Summary ontwikkelingspsychologie

-
ISBN-13 9781783654611
4549 Flashcards & Notes
59 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • ontwikkelingspsychologie
  • robert s feldman
  • 9781783654611
  • 5th

Summary - ontwikkelingspsychologie

  • 1 inleiding in de ontwikkeling van het kind

  • Wat is ontwikkelingspsychologie?
    Ontwikkelingspsychologie (of levensooppsychologie) is de wetenschappeliike studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte via de babyjaren, peuterjaren, kleuterjaren, schoolperiode, adolescentie, volwassenheid tot aan de ouderdom.
  • ontwikkelingspsychologie:
    de wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie
  • Vanuit welke hoeken wordt er naar de ontwikkeling van het kind gekeken?
    Vanuit:
    - Biologische invalshoek
    - Genetica
    - Cognitieve hoek
    - Fysieke groei
    - Sociale groei
  • Wat is ontwikkelingspsychologie naar welke vijf leeftijdsgroepen kijkt men?
    Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie. 

    • Prenatale periode
    • Baby- en peutertijd (0 - 3 jaar)
    • Kleutertijd (3 - 6 jaar)
    • Schooltijd (6 - 12 jaar)
    • Adolescentie (12 - 20 jaar)
  • Ontwikkelingspsychologie
    Wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie
  • Welke zijn belangrijke vraagstukken rondom de ontwikkeling van het kind?

    Continue verandering vs. Discontinue verandering
    Kritieke perioden vs. Gevoelige perioden
    Levensloopmodel vs. Focus op specifieke perioden
    Nature vs. Nurture
  • In welke 3 thema's is onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen te verdelen?
    fysiek, cognitief en sociaal/persoonlijkheid
  • Wat is ontwikkelings-psychologie? (levensloop psychologie)
    De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie.
  • Wat hebben deze invalshoeken/specialisten gemeen?
    Ze zijn geinteresseerd in de groei en de veranderingen die een kind in zijn jeugd en zijn adolescentie doormaakt.
  • Welke 3 centrale thema's vallen binnen de ontw.psych. en wat houden die thema's in?
    Fysieke ontw.= 
    Ontwikkeling van de fysieke opbouw vh lichaam (hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap).

    Cognitieve ontw.=
    Ontwikkeling van de manier waarop iemands gedrag wordt beïnvloed door groei en verandering in hun intellectueel vermogens.

    Sociale en persoonlijke. ontw.=
    Ontwikkeling van sociale relaties en interacties met anderen en van eigenschappen die de ene van de andere persoon onderscheiden.
  • 3 benaderingen ontwikkelingen van het kind
    • Fysieke ontwikkeling--> invloed hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen en behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag.
    • Cognitieve ontwikkeling--> Kijkt naar intellectuele vermogens, zoals leren, geheugen, oplossen problemen en intelligentie
    • Sociale ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling--> Ontwikkeling en verandering sociale relatie's en interactie's met anderen en duurzame eigenschappen die de ene persoon van de ander onderscheiden
  • Wat zijn de toekomsttrends binnen de ontwikkelingspsychologie?

    Groeiende specialisatie, meer samenwerking tussen verschillende gebieden, meer aandacht voor diversiteitsvraagstukken, en een grotere invloed op kwesties van publiek belang.
  • In welke leeftijdsgroepen worden jeugd en adolescentie meestal verdeeld?
    prenataal: van conceptie tot geboorte
    baby- en peutertijd: 0-3 jaar
    kleutertijd: 3-6 jaar
    schooltijd: 6-12 jaar
    adolescentie: 12-20 jaar
  • Fysieke ontwikkeling
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het lichaam, zoals de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap.
  • Waar houden onderzoekers in genetica zich mee bezig?
    Met de invloed van onze genetische achtergrond op de manier waarop we naar de wereld kijken en hoe we met anderen omgaan.
    Ze bestuderen iemands persoonlijkheid.
    Ze proberen erachter te komen hoeveel van ons potentieel als mens bepaald wordt (of beperkt) door erfelijkheid.
  • Wat zijn cohorten en cohorteffecten?
    Cohort =
    groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren is.

