Summary onderwijspsychologie

-
234 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - onderwijspsychologie

  • 1 geheugen

  • Wat zijn vroege informatieverwerkingssystemen?
    het verwerken van informatie werkt zoals bij een computer. Een individu ontvangt informatie, past de vorm en inhoud aan, slaat het op en roept het op. Volgens dit model worden stimuli van de omgeving ontvangen in afzonderlijke sensorische registers voor elk zintuig. Sommige informatie wordt gecodeerd en verplaatst naar het kortetermijngeheugen deze informatie wordt vervolgens gecombineerd met eerdere informatie uit het langetermijngeheugen en verplaatst ook naar het langetermijngeheugen. Het kortetermijngeheugen is verantwoordelijk voor het generen van antwoorden en output. 
  • Wat is kritiek op de vroege informatieverwerkingssystemen?
    informatie beweegt slechts 1 richting op in dit model. Dit model legt bijvoorbeeld niet uit hoe eerdere informatie nieuwere informatie kan beïnvloeden. 
  • Wat is een recentere versie van informatieverwerkingssytemen?
    : informatie wordt gecodeerd in het sensorische geheugen. Hier bepalen perceptie en aandacht wat er verplaatst wordt naar het werkgeheugen. In het werkgeheugen wordt de nieuwe informatie geïntegreerd met kennis uit het langetermijngeheugen. Deze kennis kan worden geactiveerd en wordt dan weer naar het werkgeheugen gehaald. 
  • Wat is het sensorisch geheugen?
    : stimuli van de omgeving wordt constant via de zintuigen ontvangen. Dit wordt ontvangen door het sensorisch geheugen die er een samenhangend plaatje van maakt. De capaciteit van het sensorisch geheugen is groot, maar de informatie kan hier maar minder dan 3 seconden worden vastgehouden. In die tijd is er de kans om de informatie te organiseren en verder te verwerken. Hierbij spelen perceptie en aandacht een rol.
  • Wat is perceptie?
    is het proces waarbij een stimulus wordt gedetecteerd en hier betekenis aan wordt gegeven. Deze betekenis wordt gevormd door een combinatie van fysieke representaties van de wereld, de bestaande kennis en de context. Vb: Een streep met twee halve cirkels ernaast kan de letter B zijn of het getal 13. Een kind dat slechts getallen tot 10kent, maar wel het alfabet, zal de letter B zien. Iemand die dit teken ziet staan tussen 12 en 14, zal eerder 13 zien. 
  • In welke fases loopt het proces van sensorische input naar het herkennen van objecten?
    1.Kenmerken worden geanalyseerd à data-drive of bottom-up verwerking
    2.Kenmerken worden georganiseerd in patronen à gestalt
    3.Kenmerken of patronen worden gecombineerd met de context en de bestaande kennis à conceptually driven of top-down verwerking 
  • Wat is aandacht?
    aandacht is een selectief mechanisme. Waar de aandacht op wordt gericht, wordt onder andere gestuurd door eerdere kennis en nodige kennis. Na veel oefening kunnen bepaalde taken automatisch uitgevoerd worden en is er geen of weinig aandacht nodig. Aandacht is betrokken bij en beinvloed door 3 componenten (werkgeheugen, langetermijn geheugen, sensorisch) 
  • Welke 2 soorten van multitasken zijn er?
    Sequential multitasking, waarbij taken elkaar opvolgen en simultaneous multitasking, waarbij men twee acties op hetzelfde moment probeert uit te voeren. Bij complexe taken is de laatste problematisch, omdat men telkens terug moet zoeken naar de juist brain pathway.
  • Wat is het werkgeheugen?
    wordt gezien als de werkbank van het geheugensysteem. Hier wordt nieuwe informatie tijdelijk vastgehouden en gecombineerd met eerdere kennis. Het werkgeheugen bevast dat waar men op dat moment aan denkt. De capaciteit van het werkgeheugen is beperkt het werkgeheugen verschilt van het kortetermijngeheugen omdat bij het werkgeheugen actieve mentale inspanning geleverd moet worden. Het werkgeheugen is een samenvoeging van informatie uit het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen. Het kortetermijn heeft een capaciteit van 5 tot 9 stukken aan nieuwe informatie
  • Op welke 2 manieren kan informatie worden vastgehouden?
