Summary Onderwijsleerproblemen

-
ISBN-10 1847765130 ISBN-13 9781847765130
388 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Onderwijsleerproblemen". The author(s) of the book is/are Peter Floris Jong. The ISBN of the book is 9781847765130 or 1847765130. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Onderwijsleerproblemen

  • 1 Classification, definition, and identification of learning disabilities

  • Hoe wordt een leerprobleem geïdentificeerd?
    Door middel van aptitude-achievement discrancy model, Low achievement model, Extra-individual model of RTI models
  • wat is het probleem van het difinieren van leerproblemen?
    Er is een tekort aan begrip van de criteria die nodig zijn om problemen te classificeren
  • Wanneer is er een vermoeden van een leerprobleem?
    Kinderen die onderpresteren ondanks de afwezigheid van omstandigheden die verantwoordelijk zijn voor de lage prestaties
  • Aptitude-achievement model 
    • De IQ-score wordt gezien als de leerpotentie De discrepantie tussen de IQ-score en de prestaties wijst op een leerprobleem wanneer andere oorzaken zijn uitgesloten (achterstand ook een indicatie voor leerprobleem) 
    • De discrepantie is altijd onverwacht omdat het niet strookt met de verwachting dat geschept wordt door het IQ
    Nadelen
    • weinig bewijs voor deze hypothese 
    • problemen met de meting niet geschikt voor kinderen met een lage IQ-score


    Low achievement model
    • Leerstoornis wordt vastgesteld aan de hand van algehele onderprestaties
    • Sluit geen overige oorzaken van onderpresteren uit dan een leerprobleem (ook geen onderscheid tussen omgevings- en kindfactoren)
    • Aan de hand van een grensscore wordt leerstoornis vastgesteld (als mentale achterstand is uitgesloten)
    • Problemen met grensgevallen (door gebruik van grensscore)


    Intraindiviual Differences model
    • Leerproblemen worden geassocieerd met specifieke zwakke cognitieve leerprocessen die per individu kunnen verschillen
    • Onverwachte lage prestaties worden veroorzaakt door zwakke cognitieve leerprocessen
    • Kinderen met leerproblemen hebben sommige zwakke cognitieve processen die de leerproblemen veroorzaken
    • Identificatie door meerdere testen achter elkaar af te nemen
    • Lage validiteit


    RTI Models
    • Identificatie naar aanleiding van massa-screening van alle leerlingen en herhaalde onderzoeksschatingen in hetzelfde kerngebied van het probleem
    • Dynamisch modellen waarbij identificatie plaatsvindt op basis van bekwaamheidsveranderingen
    • Onverwachte onderprestatie wordt onder andere vastgesteldt door inadequate respons op de instructie die wel een positieve invloed heeft op andere kinderen
  • 2 Theories and measurement of intelligence

  • Welke twee verschillende soorten kennis zijn er?
    Domein specifieke kennis:
    • informatie die nuttig is in een specifieke situatie of hoort bij een specifieke taak
    Algemene kennis:
    • Informatie die nuttig is in vele verschillende soorten taken/situaties
  • Wat is het sensory memory
    Systeem dat kort zintuiglijke informatie vasthoudt. Dit systeem heeft een grote capaciteit
  • Wat is perception?
    Mensen organiseren hun percepties (zintuiglijke informatie) in coherente gehelen. 
  • Theorieën die verklaren hoe patronen herkend worden en betekenis geven aan zintuiglijke gebeurtenissen:

    1. Perception
    2. Bottom-up processing: waarnemingen gebaseerd op het opmerken van gescheiden elementen die verwerkt worden tot een herkenbaar patroon
    3. Top-down processing: waarnemingen gebaseerd op de context en patronen die verwacht worden
  • Wat is Miller's magic seven?
    Mensen kunnen gemiddeld zeven items op hetzelfde moment opslaan
  • Wat zijn de drie componenten van het werkgeheugen?
    1. Centrale uitvoerende macht
    2. Fonologische opslag van verbale en akoestische informatie: geheugen herhalingssysteem voor verbale geluidsinformatie (1,5-2 seconden)
    3. Visuele spatiële schetsstuk: bewaarsysteem voor visuele & spatiële inforamtie. 
  • Hoe wordt visuele en spatiële informatie onthouden? 
    Het werkgeheugen moet geactiveerd blijven door herhaling. Kan op twee manieren:
    1. Maintenance rehearsal (onthouden door tegen jezelf te herhalen, info wordt weer vergeten als dit stopt)
    2. Elaborative rehearsel (onthouden door associaties te maken, hiermee wordt de info verplaatst naar lange termijn geheugen)
  • Wat is chunking
    Het groeperen van individuele stukjes data tot betekenisvolle grotere units
  • Hoe wordt informatie weer vergeten?
    • Interference: poging iets te onthouden, maar door onderbreking toch vergeten
    • Decay: verzwakken en verdwijnen van herinneringen door de tijd heen
  • In welke drie categorieën valt kennis op te delen?
    1. Declarative knowledge: verbale informatie, feiten
    2. Procedural knowledge: kennis dat wordt gedemonstreerd wanneer een taak uitgevoerd wordt
    3. Conditional knowledge: weten wanneer en waarom gebruik gemaakt wordt van declaratieve en procedurele kennis
  • Wat is een propositional network?
    Twee proposities die informatie delen. 
  • Wat is het semantisch geheugen?
    Geheugen voor een doel dat niet verbonden is aan expliciete ervaringen, maar als proposities: de kleinste units van kennis dat als goed of fout kan worden beoordeeld. 
  • WAt is story grammar?
    Een specifieke vorm van een schema; typische structuur of organisatie voor een categorie van verhalen. 
  • Wat zijn flashbulb memories?
    Herinneringen over dramatische of emotionele momenten in je leven
  • Op welke manier wordt informatie terug gehaald uit het lange termijn geheugen?
    • Door spreading activation: terughalen door associeren
    • Reconstruction: hercreeeren van informatie door het gebruiken van herinneringen, verwachtingen, logica en bestaande kennis
  • Uit welke ideeën bestaat de cognitieve theorie van Mayer?
    1. Dual coding: visuele en verbale materialen worden in verschillende systemen verwerkt
    2. Limited capacity: werkgeheugen voor verbaal en visueel materiaal is zeer beperkt
    3. Generative learning: betekenisvol leren vindt plaats wanneer lerenden zich focussen op relevante informatie genereren of verbindingen maken
  • Wat zijn de drie ontwikkelingsstadia van geautomatiseerde basisvaardigheden?
    1. Cognitief stadium: trial & error leren
    2. Associatief stadium: individuele stappen in combinatie met grotere units
    3. Autonomous stadium: proces kan worden uitgevoerd zonder veel aandacht
  • Twee categorieën voor Langetermijngeheugen:

