Summary Onderneming en Arbeid Class notes

Course
- Onderneming en Arbeid
- Prof. mr. L.G. Verburg
- 2013 - 2014
- Radboud Universiteit Nijmegen
635 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Onderneming en Arbeid Class notes

  • 1383778800 Rechtspersoon: Medezeggenschap

  • Toerekening van de besluitvorming, in welk artikel is dat te vinden?
    De toerekening van de besluitvorming is te vinden in artikel 25 lid 1 WOR.
  • Wanneer moet de ondernemer de ondernemingsraad om advies vragen?
    In artikel 25 WOR staat: de ondernemer moet de ondernemingsraad om advies maken op het moment dat er sprake is van een voorgenomen besluit
  • Wanneer is er sprake van een voorgenomen besluit van een ondernemer?
    ER is sprake van een voorgenomen besluit van de ondernemer wanneer:
    1. De ondernemer kan vertellen wat het voorgenomen besluit inhoudt
    2. De ondernemer uit kan leggen wat zijn beweegredenen zijn
    3. De ondernemer uit kan leggen wat de gevolgen voor het personeel zijn
    4. De ondernemer kan vertellen welke maatregelen hij gaat treffen om de gevolgen voor het personeel te 'organiseren'.
  • Wat moet de ondernemer doen wanneer hij weet dat er sprake is van een 'voorgenomen besluit'?
    Wanneer de ondernemer zich er bewust van is dat er sprake is van een voorgenomen besluit moet hij
     1. een adviesaanvraag indienen bij de ondernemingsraad 
    2. De OR brengt dan een advies uit en 
    3. Na dat advies van de OR moet de ondernemer een besluit nemen en 
    4. daarin moet hij ook uitleggen waarom hij afwijkt van het advies van de OR.
  • Wat moet de OR doen wanneer hij afwijkt van het advies van de Ondernemingsraad?
    Wanneer de ondernemer afwijkt van het advies van de ondernemingsraad, dan moet hij in zijn besluit uitleggen waarom hij afwijkt van het advies van de OR.
  • Wat als de ondernemer niet uitlegt waarom hij een advies van de OR ex artikel 25 WOR niet opvolgt?
    Wanneer de ondernemer niet uitlegt waarom hij een advies van de OR niet opvolgt dan handelt hij onzorgvuldig. Vanaf dat moment gaat de termijn van een maand te lopen, die is neergelegd in artikel 25 lid 6 WOR. De ondernemer heeft dan het besluit al genomen, maar hij mag het nog niet uit gaan voeren. 
  • Wanneer begint de wachttijd uit artikel 25 lid 6 WOR te lopen?
    De wachttijden van een maand uit artikel 25 lid 6 WOR begint te lopen op het moment dat de ondernemer het besluit heeft genomen, niet op het moment dat het advies door de OR is gegeven.
  • Waarvoor bestaat die wachttijd van een maand in artikel 25 lid 5 WOR?
    Zo wordt er aan de OR de gelegenheid gegeven om te kijken of zij naar de OK gaat, zie artikel 25 lid 5 laatste zin WOR.
  • In welk artikel is neergelegd dat de ondernemer na het inwinnen van het advies en het nemen van het besluit, vermelden waarom er is afgeweken van het advies van de OR?
    In artikel 25 lid 5 WOR.
  • Op welk moment moet de ondernemer de OR om advies vragen?
    De ondernemer moet de OR om advies vragen op het moment dat het advies van d OR nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit, artikel 25 lid 2 WOR.
  • In welk artikel is neergelegd dat de ondernemer de OR om advies moet vragen op het moment dat het advies van de OR nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit?
    Artikel 25 lid 2 WOR.
  • Wat moe de ondernemer bij het vragen van het advies aan de OR verstrekken?
    De ondernemer moet wanneer hij de OR om advies gaat, een overzicht verstrekken van de beweegredenen voor het besluit, ook moet de ondernemer vermelden welke gevolgen het besluit naar verwachting voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben en daarbij moet de ondernemer ook aangeven welke maatregelen hij zal treffen met betrekking tot de gevolgen die het voor het personeel zal hebben, artikel 25 lid 3 WOR.
  • In welk artikel staat vermeld wat de ondernemer aan de OR voor informatie moet verstrekken wanneer hij ex artikel 25 WOR advies aan de OR vraagt?
    Artikel 25 lid 3 WOR.
  • Wa tis vereist voordat de ondernemingsraad advies uitbrengt met betrekking tot een voorgenomen besluit uit artikel 25 lid 1 WOR?
    Voordat de ondernemingsraad advies uitbrengt aan de ondernemer voor een in artikel 25 lid 1 WOR genomen besluit, moet er minstens eenmaal over het besluit zijn gesproken in een overlegvergadering, artikel 25 lid 4 WOR.
  • In welk artikel staat vermeld dat alvorens de OR advies uitbrengt er over het voorgenomen besluit tenminste eenmaal over het voorgeneomen besluit moet zijn gesproken in een overlegvergadering?
    Artikel 25 lid 4 WOR.
  • In welk artikel is 'de overlegvergadering' te vinden?
    Artikel 24 WOR.
  • Wat wordt er in een overlegvergadering besproken?
    In een overlegvergadering wordt de algemene gang van zaken van de onderneming besproken, artikel 24 lid 1 WOR.
  • Hoe vaak per jaar moet een overlegvergadering tenminste plaatsvinden?
    Een overlegvergadering moet tenminste tweemaal per jaar plaatsvinden, artikel 24 lid 1 WOR.
  • Waar gaat de DB Schenker-zaak over?
    De DB schenker-zaak (20 febr. 2013). 