    -Maintenance rehearsel: herhalen van nieuwe informatie
    -Elaborative rehearsel: verbinden van nieuwe informatie aan oude informatie 
  • Uit welke 4 elementen bestaat het werkgeheugen?
    -De central executive: dat aandacht en andere mentale middelen controleert;
    -De phonological loop dat informatie in de vorm van geluid bevat
    -De visuospatial sketchpatch: dat visuele en ruimtelijke informatie bevat
    -De episodic buffer: waar informatie van phonological loop, visuospatial en langetermijngeheugen wordt geïntegreerd tot een representatie 
  • Wat is cognitieve belasting?
    is het aantal mentale middelen dat nodig is om een bepaalde taak uit te voeren. 
  • Welke 3 soorten cognitieve belasting zijn er?
    1.Intrinsieke cognitieve belasting: heeft betrekking op de complexiteit van de taak en de vaardigheden van het individu.
    2.Extraneous cognitieve belasting: heeft betrekking op de problemen die niet gerelateerd zijn aan de taak. Bijvoorbeeld een luidruchtige kamergenoot.
    3.Germane cognitieve belasting: heeft betrekking op relevante informatie. Deze informatie wordt georganiseerd en geïntegreerd met eerdere informatie. 
  • Wat is de levels of processing theory?
    een alternatief op de korte en langetermijngeheugen modellen. Meenden dat de duur van het onthouden van nieuwe informatie afhangt van in hoeverre informatie wordt geanalyseerd en verbonden aan andere informatie. Daarnaast kan de capaciteit van het werkgeheugen worden omzeild door chunking --> dit is het verdelen van informatie in groepen in logische en betekenisvolle onderdelen. Als informatie toch kwijtraakt van het werkgeheugen, kan dat op 2 manieren.
  • Op welke 2 manieren kan informatie toch worden kwijtgeraakt uit het werkgeheugen?
    Interference: nieuwe informatie overschrijft eerdere informatie
    Decay: door de tijd heen zwakt de informatie af als het niet wordt herhaald
  • Hoe werkt het opslaan van informatie in het langetermijngeheugen?
    Het opslaan van informatie in het langetermijngeheugen kost tijd en moeite, maar zodra de informatie hierin wordt opgeslagen, is dit permanent. Het ophalen van informatie uit het langetermijngeheugen is wederom lastig en vereist tijd en moeite. De capaciteit van het langetermijngeheugen lijkt oneindig. 
  • Waar wordt de kennis/informatie in het langetermijngeheugen in onderverdeeld?
    -Declaratieve kennis: weten dat iets zo is. Vb: dat er 24 uur in een dag zitten
    -Procedural kennis: weten hoe iets gedaan wordt en dit kunnen uitvoeren. Vb: chinees schrijven
    -Self regulatory kennis: weten hoe het leren beheerd wordt en wanneer een van de bovenstaande gebruikt moet worden. Vb: hoe uitstellen overkomen wordt 
  • Waar wordt kennis ook in onderverdeeld?
    Expliciete herinneringen (semantisch en episodisch)
    Impliciete herinneringen (klassieke conditionering, procedural kennis en priming effects)
  • Waar bestaan expliciete herinneringen uit?
    Semantische herinneringen: gebaseerd op betekenis 
    Episodische herinneringen: gebaseerd op gebeurtenissen
  • Waar bestaan impliciete herinneringen uit?
    Procedural kennis: scripts --> reeks van acties die in het geheugen zijn geplaatst en production --> wat men moet doen in bepaalde condities 
    Priming effects: het activeren van informatie die zich al bevindt in het langetermijngeheugen
  • Wat zijn propositions?
    zijn de kleinste stukjes kennis die kunnen worden beoordeeld als waar of onwaar. De propositions zijn aan elkaar verbonden in propositional networks. Wanneer 1 proposition wordt getriggerd, wordt dit hele netwerk getriggerd. 
