Summary Onderwerpen FA302

-
269 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Onderwerpen FA302

  • 1 Immuunsysteem algemeen

  • Uit welke 2 onderdelen bestaat echt iedere afweerreactie?
    1.de herkenning van het pathogeen of ander lichaamsvreemd materiaal, 2.de eliminatie ervan
  • Op welke 3 manieren kan het immuunsysteem falen?
    1.ineffectieve immuunresponsen: immunodeficiënties
    2.overdreven immuunresponsen: overgevoeligheidsreacties
    3.ongepaste reacties tegen 'zelf-antigenen':  auto-immuniteit
  • Waar kan het adaptieve immuunsysteem in worden onderverdeeld?
    Humorale (met B-cellen) en cellulaire immuniteit
  • Waar rijpen de lymfocyten?
    B-cellen in het beenmerg, T-cellen in de thymus
  • Wat is een mogelijke reden dat het activeren van B-cellen via zo'n dubbel mechanisme gaat (met zowel binding van het pathogeen aan de B-cel, als binding van een geactiveerde Th-cel (die geactiveerd is door binding aan een dendritische cel)?
    Veiligheidsmaatregel. Voorkomen dat de immuunrespons te snel plaats vindt, waardoor mogelijk auto-immuunreacties zouden optreden
  • Welke 2 klasses van antilichamen wijken qua vorm af van de rest?
    IgA (dimeer) en IgM (pentameer)
  • Hoe heet de heavy chain van IgM?
    Mu-chain (?
  • Hoe werkt class-switching?
    Een B-cel gaat een lymfoïde orgaan binnen. Daar vermenigvuldigt het zich, maar het ondergaat tegelijkertijd genetische mutaties (recombinatie van VDJ-gen, en het gen dat daarna volgt verandert naar een gen dat typerend is voor een andere Ig-klasse (lees nog na)). In de lymfoïde organen bevinden zich ook dendritische cellen, met antigenen op hun celoppervlak. De B-cellen wedijveren met elkaar om het beste daarop te passen. (gekeken welk antilichaam de hoogste affiniteit heeft). De B-cellen die niet kunnen binden aan de antigenen daar, zullen door apoptose sterven. Welke switching precies plaats vindt, ligt aan de T-cellen en de cytokines die deze afgeven (==> T-cellen bepalen wat voor antilichaamrespons plaatsvindt)
  • Noem een aantal functies van IgG.
    Bacteriën opsoniseren voor fagocytose door neutrofielen, complementsysteem activeren (C3B depositie bevorderen), transfer over de placenta om het jonge kind te beschermen
  • Wat zorgt ervoor dat na een paar dagen de virale titer niet meer verder stijgt en er een 'plateaufase' optreedt?
    Het innate immuunsysteem
  • Wat zorgt ervoor dat na de plateaufase de virale titer uiteindelijk weer afneemt?
    Het adaptieve immuunsysteem (T-cel gemideerd killen van geïnfecteerde cellen)
  • Wat is een andere naam voor het MHC?
    Het HLA
  • Welke HLA-genen horen bij welke MHC-groep?
    HLA-A, HLA-B en HLA-C horen bij MHC-1, HLA-D hoort bij MHC-2
  • Hebben alle diersoorten een specifiek afweersysteem?
    Nee, dit is alleen bij gewervelden het geval
  • Wat is 'diapedesis'?
    Het verschijnsel dat een leukocyt dmv signaalstoffen de cellen van een capillair kan openen, en uit de bloedstroom kan ontsnappen naar de weefsels
  • Wat zijn NET's?
    Neutrophile extracellular traps.
  • Reageert het innate immuunsysteem op hele specifieke aminozuursequenties (zoals een bepaalde mutatie)?
    Nee, het herkent alleen 'broad patterns'
  • Tot welk gedeelte van het immuunsysteem behoort wondheling?
    Innate immunity
  • Hoe snel gaat de clonal expansion van B-cellen ongeveer?
    In een paar dagen worden duizenden kopieën gemaakt
  • Wat is een granuloma?
    Een van de primaire manieren om opportunistische intracellulaire infecties te bestrijden. TH1 cellen voor nodig
  • Een patiënt heeft een wondje aan zijn hand. Dit wondje raakt geïnfecteerd met een bepaalde bacterie, waaraan de patiënt nog niet eerder is blootgesteld. Er treedt een adaptieve immuunrespons op. Welke twee veranderingen ondergaan de B cellen in de germinal center, waardoor er een effectievere antilichaam-respons ontstaat? Geef bij beide modificaties aan wat de rol van de Tfh-cel in de germinal center is.
    1.Somatische hypermutatie bij somatische hypermutatie wordt het variabele deel van het antilichaam random gemuteerd. De B cel met een antilichaam dat goed aan het antigen kan binden (dat wordt gepresenteerd door de FDC) presenteert vervolgens dit antigen opnieuw aan de Tfh cel en de B cel krijgt hierdoor een overlevingssignaal om verder te prolifereren.
    2.Class switching: de Tfh cel scheidt bepaalde cytokines uit die de klasse switch bepaalt
  • Is een adaptief immuunsysteem essentieel voor overleving
    Nee, er zijn diverse diersoorten zonder een adaptief immuunsysteem die toch heel succesvol zijn
  • Wat is het pathogenetische mechanisme bij een type IV hypersensitiviteit door CD4 en door CD8?
    CD4: macrofaagactivatie en cytokine-gemedieerde inflammatie
    CD8: directe lyse van doelcellen en cytokine-gemedieerde inflammatie
  • Noem vier factoren die bijdragen aan de diversiteit in antilichaamsoorten
    1.Splicing en herarrangering van VDJ gensegmenten tijdens B-cel ontwikkeling 
    2.Onafhankelijke sortering light- en heavy chain genen (niet tijdens ontwikkeling)
    3.Heavy chain class switching
    4.Somatische hypermutaties (in mature actieve B-cellen) leidend tot affiniteitsmaturatie
  • Wat is LPS en waarvan is het afkomstig?
    LPS is lipopolysacharide, een toxische stof die een inflammatoire reactie kan oproepen. Het komt alleen voor op het buitenste membraan van gramm-negatieve bacteriën. Het toxische component van LPS is lipide A.
  • Op welke 2 manieren kunnen fagocyten micro-organismen herkennen?
    Opsonine-afhankelijk (opsonisch) en opsonine-onafhankelijk (nonopsonisch). Bij eerstgenoemde dienen serumcomponenten als een brug tussen micro-organisme en fagocyt. De nonopsonische manier maakt gebruik van non-specifieke en specifieke receptoren op fagocyten, die structuren herkennen op het celoppervlak van verschillende micro-organismen. Hiervan zijn 3 vormen bekend:
    -lectine fagocytose (interacties van lectines op het ene celoppervlak (fimbriae) met -eiwit-eiwit interacties (tussen Arg-Gly-Asp peptide op celmembraan van micro-organismen en receptoren van fagocyten)
    -hydrofobe interactie: tussen bacterie en fagocyt 

