Summary Onderwijseditie Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat

-
ISBN-13 9789013142563
585 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Onderwijseditie Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat". The author(s) of the book is/are RJN Schlössels SE Zijlstra. The ISBN of the book is 9789013142563. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Onderwijseditie Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat

  • 3.2 Bestuursorgaan

  • Bestuursorgaan

    Art 1:1 AWB combineert twee benaderingen van 'bestuur', namelijk:

    1. een organisatorische - onderdeel a: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld. Gaat om een a-orgaan.
    2. een functionele - onderdeel b: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Gaat om een b-orgaan.
  • A-organen (art 1:1 lid 1 sub a Awb)

    Wetgever heeft hier getracht alle organen te vangen die behoren tot hoofdstructuur van bestuurlijke organisatie, zoals Staat, provincies, gemeenten, met daarnaast openbare lichamen art 134 - 135 Gw en publiekrechtelijk vormgegeven zelfstandige bestuursorganen.

    Begrip 'orgaan' uit dit artikel beoogt niet onderscheidende betekenis te hebben; iedere functie binnen de publiekrechtelijke persoon is een bestuursorgaan in de zin van Awb, en valt met al zijn handelen onder de normen die voor handelen bestuursorgaan gelden.
  • B-organen (art 1:1 lid 1 sub b Awb)

    Bestuursorgaan is ingevolge dit artikel ook een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Onder sub a ziet op organen van publiekrechtelijke rechtspersonen, daarom kan het onder sub b alleen nog om organen van privaatrechtelijke rechtspersonen alsmede natuurlijke personen gaan.   

    'Persoon of college' heeft in dit verband geen onderscheidende betekenis; kan gaan om iedere entiteit, of het nu natuurlijk persoon, privaatrechtelijk persoon of orgaan van zo'n rechtspersoon betreft. 

    Onder 'openbaar gezag' moet worden verstaan de bevoegdheid publiekrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, dus publiekrechtelijke bevoegdheid om eenzijdig rechtspositie (rechten e/of verplichtingen) van andere rechtssubjecten vast te stellen. 

    Voorbeeld: verkeersregelaar
    Is veelal een ambtenaar en daarmee een a-orgaan. Echter, een klaar-over (verkeersregelaar is in dit geval een ouder of leerling) is een b-orgaan en dus een bestuursorgaan in de zin van de Awb.
  • Drie manieren van verkrijging openbaar gezag

    Uit jurisprudentie volgt dat openbaar gezag ingevolge art 1:1 lid 1 sub b Awb kan worden verkregen:

    1. bij of krachtens wettelijk voorschrift, dat zelf weer is terug te voeren op een wet in formele zin    
    2. doordat de overheid overwegende invloed op beheer van rechtspersoon heeft; bij die rechtspersoon kunnen ambtenaren worden aangesteld, en het bestuur van rechtspersoon is dan met openbaar gezag bekleed voor zover het gaan om handelingen jegens die ambtenaren
    3. doordat sprake is van verstrekken van uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten waarbij de overheid de criteria voor verstrekking bepaalt en ten minste twee derde van het geld verschaft (silicose-criterium)
  • Bij of krachtens wettelijk voorschrift

    Meest voorkomende - democratisch-staatsrechtelijk enige juiste - manier van verkrijging openbaar gezag is bij of krachtens wet. 

    Voorbeelden b-organen die openbaar gezag met wettelijke grondslag bezitten zijn:
    • Autoriteit Financiële Markten (AFM) - ontleent gezag aan Wet financieel toezicht.
    • Garagehouder die krachtens art 83 WVW is erkend als APK-keuringsstation.
  • Overwegende overheidsinvloed

    Art 1 lid 1 Ambtenarenwet verklaart tot ambtenaar in de zin van die wet degene die is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn. 

    Tot openbare dienst behoren alle diensten en bedrijven die door de Staat en openbare lichamen worden beheerd (lid 2). 

