Summary ontwikkelingspsychologie

-
228 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "ontwikkelingspsychologie". The author(s) of the book is/are camilla. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - ontwikkelingspsychologie

  • 1 terein van de ontwikkelingspsychologie

  • waarop legt de biopsychologie zijn nadruk
    op lichamelijk en biologische processen
  • waarop legt de sociale psychologie zijn nadruk
    Richt zich op de mens als groepslid
  • waarop legt de klinische psychologie zijn nadruk
    kijkt naar afwijkend gedrag
  • wat zijn 2 essentiele kenmerken van ontwikkeling?
    - verandering
    - vooruitgang
  • welke worden over ontwikkeling worden benoemt in de biologie
    - rijping
    - groei
    - differentatie
  • rijpingsproces zorgt voor verandering en vooruitgang op 2 niveaus welke?
    - van klein naar groot; is groei
    - eenvoudig naar complex; differentatie (proces waarbij iets zich in verschillende richtingen ontwikkelt)
  • wat brengt het begrip leren met zich mee
    leren verwijst naar het verwerven van kennis en vaardigheden op basis van ervaring.
  • hoe wordt ontwikkeling opgevat
    Ontwikkeling wordt opgevat als een reeks progressieve veranderingen die tot hogere niveaus van differentiatie en functioneren leiden.
  • met welke 2 fundamentele kwesties houdt ontwikkelingspsychologie zich bezig
    1.Welke psychologische toestanden doorlopen individuen tijdens de ontwikkeling? (beschrijven)
    2.Welke mechanismen zijn verantwoordelijk voor de overgang van de ene toestand naar de volgende? (verklaren)
  • wat is een longitudinale onderzoek?
    Op meerdere tijdstippen één groep kinderen met zichzelf vergelijken, bijv. meting van 4-jarigen na twee jaar herhalen
  • Wat zijn de kinder en jeugdperiodes?
    Kinderen:
    - baby periode 0- 12 maande
    - peuterperiode 1 - 4 jaar
    - kleuterperiode 4 - 6 jaar
    - schoolperiode 6 - 12 jaar
    Jeugdigen/jongeren:
    - adolescentie 12 - 18 jaar
  • De babyperiode 0 - 12 maanden
    - Hierin spreken we van een baby of zuigeling zolang het kind niet loopt.
    - groei en ontwikkelingstempo ligt heel hoog
    - Belangrijkste ontwikkeling is de eerste gehechtheidsontwikkeling; dit wordt beschreven als eerste mijlpaal in persoonlijkheidsontwikkeling
  • peuterperiode 1 - 4 jaar
    - Peuter is zeer ondernemend en zelfbewust
    - nieuwe vaardigheden zorgen voor geweldige toename van
    - verkenningsmogelijkheden en leerervaringen
    - Spraakontwikkeling vorm de basis van sociaal en communicatieve vaardigheden
    - Egocentrisme komt veel terug in deze periode. peuters kunnen zich nauwelijks verplaatsen in anderen
  • kleuterperiode 4 - 6 jaar
    - meer dan peuter op andere gericht
    - Beschikt over rijke fantasie
    - omgeving van kleuter breidt zich uit door school etc.
  • Schoolperiode 6 - 12 jaar
    - onderwijs speelt belangrijke rol in ontwikkeling
    - naast school komt kind veel in aanraking met sport of hobby kinderen
  • Adolescentie 12 - 18 jaar
    - ingeluid door puberteit (geslachtsrijping)
    - Contact met leeftijdsgenoten net zo belangrijk als band met ouders
    - psychologische veranderingen zijn kenmerkend voor deze periode
  • Filosoof Locke (1632 - 1704)
    - Tabula-rasa principe was voorloper van behaviorisme
    - kind komt ter wereld als ongeschreven blad
    - erfelijke bagage en opgedane ervaring bepeland voor verdere levensloop
    - pleitte voor een strikte opvoeding
  • Eerste wetenschappers die zich voor kinderen gingen interesseren
    kinderziel
    - Filosoof Locke
    - Filosoof Rousseau
    Eerste onderzoek naar kinderen
    - Bioloog Darwin
  • Filosoof Jaques-Rousseau (1712-1778)
    - Gevoel was belangrijk
    - geloof in aangeboren natuurlijke goedheid van de mens
    - Hetonbedorven kind zou met zijn nieuwsgierigheid en tomeloze energie slechts ruimte, respect en stimulans nodig hebben, en zo min mogelijk de beknotting (bekorting) of correctie van zijn opvoeder of leermeester moeten ervaren.