  • Wat is reconstructie?
    Is het fenomeen waarbij men missende informatie zelf invult. Door eigen logica kan dit echter fout zijn. Het kwijtraken van informatie uit het langetermijngeheugen is ook mogelijk via decay. Dit gebeurt echter minder snel dan het vergeten van informatie uit het werkgeheugen
  • Wat zijn leerstrategieen?
    Leren is een combinatie van declaratieve, procedural en self-regulerende kennis. Er is een verschil tussen meaningful learning en rote learning. Meaningful is hiervan het beste. Rote is meer oppervlakkig leren, hier denkt men niet actief na over de stof. Er is ook een verschil in de verdeling van de leerstof. Distributive practice: is het opdelen van de stof in kleinere delen over verschillende dagen. Massed practice  is het leren van de volledige stof in korte tijd. De eerst is beter voor het onthouden van de stof op lange termijn. 
  • Via wat kan het construeren van declaratieve kennis gebeuren?
    Via elaboration. Dit is betekenis geven aan nieuwe informatie door dit te verbinden met eerdere kennis. Hierdoor wordt informatie verplaatst naar het langetermijngeheugen omdat het lang genoeg in het werkgeheugen blijft en het extra connecties maakt met eerdere kennis.
  • Hoe kunnen docenten helpen met elaboration?
    -De informatie in eigen woorden te omschrijven
    -Voorbeelden
    -Metaforen
    -Het tekenen van een diagram van de situatie
    -Het aangeven van relaties
    -Het toepassen van de informatie op nieuwe problemen
  • Hoe gebeurt het construeren van declaratieve kennis nog meer?
    Door interne organisatie. Hierbij worden stukken informatie aan elkaar verbonden. Hierbij kan informatie bijvoorbeeld hiërarchisch worden ingedeeld. 
  • Wat is nog meer behulpzaam bij het leren van informatie?
    is het makkelijker om te leren wanneer informatie zowel verbaal als visueel wordt aangeboden. Hierbij is het visualiseren van informatie in images ook een manier om het geheugen te ondersteunen. 
  • Wat voor rol speelt de context bij het leren?
    context een belangrijk element dat leren van declaratieve kennis beinvloedt. Zowel fysieke als emotionele context wordt geleerd samen met andere informatie. Het is daarom makkelijker deze informatie op te halen in dezelfde context. Dit wordt ook wel encoding specificity genoemd. Dramatische en emotionele gebeurtenissen worden beter en in meer detail onthouden. Dit heet flash-bulb memory. 
  • Wanneer wordt nieuwe kennis betekenisvol?
    het betekenisvol maken van de informatie mogelijk de beste manier van doceren. Ook hierbij komt eerdere kennis weer kijken. Wanneer nieuwe informatie wordt gekoppeld aan bestaande kennis, wordt deze betekenisvol. 
  • Wat is een techniek om zaken makkelijker te onthouden?
    Mnemoniek. Mnemoniek is het verbinden van informatie aan woorden of beelden die bekend zijn. 
  • Welke vormen van mnemoniek zijn er?
    -Loci methode: het hangen van informatie op een bekende plaats. Bijvoorbeeld de producten op een boodschappenlijstje in het huis.
    -      Acroniemen: het vormen van een nieuwe woord of een zin met elke eerste letter van een aantal andere woorden. Vb: TV-TAS voor de Nederlandse eilanden.
    -       Keyword method: het linken van informatie aan een woord dat hierop lijkt. 
  • Wat zijn automated basic skills?
    gedachteloos gebruik maken van een bepaalde vaardigheid. Het ontwikkelen hiervan gaat door 3 fases:
    1.De cognitieve fase: hierbij wordt gebruik gemaakt van declaratieve kennis en moet er veel nagedacht worden bij het uitvoeren van een taak
    2.De associatieve fase: individuele stappen binnen een taak worden gecombineerd tot grotere stappen
    3.De autonome fase: hierbij kan de hele taak worden uitgevoerd met weinig aandacht 
  • Hoe kunnen docenten helpen bij het halen van de autonome fase?