    Ingevolge jurisprudentie CRvB behoren stichtingen en verenigingen tot openbare dienst indien rechters sprake is van overwegende overheidsinvloed op het beheer; nv's en bv's worden - tot dusver - niet als zodanig aangemerkt. 

    Als stichting onder overwegende overheidsinvloed staat en werknemers mitsdien ambtenaren zijn, is bestuur van stichting jegens die ambtenaren met openbaar gezag bekleed en dus een b-orgaan. Dit openbaar gezag berust niet op bevoegdheidstoedeling bij of krachtens wet, maar op relatie tussen overheid en stichting, zoals die in statuten van stichting is neergelegd.   

    Betekent dat hier ook Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van toepassing is, omdat rechtspersoon dan wordt beschouwd als een 'onder verantwoordelijkheid van bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf' art 3 Wob.   

    Soms gebruikt overheid privaatrechtelijk rechtspersoon terwijl van privatisering geen sprake is, omdat rechtspersoon met openbaar gezag wordt bekleed of overheid zeggenschap houdt over taakuitoefening. Bij openbaar gezag blijft sprake van bestuursorgaan (weliswaar in privaatrechtelijk jasje), dus blijven publiekrechtelijke waarborgen van toepassing. Geen sprake van openbaar gezag, maar wel overwegende invloed overheid op beheer of kan zij bindende aanwijzingen/opdrachten geven, dan prikt rechter door privaatrechtelijke rechtsvorm heen en blijven waarborgen van oa ambtenarenrecht en Wob overeind. Voorbeeld hiervan is Stichting Silicose-criterium.
  • Stichting Silicose-criterium

    Tweede wijze van buitenwettelijk verkrijgen openbaar gezag privaatrechtelijk rechtspersoon betreft situatie dat stichting als soort 'doorgeefluik' fungeert tussen overheid - burger bij verstrekken uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten (voucher voor gehandicapten in openbaar vervoer bijv.). Bestuursrechter wil dan zelfde rechtsbescherming bieden als wanneer overheid zelf verstrekking deed; dat kan alleen door verstrekking als besluit, en - dus - privaatrechtelijke rechtspersoon (of orgaan daarvan) als bestuursorgaan aan te merken. 

    Uit jurisprudentie van ABRvS, 'Stichting Silicose-arrest', zijn de volgende cumulatieve criteria van belang:
    1. gaat om subsidie, uitkeringen of ander op geld waardeerbare rechten
    2. inhoudelijke criteria voor verstrekken daarvan worden in beslissende mate bepaald door een of meer bestuursorganen ingevolge art 1:1 lid 1 sub a Awb - a-organen -. Bestuursorgaan hoeft geen zeggenschap te hebben over beslissing over verstrekking in individueel geval
    3. verstrekking wordt in overwegende mate, voor twee derde of meer, gefinancierd door een of meer bestuursorganen ingevolge art 1:1 lid 1 sub a Awb.      


    Verder geldt dat bestuursorgaan dat in beslissende mate criteria bepalen in zin van 2, niet noodzakelijkerwijs zelfde hoeven te zijn als bestuursorgaan die verstrekking/financiering in zin van 3. 

    * Zie voor uitleg arrest p. 93
  • 'Voor zover'

    A-organen zijn in alle wat zij doen bestuursorgaan, en vallen voor gehele handelen onder Awb en andere normen van publiekrecht zoals abbb's. 

    B-organen zijn alleen bestuursorgaan voor zover zij met openbaar gezag zijn bekleed. Betekent niet dat van hen slechts publiekrechtelijke rechtshandelingen onder normerende werking publieksrecht vallen; ook feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen die in kader van die handelingen worden verricht, vallen onder die normerende werking. 

    Verschil in strekking van sub a en b brengt mee dat bij onderzoek of instelling bestuursorgaan is, altijd moet worden bezien of sprake is van a-orgaan; is dit het geval, dan komt sub b niet meer aan bod.   

    Bij feitelijk handelen en privaatrechtelijk handelen van b-orgaan kunnen complicaties optreden. Er moet onderzocht worden of die handelingen al dan niet in kader van uitoefening van openbaar gezag worden verricht.   

