Summary Onderneming en omgeving, handboek

ISBN-10 9006951137 ISBN-13 9789006951134
445 Flashcards & Notes
42 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Onderneming en omgeving, handboek
  • 9789006951134 or 9006951137
  • 7e dr.

Summary - Onderneming en omgeving, handboek

  • 7 macro-economische begrippen

  • Waar staat MEV voor?
    Macro economische verkenning
  • Waarom geeft het BNP niet altijd een realistisch beeld?
    1. Zegt niets over koopkracht
    2. houdt geen rekening met ongelijkheid in verdeling
    3. Kijkt niet naar de informele economie.
  • Wat wordt bedoeld met toegevoegde waarde?
    De beloningen (bedrijven + overheid)
  • Wat is het verschil tussen bruto en netto?
    de afschrijvingen
  • Wat is het verschil tussen binnenlands en nationaal product?
    Het saldo van de primaire inkomsten buitenland
  • Wat is het verschil tussen marktprijzen en factorkosten?
    In de marktprijzen zitten indirecte belastingen en prijsverlagende  subsidies.
    Factorkosten is dus marktprijzen minus kostprijsverhogende belasting plus prijsverlagende overheidssubsidie.
  • Wat is het beschikbaar inkomen?
    Saldo inkomensoverdrachten buitenland
  • Wat is het bruto binnenlands product?
    Bruto toegevoegde waarde = TGW bedrijven + TGW overheid
  • Wat is de bruto toegevoegde waarde bedrijven?
    Productiewaarde minus verbruik
  • Wat is de toegevoegde waarde van de overheid?
    Ambtenarensalarissen
  • Wat is de netto toegevoegde waarde?
    bruto toegevoegde waarde minus de afschrijvingn
  • Wat is het nationaal product?
    Het nationaal inkomen = totale productie van een land in 1 jaar = totale bestedingen (consumptie + investeringen + overheidsbestedingen + exportsaldo)
    NP=C+I+O+(E-M)
  • Wat is het nationaal inkomen (Y)?
    Inkomen dat bevolking van 1 land in 1 jaar samen verdient.
    Inkomen van gezinnen = consumptie + sparen + belasting betalen
    Y=C+S+B=NP
  • Wat is het saldo particulier sector?
    S-I: sparen - investeringen
  • Wat is het saldo van de overheid?
    B-O Belasting min overheidsbestedingen
  • Wat is het nationaal spaarsaldo?
    (S-I) + (B-O): saldo particulier + saldo overheid
  • Wat is het saldo buitenland?
    E-M: Export minus import = saldo lopende rekeningen
  • Wanneer is het particulier spaarsaldo positief?
    Als gezinnen meer sparen dan bedrijven nodig hebben om te investeren.
  • Wanneer is het nationaal spaarsaldo positief?
    als gezinnen meer sparen dan nodig is voor de investeringen plus het overheidstekort. (S-I) + (B-O)
  • Wanneer kunne we investeren in het buitenland?
    Als het nationaal spaarsaldo positief is want dan houdt ons land een deel van de besparingen over.
  • Wanneer houden we buitenlandse valuta over?
    Als we meer geëxporteerd dan geïmporteerd hebben.
  • Wat zijn bruto investeringen?
    Totaal van alle investeringen: vervangingsinvesteringen + netto investeringen
  • Wat zijn vervangingsinvesteringen?
    Vervangen van reeds aanwezige kapitaalgoederen.
  • Wat zijn netto investeringen?
    Worden gedaan in vaste of vlottende kapitaalgoederen en worden betaald uit de besparingen (S)
  • Wat zijn uitbreidingsinvesteringen?
    Deze leiden tot een groei van de voorraad en in de toekomst tot hogere productiecapaciteit.
  • Wat zijn voorraadinvesteringen?
    leidt tot groei van de voorraad vlottende kapitaalgoederen. Niet alle geproduceerde goederen zijn verkocht.
  • Wat is een desinvestering?
    Afname van de voorraad.

  • Waarom zijn de middelen gelijk aan de investeringen?
    Y+M = C+I+O+E
    Nationaal product + import = Consumptie + investeringen+ Overheidsbestedingen+ export.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Onderneming en omgeving handboek
  • 9789006900736

Summary - Onderneming en omgeving handboek

  • 1 Omgevingsfactoren

  • Wat is het Prisoners dilemma
    Situatie waarbij twee partijen bij een strategische vraag de dominante strategie kiezen die niet perse de beste hoeft te zijn.
  • Wat is schaarste?
    Schaarste is spanning tussen begrensde mogelijkheden en onbegrensde behoeften
  • 1.1 Schaarste dwingt tot kiezen

  • schaarste
    de spanning tussen onbegrensde behoeften en beperkte middelen
  • 1.2 Kiezen als je niet weet wat de ander doet