    Docenten kunnen helpen bij het halen van de autonome fase door te zorgen dat studenten genoeg voorkennis hebben van het onderwerp en oefenen met feedback aan te bieden
  • Wat zijn domain specific strategies?
    zijn taken die niet automatisch gedaan kunnen worden. Deze taken hebben constant veranderde condities. Hierbij moeten docenten het oefenen van de vaardigheid in verschillende situaties aanbieden. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe worden performance assessments beoordeeld?
performance assessments worden vaak beoordeeld met behulp van rubrieken. Deze worden van tevoren vastgesteld, en ze bepalen wat voor performance wordt verwacht. De performance wordt omgeschreven, de performance criteria, en er worden punten toegekend aan verschillende performances. Er zijn namelijk verschillende manieren om het probleem te benaderen, net als bij essay items.
Wat is de effectiviteit van performance assignment?
  • Belangrijke kritiek op traditionele gestandaardiseerde testen is dat ze een beperkt aantal vaardigheden testen. Bij performance assessment is het mogelijk om een test te creëren die een breed begrip over het onderwerp vereist. Het betrekt coördinatie van een aantal skills tegelijkertijd  complex. Bijvoorbeeld: je hebt veel informatie nodig over elektriciteit, experimenten, probleemoplossing.
  • Daarnaast is het goed om higher-level cognitieve skills te testen: probleemoplossing, creativiteit, kritisch denken.
  • Betekenisvoller dan paper-pencil, waardoor het motiverender is.  
Welke vormen performance assignment zijn er?
product vs processen
individual vs group performance
restricted vs extendted performance
static vs extended performance
Wat is de performance assessment?
ok wel authentieke assessment. Testen waarbij kennis of vaardigheden worden gedemonstreerd zoals in het echte leven, in plaats van gewoon kennis laten zien. Voorbeelden zijn: het bijhouden van een portfolio, het doel van een experiment, het schrijven van een krantenartikel of complexe natuurkundige problemen oplossen. Bij authentieke assessment is het soms nodig om kennis uit verschillende domeinen te integreren.
Wat zijn nadelen van essay items?
  • Niet betrouwbaar (reliability) in het beoordelen van essays: vaak subjectief 
  • Essays duren lang om te beoordelen
  • Essay items duren langer om te beantwoorden, dus ze kunnen niet veel stof testen --> verlagen van content validity. 
Wat zijn voordelen van essay items?
  • Studenten geven ideeën weer in hun eigen woorden
  • De items zijn niet vatbaar voor goed gokken 
  • Studenten moet verschillende concepten combineren in een antwoord 
  • Ze kunnen ook gebruikt worden voor het meten van creativiteit     
Wat zijn conducted respons items?
hierbij moeten studenten antwoorden indienen, in plaats van selecteren zoals bij selected-response items.
Waar bevelen sommige experts multiple choice aan?
  • Het aantal antwoorden dat goed gegokt kunnen worden is relatief laag, zeker in vergelijking met true-false en alternative-respons items.
  • Van alle type testen met ‘herkenning’, is deze het meest beschikbaar voor het meten van hoger-level denk skills. 
Hoe zitten multiple choice testen eruit?
De stem van een multiple-choice vraag is de vraag of het probleem. De alternatieven zijn de verschillende keuzes. De foute antwoorden worden distractors of foils genoemd. Het doel is dat deze alleen herkent worden door studenten met goed begrip van de stof. Een capabele student moet het goede antwoord kunnen geven, en een niet-capabele student mag het goede antwoord niet kunnen gokken. Distractors moeten zich niet verraden door verwoording.
Wat zijn nadelen van recall?
  • Je kan minder vragen stellen vergeleken met recognition in dezelfde tijd, waardoor de betrouwbaarheid negatief beïnvloedt wordt
  • Je kan een kleiner domein van een onderwerp testen, waardoor de content validiteit negatief beïnvloedt wordt
  • Je hebt meer tijd nodig om na te kijken en dit heeft dus negatief invloed op de practicality
  • Je kan meer fouten maken bij het nakijken. Ook dit beïnvloedt de betrouwbaarheid negatief.