    Cohorteffect =
    treden bijvoorbeeld op als gevolg van normatieve historisch bepaalde invloeden.
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen? En wat zijn niet-normatieve gebeurtenissen? 
    normatieve gebeurtenissen =
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste mensen binnen een groep/cohort op dezelfde manier voltrekken.

    niet-normatieve gebeurtenissen =
    Specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van iemand op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste anderen niet overkomen.
  • Cohort
    Groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren is
  • Wat is een cohort?
    Een cohort is een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek geboren zijn.
  • cohort:
    groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Cognitieve ontwikkeling
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag van mensen wordt beïnvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat is het doel van al deze onderzoeken?
    Een beter leven voor kinderen.
  • Bij nature versus nurture wordt gesproken over maturatie. Wat is maturatie?
    Maturatie =
    het proces van geleidelijk ontvouwen van voortbestemde genetische informatie.
  • Normatieve gebeurtenissen en invloed
    Normatieve gebeurtenis--> Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken

    Normatieve invloed--> invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijken gedrag vreest.

    Niet-normatieve gebeurtenis--> van invloed op ontwikkeling, specifieke gebeurtenis welke plaats vind in leven specifiek persoon op een tijdstip dat het de meesten anderen niet overkomt
  • Hoe zag men kinderen vroeger?

    Voor 1600 zag men kinderen vooral als miniatuurvolwassenen. Pas in de tijd van Charles Darwin werden kinderen meer systematisch geobserveerd. Ook doordat onderwijs universeler werd en kinderen meer gescheiden werden van volwassenen en doordat er meer volwassenen beschikbaar kwamen op de arbeidsmarkt, waren kinderen niet langer nodig als goedkope arbeidskrachten. Dankzij nieuwe psychologische inzichten werden mensen zich bewust van het feit dat gebeurtenissen tijdens hun jeugd van invloed waren op de rest van hun leven.
    In de 20e eeuw zorgden een aantal grootschalige onderzoeken ervoor, dat ons inzicht in de ontwikkeling van kinderen enorm  beïnvloed werd.
    Vb: De Stanford Studies of Gifted Children
  • normatieve gebeurtenissen:
    gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken
  • Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
    Ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties en interacties met anderen en op duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat is het doel van mensen die werkzaam zijn in bv het onderwijs, gezondheidszorg en social werk?
    Om het welzijn van kinderen te bevorderen.
  • Hoe zal de toekomst van de ontwikkelingspsychologie eruit zien?
    Enkele te verwachten toekomsttrends zijn: 
    • groeiende specialisatie
    • meer samenwerking tussen verschillende gebieden
    • meer aandacht voor diversiteitsvraagstukken
    • grotere invloed op kwesties van publiek belang
  • Plasticiteit
    Mate waarin ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan worden gewijzigd. (kritieke-gevoelige periode)
  • normatieve invloeden:
    invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest
  • Cohort
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Maturatie
    Proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie (nature in nature-nurture)
  • Wat is de fysieke ontwikkeling en geef een voorbeeld van een vraagstuk?
    De fysieke ontwikkeling kijkt naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken, slaap op ons gedrag. VB: wat bepaalt de sekse van een kind? Wat zijn de lange termijnconsecuenties van een premature geboorte?
  • niet-normatieve gebeurtenissen:
    specifieke gebeurtenissen in het leven van een persoon op een specifiek tijdstip
  • Normatieve gebeurtenissen
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
  • 4 belangrijke vraagstukken rondom ontwikkeling kind
    1. Continue-discontinue ontwikkeling
    2. kritieke - gevoelige perioden
    3. levensloopmodel - focus op specifieke perioden
    4. nature - nurture