    De casus:
    OK in de DB Schenker-zaak (Alleen B heeft hier een OR)
    - A neemt het besluit om te verkopen
    - C neemt het besluit om aan te kopen
    - B (daar zit de OR) besluit tot het verlenen van de medewerking
    - De OR heeft A en C niet in de procedure betrokken (!?)

    Feiten: A en C behoren tot hetzelfde concern, de ultieme aandeelhouder van A en C is DB. B wordt verhangen van A naar C en bij B zit een ondernemingsraad. 

    Wat zegt de OR van B: ik heb adviesrecht over deze ‘verhanging’/verkoop van de aandelen aan C. Ze stellen zich daarbij op het standpunt dat dat adviesrecht van hun als OR hangt aan het feit dat het bestuur van B besloten heeft/wil besluiten medewerking te verlenen aan die transactie. We zijn hier op zoek naar het ‘voorgenomen besluit’. 
    De OK vraagt aan de OR van B hoe zij denkt over het feit dat A het voorgenomen besluit heeft genomen om de aandelen te verkopen aan C. De advocaat van OR zegt hierop: dat het verzoek zich inderdaad richt tegen het besluit van B medewerking te verlenen aan de genoemde aandelenoverdracht. Het verzoek gaat bij deze transactie dus alleen om de medewerking aan het besluit door B, maar kan B het besluit dat bij A wordt genomen wel tegenhouden? Nee! A draagt als 100% aandeelhouder zijn aandelen over, B kan dit niet tegenhouden. Deze zaak was voor de OK erg teleurstel­lend want nu konden ze een keer oordelen over een dergelijke transactie, en dan beperkt de OR zich tot het besluit tot medewerking-verlening, terwijl dat in een dergelijke zaak dus helemaal niet uitmaakt want ook al is de OR het er niet mee eens, dan nog kan B/de OR van B dat helemaal niet tegenhouden. 

    De OK beoordeelt dat er sprake is van een voorgenomen besluit van A om te verkopen, een voorgenomen besluit van C om te kopen en een besluit van B om medewerking te verlenen. In deze zaak had de advocaat de OK moeten verleiden zich uit te spreken over de vraag hoe je moet aankijken dat het adviesrecht kleeft aan het voorgenomen besluit van de ondernemer B, terwijl het gaat om een voorgenomen besluit van A.

