Summary Oncologie : handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners

-
ISBN-10 9031342831 ISBN-13 9789031342839
696 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Oncologie : handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners". The author(s) of the book is/are A D Klaren, C A van der Meer. The ISBN of the book is 9789031342839 or 9031342831. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Oncologie : handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners

  • 1.1 alles

  • Op de hoeveelste plaats staat darmkanker bij mannen?

    Darmkanker staat na prostaat- en longkanker op de 3e plaats

  • Op de hoeveelste plaats staat darmkanker bij vrouwen?

    Darmkanker staat na mammacarcinoom op de 2e plaats

  • Tussen welke leeftijd komt dikkedarmkanker het meest voor?

    Dikkedarmkanker komt vaak op 60jarige leeftijd of ouder voor

  • Wat zijn oorzaken voor het ontstaan van dikkedarmkanker?

    1. Overmatig alcohol gebruik
    2. Overgewicht
    3. Weinig activiteit/beweging
    4. Roken
    5. Voeding: rood vlees, veel vet en eiwit
    6. Erfelijkheid
  • Welke soorten van erfelijke dikkedarmkanker zijn er en hoeveel procent omvat de erfelijke groep?

    In totaal is 5-10% van het aantal dikkedarmkanker gevallen veroorzaakt door erfelijkheid

    1. HNPCC ( 1 van beide ouders heeft het gen)
    2. FAP ( 1 van beide ouders heeft het gen)
    3. MAP(beide ouders moeten het gen hebben)
  • Welke symptomen komen voor bij dikkedarmkanker in het linker deel? ( Rectum, colon, sigmoïd)

    1. loze aandrang
    2. bloed/slijm bij de ontlasting
    3. verandert ontlastingpatroon( diarree of juist verstopping)
    4. krampende pijn
  • Welke symptomen komen voor bij dikkedarmkanker in het rechterdeel?

    1. buikpijn
    2. vermoeidheid
    3. duizeligheid
    4. voelbare zwelling
  • Welke onderzoeken worden gedaan bij diagnostiek?

    1. Lichamelijk onderzoek
    2. ontlasting naar het lab( Feces Occult Blood Test)
    3. Colonoscopie
    4. endoscopie
    5. Echo
  • Colonoscopie

    Een colonoscopie is een kijkonderzoek van de dikke darm. Met een colonoscopie kan de internist of MDL-arts de binnenkant van de dikke darm en het laatste deel van de dunne darm bekijken. Het onderzoek wordt gedaan met behulp van een kijkinstrument: de endoscoop. De endoscoop is een flexibele slang. Aan het uiteinde van de slang zit een klein lampje en een camera. Het lampje zorgt ervoor dat de arts de binnenkant van uw darm goed kan bekijken. De camera is verbonden met een beeldscherm, waarop de arts het onderzoek kan volgen.

  • Virtuele colonoscopie

    Na darmvoorbereiding wordt lucht in de darm gebracht en wordt er met behulp van een CT een opname gemaakt vna de binnenzijde van de darm. 

  • Welke indeling wordt gebruikt voor de classificatie?

    De TNM classificatie en de indeling volgens Dukes

  • TNM classificatie:

    T = Tumor(grootte van de tumor

    N = Node =lymfeklieren (lokale uitzaaiingen in lymfeklieren)

    M = Metastasen( mestastasen op afstand)

     

  • Dukes indeling:

    A = tumor beperkt tot de darmwand

    B = door de begrenzing van de darmwand heen, maar geen lymfeklieren aangetast

    C = door de darmwand heen, regionale lymfeklieren aangetast

    D = door de darmwand heen, uitzaaiingen naar andere organen

  • Waar komen de uitzaaiingen van dikkedarmkanker het meest voor?

    • lever
    • longen
    • botten
    • buikvlies
  • Wanneer wordt chirurgie beoogd?

    Chirurgie wordt beoogd wanneer er geen metastasen op afstand zijn.

  • Waardoor wordt de mogelijkheid tot chirurgie bepaald?

    • operabiliteit
    • doel van de operatie
    • conditie van de patiënt
  • Wat is een adenocarcinoom?

    Een adenocarcinoom is een carcinoom dat ontstaat uit het klierweefsel. De cellen hoeven niet strikt deel uit te maken van de klier, zolang ze maar een excretiefunctie hebben.

  • Welke vormen van aanvullende therapie worden er gegeven?

    • Radiotherapie
    • Chemotherapie
  • Waarop richt de follow-up zich bij dikkedarmkanker?

    De follow-up richt zich op de fysieke en psychische gevolgen van de ingreep. 

  • Welke specifieke verpleegproblemen komen er bij dikkedarmkanker voor?