    Tabel p15
  • Wat is cognitieve ontwikkeling en geef een voorbeeld van een vraagstuk?
    Cognitieve ontwikkeling kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, het oplossen van problemen en intelligentie. VB: Wat zijn de vroegste herinneringen die we van onze babytijd kunnen hebben? Wat zijn de consequenties van TV kijken?
  • actuele vraagstukken uit de ontwikkelingspsychologie:
    -continue vs discontinue verandering: oftewel geleidelijk of in stappen. Beide vormen bestaan wss naast elkaar
    -kritieke en gevoelige perioden
    -levensloopmodel vs focus op specifieke perioden
    -nature vs nurture
  • Continue verandering
    Geleidelijk ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die van de vorige niveaus
  • Wat is persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling en geef een voorbeeld van een vraagstuk?
    Persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling kijkt naar de duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden en naar de ontwikkeling en de verandering van sociale relaties en interacties met anderen. VB: Reageren pasgeborenen anders op hun moeder dan op andere mensen?
  • kritieke periode:
    specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft
  • Discontinue verandering
    Ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan het gedrag in eerdere stadia. (trapvorm)
  • Welke omgevingsfactoren kunnen van invloed zijn op de timing van de ontwikkeling van en kind?
    Pesten, seksuele intimidatie, thuissituatie
  • gevoelige periode:
    periode in de ontwikkeling waarin het organisme extra gevoelig is voor bepaalde stimuli in de omgeving
  • Kritieke periode
    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft.
  • Welke invloed kan lidmaatschap van een cohort hebben op de leeftijd waarop een kind aan school toe is?
    Een positieve invloed, want er is een samenhorigheidsgevoel met leeftijdsgenootjes.
  • maturatie:
    het geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie
  • Plasticiteit
    De mate waarin ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan worden gewijzigd.
  • De individuele ontwikkeling wordt door een breed scala van factoren beïnvloed.
    In welke drie categorieën kunnen deze grofweg worden ingedeeld?
    Normatieve leeftijdsgebonden invloeden

    Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die leeftijdsgebonden zijn. Deze komen ongeveer gelijktijdig voor bij het merendeel van individuen binnen eenzelfde leeftijdsgroep van een bepaalde cultuur of subcultuur. 'Normatief' betekent in deze context dus 'vaak voorkomend'.


    Normatieve historisch bepaalde invloeden

    Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die verbonden aan de specifieke maatschappelijke situatie in de historische tijd. Deze zijn normatief in de zin dat de meeste mensen van een zekere generatie ermee te maken krijgen.


    Niet-normatieve gebeurtenissen

    Biologische en sociale-omgevingsinvloeden die sterk persoonsgebonden zijn en niet in het algemeen van toepassing zijn op een bepaalde leeftijdsgroep of in een bepaald historisch tijdsvak. Het zijn met name deze factoren die elk levenspad uniek maken. Ze laten zich vaak onverwachts gelden en kunnen het leven van het individu soms een heel ander verloop geven.
    Deze drie soorten invloeden zorgen er elk afzonderlijk maar tegelijk ook in interactie met elkaar voor dat ieder individu zijn eigen levenspad loopt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert S Feldman het Engels
  • 9789043015646 or 9043015644
  • 4e ed.

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 Een inleiding in de ontwikkeling van het kind

  • jh
    hgjjhg
  • Wat betekent ontwikkelingspsychologie(ook weleens levenslooppsychologie genoemd)?
    De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie.
  • ONtwikkelingspsychologie
    WEtenschappelijke studie naar de patronen van groei, Vverandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd, Ddus vanaf de geboorte tot aan de ouderdom.
    Pas op,,,,de meeste aandacht van de onderzoekers gaat uit naar de periode waarin de veranderingen elkaar het snelst opvolgen
    Die van de geboorte tot aan de adolescentie.
  • Ontwikkelingspsychologie richt zich op..........?
    de menselijke ontwikkeling.
  • SSommigen proberen de universele ontwikkelingprincipen te doorgronden
    TTerwijl andere ze kijken naar: culturele, Eetnische verschillen.
    Of unieke aspecten van individuen, Ze kijken naar de kenmerken en eigenschappen die de een mens van de andere onderscheiden.
  • 1.1.1 De reikwijdte van het vakgebied

