Summary Ontwikkelings- en leerproblemen Class notes

Course
- Ontwikkelings- en leerproblemen
- C.Kuijpers
- 2013 - 2014
- Radboud Universiteit
299 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Ontwikkelings- en leerproblemen Class notes

  • 1391468400 Introductie OLP

  • Welke 3 deel-orthopedagogieken onderscheiden we binnen de orthopedagogiek?
    1. Kinderen met een handicap (gehandicaptenzorg)
    2. Kinderen met leer-moeilijkheden (onderwijs)
    3. Kinderen met gedragsmoeilijkheden (jeugdhulpverlening)
  • Aan de hand van welke 5 wetten is ons onderwijs ingericht?
    1. Leerplichtwet 1969/1985
    2. Wet op primair onderwijs (WPO) 1996
    3. Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) 1999
    4. Wet op Expertisecentra (WEC) 2002
    5. Wet op passend onderwijs (wetsvoorstel, september 2014)
  • Wat houdt de leerplichtwet precies in?
    • Geldt voor alle afdelingen van het onderwijs
    • Kinderen vanaf 5 jaar naar school; t/m 16 jaar fulltime onderwijs volgen
    • In totaal 12 jaar onderwijs hebben
  • Wat houdt de wet op het Primair Onderwijs (WPO) precies in?
    • Samenwerking en integratie van een deel van het speciaal onderwijs met het regulier onderwijs
    • Algemene idee: zoveel mogelijk kinderen naar het reguliere onderwijs door kennis te verwerven over het speciaal onderwijs
    • Samenwerkingsverbanden waarbij minstens 2000 leerlingen:
    - Zorgplan: samenwerkingsverband is zelfvoorzienend, men kan samen het onderwijs vormgeven.
    - Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)
    - Leerlinggebonden financiering (LGF, rugzakje)
  • Wat houdt de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) precies in?
    • Voor vmbo en LWOO
    • Speciale scholen voor het Voortgezet onderwijs moeten zich omvormen tot:
    - Leerwegondersteunend onderwijs (LWOO)
    1. leerlingen met achterstanden of andere problemen (m.n. sociaal-emotioneel).
    2. voldoende capaciteiten om vmbo-diploma te halen.
    - Praktijkonderwijs (PRO)
    1. Onvoldoende capaciteiten om vmbo-diploma te halen
    2. opgeleid tot beroepen waarbij cognitieve vaardigheden niet zo belangrijk zijn.
    3. emotionele problematiek NIET vereist.
  • Welk IQ is vereist voor PRO en LWOO?
    • 60-80; PRO
    • 75-80; PRO of LWOO
    • 75-90: LWOO
    • 91-120:LWOO -> Alleen hier wordt emotionele problematiek vereist voor toelating tot LWOO. Anders reguliere onderwijs.
  • Wat is een relatieve leerachterstand en hoe wordt deze berekend?
    Wordt bepaald door didactische leeftijdsequivalent (= hoeveel maanden heeft een lln. onderwijs gehad) en didactische leerachterstandequivalent (= hoe presteert een leerling).

