Summary Ontwikkelings- en Leerproblemen

-
256 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Ontwikkelings- en Leerproblemen". The author(s) of the book is/are Farrell. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Ontwikkelings- en Leerproblemen

  • 1.3 Wegwijzers in de onderwijszorg 2006

  • Wie coördineert binnen een school de externe zorg?

    De IB'er (Intern begeleider)

  • Wat doet de schoolbegeleidingsdienst? 

    Levert voor het afgesproken aantal uren een schoolbegeleider, voor onderzoek, advisering of ondersteuning.

  • Waardoor is er een bovenschoolse zorgcommissie opgezet voor elke leerling?

    WSNS: Weer Samen Naar School

  • Wat doet de bovenschoolse zorgcommissie (zorgplatform)?

    Adviseert inhoudelijk, doet aanvullend onderzoek  of adviseert om een leerling aan te melden bij Permanent Commissie Leerlingenzorg (PCL) voor verwijzing naar het speciaal basisonderwijs (SBO).

  • Via wat krijg je een verwijzing voor het SBO?

    PCL: Permanente Commissie Leerlingenzorg

  • Sinds wanneer het het speciaal onderwijs, SBO en hoe heette het hiervoor?

    Sinds 1998, de Wet op Primair Onderwijs (WPO). Het heette eerst leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM) en daarna onderwijs voor moeilijk-lerende-kinderen (MLK). 

  • Bij wie ligt de wettelijke verantwoordelijkheid voor aanvraag?

    Bij de ouders. 

  • Als er een idee ontstaat dat er een kind een bepaald probleem zou kunnen hebben, via wie/wat gaat dan het balletje rollen voor het SBO?

    IB'er - Schoolbegeleidingsdienst - Zorgcommissie - Permanent Commissie Leerlingenzorg - SBO

  • Hoe is de zorg gestructureerd in het VO?

    Elke klas heeft een mentor, er is een zorgcoördinator en een kernteam (dat bestaat uit docenten en is soms aangevuld met een psycholoog, orthopedagoog of schoolmaatschappelijk werker), er is een Zorgteam (ZT) en een Zorgadviesteam (ZAT)

  • Waar bestaat de ZAT uit? 

     

    Buitenschoolse instellingen, zoals Bureau Jeugdzorg, schoolarts, politie en de leerplichtambtenaar. 

  • Wat is de taak van ZAT?

    Zij houden leerlingen zo lang mogelijk op school met zicht op succesvolle afronding van de opleiding. 

  • Bepaalt de PCL bij het VO of bij het PO, of bij beiden, de verwijzing naar andere scholen?

    De PCL bepaalt in het PO de verwijzing naar een andere school, in het VO niet. 

  • Heeft elke VO een LWOO (leerwegondersteunend onderwijs) en PRO (praktijkonderwijs)? 

    Nee, dat is afhankelijk van de aanvraag die het VO moet doen bij de RVC-VO van die regio. 

  • Wat houden de 4 clusters in? 

    Cluster 1: Scholen voor blinde of slechtziende kinderen en scholen voor meervoudig gehandicapte blinde of slechtziende kinderen

     

    Cluster 2: Scholen voor dove kinderen (DOV), voor slechthorende kinderen (SH), voor Meervoudig Gehandicapte dove of slechthorende kinderen (DOV/MG, SH/MG), voor kinderen met ernstige spraak- taal mogelijkheden (ESM)

     

    Cluster 3: Scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZML), voor langdurig zieke kinderen met somatische problematiek (LZ), voor lichamelijk gehandicapte kinderen (LG), voor meervoudig gehandicapte kinderen (MG cluster 3)

     

    Cluster 4: Scholen verbonden aan Pedagogisch Instituut (PI), voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) en langdurig zieke kinderen met psychiatrische problematiek (LZ)

  • Wat zijn de mogelijkheden van extra zorg in het PO?

