Summary Ondersteunend Onderwijs B

-
412 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Ondersteunend Onderwijs B

  • 1.1 Pagina 4 t/m 22 + Pagina 591 t/m 597

  • Psychologie gaat niet alleen maar over aandoeningen en therapie. Het woord psychologie komt uit het Oudgrieks. Psyche betekent 'geest'. '-Ologie' betekent 'gebied van studie'. Psychologie is een breed veld, met veel specialismen, maar in wezen is psychologie de wetenschap van gedrag en geestelijke processen.

  • Het terrein van de psychologie beslaat:
    • Interne geestelijke processen: indirect waarnemen, zoals denken, voelen en begeren).
    • Externe waarneembare gedragingen: praten, mimiek, lopen.
  • De wetenschap van de psychologie is gebaseerd op objectieve, verifieerbare gebeurtenissen.

  • Waar psychologen in zijn afgestudeerd, in werken of werk in zoeken volgens het jaarverslag van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP, 2010):
    • 12,5% - Arbeid en organisatie.
    • 13,5% - Intersector.
    • 15% - Jeugd.
    • 59% - Gezondheidszorg.

  • Er zijn drie manieren om psychologie te bedrijven:
    • Experimenteel psycholoog: die doet onderzoek naar elementaire psychologische processen, in tegenstelling tot een toegepast psycholoog.
    • Docent psychologie: heeft als primaire taak het geven van onderwijs.
    • Toegepast psychologen: die gebruiken de door experimenteel psychologen vergaarde kennis om problemen van mensen op te lossen.

  • Binnen de toegepaste psychologie zijn veel specialisaties. Enkele zijn:
    • Arbeids- en organisatiepsychologen.
    • Sportpsychologen.
    • Schoolpsychologen.
    • Klinisch psychologen en counselors.
    • Forensisch psychologen.

  • Psychiatrie is een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose en behandeling van mentale stoornissen. Psyciaters hebben een medische opleiding genoten en hebben daarna een specialisme gevolgd. Daarnaast mogen ze medicijnen uitschrijven en dit mag een psycholoog niet.
  • Pseudopsychologie is niet-onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd. Het kan vermakelijk zijn, maar het is belangrijk om te kunnen onderbouwen waar de de werkelijkheid eindigt en de gefantaseerde begint.

  • Het is belangrijk om kritisch te blijven denken over buitengewone beweringen en geestelijke processen. Die kun je doen door de volgende vragen te stellen bij nieuwe ideeën:
    1. Wat is de bron? Is degene die de bewering doet deskundig?
    2. Is de bewering redelijk of extreem? Het leven is te kort om overal kritisch overga te denken. Dus je moet ook selectief zijn.
    3. Wat is het bewijsmateriaal? Anekdotische bewijsmateriaal is niet voldoende. Dit is bewijs met getuigenissen van de ervaringen van iemand of enkele personen. Het wordt ten onrechte voor wetenschappelijk bewijs aangezien.
    4. Kan de conclusie zijn beïnvloed door Bias? Dit is een vooroordeel, vervorming of vertekening van een situatie, meestal op basis van persoonlijke ervaringen en waarden. Een emotionele bias is de neiging om oordelen te vellen gebaseerd op attitudes en gevoelens, in plaats van op een rationele analyse van het bewijsmateriaal. Conformation bias (bevestigingsbias) is de neiging om informatie die niet bij je opvatting aansluit te negeren of te bekritiseren en om in plaats daarvan informatie te zoeken waar je het wel mee eens bent. 
    5. Worden veel voorkomende denkfouten vermeden? 
    6. Zijn voor het oplossen van het probleem verschillende invalshoeken nodig? Voor een probleem dat uit meerdere facetten bestaat, is een complexere oplossing nodig dan een afschrikprogramma. 
  • Zes perspectieven domineren snel het veranderende veld van de moderne psychologie: het biologische, cognitieve, behavioristische, Whole-person-, ontwikkelingen- en socioculturele. Elk gezichtspunt biedt een unieke verklaring voor menselijk gedrag. De perspectieven zijn ook in combinatie te gebruiken, want een bepaald gedrag is namelijk niet altijd enkel te verklaren door één perspectief.
  • Descartes revolutionaire perspectief is de basis voor het moderne biologische perspectief: het psychologische perspectief dat de oorzaken van gedrag zoekt in het functioneren van de genen, de hersenen en het zenuwstelsel en hormoonstelsel. Lichaam en geestig opnieuw samengevoegd. De geest is een product van de hersenen. Biologisch psychologen zoeken naar de oorzaken van ons gedrag in het zenuwstelsel, het endocriene stelsel en de genen.