    - Hij zag het kind als een actief en onderzoekend wezen dat met een sterke greep op het nastreven van de realiteit. Eveneens de ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget zou zich in deze omschrijving goed kunnen vinden.
  • Bioloog Darwin (1802 - 1882)
    - observeerde zijn eigen kind gedurende zijn eerste 3 levensjaren
    - observaties zijn niet systematisch verricht en interpertaties zijn subjecties
  • Wanneer kan een onderzoek een wetenschappelijk onderzoek genoemd worden?
    als het aan de volgende 3 eisen kan voldoen:
    - Waarheid
    - objectiviteit
    - rationaliteit
  • Wanneer wordt er een experiment gedaan
    In de psychologie wordt er een experiment gedaan om het verband of samenhang tussen 2 factoren aan te tonen.
  • wat is correlatie?
    Het verband tussen 2 factoren
  • wat is operationaliseren?
    Eigenschappen zo vertalen dat zij meetbaar worden
  • wanneer is een meting betrouwbaar
    Als iemand ongeacht de tijdstip en de persoon hetzelfde resultaat oplevert
  • Soorten interviews
    - open interview; waarbij vragen deels geleid worden door de gegeven antwoorden
    - een gestructureerd of gesloten interview; reeks vaste vragen die bij verschillende kinderen in dezelfde volgorde worden gesteld.
    - vragenlijst; heeft een vaste aantal vragen maar ook antwoorden. Het nadeel is dat de waarneming en beleving van ouders objectief kunnen schaden.
  • wat is een dwarsdoorsnede onderzoek?
    Op één tijdstip de meetresultaten van groepen van verschillende leeftijden vergelijken.bv:4- en 6-jarigen
  • wat is een cohort?
    Een cohort is een groep mensen met hetzelfde geboortejaar
  • wat is een cohorteffect?
    is de invloed die specifieke tijdsgebonden maatschappelijk gebeurtenissen op een cohort kunnen hebben
  • voor en nadelen dwars doorsnede onderzoek
    Voordelen:
    - snel en goedkoop
    Nadelen:
    - Bijgroot leeftijdsverschil verwarring ontwikkelings- en cohorteffect; geen individuele ontwikkeling te traceren
  • Voor en nadelen longitudinaal onderzoek
    voordelen:
    - Geen verwarring ontwikkelings- en cohorteffect; individuele ontwikkeling zichtbaar
    Nadelen:
    - langdurig en duur
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat zijn de 2 verschillen in de interactie tussen vrienden en peerinteractie in het algemeen
1.vrienden lossen conflicten soepeler op (beperken het conflict voor het in standhouden vriendschap), hebben meer begrip voor elkaar en er zijn geen eindeloze welles-nietes.
2.intimiteit, tegenover vriend(in) kwetsbaar durven opstellen.
sociale ontwikkeling van spelactiviteiten
1.Toekijkend of solitair
Naar spel van ander kijken zonder mee te doen of zelf alleen een spel doen, interesse is er wel al bij de jongste peuters, maar initiatieven om ander bij spel te betrekken ontbreken.
2.Parallel
Naast elkaar spelen met hetzelfde materiaal, zonder wezenlijke interactie of samenwerking, bijv. zandbak.
3.Associatief
Spelen samen, op elkaar afstemmen activiteiten, onderhandeld, taakverdeling, groepsproduct.
4.Coöperatief
Gezamenlijk bezig, zonder gemeenschappelijke taak, taakverdeling of doel, wel verbale communicatie.
ontwikkeling van peercontacten
-Baby’s nauwelijks instaat contact te maken.
-Vanaf 6 maanden zekere belangstelling voor elkaar, steun aan elkaar hebben, meer initiatief tot contact naar elkaar tonen, eerste vormen van sociaal contact.
-In peuterjaren toenemende complexiteit door taalverwerving en fantasiespel.
-De toename van frequentie bij peerinteracties is tussen 2 en 8 jaar (interactie met volwassenen in die periode neemt af).
-Verdeling van contacten tot 12 jaar constant.
kenmerken waar elke leerling baat van heeft
1.Positieve verwachtingen
2.Motivatie en competentie
3.Lesorganisatie
Onderwijsstijlen van een leraar
Autoritaire leiderschapsstijl De leraar geeft instructies, verdeelde taken, bekritiseerd de resultaten, stelt zich afstandelijk op en geeft geen enkele uitleg over het doel of nut van de activiteit.
Democratische leiderschapsstijl De leraar legt uit, stimuleert om mee te denken over aanpak, moedigt de studenten aan en moedigt uitwisseling van ideeën aan.

Laissez-faire als leiderschapsstijl Bijna geen leiderschap, weinig met de activiteiten en resultaten bezig houden. Vooral de leerlingen hun gang laten gaan.
Welke kenmerken maken een effectieve school volgens rutter
1.Nadruk op schoolse prestaties
2.Management in de klas
3.Discipline
Doelen van scholen voor kinderen
·Het onderrichten van kennis en vaardigheden die fundamenteel worden geacht voor de verdere ontplooiing van het individu, zoals rekenen, lezen, schrijven, geschiedenis en aardrijkskunde.
·Vorming in de bredere zin. Van de leerling wordt verwacht dat hij kan samenwerken, de autoriteit van de leerkracht respecteert, allerlei omgangsregels leert kennen en vertrouwd raakt met de maatschappelijke normen en waarden.
wat is een belangrijk voordeel aan siblings
- Een belangrijk voordeel van siblings is de mogelijkheid om met agressie te leren omgaan. Agressie tussen siblings is een algemeen verschijnsel. Het biedt te mogelijkheid om de onderlinge grenzen te verkennen.
- De wil om je broer of zus te evenaren of voorbij te streven is vaak groot en dit kan zinvolle imitatie uitlokken of prestatiedrang prikkelen.
Ontoegankelijke sibling
een groter leeftijdsverschil en de relatie met broer-zus is meestal minder hecht dan een broer-broer of zus-zus relatie.
een toegankelijke sibling
een toegankelijke sibling is meestal van hetzelfde geslacht en verschillen weinig in leeftijd. De meest toegankelijke sibling is de eeneiige tweeling.