    1. Extra onderwijszorg. De school krijgt de middelen (zorgbudget van overheid) en kan dit inzetten door leerkracht, RT'er, IB'er etc. in te zetten. 
    2. Naar het SBO met een beschikking van PCL en WSNS. 
    3. LGF = Leerling Gebonden Financiering (rugzakje). Extra onderwijszorg voor een specifieke leerling. 
  • Wat zijn de mogelijkheden van extra zorg in het VO?

    1. Extra onderwijszorg. De school krijgt de middelen (zorgbudget van overheid) en kan dit inzetten door leerkracht, RT'er, IB'er etc. in te zetten. 
    2. Naar een VMBO-school met LWOO, of een school voor PRO
    3. Ambulante begeleiding uit het Voorgezet Speciaal Onderwijs, of naar een school voor VSO-REC
  • Welke gegevens is er nodig voor het invullen van aanmeldingsformulieren?

    Onderwijskundig rapport en informatie over extra hulp of zorg.

  • 1.4 Inclusie voor kinderen met een speciale hulpvraag

  • Leg uit wat fysieke en sociale inclusie betekent, en wat 'lid van een leergemeenschap' inhoudt

    Het zijn verschillende vormen van inclusie:

    1. Aanwezigheid is fysieke inclusie

    2. Deel uit maken van de groep is sociale inclusie

    3. Er is sprake van gemeenschappelijkheid, dat is lid van leergemeenschap 

  • Leg uit wanneer je naar cluster 2, 3 en 4 moet.

    Cluster 2 - spraak en taal problemen

    Cluster 3 - ernstige fysieke en mentale beperkingen

    Cluster 4 - gedragsproblemen

  • Bij wie is het onderzoek uitgevoerd?

    • Ernstige mentale beperking
    • Syndroom van down
    • Autisme spectrum stoornis
    • Externaliserende gedragsproblemen
    • Spraak, taal en gehoorproblemen
  • Hoe zijn de belangrijke begrippen meetbaar gemaakt? 

    Kwantitatief en kwalitatief: vragenlijsten, interviews en systematische observaties zijn het meest gebruikt. Vanuit het perspectief van de ouder, leerling en medeleerling. 

  • Waarom worden leerlingen met ernstige mentale beperking minder vaak op in RBO geplaatst, dan leerlingen met andere beperkingen? 

    Er is te weinig expertise in de school.

  • Waarom is sociale inclusie en lid van een leergemeenschap niet mogelijk voor leerlingen met ernstige mentale beperking?

    Zij hebben totaal andere doelen.

  • Kunnen leerlingen met syndroom van down op RBO zitten? 

    De sociale vaardigheden op jonge leeftijd kunnen dit aan, later niet meer. 

  • Hoe speelt een kind met het syndroom van down?

    Tijdens vrij spel heeft het kind beduidend minder contact met leeftijdsgenoten, vraag meer aandacht van de docent en moet gestuurd worden in contacten. 

  • Wat is er nodig voor kinderen met ASS om in het RBO  te zitten?

    Aangepast programma en intensieve informatie uitwisseling.

  • Waarom worden leerlingen met externaliserende gedragsproblemen vaak in het VO in het SVO geplaatst?

    Voor het belang van de leerkracht en medeleerlingen. De leerling wordt veel gepest en pest zelf veel. 

  • Waarom is het lastig om met spraak, taal en gehoorproblemen op het RBO te zitten?

     

    Leerling heeft moeite met het verweven van communicatieve en sociale vaardigheden. Daarnaast is taal de basis voor alles, waardoor het lastig is om op RBO te zitten. 

  • Welke leerlingen zijn niet plaatsbaar in het huidige reguliere onderwijs?

    Leerlingen met ernstige cognitieve beperkingen, kernautisme en externaliserende gedragsproblemen. 

  • Waarin zitten minder problemen: BO of VO?

    BO

  • Welke drie discussiepunten worden n.a.v. het onderzoek aangehaald?