    Wordt als volgt berekend: 1-DLE= DL

  • Wat houdt de Wet op expertisecentra in?
    • Opgezet voor regulier basisonderwijs en expertisecentra voor (voortgezet) onderwijs
    • Werkt aan de hand van Leerling gebonden Financiering (LGF)
    • Vier soorten clusters (=REC's):
    1. Visueel gehandicapten
    2. Auditief en communicatief gehandicapten
    3. Lichamelijk en/of verstandelijk en/of meervoudig gehandicapt, waarbij een lichamelijke of verstandelijke handicap dominant is.
    4. Gedragsstoornissen en/of psychische problemen
    - ZMOK: Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen
    - Voor langdurig zieke kinderen
  • Welke verschillende soorten scholen onderscheiden we nog bij cluster 3?
    • Mytylscholen: voor kinderen met lichamelijke handicap; op individueel tempo; basis- en voortgezet onderwijs; therapie aangeboden op school.
    • Tytylscholen: voor kinderen met meervoudige handicap
    • ZMLK-scholen: voor kinderen met IQ<55; IQ tussen 55 en 71 allemaal toegelaten met aanvullende problematiek.
  • Wat zijn de taken van REC's?
    • Onderwijs en zorg
    • Commissie van indicatiestelling
    • Begeleiding van ouders bij het zoeken naar een reguliere school.
    • Aanbod ambulante begeleiding
    • Participatie bij opstellen (be)handelingsplan
  • Wat houdt de wet op passend onderwijs precies in?
    • Geldt voor basisonderwijs en expertisecentra
    • Komt voort uit bezuinigingen; groei aantal zorgleerlingen
    • Scholen krijgen zorgplicht; passend onderwijs bieden
    • Budget gaat naar scholen, niet naar ouders
    • Afschaffing LGF: wel mogelijk om extra financiering te krijgen voor zorg buiten de school.
  • Wat is het doel van de DSM?
    Uniformiteit vanuit de psychiatrie
  • Welke classificaties onderscheid de DSM-IV?
    1. Mental Retardation
    2. Learning Disorders
    3. Motor Skill disorder
    4. Communication disorder
    5. Pervasive developmental disporder; Rett's disorder (na 2013 uit de DSM)
    6. Attention- deficit and disruptive behavior disorder
    7. Feeding and eating disorders of infancy of early childhood
    8. Tic disorder
    9. Elimination disorder
    10. Other disorders of infancy, childhood and adolecence.
  • Welke categorieën worden er in de DSM-V toegevoegd?
    Neurodevelopmental Disorders:
    1. Intellectual Developmental Disabilities
    2. Communication Disorder
    3. Attention Deficit Disorder
    4. Learning Disorders
    5. Motor Disorders
  • Waardoor wordt Rett's disorder veroorzaakt?
    Heeft een genetische oorzaak: mutatie op MECP2 gen
  • Wat is de ICD-10?
    • Is een aanvulling op de DSM vanuit de gezondheid.
    • Medische classificatie van ziektebeelden, gerubriceerd naar oorzaak; bv. Chapter VII Diseases of the eye and adnexa. 
    • Houdt onvoldoende rekening met psychische en maatschappelijke aanpassings- mogelijkheden van het individu en zijn leefomgeving.  

  • Welke begrippen hanteren de ICIDH (1980) en ICF (2002)?
    • Impairment (stoornis): afwijking op orgaanniveau. Afwijkingen van psychologische, fysiologische of anatomische structuur en functie.
    • Disability (beperking): wordt door een kind ervaren bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en handelingen
    • Handicap: hierbij gaat het om maatschappelijke en sociale nadelen als gevolg van een stoornis/ beperking.

    In de tweede versie van de ICIDH (ICF) is het begrip handicap vervangen door participatie. 
  • Welke modellen in de verstandelijke gehandicaptenzorg hanteren we door de jaren heen?
    • Medisch of klinisch model (jaren '50 en '60)
    Richt zich met name op:
    - verpleging/ verzorging
    - beheersing
    - de patiënt.
    • Ontwikkelingsmodel (jaren '60 en '70)
    - normalisatie en integratie -> integreren in de samenleving
    - pupil -> cliënt kan zich ontwikkelen
    • Leef- en relatiemodel (jaren '70)
    - zelfontplooiing
    - Omgekeerde integratie -> samenleving moet zich maar aanpassen aan mensen met een handicap
    • Ondersteuningsmodel (jaren '90)
    - mensen met een handicap zijn ook gewone burgers, ze moeten ook mee mogen doen in de maatschappij. 
    - Community Care
  • Noem de voordelen en bezwaren van de DSM-classificatie
    • klinische oriëntatie
    • consensus tussen experts
    • communicatie tussen hulpverleners en wetenschappers, ook internationaal
    • categoriale diagnose (kenmerken, geen oorzaak)
    • classificatiecriteria, geen normen
    • classificatie heeft praktische gevolgen
    • kind heeft probleem, geen plaats voor omgevingsinvloeden
    • beperkingen, geen plaats voor positieve kenmerken.
    • etikettering --> toename diagnoses ADHD, dyslexie en autisme
    • ontwikkeling etiketten: mental retardation --> intellectueel disability
  • Wat is er anders in de tweede versie van de ICIDH?
    De begrippen die eerst werden gehanteerd (stoornis, beperking en handicap) zijn nu vervangen door positieve termen en er zijn persoonlijke en externe factoren toegevoegd.
  • Voor welke handicap is de eerste speciale school opgericht?
    Voor doven en stommen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de uiterlijke kenmerken van het Prader-Willy syndroom?
  • smal voorhoofd
  • amandelvormige ogen
  • smalle mond met dunne bovenlip en neerwaarts gebogen mondhoeken
  • als baby slappe spieren en slecht drinken
  • voedingsproblemen eerste levensjaar
  • vanaf peuterleeftijd sterk toegenomen eetlust --> onverzadigbaar
  • te hoog lichaamsgewicht
  • achterblijvende lengtegroei
  • onderontwikkelde geslachtskenmerken
Wanneer spreken we van een zware auditieve beperking?
Wanneer iemand 61-80 decibel hoort, de rest niet.
Waar ligt het basilair membraam?
In/op het slakkenhuis.
Noem de oogafwijkingen die het meest voorkomen volgens het onderzoek van Boonstra.
  1. CVI
  2. albinism
  3. nystagmus
  4. retinis pigmentosa
  5. hereditary optic atrophy
Noem de verschillende soorten mutaties die op kunnen treden. 
  • deletie
  • duplicatie
  • inversie
  • insertie
  • translocatie
Wat is de uitkomst van het onderzoek van Balkom et al.?
Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de manier waarop de ouder afstemt op het jonge kind, en om de afstemming van de ouder te verbeteren:

