsbronnen 
    Een gewoonte moet aan twee criteria voldoen
    1. een bepaald gebruik moet feitelijk bestaan
    2. en dat het ook zo behoort
  • Een verzoek van het hoofd van de financiële afdeling aan zijn ondergeschikten is te beschouwen als een vorm van:
    Verticale communicatie.
  • De belangrijkste drie soorten van EU-besluitvorming zijn:
    -Verordeningen ( zij zijn binnen de EU in alle onderdelen voor iedereen verbindend en zij hebben een directe werking)
    -Richtlijnen ( zij zijn verbindend ten aanzien van een bepaald resultaat) Een bepaald resultaat moet worden bereikt, de wijze waarop is ter beoordeling van de lidstaat of de lidstaten tot wie de richtlijn is gericht.
    -Beschikkingen ( zij zijn verbindend in alle onderdelen voor degene tot wie zij uitdrukkelijk zijn gericht) Een beschikking kan zowel tot een lidstaat als tot een particulier gericht zijn.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
    1. Arbeids- en Organisatiepsychologie is een terrein binnen de toegepaste psychologie.
    2. Arbeids- en Organisatiepsychologie gebruiken concepten en theorieën afgeleid van vrijwel alle gebieden van de fundamentele psychologie.
    1 en 2 zijn juist.
  • Freud identificeerde een aantal afweermechanismen. Het mechanisme waarbij men een onaanvaardbare impuls ombuigt naar een aanvaardbare, noemde hij:
    Reactie formatie.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. In de Hawtorne-studies kwam het belang van sociale relaties tussen werknemers naar voren.
    2. Binnen de psychologie kan een theorie worden omschreven als een georganiseerde verzameling ideeën die voorspellen wat een persoon denkt, voelt of doet.
    1 en 2 zijn juist.
  • Wanneer men spreekt over de te hanteren algehele onderzoeksstrategie, dan bedoelt men:
    Het onderzoeksontwerp.
  • Vrouwen uit de groep van etnische minderheden zijn, in tegenstelling tot vrouwen uit de autochtone groep, ondervertegenwoordigd in:
    Part-time banen.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Onderzoek geeft in het algemeen aan dat mannelijke leidinggevenden niet ondersteunend zijn ten opzichte van hun vrouwelijke ondergeschikten.
    2. Onder het "Wonder-woman" syndroom verstaat men dat een vrouw zich niet alleen gedwongen voelt alle arbeidsverplichtingen op zich te nemen, maar ook alle huishoudelijke verantwoordelijkheden.
    2 is juist.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Zowel in tests met betrekking to praktisch denken als in traditionele intelligentietests staat specifieke situationele kennis centraal.
    2. Trekkentheoretici zoals Eysenk en Catell gebruikten factoranalyse als techniek om de onderliggende structuur van de menselijke persoonlijkheid vast te stellen.
    2 is juist.
  • Borings definitie van intelligentie: "Intelligentie is wat een intelligentietest meet" wordt gedeeld door:
    Veel psychologen.
  • Wat betekend de definitie "wonder-woman"?
    Wanneer een vrouw naast haar werk ook allerlei huishoudelijke taken op zich neemt, zonder dat zij haar partner om hulp vraagt.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Personeelsselectie en assessment zijn de gebieden waaraan de arbeidspsychologie de grootste bijdrage heeft geleverd.
    2. Voor een functie-analyse kan men gebruik maken van geschreven materiaal, rapportage van de functievervullers, rapportage van collega's en directe observatie.
    1 en 2 zijn juist.
  • Wat is doorgaans de eerste stap in een personeelsselectieprocedure?
    Het uitvoeren van een functieanalyse.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Tot de personeelsselectiemethoden behoren psychometrische tests grafologie en fysiologische metingen.
    2. Onder biodata verstaat men gegevens verkregen door middel van fysiologische metingen.
    Beide stellingen zijn onjuist.
  • Wat behoort niet tot de personeelsselectiemethoden?
    Podometrische tests.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Onder de Likert schaal wordt een methode verstaan om attitudes te meten waarbij mensen hun mening aangeven op een dimensie van "heel erg mee eens" tot "heel erg mee oneens"
    2. Het concept "waargenomen gedragscontrole" uit de theorie van gepland gedrag (Ajzen en Madden) heeft geen overeenkomsten met zelfregulatie-theorieeën van motivatie.
    Stelling 1 is juist.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Volgens Rogers "protection motivation theory" kan angst leiden tot gedragsverandering.
    2. De protection motivation theory wordt slechts in beperkte mate ondersteund door emperisch onderzoek.
    Stelling 1 is juist.