  • gevangenen dilemma
    Twee personen maken los van elkaar een keuze die elk tot gevolg kan hebben dat zij zelf het beter of slechter krijgen.
  • Dominante strategie
    De keuze die je maakt in een gevangenen dilemma waarbij je het beste ervan af komt
  • 1.3 De economische wetenschap

  • economische wetenschap defenitie
    Het bestudeert hoe mensen keuzeproblemen aanpakken, en analyseert hoe het omgaat met schaarse. Hoe dan op verschillende manieren bruikbare middelen, waarmee doelstellingen worden bereikt.
  • Elementen van economische wetenschap
    1. Analyseren van menselijk handelen.
    2. Bestaan van doelstellingen
    3. wens deze te bereiken
    4. schaarste van de beschikbare middelen
    5. verschillende gebruiksmogelijkheden van de middelen
  • welvaart
    De maat waarin consumenten erin streven hun persoonlijke behoeften zo goed mogelijk te bevredigen
  • opportunity costs
    de tijd, mogelijkheid, geld etc. die je opofferd voor iets om iets anders te doen. Voorbeeld: Ik geef één uur leren op om één uur voetbal te kijken
  • 1.4 Produceren, productiefactoren

  • vrije goederen
    goederen die onbeperkt beschikbaar zijn zoals zonlicht
  • Niet reproduceerbare goederen
    goederen in maar eenmalig zijn en uniek. zoals kunst en stukken natuur
  • produceren
    het voortbrengen van goederen en diensten
  • kapitaalgoederen
    goederen die gebruikt worden bij productie van andere goederen en diensten
  • consumptiegoederen
    als een goed gekocht is door de eindafnemer
  • productieproces
    grondstoffen en halffabricaten worden met behulp van arbeid en kapitaal omgevormd tot producten
  • 1.5 Participanten en omgevingsfactoren


  • Participanten
    individuen en groepen mensen die bij de bedrijfsvoering zijn betrokken
  • participanten soorten
    ondernemingsleiding
    werknemers
    vermogensverschaffers
    leveranciers
    de afnemers
    de overheid
  • marktgedrag
    bepaalt in hoeverre concurrenten elkaar fel bestrijden of juist proberen met elkaar tot afspraken of onderling afgestemd gedrag te komen
  • concurrentieverhoudingen
    bestaat op elk van de markten waarop de onderneming optreedt. Deze worden bepaald bepaald door de markt vorm en -gedrag
  • economische situatie
    Wordt aangegeven in een conjuctuur
  • De betrekkingen met het buitenland
    open economie, veel in- en uitvoer
  • De economische orde
    georiënteerde markteconomie, consumenten en producenten in eerste aanleg vrij zijn in het nemen van hun consumptie- en productiebeslissingen.
  • Omgevingsfactoren in ruime zin
    demografische ontwikkeling
    ontwikkeling van de techniek
    normen en waarden
    politieke systeem
    rechtsorde
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Het CPB maakt gebruikt van onzekerheids- en beleidsvarianten. Wat wordt hiermee bedoeld?
Onzekerheid: er wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van veranderingen. Bijv. olieprijzen of dollarkoers.
Beleid: nagaan wat de effecten zijn van beleidskeuzes.
Wat doet het cultureel planbureau?
verricht zelfstandig onderzoek en rapporteert aan de regering, de 1e en 2e kamer, ministeries en andere maatschappelijke en overheidsorganisaties.
Wat doet de sociaal ec. raad?
adviseert regering en parlement over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal economisch beleid (werkgevers, werknemers en onafhankelijke leden)
Noem drie plannenmakers en overlegorganen
Centraal planbureau
sociaal economische raad
sociaal cultureel planbureau
Wat zijn de belangrijkste publicaties van het CPB?
MEV macro ec. verkenning
CEP centraal economisch plan
Wat zijn de belangrijkste taken van het CPB?
Voorspellen van de toekomstige economische ontwikkelingen
advisering van de regering bij de vormgeving van het economisch beleid

CPB stelt toekomstverkenningen op met behulp van economische modellen en maakt daarbij gebruik van onzekerheids- en beleidsvarianten.
Wat voor beleid voerde men in de jaren negentig en verder?
Versterking marktwerking (vermindering adm. lasten. soc. zekerheid gericht op toename arbeidsparticipatie)
Beleid meer gericht op Europa (EU, groei- en stabiliteitspact)
Wat  voor beleid werd in de jaren 80 gevoerd?
anti-cyclisch: geloof in maakbaarheid.
Economische crisis, oplopende begrotingstekorten: heroriëntatie marktwerking
Wat houdt de verdeelfunctie in?
loon en prijsbeleid, beheerste loonontwikkeling door belastingpolitiek
Wat wordt verstaan onder allocatiefunctie?
structuurbeleid
instellen van toezichthouders (nma en afm)
loon en prijsbeleid