    1. Het perspectief van de zorgleerlingen zelf is onderbelicht. 
    2. Welke gevolgen er zijn voor de organisatie van het onderwijs (met het plaatsen van zo veel mogelijk leerlingen in het RBO). 
    3. Er moet misschien meer gedaan worden aan het opleiden van specialisten en netwerken van deze kennis.
  • Wat is het uiteindelijke resultaat van Passend Onderwijs?

    Onbekend. 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de vier stadia van de ontwikkeling van Rett syndroom?   
  1. Vertraging of stagnatie in ontwikkeling vaardigheden
    6e-18e maand, slapheid spieren, minder oogcontact, groeisnelheid schedel neemt af, aspecifieke handbewegingen nemen toe. 
  2. Regressie
    1-4 jaar, communicatievaardigheden en zinvolle motoriek gaan verloren, stereotype handbeewegingen treden op, lopen neemt af, vertraagde groei schedel, verstoring ademhaling.
  3. Stabiele fase
    2-10 jaar, oogcontact, motoriek en communicatie verbeteren, stijfheid spieren en scoliose.
  4. Late motorische achteruitgang 
    Na 10 jaar, afname mobiliteit, geen verdere achteruitgang
Wat zijn oorzaken voor Rett syndroom? 

Klassiek Rett: Mutatie MECP2 gen op chromosoom Xq28

Atypisch Rett: Mutatie CDKL5 gen op chromosoom Xp22

Benoem enkele kenmerken van Angelman syndroom.   

Brachycefalie met afgeplat achterhoofd, puntige vooruitstekende kin, grote mond met tongprotrusie, brede kaak met grote ruimte tussen de tanden, grove lompe motoriek, spierspanning in de romp groter dan normaal, hypopigmentatie, epilepsie.

Gedragsfenotype: ernstige verstandelijke beperking, ernstige spraakachterstand tot afwezige spraakontwikkeling, vrolijk, lachen, hyperactief, gauw opgewonden zijn, fascinatie voor water, slaapproblemen.

 

Wat zijn oorzaken voor Angelman syndroom?   

Deletie 15q11-13 (60-75%)

Uniparentele paternale disomie

Imprinting defect

Mutatie in UBE3A gen

Onbekend defect 

Benoem enkele kenmerken van het Prader-Willi syndroom. 

Smal voorhoofd, amandelvormige ogen, smalle mond met dunne bovenlip en neerwaarts gebogen mondhoeken, als baby slappe spieren en slecht drinken, voedingsproblemen bij eerste jaar, vanaf peutertijd sterk toegenomen eetlust, te hoog lichaamsgewicht, achterblijvende lengtegroei, onderontwikkelde geslachtskenmerken. 

Gedragsfenotype: lichte tot matige verstandelijke beperking, verhoogde eetlust, obsessief-compulsief gedrag, driftbuien, skin-picking, psychiatrische problemen, slaapproblemen. 

 

Waar ligt de oorzaak voor Prader-Willi syndroom?  

Deletie 15q11-13

Uniparentele maternale disomie 

Imprinting defect of translocation 

Benoem enkele kenmerken van Williams syndroom.

Uiterlijk: volle uitstekende wangen, kleine omhooggerichte neus, forse bovenlip, brede bovenkaak en mond, relatief smalle onderkaak en kin, kleine tanden met enige tussenruimte, lage spierpanning, overstrekbare gewrichten, verhoogde gehoorscherpte. 

Lichte tot matige verstandelijke beperking. 

Waar ligt de oorzaak voor het Williams syndroom?   

Deletie 7q11.23

Benoem enkele kenmerken van syndroom van down.   

Uiterlijk: oogspleten zijwaarts omhoog gericht, kleine oren, korte nek met extra huidplooi, grote tong, kleine schedelomvang, vlak gelaat, algehele spierslapte, korte brede handen met dwarse plooi in handpalm

Lichte tot matige verstandelijke beperking. 

Waar ligt de oorzaak voor syndroom van Down?

Trisomie 21 of translocatie 21 (3-5%)