    De OK geeft aan dat de OR van B de andere ondernemingen A en C niet in de procedure heeft betrokken. Deze vaststelling door de OK is gek, want het is een procedure tussen de OR en de ondernemer, dus dan is de opmerking van de OK gek want A hoeft niet te worden betrokken want hij is geen ondernemer in de zin van de WOR. En C is ‘helemaal ver weg’ want die is op dit moment hooguit ‘potentieel aandeelhouder’. Docent is van mening dat de verkoop van A moet worden bezien als een toe te rekenen besluit aan B (puremleer). B kan het besluit overigens zelf niet nemen!
    A is in dit geval dus geen ondernemer in de zin van de WOR (zie vorige week) want er zit geen OR bij A.
  • Wat blijft in de DB-Schenker zaak volgens mr. Verburg onderbelicht?
    In de zaak blijft volgens de docent het volgende teveel onderbelicht: 
    1. het onderscheid tussen onderneming (de activiteit) en ondernemer, bij aandelenoverdracht is er sprake van overdracht van de onderneming en niet van de ondernemer. Onder art. 25 lid 1 sub a moet je dus mede vatten de overdracht van de overdracht van de ondernemer. 
    2. Het feit dat het gaat om een intra-concerntransactie, in een transactie waarbij je intra-concern ‘verhangt’. DB Schenker hangt onder vennootschap, maar gaat hangen onder andere onderneming, maar uiteindelijk blijft zij gewoon hangen onder DB die de moeder is van het concern. Je kan je dan afvragen of er dan überhaupt wel sprake van de overdracht van medezeggenschap? Want tenslotte blijft de zeggenschap gewoon bij dezelfde moeder, in dit geval DB. Wanneer je zegt: geen adviesrecht, dan zeg je dat omdat er geen sprake is van overdracht van zeggenschap (want als je terugkijkt naar economische werkelijkheid helemaal niks verandert, want zeggenschap blijft bij de moeder). Dit zou bij DB-schenker een mooi verweer zijn geweest.
    3. De vraag of het besluit van A toerekenbaar is aan B, dat is hier de belangrijkste vraag.
  • Wat is het doel van de 'techniek' van de toerekening van een besluit?
    Het doel van de toerekening van de besluitvorming is dat de ondernemer niet weg kan duiken met het argument dat een derde heeft besloten. 
  • Waar speelt de toerekening van de besluitvorming voornamelijk een rol?
    Vooral in concerns speelt de toerekening van de besluitvorming een belangrijke rol. Met name bij besluiten die belangrijke personele gevolgen hebben (direct (zoals reorganisaties) of indirect) en overnames, artikel 25 lid 1 onder a, d en e.
  • Bij welke besluiten uit artikel 25 WOR speelt de toerekening van de besluitvorming voornamelijk een grote rol?
    Artikel 25 lid 1 onder a, d en e WOR.
  • Waar ziet de Organon-zaak op?
    In de Organon-zaak ging het om een reorganisatie waartoe werd besloten door de Amerikaanse moeder. De vraag was of je daar als dochter iets tegen kan doen wanneer de moeder een besluit neemt.
  • Wat is er bepaald in de Organon-zaak?
    Ondernemer kan niet wegduiken met argument dat een derde heeft besloten. In deze situatie kan B niet zomaar zeggen: sorry maar ik heb niks besloten, terwijl dit nog regelmatig gebeurt. 

    In de zaak Organon ging het om een reorganisatie waartoe werd besloten door de Amerikaanse moeder. Daar speelde ook in eerste instantie iets van: Men zei daar: dit zijn de effecten voor het besluit voor NL, dit is in VS besloten en daar kunnen wij als bestuur van de dochter niets aan doen. Maar is dat dan ook echt zo? Nee, want er is nog niet ‘besloten’. Het MERCK-besluit is wereldwijd en dat stukje wat voor NL geldt/ge­volgen heeft dan moet je alleen dat gedeelte eruit halen want over het besluit dat voor de rest van de wereld gevolgen heeft daar heb je dan niets over te zeggen. Merck kan dus eigenlijk dit besluit niet nemen, maar ze doen dat dus wel gewoon! Hoe geef je hier dan de wending aan dat er sprake is van een besluit waarvoor adviesrecht is vereist? Het lokale management kan dan zeggen dat het een aanwijzing is dat zij wat moet gaan doen, het lokale management moet zelf ook nadenken wat die aanwijzing inhoudt, zij kunnen niet zeggen: het concern heeft het zo besloten en dus is dat het besluit. Zij moet voordat zij het besluit voorlegt aan de OR zelf ook een oordeel geven over dat besluit, hierbij is van belang dat zij als Nederlandse onderneming verantwoordelijk is voor haar onderneming en dus een mening hierover moet geven. 

    Bij een aandelentransactie besluit de moedervennootschap zelf en kan zij dat besluit dus ook zelf nemen om die aandelen te verkopen. Terwijl bij een reorganisatiebesluit de moedervennootschap hoog of laag kan springen, maar dat kunnen zij niet want de dochter moet zelf dat besluit nemen. Je moet dus altijd kijken: wie neemt welk besluit en wie mag wel besluit nemen. 