  • Klassieke conditionering is een vorm van leren die eerst onderkend is door:
    Pavlov.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. De sleutelelementen in de theorie van operante conditionering zijn: stimulus, respons, versterking c.q. beloning.
    2. Operant gedrag heeft betrekking op gedrag ten gevolge van eenvoudige, automatische processen.
    Stelling 1 is juist.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Motivatie is samengesteld uit drie componenten: richting, inspanning en volharding.
    2. Terwijl behoeftetheorieën de aandacht vestigen op de inhoud van motivatie, concentreert de expectancy theorie zich op het proces.
    1 en 2 zijn juist.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Onder de theorie van X van McGregor verstaat men dat mensen niet te vertrouwen zijn.
    2. Schein heeft aan de theorie X van McGregor de theorie Y toegevoegd.
    Stelling 1 is juist.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Volgens Austin en Bobko is de "goal-setting" theorie in een aantal opzichten niet goed getoetst.
    2. Kanfer en Ackerman hebben motivatietheorieën gecombineerd met theorieën over cognitieve vaardigheden.
    1 en 2 zijn juist.
  • De waarneming van anderen kan onder meer vertekend worden door emoties/motivatie en door beperkingen in de informatie-verwerking. Uit welke psychologische benaderingen zijn bronnen van verstoring afgeleid?
    Emoties/motivatie van de psychoanalytische benadering. Beperkingen in de informatieverwerking uit de sociaal cognitieve benadering.
  • Ons zelfbeeld wordt mede bepaald door het lidmaatschap van de groepen waartoe wij behoren. Uit welke theorie is deze veronderstelling afkomstig?
    Social identity-theorie.
  • Er zij vele systematische strategieën om te komen tot het nemen van een beslissing. Een mogelijke strategie is te zoeken naar een alternatief dat iemand goed genoeg vindt en dan te stoppen met zoeken. Deze benadering noemt men:
    Statisficing.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende 2 stellingen:
    1. Sommige benaderingen van commitment benadrukken dat als een beslissing in vrijheid en expliciet wordt genomen, de persoon die deze beslissing neemt de behoefte voelt om deze te rechtvaardigen ten opzichte van zichzelf en anderen
    2. Heuristieken zijn vuistregels die mensen gebruiken om informatieverwerking en het nemen van beslissingen te vereenvoudigen.
    Stelling 1 en 2 zijn juist.
  • Een onderzoeksteam van de Ohio State University ontedekte twee dimensies van leiderschapsgedrag. Welke 2 dimensies zijn dit?
    Consideration en structure.
  • Wat is in het kader van een systematische benadering van training onderdeel van een assesment van trainingsbehoeften?
    Een organisatieanalyse.
  • Wat is in het kader van een systematische benadering van training onderdeel van overdracht en evaluatie van leren?
    Faciliteren en overdracht en verdere ontwikkeling.
  • Hoe noemt men de mate waarin bepaalde training vernadering teweeg heeft gebracht bij deelnemers.
    Interne validiteit.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
    1. Een carrière is de opeenvolging van aan arbeid gerelateerde posities, rollen, activiteiten en ervaringen van een persoon.
    2. De term 'arbeid gerelateerd' heeft alleen betrekking op posities, rollen, activiteiten en ervaringen die uit betaalde arbeid voortvloeien.
    Alleen 1 is juist.
  • Welke drie fasen die een individu ondervindt in een stressvolle situatie heeft Selye beschreven?
    Alarm, weerstand, uitputting.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
    1. Stress kost industriële economieën 10 procent van het Bruto Nationaal Product.
    2. Onderzoek heeft aangetoond dat, binnen bepaalde grenzen, individuen beter presteren naar mate ze stress ervaren.
    1 en 2 zijn juist.
  • DeFranck en Cooper stellen dat stressinterventies toegepast kunnen worden op:
    Het individu, de organisatie en de individu-organisatie interface.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
    1. De term 'job-redesign' verwijst naar pogingen om de variëteit en autonomie die door mensen ervaren wordt in hun baan, te verruimen.
    2. De filosofie achter het 'scientific management' van FW Taylor vertoont een grote gelijkenis met de 'theory X' van McGregor.
    1 en 2 zijn juist.
  • Taylor constateerde dat arbeiders consistent onderproduceerden. Op welke manier(en) was dat te voorkomen?
    Door gebruik te maken van financiële incentives, door taken zoveel als mogelijk te vereenvoudigen, door specificatie van standaardprocedures en van tijden voor het afronden van een taak.
  • Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
    1. Volgens Herzberg kunnen hygiënefactoren geen statisfactie opleveren, maar bij afwezigheid kunnen ze leiden tot dissatisfactie.