  • Morfologie (MLU): gelijke toename in beide groepen
  • morfosyntax: lichte verbetering in PVHT groep
  • pragmatiek: verbetering PVHT groep, achteruitgang in CDI groep. 
Belangrijk is dat er goede aandacht is voor taal en het hier en nu (form-function mapping), ouders moeten responsief zijn. 

 
Wat was het onderwerp van het onderzoek van Balkom et al?
Effects of Parent based video home training in children with developmental language delay. 
Wat is het effect van Parent based-video home training ten opzichte van Child directerd intervention op de taalontwikkeling van het kind met DLD? 
Onderzoek onder 22 peuters van 4 jaar. 
Wat is de Critical Mass Hypothesis (Leonard en Deevy)?
gaat ervan uit dat taalontwikkeling niet lineair is, maar volgens een curve ontwikkeld. Gaat ervan uit dat wanneer het lexicon uit 50 woorden bestaat, de grammaticale en lexicale ontwikkeling elkaar versnellen. 
Hoe wordt Communication Disorder opgenomen in de DSM-V?
  • Taalstoornis: woordenschat, grammatica, conversatievaardigheid en pragmatiek
  • Vertraagde taalontwikkeling: kind begint later met praten dan normaal
  • specifieke taalstoornis: niet-talige vaardigheden zijn wel normaal ontwikkeld en het betreft meerdere taaldomeinen
  • sociaal communicatieprobleem: pragmatiek
  • spraakklank stroonis: productie van spraakklanken
  • stoornis in vloeiendheid: dysartrie en dyspraxie
  • stemstoornis: abnormaal hoog/laag of hard/zacht
Hoe zijn spraaktaalmoeilijkheden opgenomen in de DSM (Welke soorten communicatiestoornissen onderscheiden we)?
Het valt onder neurodevelopment disorders, subcategorie communicatie stoornis.

1. Expressieve taalstoornis (= taalproductie)
  • Significant lager (nonverbale) intellectuele capaciteiten en lager receptieve taal
2. Mixed expressive-receptive language disorder
  • stoornis op expressief en receptief vlak
  • significant lager intellectuele capaciteit
3. Phonological disorder
  • impairment in sound production/use/representation/organisation
  • niet articulatie, maar niet goed opgebouwd taalsysteem
4. Stotteren
  • problemen met vloeiendheid en tijdpatronen
5. Communication disorder NOS (Not Otherwise Specified)
  • voice disorder: luid/ hoog

Voor 1 t/m 3 is een orthopedagoog nodig
4 t/m 5 minder taalsysteem maar stemgebruik