    Jurisprudentie van OK zegt dat je als dochter een eigen afweging moet maken over het besluit van de moeder. De voor­vraag is echter: wie heeft besloten en was hij daartoe bevoegd? Het besluit van de moe­der dat er bijvoorbeeld 500 mensen uit moeten kunnen zij wel zeggen tegen de dochter, maar eigenlijk is het niet meer dan een aanwijzing/instructie want uiteindelijk moet de dochter dat besluit zelf nemen. De dochter kan dit besluit dan ook nemen natuurlijk, maar zij moet dit zelf onderzoeken en motiveren. 2 manieren om hier als jurist mee om te gaan: lokale ondernemer heeft zelf het besluit genomen met vormen van beluit van de moeder en alternatief

    Een vraag verder heeft betrekking op de motivering. Motivering moeder kan dochter dus niet zomaar doorduwen zonder zich daar zelf over uit te spreken? Zie vorige week, arrest WATTS Industries Netherlands bv. Daarin wordt herbevestigd dat je eigen toegevoegde waarde moet vertegenwoordigen, dat maakt eens te meer dat bij die reorganisatieverhalen er een tijdig adviesrecht moet zijn! Het is eerder zo dat als je integraal de concernstrategie door mag zetten, dan zou je eerder toereken van besluitvorming toe wanneer de dochter geen enkele toegevoegde waarde meer hoeft te hebben.
  • Waarom moet het bestuur van een dochtermaatschappij zich uitspreken over een besluit dat door de moeder wordt genomen en hierover bij de OR advies inwinnen wanneer het besluit valt onder artikel 25 WOR?
    Het bestuur van de dochtermaatschappij moet, voordat zij het besluit voorlegt aan de OR, zelf ook een oordeel geven over dat besluit. Hierbij is van belang dat zij als Nederlandse onderneming verantwoordelijk is voor haar onderneming en dus een mening hierover moet geven.
  • Wat is de reden dat een dochtermaatschappij zich uit moet spreken over een besluit dat door de moeder wordt genomen en krachtens artikel 25 WOR adviesplichtig is?
    Omdat zij als Nederlandse onderneming verantwoordelijk is voor haar eigen onderneming en dus een mening hierover moet geven.
  • Hoe ga je te werk wanneer je de vraag moet beantwoorden of je als dochter een eigen afweging moet maken m.b.t. een besluit dat door de moeder wordt genomen?
    Jurisprudentie van OK zegt dat je als dochter een eigen afweging moet maken over het besluit van de moeder. 

    De voor­vraag is echter: wie heeft besloten en was hij daartoe bevoegd? Het besluit van de moe­der dat er bijvoorbeeld 500 mensen uit moeten kunnen zij wel zeggen tegen de dochter, maar eigenlijk is het niet meer dan een aanwijzing/instructie want uiteindelijk moet de dochter dat besluit zelf nemen. De dochter kan dit besluit dan ook nemen natuurlijk, maar zij moet dit zelf onderzoeken en motiveren. 2 manieren om hier als jurist mee om te gaan: lokale ondernemer heeft zelf het besluit genomen met vormen van beluit van de moeder en alternatief
  • Wat als een moedermaatschappij aan de dochter de opdracht geeft om 500 medewerkers te ontslaan?
    Het besluit van de moe­der dat er bijvoorbeeld 500 mensen uit moeten kunnen zij wel zeggen tegen de dochter, maar eigenlijk is het niet meer dan een aanwijzing/instructie want uiteindelijk moet de dochter dat besluit zelf nemen. De dochter kan dit besluit dan ook nemen natuurlijk, maar zij moet dit zelf onderzoeken en motiveren. 
  • Wat is de rechtsregel die volgt uit de DB-Schenker zaak?
    Ingeval de moedermaatschappij iets voor de dochtermaatschappij besluit en wat adviesplichtig is op grond van artikel 25 WOR dan maak je daar een 'voorgenomen besluit' van die opdracht van de moeder te zien als een 'aanwijzing'. Het lokale management kan dan zeggen dat het een aanwijzing is dat zij wat moet gaan doen, het lokale management moet zelf ook nadenken wat die aanwijzing inhoudt, zij kunnen niet zeggen: het concern heeft het zo besloten en dus is dat het besluit. Zij moet voordat zij het besluit voorlegt aan de OR zelf ook een oordeel geven over dat besluit, hierbij is van belang dat zij als Nederlandse onderneming verantwoordelijk is voor haar onderneming en dus een mening hierover moet geven. 