    2. Volgens Herzberg leiden motivatoren, zoals erkenning en het gebruik van vaardigheden, tot satisfactie en bij afwezigheid leiden ze tot dissatisfactie.
    1 is juist.
  • Volgens de interventiecyclus dient een psycholoog na een grondige voorbereiding de behandeling van een cliënt met chronische spanningshoofdpijn te beginnen met:
    De initiële implementatie van de interventie.
  • Normen, waarden, attituden die door alle leden van een organisatie gedeeld worden, noemt men tezamen:
    Organisatiecultuur.
  • Onderzoekers van de university of Aston in Birmingham deden onderzoek naar de dimensies van organisatiestructuren. Welke dimensie onderzochten zijn niet?
    Communication.
  • Welke richting in de psychologie is eerder te beschouwen als toegepaste psychologie dan als theoretisch georiënteerde psychologie?
    De gezondheidspsychologie.
  • Welke van de onderstaande psychologen behoort tot de aanhangers van het behaviorisme?
    Skinner.
  • Welk begrip geeft het best de gezichtspunten binnen de discipline psychologie weer?
    Multiplicity.
  • Welke omschrijving heeft in principe geen betrekking op kwalitatief onderzoek?
    Dit type onderzoek wordt steeds minder populair.
  • Volgens Harlan en Weiss hebben vrouwen in mangementposities:
    Een externe locus of control en mannen een interne.
  • IIes en Hayers stellen dat men diversiteit in organisaties beter zou kunnen benutten met vijf sleutelcompetenties, namelijk:
    Cultureel bewustzijn
    Communicatieve competentie
    Cognitieve competentie
    Het waarderen van verschillen
    Synergie verkrijgen door verschillen te benutten.
  • Wat omvat de 'compromise' theorie van Burt en Vernon?
    Een hiërarchische organisatie van algemene en specifieke factoren van mentale vaardigheden.
  • Welke aspecten zijn te onderscheiden aan Guilfords 'structure of the intellect model'?
    Figural, symbolic, semantic en behavioral.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Stelling: Uit onderzoek blijkt dat er meer stress voorkomt bij 'White collar' dan bij 'Blue collar' arbeid.
Onjuist.
T.o.v. het model van Lewin geeft het model van Bullock & Batten's de consultant een?
Directiever en minder ontwikkelende rol.
Als iemand van functie wisselt, gaat hij middels een transitie cycle een viertal fasen door volgens Nicholson: preparation, encounter, adjustment and stabilisation. Wat zijn kenmerken van deze fasen?
Disjunction and interdependent.
Stelling: Concurrent validity is een vorm van criterium-gerelateerde validiteit waarbij de voorspeller en het criterium gelijktijdig gemetenzijn.
Juist.
Sociale theorie:
Sociaal: menselijk gedrag wordt hoofdzakelijk door sociale interactie beïnvloed. Mensen zoeken in het werk betekenisvolle sociale relaties. Ze reageren meer op de verwachtingen van mensen in de omgeving dan financiële prikkels.
Theorie Y:
Theorie Y: mensen zoeken in hun werk onafhankelijkheid, zelfontwikkeling en creativiteit. Ze zien verder dan hier en nu en kunnen zich aanpassen aan nieuwe situaties. Ze zijn in wezen morele en verantwoordelijke wezens die als ze zo behandeld worden, zullen streven voor het beste van hun werkorganisatie.
Theorie X:
Theorie X: Mensen zijn niet te vertrouwen. Irrationeel, onbetrouwbaar en lui. Moeten daarom gecontroleerd worden beïnvloed door financiele beloningen en door de dreiging van bestraffing. In afwezigheid van zulke regelingen zullen mensen eigen doelen nastreven. Deze zijn steeds in conflict met deze van hun werkorganisatie.
Vraag over de persoonlijkheidstypen en welke hiertoe behoren (Big Five):
-extraversie
-emotionele stabiliteit
-vriendelijkheid
-zorgvuldigheid
-openheid voor ervaringen
stellingen over besluitvorming en het gebruik van maximazing en satisficing: wanneer gebruikt men wat?
Maximazing: waarbij de persoon degelijk onderzoek doet naar de best mogelijke oplossing
Statisficing: een persoon die deze strategie hanteert zoek naar een oplossing die “goed genoeg” is.
Janis en Mann: beslissingsmomenten bevatten conflicten. Verschillende manieren om daarmee om te gaan:
onbetwist vasthouden
onbetwiste verandering: grijpt elke nieuwe kans zonder evaluatie defensieve vermijding: ontwijkt besluitvorming
hypervigilantie: zoekt wanhopig en grijpt iedere nieuwe kans die zich voordoet
vigilantie: besluitnemer komt na een zorgvuldige afweging tot een beslissing