  • Er zijn twee variaties op het biologische thema:
    • Neurowetenschap: het vakgebied dat zich richt op begrip hoe de hersenen gedachten, gevoelens, motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale processen creëren. 
    • Evolutionaire psychologie: een relatief nieuw specialisme in de psychologie dat gedrag en mentale processen beschouwt op basis van hun genetische aanpassingen aan overleving en voortplanting. Dit is voorgekomen uit ideeën die Charles Darwin zijn geformuleerd (150 jaar geleden).
  • Wundts pupil Edward Bradford Kitchener bracht de zoektocht naar de elementen van het bewustzijn naar Amerika en noemde het structuralisme: historische stroming binnen de psychologie die de basisstructuren van de geest en de gedachten trachtte te ontrafelen. Structuralisten zochten de elementen van de bewuste ervaring.
  • William James vond de benadering van Wundt veel te beperkt. Hij vond dat psychologie zich moest richten op de functie van het bewustzijn en niet alleen op de structuur ervan. Zijn opvattingen leidden tot het functionalisme. Dit is een historisch stroming binnen de psychologie die meende dat psychische processen het beste begrepen kunnen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie.
  • James voelde zich ook aangetrokken door Darwins idee dat organismen zich aan hun omgeving aanpasten. De manier van denken leidde tot de eerste toegepaste psychologie te ontwikkelen: ze waren geïnteresseerd in de wijze waarop de psychologie kon worden toegepast om het menselijk leven te verbeteren.
  • James' navolger John Dewey was de grondlegger van de beweging van 'het nieuwe leren'. De nadruk lag hierbij op leren door 'doen'.


  • Structuralisten en functionalisten waren het eens over introspectie. Hen werd verweten dat hun versie van de psychologie te subjectief was. Het probleem werd na meer dan een halve eeuw overwonnen door samen te werken met andere disciplines. Samen werd het cognitieve perspectief gevormd. Dit perspectief is één van de belangrijkste psychologische perspectieven, waarbij de nadruk op mentale processen ligt, zoals leren, geheugen, perceptie en denken als vormen van informatieverwerking.
  • Het behaviorisme is een historische school die ernaar streefde om van de psychologie een objectieve wetenschap te maken die zich alleen op gedrag richtte en niet op mentale processen. De behavioristen maakte rond 1900 naam doordat ze het vrijwel met iedereen oneens waren. Ze bouwden voort op het empirisme.
  • Het behavioristisch perspectief is een psychologische invalshoek die de bron van onze handelingen zoekt in stimuli vanuit de omgeving in plaats van in innerlijke mentale processen.
  • Dankzij de behavioristen begrijpen we nu beter dat krachten vanuit de omgeving van invloed zijn op het menselijk vermogen om te leren. Ook hebben zij effectieve strategieën ontwikkeld waarmee we gedrag kunnen wijzigen door de omgeving te veranderen.
  • Sigmund Freud en zijn volgelingen leverden ook kritiek op Wundt en het structuralisme. Zij ontwikkelden een methode voor het behandelen van psychische stoornissen die op weer een ander radicaal idee was gebaseerd: dat persoonlijkheid en psychische stoornissen voornamelijk ontstaan uit processen in de onbewuste geest en niet in het bewustzijn. Het was een uitgebreide methode van psychotherapie. Freuds doel was om elk aspect van de geest in één grote theorie te verklaren.
  • Psychodemische psychologie is de benadering die de nadruk legt op het begrijpen van het menselijke functioneren in termen van onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en conflicten.
  • Psychoanalyse is een benadering van de psychologie die is gebaseerd op de veronderstellingen van Freud die de nadruk legt op onbewuste processen. De term verwijst zowel naar Freuds psychoanalytische theorie als naar zijn behandelmethode.
  • Een aantal perspectieven vanuit de gehele persoon die draaien om een globaal inzicht in de persoonlijkheid waaronder de psychodynamische psychologie, humanistische psychologie en psychologie van karaktertrekken en temperament.
  • De psychologie van karaktertrekken en temperament is een psychologisch perspectief dat gedrag en persoonlijkheid ziet als de producten van fundamentele psychologische kenmerken.
  • Het ontwikkelingsperspectief is één van de zes belangrijkste perspectieven van de psychologie, dat zich onderscheidt door de nadruk op erfelijkheid (nature) en omgeving (nurture) en op voorspelbare veranderingen die zich voordoen tijdens de levensloop.
  • Het socioculturele perspectief is een van de zes belangrijke perspectieven van de psychologie, dat de nadruk legt op het belang van sociale interactie, sociaal leren en een cultureel perspectief.
  • Cultuur is een complexe mix van taal, opvattingen, gewoonten, waarden en tradities die wordt ontwikkeld door een groep mensen en die wordt gedeeld met anderen in dezelfde omgeving.
  • Corssculturele psycholoog is een psycholoog die werkt in dis specialisme en is geïnteresseerd in de manieren waarop psychologische processen verschillen tussen mensen van verschillende culturen.
  • Holisme is de visie die totaliteit altijd belangrijker vindt dan de som der delen.
  • Het wetenschappelijke veld is constant in beweging. De afgelopen tientallen jaren zijn de biologische, cognitieve en ontwikkelingsperspectieven dominanter geworden. Er ontstaan ook steeds meer mixen tussen alle velden. Daarnaast groeit neurowetenschap steeds sneller uit tot één van de pijlers van het vakgebied.
  • Sociaal psychologen met een sociaal-cultureel perspectief leggen vaker de nadruk op cultuur en het freudiaanse kamp verliest terrein. Daarnaast worden steeds meer etnische minderheden en vrouwen psycholoog.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Om zelfmanagement bij mantelzorgers en ouderen te stimuleren kan gebruik worden gemaakt van motivatietechnieken. Wat is daarnaast van belang?
Daarnaast is het van belang aanpassingen te doen of ondersteuning te bieden.
Welke preventieve en curatieve interventies zijn er?
Preventieve interventies:
  • Begint met vroegtijdige signalering.