    Voorbeeld: APK-garagehouder
    Onheuse bejegening richting klant in kader van keuring, dan dient klacht ingevolge hfst 9 Awb te worden behandeld. Wordt echter reparatie uitgevoerd nav keuring en vindt dan dan onheuse bejegening plaats dan is Awb niet van toepassing.
  • Uitzonderingen van art 1:1 lid 2 Awb

    Dit lid somt enkele organen, personen en colleges op die geen bestuursorganen zijn en daarmee van toepassing van (materiële recht van) Awb zijn uitgezonderd. 

    Oppervlakkig beschouwd ziet men in eerste lid gehele trias politica (wetgevende en rechterlijke macht zijn immers ook organen van rechtspersoon krachtens publiekrecht is ingesteld, namelijk de Staat).; nadat tweede lid wetgevende en rechterlijke macht uitzondert (sub a en c), resteert uitvoerende macht (het bestuur). 

    Lid 3 vormt op zijn beurt weer uitzondering op uitzondering lid 2; daar genoemde organen, personen, colleges zijn wel bestuursorgaan voor zover zij besluiten nemen/handelingen verrichten ten aanzien van ambtenaren. 

    De meeste in lid 3 genoemde zijn orgaan van de Staat, terwijl ombudsmannen en -commissies (waar sub f op doelt) organen van decentrale openbare lichamen zijn. De daar werkzame personen zijn in de regel ambtenaar in zin van Ambtenarenwet. Awb gaat uit dat relatie bevoegd gezag en ambtenaar bestuursrechtelijk van aard is en onder werking Awb moet worden gebracht. Wordt door lid 3 bewerkstelligd (art 8:2 lid 1 Awb completeert de rechtsbescherming).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke fasen in het bestuursproces kunnen worden onderscheiden bij besturen en handhaven.
1. Normstelling in de vorm van regels;
2. Uitvoering, eventueel in de vorm van nadere normstelling;
3. Toezicht op naleving en eventuele sanctionering.
Wat zijn sancties in beperktere betekenis die Schössels ea hanteren in hun omschrijving
Het eenzijdig tot wijziging brengen in de rechtspositie van overtreders of van degenen die het in hun macht hebben een overtreding ongedaan te maken.
Welke 2 soorten bestuurssancties kunnen naar doel en strekking worden onderscheiden?
1. Herstelsancties - gericht op herstel van rechtmatige situatie
2. Punitieve sancties - gericht op leedtoevoeging
Hoe omschrijf je handhaving als juridisch begrip?
Enerzijds toezien door bestuursorganen op naleving wettelijke voorschriften;
Anderzijds sanctioneren handelingen in strijd met voorschriften.
Directe weg
Sommige Europese regels moeten rechtstreeks worden toegepast. Het gaat daarbij met name om EG-verordeningen. Deze zijn rechtstreeks toepasselijk in de Lidstaten.
Indirecte weg
Veel Nederlandse wetgeving die door bestuursorganen moet worden uitgevoerd betreft in principe geïmplementeerd Europees recht. Het gaat dan met name om geïmplementeerde EG-richtlijnen.
Langs welke twee wegen beïnvloedt het Europese recht de besluitvorming van Nederlandse bestuursorganen?
Indirecte en directe weg.
Francovich-aansprakelijkheid
Deze aansprakelijkheid ziet onder meer op situaties waarin belanghebbenden schade ondervinden door niet-tijdige of onjuiste omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving.
(verdrag)Conforme interpretatie
De rechter moet het (met EG-recht strijdig) nationale recht zoveel mogelijk interpreteren conform het Europese recht.
Rechtstreekse werking
Voor veel Europeesrechtelijke regels geldt dat zij rechtstreeks bij de nationale rechter kunnen worden ingeroepen en dat de nationale bestuursrechters hen rechtstreeks moet toepassen (ook als nationaal recht daarmee in strijd is).