    1. Vocht- en elektrolytenbalans 
    2. Veranderingen in uitscheidingspatroon(aanleg van een stoma)
    3. Aanleren stomaverzorging
    4. Incontinentie
    5. Zelfzorgtekort in thuissituatie
    6. Zitpijn
    7. Psychosociale gevolgen( schaamte, verstoord zelfbeeld etc.)
  • Wat bespreekt een stomaverpleegkundige met de patiënt?

    • Plaatsbepaling van het stoma
    • Instructie over het verzorgen van de stoma
    • Voorlichting over stomamateriaal
    • Kledingadviezen
    • Voorlichting intimiteit
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Verschil tussen monoklonale antilichamen en small molecules

Soorten medicijnen bij targeted therapy:

Monoklonale antilichamen

(antistoffen, medicijnnamen eindigend
op ‘mab’: monoclonal antibody). Werken aan de buitenkant van de
kankercel. Verhinderen extracellulaire groeifactoren zich te binden aan de receptoren van kankercellen. Dat belemmert de groei van de kankercel, of maakt deze beter herkenbaar voor het immuunsysteem

Small molecules
(‘ib’: inhibitory). Werken binnen in de cel door zich
te binden aan hun doeleiwit om zo de signaaloverdracht te verhin-
deren. De kankercel kan zich niet meer delen of gaat dood.
In het algemeen worden mab’s intraveneus toegediend in het ziekenhuis (soms subcutaan). Small molecules zijn beschikbaar in tabletten of capsules. De patiënt kan ze thuis slikken.
En bij mannen?
Mannen met een mutatie in het BRCA1-gen hebben een risico van ± 1% op mammacarcinoom. Bij mannen met een BRCA2-mutatie is dit risico ± 7%.'
Welk gen is bekend bij borstkanker? En wat betekend het indien je drager bent van dit gen?
Brca1 op chromosoom 17
Brca 2 op chromosoom 13

BRCA staat voor breast cancer 


'60-80% kans op mammacarcinoom;
maximaal 60% kans op een' tweede primair mammacarcinoom;

een kans op ovariumcarcinoom van 30-60% bij BRCA1-mutatiedraagsters en 5-20% bij BRCA2-mutatiedraagsters.'
Van hoeveel % van de vrouwen met een mammacarcinoom is het erfelijk?
  1. 5 tot 10%
Hoeveel vrouwen krijgt in haar leven een mammacarcinoom?
1 op de 8
Waarom niet?
Angst voor dreiging van de ziekte. Sommigen verdragen beter 50% kans op dragerschap te hebben, dan 100% zeker te weten drager te zijn.
Ethische en religieuze aspecten spelen soms een rol. Niet vanuit alle geloofsovertuigingen is het geaccepteerd om meer te leren over de eigen toekomst.

Erfelijkheidsonderzoek kan consequenties hebben bij het afsluiten van verzekeringen. 
Waarom kiezen mensen voor een pre-symptomatisch (voorspellend) onderzoek?
Zekerheid verkrijgen: men wil af van de onzekerheid of men mutatiedrager is.
Preventieve maatregelen kunnen nemen: regelmatige controle van bijvoorbeeld darmen geeft levenswinst bij risico op erfelijk colorectaalcarcinoom, maar dan moeten de controles'
'wel beginnen vóór kanker is ontstaan. Bij een verhoogde kans op kanker zijn er ook mogelijkheden tot preventieve operatie.


Onderzoek doen in het belang van directe familieleden: iemand kan onderzoek naar de eigen aanleg laten verrichten om de kinderen hun risico te laten weten.'
Wanneer komen patiënten in aanmerking voor een verwijzing naar de polikliniek voor familiaire tumoren

'één patiënt kanker kreeg op opvallend jonge leeftijd, ongeacht de familieanamnese (bijvoorbeeld mammacarcinoom voor het 40e jaar, colorectaalcarcinoom of endometriumcarcinoom voor het 50e jaar);
een bepaalde combinatie van kanker voorkomt (zoals mammacarcinoom en ovariumcarcinoom óf colorectaalcarcinoom' en endometriumcarcinoom);

dezelfde groep of bepaalde combinaties van kanker voorkomen bij ten minste drie familieleden aan dezelfde kant in de familie;
ten minste één of twee familieleden een niet vaak voorkomende vorm van kanker kregen (bijvoorbeeld niercelcarcinoom, sarcoom, glioom, melanoom, pancreascarcinoom, multipele endocriene neoplasie (MEN)).'
Wat wordt er aan mensen aangeboden die dragen zijn?

'Vervolgens biedt men familieleden onderzoek naar dragerschap aan: dragers van de mutatie in het kankergen kunnen geïnformeerd worden over mogelijkheden tot regelmatige controle of chirurgie uit voorzorg.'
Wat is kiembaan mutatie?
Dat is een mutatie die meegekregen is via de eicel of zaadcel en in alle cellen aanwezig is.