  • Op welk artikel heeft arrest 'VNU Publitec' betrekking? 
    Het gaat hier om een art. 25 lid 1 sub n WOR aangelegenheid. In sub n staat te lezen dat er advies is vereist van de OR wanneer het gaat om het besluit betreffende: "het verstrekken en het formuleren van een adviesopdracht aan een deskundige buiten de onderneming betreffende één van de hierboven genoemde aangelegenheden".
  • Welke drie besluiten staan centraal in arrest VNU-Publitec?
    In arrest VNU Publitec ging het om drie voor de OK relevante besluiten:
    - Besluit 1: Ging over het inschakelen van externe deskundige (zoals bedoeld in artikel 25 lid 1 onder n) door de topholding VNU Worldwide Inc.
    - Besluit 2: Ging over het besluit van de Topholding VNU Worldwide Inc om over te gaan op een wereldwijde reorganisatiebesluit in combinatie met de opstelling van het lokale management van de Nederlandse dochter VNU Publitec.
    - Besluit 3: ging over het voornemen tot outsourcing.
  • Wat is er bepaald in arrest 'VNU Publitec'?
    ‘VNU Worldwide’ is een overkoepelende moederorganisatie met heel veel dochters.  

    Eerste besluit ging over het volgende. Bij al die dochters wil ‘VNU Worldwide’ allemaal hetzelfde ICT-systeem in gaan voeren. Het gaat hier om een art. 25 lid 1 sub n aangelegenheid. 

    Bij VNU Worldwide was het verwijt dat de concernholding die personen heeft ingehuurd en niet de Nederlandse. Heeft het plan van Boer en Kroon effect in VNU Publitec? Als er al follow-up is gegeven dan kan concern beslissing wereldwijd over te gaan van het ene systeem op het andere systeem. Maar op dat moment is weer wel een aanwijzing aan het ontstaan dan VNU Publitec die overgang ook mee gaan maken. 

    Waar was OR zo benauwd voor? Als je zegt dat je concern breed overgaat van het ene systeem naar het andere, en wat als de OR van VNU Publitec dwars ligt, hebben ze dan een grote kans van slagen bij de OK? Nee, want argument zal dus niet mogen zijn dat er op hogerhand al is besloten, maar dat het belangrijk is dat iedereen hetzelfde systeem heeft van de werkmaatschappij. De wezenlijke invloed van de OR neemt af in een dergelijke situatie! OR wilde zo vroeg mogelijk aan de tafel zitten om mee te praten, want anders was het veel te laat geweest. 

    Wat stelde OR in deze zaak? Het voorgenomen besluit van moedermaatschappij om Boer en Kroon in te schakelen is een besluit in de zin van art. 25 lid 1 onder n WOR, en die moet aan Publitec  (de Nederlandse vestiging) worden toegerekend. 

    Tweede besluit was wereldwijde reorganisatiebesluit. VNU Publitec (de Nederlandse vestiging dus) was bezig gegaan om het besluit van de moedermaatschappij tot reorganisatie uit te voeren zonder advies te vragen aan de OR. Het was wel een belangrijke reorganisatie. Ze waren inmiddels dus zonder advies al aan het praten met de mensen die zouden moeten verdwijnen bij de reorganisatie. Dit besluit werd toegerekend aan de lokale management. Je mag ook zeggen dat lokaal management zich vergist heeft want ze hebben zelf besloten die reorganisatie uit te gaan voeren. OK rekende dit dus inderdaad toe aan VNU Publitec (de Nederlandse vestiging). Eerste besluit liep dus fout af voor de OR omdat er echt een daadwerkelijke laag was daarboven en tweede besluit liep goed af voor de OR. 

    Uitstapje: wat als je VNU Holding hebt als moeder en VNU Public de enige dochter is. Wat als in deze situatie wordt gezegd dat je adviesrecht moet hebben over voorgeno­men besluit om Boer en Kroon in te schakelen, in deze situatie is er maar 1 dochter voor wie het gevolgen heeft. In deze situatie zou misbruiksituatie zitten omdat je dan met zo’n moederholding kan proberen het adviesrecht van de OR te omzeilen. 