    Een andere nonopsonische manier is verder nog het herkennen van PAMP's door PRR's (pattern-recognition receptors). Een voorbeeld hiervan is LPS bij gramnegatieve bacteriën. Een voorbeeld van PRR's zijn Toll-like receptors
  • Wat is nou precies de definitie van opsonizatie?
    Een proces waarbij micro-organismen of andere deeltjes gecoat worden met serumcomponenten (antilichamen, mannose-binding-proteins, complement C3b), waardoor de herkenbaar zijn voor fagocyten.
  • Noem 3 zuurstof-onafhankelijke hydrolases die in het fagolysosoom zitten. Waardoor worden deze geactiveerd?
    Lysozyme, fosfolipase A2 en proteases. Ze wordeng geactiveerd door de zure pH
    (nb. naast zuurstof-onafhankelijke hydrolases bbevatten macrofaag- en neutrofiellysosomen ook zuurstofafhankelijke enzymen die toxische reactieve zuurstofintermediairen kunnen vormen (ROI's): superoxide, waterstofperoxide
  • Welke 3 kenmerken omschrijven het innate immuunsysteem?
    1.snel werkend
    2.non-specifiek
    3.geven een grove/ruwe bescherming tegen álle pathogenen die het lichaam binnendringen
  • Welke 5 componenten vallen onder het innate immuunsysteem?
    1.Fagocytische cellen (macrofagen en neutrofielen)
    2.NK-cellen (doden van virus geïnfecteerde- of kankercellen)
    3.Antimicrobiële eiwitten (complement systeem en interferonen)
    4.Inflammatie
    5. Koorts
  • Welke 2 gebeurtenissen worden getriggerd als een fagocyt een pathogeen herkend?
    1.Ingestie van de pathogeen
    2. Afgifte van chemische 'alarmsignalen' die andere cellen van het innate en adaptieve immuunsysteem mobiliseren (--> is dit niet gewoon chemotaxis?)
  • Is het bij een blauwe plek nodig dat het immuunsysteem volop geactiveerd wordt?
    Nee, er is weliswaar weefselschade die moet worden opgeruimd, maar het is niet de bedoeling dat dit gebeurt door het immuunsysteem (wat erop gericht is om echt die weefsels kapot te maken) Het is geen infectie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Via welke typen signaalstoffen verloopt de intracellulaire signaaltransductie in B- en T-cellen globaal gezien?
Achtereenvolgens:
-tyrosine kinases
-adaptors and scaffold proteins
-phospholipases and lipid kinases
-GTPases, serine/threonine kinases, and phosphatases
-Transcription factors, cytoskeletal changes, adhesion, metabolism
Hoe kan een adhesiemolecuul bijdragen aan een betere binding van de lymphocyt?
Zie afbeelding. De cellen moeten elkaar vinden, en dit wordt dmv adhesiemoleculen vergemakkelijkt. De cellen blijven dan even aan elkaar plakken. Hierbij moet dan blijken of de cellen ook qua MHC en T-cel receptor op elkaar horen. In dat geval worden er chemokines afgegeven waardoor de binding versterkt wordt, waardoor de cellen nog dichter bij elkaar blijven cellen
Kan de T-cel receptor ook aan een MHC-molecuul binden als daar geen (passend) antigeen in zit?
Nee, dat is juist een vereiste
Wat zijn MHC 1 en MHC 2? Wat zijn  beknopt de verschillen hiertussen
Groepen van receptoreiwitten die een antigen kunnen presenteren. Ze komen voor op alle lichaamscellen, maar vooral die op macrofagen en lymfocyten zijn belangrijk. 'Receptoreiwitten zijn specifiek: elk type receptoreiwit kan slechts één type antigeen binden. Een macrofaag of een lymfocyt heeft slechts een type receptoreiwit. Het lichaam maakt dan ook een groot aantal verschillende macrofagen en lymfocyten.' Hiernaast spelen ze ook een belangrijke rol bij transplantaties

