Summary Omzetbelasting

-
ISBN-10 9013082750 ISBN-13 9789013082753
257 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Omzetbelasting ". The author(s) of the book is/are H W M van Kesteren. The ISBN of the book is 9789013082753 or 9013082750. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Omzetbelasting

  • 1 Inleiding


  • 1. Rechtskarakter OZB2. Verbruiksbelasting -> direct of indirect
    1. Producten worden belast op hun weg van producent naar consument; Verkeersbelasting, productiebelasting en verbruiksbelasting

    2. Directe verbruiksbelasting: van de consument zelf als zijnde degene die de besteding heeft gedaan en die de belastingdestinataris is.
    Indirect = bij degene bij wie de consument zijn bestedingen doet.
  • Onderscheid algemene en bijzondere verbruiksbelasting
    deze kunnen ook weer onder verdeeld worden in direct en indirect
  • Kenmerken verbruiksbelasting
    in land van verbruik
    geen verschil of de consumptie in het land zelf wordt vervaardigd dan wel in het buitenland geproduceerd.
    heffing bij invoer -> moet bereiken dat de druk op de in het buitenland vervaardigde producten gelijk is aan de belastingdruk op de in het binnenland geproduceerde goederen
  • Compenserende heffing
    het egaliseren van verschillende belastingniveaus -> teruggaaf bij uitvoer en heffing bij invoer (fiscale grenzen); deze fiscale grenzen leiden ertoe dat de verbruiksbelasting wordt geheven volgens het bestemmingslandbeginsel.
  • Neutraliteit
    Belastingen zijn nooit neutraal.
    Neutraliteit is een relatief begrip: zij ziet op bepaalde verhoudingen.
    Inwendige neutraliteit: de ondernemer zelf merkt zo min mogelijk van de verbruiksbelasting
    Uitwendige neutraliteit:vergelijking met andere goederen en diensten en ondernemers
  • Onderverdeling uitwendige neutraliteit
    Economisch of intern
    Juridisch
    Extern = de heffing dient bij invoer gelijk te zijn aan de binnenlandse druk op hetzelfde goed, terwijl bij teruggaaf bij uitvoer niet meer of minder mag zijn dan de in het binnenland geheven belasting.
  • 1.1 Algemeen

  • De omzetbelasting is tegenwoordig zo'n beetje de belangrijkste inkomstenbron van de Nederlandse Staat.

  • Omzetbelasting behoort tot de eerste belastingen die in Europees verband geharmoniseerd werden. Men wil dit ook met de vennootschapsbelasting maar daartoe ontbreekt de politieke bereidheid van een aantal lidstaten. Het is moeilijker om de bereidheid zich te conformeren aan een geharmoniseerd Europees stelsel  wanneer men al lid is dan wanneer men nog geen lid is en wil toe treden.

  • Welk nadeel hebben indirecte belasting in vergelijking met directe belastingen?

    Ze hebben als nadeel dat weinig rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige.

  • 1.2 De geschiedenis van de omzetbelasting in vogelvlucht

  • Omzetbelasting gaat terug tot de klassieke oudheid. In de middeleeuwen werd het weer afgeschaft. 

  • Invoering van de omzetbelasting gebeurde in zo goed als alle landen in tijden van nood en crisis. In NL bijv. werd het ingevoerd in crisis tijd. Het was de bedoeling met de opbrengst de gevolgen van crisis tegen te gaan. De belasting zou een tijdelijk karakter hebben, echter is de belasting in geen enkel land meer weg te denken.

  • 1.3 Rechtskarakter van de omzetbelasting

  • Wat belast de omzetbelasting kort gezegd?

    Belast producten op hun weg van producent naar consument.

  • Welke drie rechtskarakters kan een omzetbelasting hebben?
    1. Verkeersbelasting: betrekt bepaalde handelingen die in het rechtsverkeer plaatsvinden in de heffing(VB overdrachtsbelasting)
    2. Productiebelasting: de productie vormt het object van heffing->profijtbeginsel: ondernemers profiteren VB van de infrastructuur en op deze manier wordt beoogd te bereiken dat de prijs die de consument moet betalen uiteindelijk overeenkomt met  het totaal van kosten die gemaakt zijn om het product te vervaardigen. De belasting wordt geheven volgens het oorsprongslandbeginsel
    3. Verbruiksbelasting: consumptie vormt het object van heffing
  • Wat voor rechtskarakter kan de omzetbelasting hebben?

