Summary Onderwijskunde Class notes

Course
- Onderwijskunde
- Mienke Droop
- 2013 - 2014
- Radboud Universiteit Nijmegen
373 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Onderwijskunde Class notes

  • 1381356000 College 1

  • Wat is onderwijskunde?
    Een toegepaste wetenschap die het onderwijs bestudeert en al doende probeert een bijdrage te leveren aan de verbetering en verandering van het onderwijs.
  • Vanuit welke vier disciplines is onderwijskunde ontstaan?
    1. psychologie
    2. pedagogiek
    3. sociologie
    4. organisatiewetenschap
  • Wat is de educatieve infrastructuur?
    Het samenstel van de volgende functies:
    opleiding, begeleiding, toetsontwikkeling, leerplan en onderzoek.
  • Door wie worden  onderwijsbureaus nu gefinancierd? En voorheen?
    Tot eind jaren '90 door de overheid, nu door scholen na langzaam afbouwen.
  • Noem vijf taken van de onderwijsbureaus.
    Alle taken:
    • ondersteuning
    • advisering
    • nascholing
    • voorlichting
    • leerlingonderzoek
    • klassenconsultatie
    • coaching van leraren
    • coaching van het management
    • interim-management
  • Wat zijn APS, CPS en KPC?
    Dat zijn landelijke, pedagogische centra.
  • Wat doen de landelijke, pedagogische centra?
    • ondersteuning van schoolontwikkeling
    • ontwikkeling en implementatie van materialen, methodieken en programma's
    • verspreiding van nieuwe inzichten
    • denktankfunctie: studie en onderzoek
    • verbinding tussen wetenschap en praktijk
    • kortlopend veldoenderzoek
  • Wat doet CITO?
    Ontwikkeling van toetsen, examens en peilingen.
  • Wat doen SLO en CINOP en voor wie?
    Zij ontwikkelen kerndoelen, leerplannen, examenprogramma's en leermiddelen. SLO voor het algemeen vormend onderwijs en CINOP voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.
  • 4\ER zijn 24 duo's verdeeld over twee groepen. Ze krijgen een rekentaak met een individuele toets na twee maanden.
    Duo's (met niveau erachter):
    12: laag - midden
    12: midden - hoog
    Wie presteren het beste en wat concludeer je daaruit?
    Midden met laag presteert het beste (7.08) samen met hoog met midden (7.25). De andere twee groepen presteren rond de 5. Leerlingen die samenwerken met een leerling met een lager niveau lijken het meest te leren van samenwerken.
  • Wat hangt samen met schoolverlaten (vier oorzaken)?
    • prestaties in de brugklas
    • sociale herkomst: opleidingsniveau ouders
    • lage motivatie en binding met school
    • categorale vmbo-scholen
  • Op welke vier manieren kan het implementeren van nieuwe zaken gebeuren?
    • training en coaching van leraren
    • adviesgesprekken met schooldirecteur
    • voorlichting aan ouders
    • training van leerlingen
  • Wat voor invloed heeft meer lestijd voor taal?
    Het zorgt voor betere prestaties op de korte termijn, maar uiteindelijk stagneert het en wordt het niet beter.
  • Waar moet beter over na worden gedacht bij zittenblijvers?
    Zittenblijvers verdienen meer aandacht. Vaak is alleen alles uit dat jaar opnieuw doen niet de oplossing. De achterstand begint vaak al eerder. Daarom is het vaak ook een betere keuze om de bewuste achterstanden te verbeteren, met behulp van remedial teaching bijvoorbeeld, in plaats van een kind het hele vorige jaar over te laten doen..
  • Wat voor effect heeft de ICT-training voor leraren die weinig gebruikmaken van ICT?
    Het heeft effect op het zelfvertrouwen van leraren, het vergroot de ICT-vaardigheden.
  • 1381528800 College 2