  • Waar gaan ontwikkelingspsychologen vanuit?
    Dat mensen in sommige opzichten tot het einde van hun leven blijven groeien en veranderen, terwijl hun gedrag in andere opzichten stabiel blijft.
  • Wat zijn de thematische gebieden binnen de ontwikkelingspsychologie?
    Fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling & sociale en persoonlijkheidsontwikkeling. 
  • Op welke perioden concentreert de ontwikkelingspsychologie zich?
    De jeugd en de adolescentie
  • Wat houdt fysieke ontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het lichaam: zoals de de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slapen. 
  • In welke perioden ontwikkelt de mens zich?
    elke
  • Wat houdt cognitieve ontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag van mensen wordt beïnvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
  • Wat houdt sociale ontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interactie van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven. 
  • Wat houdt persoonlijkheidsontwikkeling in?
    Ontwikkeling die betrekking heeft op stabiliteit en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden. 
  • 1.1.2 De invloed van cohorten op ontwikkeling: ontwikkelen in een sociale wereld

  • Wat houdt een cohort in?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Wat betekent cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren. (denk aan babyboomers en generatie X)
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep (cohort) op dezelfde manier voltrekken. Dit kan biologisch, sociaal of cultureel bepaald zijn. Bijvoorbeeld: Het bereiken van de puberteit gebeurt voor iedereen ongeveer in dezelfde periode. Of in de westerse cultuur, kinderen die op hun 5e/6e beginnen met verplicht onderwijs.
  • Wat betekent normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken. 
  • Wat zijn normatieve historisch bepaalde invloeden?
    Biologische en omgevingsinvloeden die gekoppeld zijn aan een specifiek historisch moment. (bijvoorbeeld, tweede wereldoorlog)
  • Normatieve gebeurtenissen kunnen ...., .... of .... bepaald zijn.
    Biologisch, sociaal of cultureel (denk aan puberteit en in westerse culturen beginnen kinderen rond hun vijfde of zesde levensjaar met verplicht onderwijs)
  • Wat zijn normatieve leeftijdsgebonden invloeden?
    Biologische en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht wanneer of waar ze opgroeien. (bv. menopauze)
  • Normatieve historisch bepaalde invloeden zijn......
    biologische en omgevingsinvloeden die gekoppeld zijn aan een specifiek historisch moment. (denk aan: 11 september WTC- New York --> kinderen die in New York woonden werden bijv. allemaal geconfronteerd met biologische en omgevingsproblemen als gevolg van de terroristische aanslagen op het WTC. Hun ontwikkeling zal worden beïnvloed door deze normatieve historisch bepaalde gebeurtenis.)
  • Wat zijn normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden?
    Ethnische afkomst, sociale klasse, lidmaatschap van een subcultuur en andere factoren. Bv. Immigrantenkinderen die Nederlands als tweede taal spreken zijn onderhevig aan heel andere sociaal-cultureel bepaalde invloeden dan kinderen die de Nederlandse taal als moedertaal hebben.
  • Normatieve leeftijdsgebonden invloeden zijn....
    biologisch en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht wanneer of waar ze opgroeien. (denk aan: biologische gebeurtenissen: menopauze, die universeel rond dezelfde periode/tijd plaatsvindt. Sociaal-culturele gebeurtenissen: eindexamen doen, vindt meestal plaats aan het einde van de tienerjaren.)
  • Wat zijn niet-normatieve gebeurtenissen?
    Specifieke, a-typische gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen.
  • Normatieve sociaal-cultureel bepaalde invloeden zijn....
    etnische afkomst, sociale klasse, lidmaatschap van een subcultuur en andere factoren. (denk aan: immigrantenkinderen die Nederlands als tweede taal spreken hebben een heel andere sociaal-cultureel bepaalde invloeden dan in de kinderen die in Nederland of België zijn en als moedertaal Nederlands spreken.)
  • Wat houdt niet-normatieve gebeurtenissen in?
    Dat zijn specifieke, atypische gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen. (denk aan: Louise Brown, hij was de eerste kind ter wereld die via in-vitrofertilisatie werd verwerkt. Of een middelbare-school leerlinge die een landelijke wetenschapswedstrijd wint, zij bouwt actief aan haar eigen omgeving en heeft een aandeel in haar eigen ontwikkeling.)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert S Feldman Esmah Lahlah, Ilse Smits, Laurent Voets Aafke Moons het Engels Vanja Walsmit
  • 9789043024259 or 9043024252
  • 5e ed.