Curatieve interventies:
  • Ondersteuning met behulp van Sofa-model: samenwerken, ondersteunen, faciliteren, afstemmen.
  • Contextuele therapie. Volgens Nagy vier dimensies: feiten, behoeften, interacties en relationele ethiek. 
  • Bij matige tot ernstige mantelzorgproblemen kan worden verwezen naar een systeemtherapeut.
Vroegtijdig signaleren is belangrijk. Een assessment bij mantelzorgers voorafgaand is belangrijk om de ernst en problematiek in te kunnen schatten. Wat zijn hierbij de speerpunten?
  • Brede intake: bestaat uit het bevragen van de onderwerpen op de dimensies somatiek, cognitie, persoonlijkheid, beleving, sociale omgeving en levensgeschiedenis van de dynamische systeemanalyse (DSA).
  • De bevindingen leiden tot het vaststellen van thema’s voor een multidisciplinair behandel-/zorgplan. 
  • Aan de hand van de thema’s kunnen passende interventies per discipline afgesproken worden.
  • Bij het analyseren kunnen de volgende hulpmiddelen worden gebruikt: MantelScan (bestaat uit Genogram, Self-Rated Burden en EDIZ en Ecomap)
Hoe heeft de levensgeschiedenis een impact?
Levensgeschiedenis:
  • Ingrijpende en traumatische gebeurtenissen die zich al eerder hebben voorgedaan kunnen in het huidige leven van ouderen en mantelzorgers een grote impact hebben. Ze hebben ze vaak niet verwerkt.
  • Lichamelijke, cognitieve en psychische problemen kunnen triggers zijn voor een trauma uit het verleden.
Wat zijn de sociale omgevingskenmerken?
Sociale omgevingskenmerken:
  • Echtparen in de leeftijd van 60 tot 70 jaar die geconfronteerd worden met lichamelijke en psychische klachten ervaren veel pijn en verdriet.
  • Inzicht in relatieproblemen van oudere echtparen en problemen tussen ouderen en hun kinderen leveren belangrijke informatie op.
Wat zijn de belevingsfunctiekenmerken?
Belevingsfunctiekenmerken:
  • Depressie bij ouderen, maar ook depressie bij mantelzorgers worden in verschillende onderzoeken het meest herkend. 
  • Stoornissen in de ontwikkeling, zoals ADHD en autisme, verslavingsgerelateerde problematiek, het verliezen van een baan, partner of kind, etc. blijven onzichtbaar. 
  • Psychiatrische comorbiditeit komt vaak voor, zoals angst.
Wat zijn de persoonlijkheidsfunctiekenmerken?
Persoonlijkheidsfunctiekenmerken:
  • Een persoonlijkheidsstoornis is een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk binnen de cultuur van de betrokkene afwijken van de verwachting. Drie niveaus van ernst. 
  • Onder stress kunnen persoonlijkheidsproblemen bij zowel ouderen als bij mantelzorgers naar voren komen. 
Welke cognitieve functiekenmerken zijn er?
Cognitieve functiekenmerken:
  • Mantelzorgers geven aan dat cognitieve problematiek van de partner of ouders een enorme impact op de onderlinge relaties heeft.
  • Partners vertellen dat zij zeer veel moeite hebben met de veranderende relatie.
  • Vele mantelzorgers zijn onvoldoende op de hoogte van dementie en de gevolgen. 
  • Er zijn internetcursussen om kennis over dementie te vergroten.
Onder somatische functiekenmerken valt onder andere kanker. 1 op de 3 mensen krijgt ermee te maken. Dit kan voor functieverlies op drie gebieden zorgen.Welke drie zijn dit?
  • Verlies op lichamelijk niveau: vanbinnen of -buiten beschadigd, het functioneert niet meer als voorheen.
  • Verlies op psychisch niveau: eigenwaarde wankelt. Veel emoties door ziekte en afhankelijkheid. Mantelzorger krijgt hier ook mee te maken.
  • Verlies op sociaal en maatschappelijk niveau: relaties kunnen veranderen of soms zelfs beëindigd worden.
Mantelzorgers lopen door de gedragsproblematiek van ouderen een groot risico op overbelasting. Dit kan worden veroorzaken door belastende factoren van de mantelzorgers zelf, zoals geringe kennis. Hoe kunnen verpleegkundigen helpen?
Verpleegkundigen kunnen oudere en mantelzorgers ondersteuning bieden door inzicht te geven, preventief de eerste lijn erbij te betrekken en na multidisciplinair overleg vast te stellen welke deskundigheid zal worden ingezet.