  • Welke drie onderdelen zijn betrokken bij leren?
    1. verwerven van vaardigheden
    2. verwerven van kennis
    3. verwerven van houding/attitude
  • Wat doet de central executive van je werkgeheugen/korte termijngeheugen?
    Die controleert de informatiestroom.
  • Wat doet de phonological loop uit het werkgeheugen?
    Dat is het verbale kortetermijngeheugen. Die helpt met het leren van nieuwe woorden en het onthouden van een telefoonnummer.
  • Wat is het 'visuaspatial sketchpad' uit het kortetermijngeheugen? Noem een voorbeeld.
    Het visuele kortetermijngeheugen, bijv. voor het leren van een route door te oefenen.
  • Welke drie geheugensystemen worden gebruikt voor het leren?
    1. Transient sensory memory
    2. Short-term memory (working memory)
    3. Long-term memory
  • Wat is semantic memory uit het expliciete geheugen (declaritive memory)?
    Het geheugen voor feiten.
  • Wat is episodic memory uit het expliciete geheugen?
    Geheugen voor evenementen en gebeurtenissen.
  • Wat is procedural memory uit het nondeclaritive memory (impliciete geheugen)?
    Vaardigheden en gewoontes zijn opgeslagen in dit deel van het impliciete geheugen.
  • Welke vier soorten geheugen horen bij de nondeclaritive memory (impliciete geheugen)?
    1. procedural
    2. priming
    3. conditioneren
    4. niet-associatieve leren.
  • Waar focust de behaviourist theory op?
    Op meetbaar/waarneembaar gedrag en meetbare stimuli, geheugen als zwarte doos.
  • Wat betekent 'geheugen als zwarte doos' uit de behaviourist theory?
    De inhoud is niet boeiend, het is alleen belangrijk wat de uitkomst is.
  • Waar focust de cognitivist theory zich op?
    Op informatieprocessen en mentale representaties, het geheugen als computer.
  • Waar/niet waar: Leerlingen kunnen door een goede tijdsplanning hun testresultaten verbeteren.
    Waar.
  • Wat waren de resultaten van het onderzoek van Pashler et al over tijdverdeling van en feedback geven tegen kinderen.
    Goede tijdverdeling heeft een sterke invloed op de effecten van het behouden van informatie. Vooral wanneer het ISI een fractie is van het RI (10/20% van het RI). Het trainen van het ophalen van informatie vertraagt de mate van het vergeten.

    Feedback blijkt essentieel te zijn bij het leren van feiten, maar alleen na het maken van fouten. Het is echter niet noodzakelijk deze feedback meteen te geven.

    Gokken lijkt redelijk ongevaarlijk zolang als er feedback gegeven kan worden.

  • (Artikel Pashler et al.) Hoe zijn de belangrijkste begrippen meetbaar in dit onderzoek?
    De belangrijkste begrippen zijn gemeten door leerlingen op verschillende manieren te laten leren. En bij de feedback kreeg een deel van de groep direct feedback en een ander deel pas een dag later. Daarna werd gekeken wat voor effect het had op de toetsresultaten.
  • Wat is procedurele kennis?
    Kennis die je kunt gebruiken en uitvoeren.
  • Wat is declaratieve kennis?
    Kennis waarvan je gewoon weet dat het zo is.
  • Noem de vijf meta-cognitieve vaardigheden.
    1. Oriëntering: stilstaan bij het doel dat ze willen bereiken met leeractiviteiten.
    2. Planning: volgorde van verschillende taken, keuze van een studiestrategie etc. op grond van oriëntering.
    3. Bewaking: In de gaten houden of het doel nog in zicht is en of zich men aan de planning houdt.
    4. Zelftoetsing/zelfondervraging: middel voor bewaking.
    5. Reflectie: nodig wanneer er zich problemen voordoen: richten op oorzaken problemen en via heroriëntatie of wijziging van de planning een nieuwe weg inslaan.
  • Waar focust de meta-cognitivist theory zich op?
    Op denken over denken: de leerling als iemand die weet dat hij/zij kan leren. Hoe geven ze leerprocessen en leeractiviteiten weer?
  • Waar focust de constructivist zich op?
    Op leren op een actieve en leerlingspecifieke wijze: leerlingen construeren nieuwe kennis door nieuwe ervaringen te combineren met hun oude kennis.
  • Waar focus de neuroscientific zich op?
    Op leren als een neuraal proces. De geest als een belangrijk onderdeel van het brein.
  • Welke van de vijf studietheorieën is de correcte?
    Dat zijn ze allemaal op hun eigen manier. Ze vullen elkaar aan.
  • Wat is volgens Ebbinghaus 1885 beter: veel studeren op één lang moment of juist allemaal korte stukjes?
    Het is beter om al het leerwerk te verspreiden over meerdere, kortere sessies.
  • Wat is een betere studiemethode: active recall of passive study (Roedigert & Karpicke (2006)?
    Oefenen met active recall is beter.
  • Wat is declaratieve kennis?
    Wanneer je weet dat iets zo is.
  • Wat is procedurele kennis?
    Het kunnen gebruiken en kunnen uitvoeren van kennis.
  • Wat zijn de zes fundamentele uitgangspunten van de constructivistische theorie?
    1. intrinsieke motivatie om informatie te zoeken
    2. begrijpen is meer dan informatie opnemen
    3. mentale representaties veranderen in de loop van de ontwikkeling
    4. er zijn progressieve verfijningen in de niveaus van begrijpen
    5. ontwikkeling legt beperking op aan het leren dat mogelijk is
    6. reflectie en reconstructie stimuleren het leren
  • Wat betekent contextgebonden cognitie en bij welke theorie/benadering hoort het?
    Het betekent dat kennis gebonden is aan de situatie van het gebruik (niet vanzelf transfer). Het hoort bij de constructivistische theorie.
  • Wat is verankerde instructie en bij elke benadering/theorie hoort het?
    Het betekent dat instructie kennis probeert te verankeren aan betekenisvolle contexten. Het wordt genoemd in de constructivistische benadering.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke conclusies kunnen getrokken worden naar aanleiding van college 14 over de inspecties in Nederland en de kwaliteit van het onderwijs hier?
  • De kwaliteit van onderwijs kan door externe en interne evaluatie worden bepaald
  • Evaluatie van onderwijs is gericht op verantwoording en verbetering
  • Geen eenduidig bewijs dat Inspectierapporten en bezoeken leiden tot kwaliteitsverbetering
  • Combinatie van interne en externe evaluatie is nodig
Hoe scoort Nederland bij onderzoeken als PIRLS 2011 en PISA 2012? Wat is het streven?
Nederland scoort gemiddeld goed, maar de spreiding is klein:
  • geen grote groep leerlingen met lage scores
  • geen grote groep leerlingen met hoge scores
Streven: rek de bovenkant uit --> aandacht voor excellentie
Waarom verschillen de leerprestaties tussen landen?
  • Er bestaan verschillen in het curriculum van landen
  • Er bestaan verschillen in kwaliteit van onderwijssystemen
  • Er bestaan cultuurverschillen tussen landen
  • Er bestaan welvaartsverschillen tussen landen
  • Er bestaan verschillen in het onderwijsbeleid tussen landen
Zijn schoolinspecties effectief?
Nee, externe inspecties blijken niet te leiden tot verbetering van de resultaten. Interne evaluaties werken mogelijk beter. Maar hoe betrouwbaar en representatief is de gekozen maat 'get 5 of more passes?