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 De ontwikkeling van een kind


  • De belangrijkste invalshoeken om de ontwikkeling te bekijken zijn:
    Psychodynamisch perspectief
    Behavioristisch perspectief
    Cognitief perspectief
    Systemisch perspectief 
    Evolutionair perspectief
  • op welke drie aspecten van de ontwikkeling concentreerd dit boek zich?

    fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en persoonlijkheids/sociale ontwikkeling

  • Wat is de Latijnse naam voor de voorste en achterste gehemeltebogen?

    voorste: arcus palatoglossus, achterste: arcus palatopharyngeus

  • Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.
  • Wat is ontwikkelingspsychologie?
    Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie naar de patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd.

  • PSYCHODYNAMISCH PERSPECTIEF

    Belangrijkste theorieën: Freud en Erikson


    Gedrag wordt ons hele leven gemotiveerd door innerlijke, onbewuste krachten die uit onze kindertijd stammen en 
    waarover we weinig controle hebben.
    Erikson legt in zijn theorie de nadruk op de sociale 
    interactie met anderen. Mensen worden zowel gevormd als belemmerd door hun samenleving en hun cultuur.
    Psychosociale ontwikkeling
  • Waar liggen de amandelen

    tussen de voorste en achterste gehemelteboog

  • De meeste aandacht van de onderzoekers gaat uit naar de periode waarin de verandering elkaar het snelst opvolgen: die van de geboorte tot aan de adolescentie. 
  • Wat is cognitieve ontwikkeling?
    Cognitieve ontwikkeling is de ontwikkeling die te maken met denken. Daarbij word vooral gekeken naar hoe gedrag van mensen wordt beïnvloed. Daarbij staat: leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie centraal.
  • Wat is de Latijnse naam voor de neus en de keelamandelen

     

    neusamandelen: tonsilla adenoidea, keelamandelen: tonsilla palatina

  • Onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen is te verdelen in drie centrale thema's of benaderingen:
    - Fysieke ontwikkeling
    - Cognitieve ontwikkeling
    - Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Wat is fysieke ontwikkeling?
    Men onderzoekt hierbij welke invloed je lichaam, hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de primaire behoeften als eten, drinken en slaap heeft op het gedrag van mensen.
  • Bij fysieke ontwikkeling wordt er gekeken naar de invloed van het lichaam- de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap- op ons gedrag.
  • Wat is sociale ontwikkeling?

    Bij sociale ontwikkeling kijkt men naar de ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop de interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.