    De vraag die je altijd moet stellen: is er overdracht van zeggenschap?? Maar vanaf welk moment kan je zeggen dat er zeggenschap is? Voorbeeld van Apple die hele divisie van iPhone overdraagt en ergens helemaal onderin hangt een Nederlandse onderneming, dan geen overdracht van zeggenschap, maar wanneer kan je dan wel spreken van overdracht van zeggenschap? Kijk altijd naar de economische werkelijkheid. Zodra de misbruikgedachte wegvalt (en er dus geen sprake is om te denken dat er sprake is van misbruik) is er geen sprake meer van toerekenbaarheid.

    Toerekening is belangrijke techniek in de praktijk, medeondernemerschap komt minder voor.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat houdt het effectiviteitsbeginsel in
we hebben het wettelijke begrip medezeggenschap, maar hoe hand te haven in de praktijk? Het is aan de rechter om de invloed die voor de OR uit de WOR voortvloeit te verzekeren en de volle werking daarvan te waarborgen. Hij moet komen tot een oplossing die in overeenstemming is met de nagestreefde doelstelling. een belangrijke uitspraak in dit kader is Albron over richtlijnconforme uitleg. Het arrest is niet zozeer belangrijk vanwege de inhoud, maar vooral vanwege de betekenis. 
Wat zijn de richtsnoeren bij de uitleg van de WOR bepalingen? 
  • Het effectiviteitsbeginsel
  • de economische werkelijkheid, de Landis zaak
  • groepsbegip
welke soorten ondernemingsrechtelijke medezeggenschap zijn er te onderscheiden? 
  • Ondernemingsrechtlijke medezeggenschap: WOR (dit is waar we ons op concentreren), grijpt in bijj de werkvloer. zie reader 1 blz. 37
  • Vennootschapsrechtelijke medezeggenschap (boek 2). structuurbevoegdheden bij grote bv/nv: grijpt aan bij de top. spreekrecht bij bepaalde belangrijke besluiten van organen van de vennootschap. 
Welke soorten medezeggenschapsrechten moeten worden meegeteld/opgeteld binnen het EU-recht om te kijken welke de sterkste is in geval van fusie?
Docente is van mening dat niet alleen het afdwingbare medezeggenschapsrecht geldt als medezeggenschap maar ook de niet-afdwingbare medezeggenschap. Dus zowel het versterkt aanbevelingsrecht als het algemeen aanbevelingsrecht moeten bij elkaar worden opgeteld.
Wat bedoelt men met uitoefenen van invloed? 
Moet je die medezeggenschap dan daadwerkelijk af kunnen dwingen? Dan zou dat in NL alleen het versterkte aanbevelingsrecht zijn, want die kan worden afgedwongen door de OR. Het algemeen aanbevelingsrecht hoeft alleen procedureel worden doorlopen en zo niet dan kan het besluit worden vernietigd o.g.v. 2:15 BW, en spreekrecht is ook niet afdwingbaar. 

Dus dan zou er alleen naar het versterkte aanbevelingsrecht moeten worden gekeken, want dat is enige dat werkelijk macht geeft aangezien dat afgedwongen kan worden. Dan zou je zeggen dat je dat versterkte aanbevelingsrecht alleen kan worden afgedwongen en dus alleen zou moeten worden geteld vanuit Nederlandse BV, maar Docent (Laagland) is enigszins van mening dat invloed ook kan zijn dat je je mening kan ventileren binnen de AVA omdat de AVA het belangrijk vindt om te weten wat er in de onderneming leeft en de AVA wil ook niet dat er onenigheid ontstaat en dus zou ook spreekrecht en algemeen aanbevelingsrecht moeten worden gezien als medezeggenschap in de zin van de EU. Docente is van mening dat niet alleen het afdwingbare medezeggenschapsrecht geldt als medezeggenschap maar ook de niet-afdwingbare medezeggenschap.
Wanneer is het spreekrecht van toepassing in een structuurregime?
De Aandeelhouders benoemen de bestuurders wanneer er sprake is van een verzwakt regime, dus dan geldt het spreekrecht ook t.a.v. bestuurders. 
In gewone regime benoemt de RvC de bestuurders en is spreekrecht van OR niet van toepassing.
Stel dat de moeder van een Nederlandse en Duitse dochter besluit dat de Nederlandse en Duitse dochter gaat fuseren, wat geldt er dan in Nederland aan medezeggenschapsrechten?
Stel dat de moeder besluit (uit bovenstaande tekening van Duitse moeder met Nederlandse, Duitse en Italiaanse dochter) dat de Nederlandse en Duitse dochters gaan fuseren. 