Wat kwam er uit het onderzoek over inspecties in Engeland en Wales?
  • Zeer kleine verbetering op scholen met bovengemiddelde resultaten ("selective")
  • Zeer kleine verbetering met beneden gemiddelde resultaten ("modern")
  • Geen verbetering (small negative effect) gemiddelde ("comprehensive") scholen (grootste groep, 1933 scholen)
Wat houden interne evaluaties in?
  • Geïnitieerd door de school zelf
  • Uitgevoerd door personen die door de school zelf zijn aangewezen
  • Vooral gericht op schoolinterne verwachtingen (gerichte evaluaties)
  • Uitkomsten hebben meer draagvlak bij betrokkenen (bv. bereidheid om te veranderen)
Wat is een alternatief voor externe evaluatie?
Interne evaluatie: zelfevaluatie. 
Welke kanttekeningen kunnen geplaatst worden bij externe evaluaties?
  • Te veel gericht op kennisdoelen
  • Te veel standaardisering, houden geen rekening met specifieke contexten (beleid en opvattingen van scholen)
  • Beiden te weinig aanknopingspunten voor verbeteringen
  • Teaching-to-the-test
Wat zijn de effecten van publicatie van toetsgegevens?
  • Ouders gebruiken gegevens weinig voor schoolkeuze
  • Geen effecten op onderwijskwaliteit
  • Wel: window-dressing, teachting-to-test
  • Voor directeuren zijn de gegevens wel een belangrijke bron voor schoolbeleid
  • Met name in onderzoek naar publicatie van toetsgegevens zijn  negatieve negatieve neveneffecten gevonden.
Wat blijkt over schoolinspectie uit onderzoeken?
-Scholen zijn in het algemeen tevreden over inspectiebezoek en vinden dit bezoek nuttig.
-Leerkrachten geven na inspectiebezoek aan onderwijsverbeteringen te willen doorvoeren
-Goede relatie tussen leerkracht en inspecteur draagt bij aan wil om verbeteringen door te voeren
-Effecten op schoolbeleid
-Maar weinig aanwijzingen dat inspectiebezoek tot verbetering leidt van leerresultaten.