Voor de verschillen: zie plaatje  
MHC1 moet meer worden gezien als de etalage van de cel, waarmee de cel aan het immuunsysteem zien dat alles nog in orde is en de juiste eiwitten worden gemaakt (voor dat celtype), óf dat er problemen zijn en niet meer de juiste eiwitten worden gemaakt (bijvoorbeeld virale eiwitten bij een virale infectie).  MHC2 moet meer gezien worden als ‘kijk eens wat ik gevonden heb’. De eiwitten die op MHC2 worden getoond zijn dus buiten de cel gevonden in het weefsel.
Wat wordt bedoeld met een 'naieve T-cel'?
Een naïeve T-cel houdt in dat de T-cel wél al gerijpt is in de thymus (dus het is wél een mature T-cel), maar dat deze nog nooit zijn antigeen heeft gezien en daar nog niet door is geactiveerd. 
Is het bij een blauwe plek nodig dat het immuunsysteem volop geactiveerd wordt?
Nee, er is weliswaar weefselschade die moet worden opgeruimd, maar het is niet de bedoeling dat dit gebeurt door het immuunsysteem (wat erop gericht is om echt die weefsels kapot te maken) Het is geen infectie
Als een T-cel geactiveerd wordt, welke 2 subtypes (van de betreffende T-celsoort) kunnen er dan ontstaan?
Effector- en memory T-cellen
Welke 2 gebeurtenissen worden getriggerd als een fagocyt een pathogeen herkend?
1.Ingestie van de pathogeen
2. Afgifte van chemische 'alarmsignalen' die andere cellen van het innate en adaptieve immuunsysteem mobiliseren (--> is dit niet gewoon chemotaxis?)
Noem 2 soorten macrofagen die niet vrij rondcirculeren, maar vast zitten.
1.Kupffer cellen in de lever
2.Microglia in de hersenen
Welke 5 componenten vallen onder het innate immuunsysteem?
1.Fagocytische cellen (macrofagen en neutrofielen)
2.NK-cellen (doden van virus geïnfecteerde- of kankercellen)
3.Antimicrobiële eiwitten (complement systeem en interferonen)
4.Inflammatie
5. Koorts