Wat geldt er dan in Nederland voor medezeggenschapsrechten? 
1. De algemeen aanbevelingsrecht t.a.v. iedereen van RvC; 
2. Versterkt aanbevelingsrecht t.a.v. 1/3 van de RvC 
3. We hebben te maken met NV dus op wie is dan het spreekrecht van toepassing? Het spreekrecht is altijd gekoppeld aan benoeming door de aandeelhouders in dit verzwakte regime die hier gold benoemen de aandeelhouders de RvC, wie benoemt bestuur in verzwakte regime? De Aandeelhouders, dus dan geldt het spreekrecht ook t.a.v. bestuurders. In gewone regime benoemt de RvC de bestuurders en is spreekrecht van OR niet van toepassing.

IN DLD vennootschap is meer dan 2000 werknemers en dus mogen zij de helft benoemen van de RvC.

Ze zijn aan het onderhandelen maar komen er niet uit, welke medezeggenschap gaat er dan gelden? Wanneer je je afvraagt welke medezeggenschap er gaat gelden, kijk dan als eerste naar wat de EU verstaat onder Medezeggenschap. Dat gaan we zoeken in de SE-Richtlijn, die is als eerste tot stand gebracht dus daar moet je eerst kijken. Je vindt hem niet in 10e richtlijn (die sluit aan bij SE-Richtlijn). Zie artikel 2 sub k SE-Richtlijn. Binnen de medezeggenschapdefinitie zie je dat 4 verschillende vormen van medezeggenschap aanwezig zijn, dat komt door die verschillende lidstaten die allemaal hun eigen systeem het beste vonden. Ze konden er niet uitkomen en dus hebben ze een brede uitleg gekozen. Dan kijk je naar de bijlage, en daar staat dat de medezeggenschapsrechten tegen elkaar worden afgewogen en hoogste aantal moet terugkeren. 
Stel dat een Nederlandse en Duitse vennootschap samen gaan fuseren in een nieuwe SE, welke vennootschappelijke medezeggenschap gaat er dan gelden in die SE?
Een Duitse en Nederlandse vennootschap gaan samen, en die gaan samen door oprichting van een SE en die wordt in Duitsland geplaatst en die houdt die twee vennootschappen in DLD en NL in stand. Dan heb je twee vormen van vennootschappen die aan vennootschappelijk medezeggenschap onderworpen kunnen zijn. Welke gaat dan gelden? Je gaat het VMS (vennootschappelijke medezeggenschap) in de Duitse en Nederlandse vennootschap in kaart brengen, die ga je tegen elkaar afwegen en degene die het hoogste aantal kent die wordt van toepassing in de SE. Die twee zet je dus tegen elkaar af en na oprichting van de SE ga je het hoogste aantal laten terugkeren, idee hierachter is de bescherming van hoogste aantal medezeggenschapsrechten zoals dat voor de fusie/oprichting ontstond.
Stel er is sprake van Duitse en Nederlandse vennootschap die gaan fuseren, welke vennootschappelijke medezeggenschap geldt dan?
De Nederlandse vennootschap houdt op te bestaan. Wanneer het Nederlandse systeem dan 'de hoogste' is, dan wordt dat NL’se systeem uit die vennootschap getrokken en wordt dan in die Duitse geïmplementeerd, dit is lastig want dan komt het Nederlandse systeem terecht in Duitse vennootschap die aan Duits recht is onderworpen, dit moet dan worden uitgewerkt conform regels die in SE-Richtlijn zijn neergelegd en moeten in de statuten worden uitgewerkt.
Waarom moeten de onderhandelingen in geval van de SE-richtlijn mb..t. de vennootschappelijke medezeggenschap zo snel afgerond worden?
Omdat het een vereiste is voor oprichting van SE, hier belemmert de onderhandelingstermijn de vestigingsvrijheid van vennootschappen. Bij EOR-Richtlijn was er gewoon al een grote onderneming, maar deed aan vrijheid van vestiging niks af. Vrijheid van vestiging werd niet belemmerd door onderhandelingen door EOR. Hier houden de onderhandelingen tegen dat oprichting tot stand kan worden gebracht.