    1. Expliciet geheugen: kan opgeroepen worden, bewust
    • Semantisch geheugen: voor betekenis, opgelsagen als proposities
    • Episodisch: informatie gebonden aan plaats en tijd


    1. Impliciet geheugen: Onbewust, maar heeft wel invloed op gedrag en gedachten
    • Classical conditioning: angst voor test/hogere hartslag bij schrik
    • Procedural memory: LTG over hoe je dingen moet doen (fietsen)
    • Priming effects: kennis activeren uit LTG (onbewust proces)
  • Hoe word je slim in basisprincipes?
    • Ontwikkelen van declaratieve kennis
    • Gebruik van mnemonics
    • Expert worden
  • Wat zijn de verklaringen voor het Flynn effect?
    • Scholing
    • Vaardiger in het maken van tests
    • Opvoedstijlen
    • Visuele en technische omgeving
    • Voeding
  • Wat doet het korte termijn geheugen?
    1. Verbale informatie: cijfers, letters, woorden
    2. Visuele informatie
  • Wat is de relatie tussen werk geheugen capaciteit en schoolvaardigheid?
    Indirect:
    • Centrale Executive capaciteit beperkt door kwaliteit van verwerkingscomponent
    Direct:
    • Centrale executive capaciteit stelt beperking aan vermogen om complexe vaardigheid te leren
  • Hoe uiten werkgeheugenproblemen zich in de klas?
    1. Vergeten van instructies
    2. Simultaan verwerken en onthouden van informatie
    3. Spoor bijster raken in complexe taak
    4. Vergeten van episodische informatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)?
Kenmerkt zich door een overmatige angst over dagelijkse dingen en uit zich in zich het veel zorgen maken en piekeren  

- In de klas kan dit zich uiten door een hoge spanning en een gebrek aan concentratie in de klas. Doordat er vaak moeite is met inslapen kan er ook last zijn van vermoeidheid op school 
 
Wat is Sociale angststoornis (SAS)?
• kenmerkt zich door een buitenproportionele angst voor negatief oordeel of afwijzing van anderen in de sociale context  
- kan nadelige effecten hebben op school, zowel met schoolse opdrachten (bijvoorbeeld presenteren of het beantwoorden of stellen van een vraag in de klas) als in het sociale contact met leeftijdsgenoten in en om de school  
Wat zijn Intrapersoonlijke vermijdingsdoelen?
Zijn gericht op het vermijden van het verlies van kennis of vaardigheden of om minder te gaan presteren dan voorheen 
Wat zijn Intrapersoonlijke toenaderingsdoelen?
Zijn gericht op het verbeteren van het persoonlijk functioneren, dus het verbeteren van vaardigheden en eigen prestaties  
Wat zijn Prestatievermijdingsdoelen?
- vertegenwoordigen hier het tegengestelde beeld, waar het vermijden van falen voorop staat. Hierin probeert de leerling om te vermijden om minder goed te presteren dan medeleerlingen. Als de leerling wel minder zou presteren dan de medeleerling, zou dat een bedreiging zijn voor de eigenwaarde 
Wat zijn prestatietoenaderingsdoelen?
Hebben competentie als positieve uitkomst. Hierbij is de leerling gericht op positieve competentiefeedback en probeert om beter te presteren dan anderen om een goede indruk op anderen te maken  
Wat zijn Taakvermijdingsdoelen?
duiden op het proberen te vermijden van het niet voldoen aan de taakvereisten of proberen te vermijden om minder te leren dan zou kunnen van de taak. Dit kan angst oproepen bij de leerling en hierbij is het mogelijk om te falen, in tegenstelling tot het algemene beeld van taak(toenaderings)doelen  
Wat zijn Taaktoenaderingsdoelen?
Doelen die gericht zijn op het proberen aan de taakvereisten te voldoen  
Wat is externe regulatie?
De laatste groep werkt vanuit verwachtingen van beloning of bestraffing
Wat is geintrojecteerde regulatie?
Leerlingen kunnen werken vanuit een drijfveer van het vermijden van schuldgevoel of schaamte, of vanuit een bepaalde angst of andere interne druk.