    - verkeersbelasting

    - productiebelasting

    - verbruiksbelasting

  • Wat wordt bedoelt met inwendige en uitwendige neutraliteit van de omzetbelasting? Waarin kan de uitwendige neutraliteit opgesplitst worden?
    1. Inwendig: de ondernemer merkt zo min mogelijk van de verbruiksbelasting(VB zonder dat de ondernemer de belasting moet voorfinancieren)
    2. Uitwendig: de belastingdruk of vergelijkbare goederen en diensten moet gelijk zijn
    Uitwendige neutraliteit:
    1. Economische neutraliteit(concurrentieneutraliteit)
    2. Juridische neutraliteit:de omzetbelasting uitgedrukt in een % van de kleinhandelsprijs dient bij gelijke producten gelijk te zijn, in die zin dat belasting strikt evenredig is aan de kleinhandelsprijzen
    3. Externe neutraliteit: de heffing bij invoer dient gelijk te zijn aan de binnenlandse druk op hetzelfde goed, terwijl de teruggaaf bij uitvoer niet meer of minder mag zijn dan de in het binnenland geheven belasting
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het inhaaleffect?
De belastingdruk wordt bepaald door het percentage dat de laatste ondernemer in de bedrijfskolom moet voldoen
->een lager percentage voor een ondernemer die aan een andere belastingplichtige levert heeft derhalve geen effect, een hoger percentage trouwens evenmin
Welke twee methoden zijn er om de 'toegevoegde waarde' te berekenen en licht deze toe?
  1. Additieve methode: elementen van de toegevoegde waarde bij elkaar optellen
  2. Subtractieve methode: het verschil tussen output en input vaststellen
Subtractieve methode valt uiteen in twee systemen:
  1. Aftrek van vooromzet-> [tarief*(output -/- input)]
  2. Aftrek van voorbelasting-> [(tarief*output) -/- (tarief*input)]
    ->gehanteerd in NL en EU
Wat wordt bedoelt met inwendige en uitwendige neutraliteit van de omzetbelasting? Waarin kan de uitwendige neutraliteit opgesplitst worden?
  1. Inwendig: de ondernemer merkt zo min mogelijk van de verbruiksbelasting(VB zonder dat de ondernemer de belasting moet voorfinancieren)
  2. Uitwendig: de belastingdruk of vergelijkbare goederen en diensten moet gelijk zijn
Uitwendige neutraliteit:
  1. Economische neutraliteit(concurrentieneutraliteit)
  2. Juridische neutraliteit:de omzetbelasting uitgedrukt in een % van de kleinhandelsprijs dient bij gelijke producten gelijk te zijn, in die zin dat belasting strikt evenredig is aan de kleinhandelsprijzen
  3. Externe neutraliteit: de heffing bij invoer dient gelijk te zijn aan de binnenlandse druk op hetzelfde goed, terwijl de teruggaaf bij uitvoer niet meer of minder mag zijn dan de in het binnenland geheven belasting
Welke drie rechtskarakters kan een omzetbelasting hebben?
  1. Verkeersbelasting: betrekt bepaalde handelingen die in het rechtsverkeer plaatsvinden in de heffing(VB overdrachtsbelasting)
  2. Productiebelasting: de productie vormt het object van heffing->profijtbeginsel: ondernemers profiteren VB van de infrastructuur en op deze manier wordt beoogd te bereiken dat de prijs die de consument moet betalen uiteindelijk overeenkomt met  het totaal van kosten die gemaakt zijn om het product te vervaardigen. De belasting wordt geheven volgens het oorsprongslandbeginsel
  3. Verbruiksbelasting: consumptie vormt het object van heffing
Bij ondernemers die aan particulieren leveren,
een lager tarief heeft inderdaad effect, omdat de afnemer de belasting niet in aftrek kan brengen.
Inhaaleffect ook van toepassing bij vrijstelling
Ander gevolg: voor ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten geldt nl. dat zij de voorbelasting die aan de vrijgestelde prestaties kan worden toegerekend in het geheel niet in aftrek kunnen brengen (soort butoirregeling)
Inhaaleffect
De belastingdruk wordt bepaald door het percentage dat de laatste ondernemer in de bedrijfskolom moet voldoen. Zie voorbeeld blz. 26.
Berekeningsmethode
De naam 'belasting over de toegevoegde waarde' duidt een berekeningsmethode aan. De 'echte' toegevoegde waarde wordt alleen belast indien men het bedrijf beziet tussen de geboorte en de dood. De btw die met een aftrek van voorbelasting werkt, is slechts een methode om productief en consumptief verbruik te splitsen.
Productief verbruik wordt niet belast (vandaar de aftrek van voorbelasting); consumptief verbruik moet wel aan de heffing van btw worden onderworpen -> aftrek van voorbelasting is hier uitgesloten.
Europese btw
De 'Europese' btw betrekt iedere productie- en distributieschakel in de heffing. Ook de verrichte diensten zijn aan de belasting onderworpen.

De gang van zaken leidt tot de volgende conclusies:
1. de naam 'belasting over de toegevoegde waarde' is bij toepassing van de methode van aftrek van voorbelasting zeer misleidend
2. de belasting mag onmiddellijk worden afgetrokken en wel op het moment waarop deze in rekening is gebracht
3. alle door toeleveranciers in rekening gebrachte belasting kan worden afgetrokken, voor zover de goederen en diensten binnen de onderneming worden gebruikt.
Paradox
Het is een belasting waarin degene die denkt te worden vrijgesteld, veelal wordt belast, en waarbij degene die denkt te worden belast, doorgaans wordt vrijgesteld.