  • Bij cognitieve ontwikkeling wordt er gekeken hoe het gedrag van mensen wordt beinvloed door groei en veranderingen in hun intellectuele vermogens.
  • Wat is maturatie?
    Maturatie is het proces van geleidelijk ontvangen van voorbestemde genetische informatie. (Rijping, ontwikkeling)
  • Cognitieve ontwikkelingspsychologen houden zich bezig met leren, geheugen, probleemoplossing en intelligentie. ze willen er bijvoorbeeld achter komen hoe intellectuele vermogen in de loop van de kindertijd veranderen, of proberen te achterhalen of er culturele verschillen bestaan in de factoren waaraan kinderen hun successen en mislukkingen op school toeschrijven. 
  • Wat is plasticiteit?
    Dit is de mate waarin men ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan wijzigen. Men blijkt namelijk op de gebieden: cognitieve-, persoonlijkheids- en sociale ontwikkeling flexibeler dan men dacht.
  • Bij sociale ontwikkeling kijk men naar de manier waarop de interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven.
  • Wat word er bedoelt met de gevoelige periode?
    Tijdens deze periode zijn organismen erg gevoelig voor bepaalde stimuli. (prikkels) Deze periode staat voor een periode waarin bepaalde vermogens optimaal naar voren komen.
  • Bij persoonlijkheidsontwikkeling wordt er gekeken naar stabiliteit en verandering in de eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden. 
  • Wat word er bedoelt met de kritieke periode?

    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft. (Bijvoorbeeld: ziekte tijdens zwangerschap)

  • Specialisten op het gebied van persoonlijkheidsontwikkeling en sociale ontwikkeling houden zich ook bezig met de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek naar de effecten van een klasstructuur op de sociaal-emotionele ontwikkeling van schoolgaan kinderen.
  • Een belangrijke vraag is of ontwikkeling zich op een continue of discontinue manier voltrekt.

    Continue verandering.
    Hierbij heeft men het over de ontwikkeling die geleidelijk is en 'vloeien' prestaties uit tot een nieuw niveau van ontwikkeling. Het is dus een kwantitatieve verandering. (Dit blijft levenslang het zelfde)

    Discontinue verandering.
    Hierbij vindt de ontwikkeling plaats in aparte stappen of stadia. Elk stadium levert gedrag op dat kwalitatief ander is dan gedrag in een eerder stadia. (kleutertijd, kindertijd en adolescentie) Men aanschouwt deze ontwikkeling hierbij abrupt, dus heel plotseling.

    De meeste ontwikkelingspsychologen zijn van mening dat beide soorten verandering naast elkaar bestaan. Hoewel veel veranderingen continu zijn, zijn andere discontinu.

  • Er zijn verschillende globale leeftijdsgroepen: de prenatale periode (conceptie tot geboorte), de baby-en peutertijd (geboorte tot 3 jaar), de kleutertijd (3-6 jaar), de schooltijd (6-12 jaar) en de adolescentie (12-20 jaar).
  • Wat is persoonlijkheidsontwikkeling?

    Daarbij houden ze zich vooral bezig met de ontwikkeling die betrekking heeft op de stabiliteit van een persoonlijkheid. In hoeverre blijft men 'zichzelf', welke verandering maakt men mee wanneer hij/zij zich aanpast.

  • Wanneer ontwikkelingspsychologen het over leeftijdsgroepen hebben, is het dus belangrijk om te beseffen dat zij het over gemiddelden hebben: het tijdstip waarop kinderen gemiddeld genomen bepaalde mijlpalen bereiken. 
  • Wat is een cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren. (generatie)
  • De Culturele context: Alle culturen en subculturen hebben hun eigen opvattingen over de juiste manier om kinderen op te voeden, zoals ze ook hun eigen ontwikkelingsdoelstellingen voor kinderen hebben.
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?

    Dit zijn gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen, binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.

  • Het woord ras  is een biologisch concept dat verwijst naar classificaties die gebaseerd zijn op fysieke en structurele eigenschappen van soorten.
  • Normatieve gebeurtenissen.
    Dit zijn gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen, binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.

    VOORBEELDEN: Puberteit, eindexamen doen, naar de peuterspeelzaal gaan.
  • Etnische groep en etniciteit zijn bredere termen die verwijzen naar culturele achtergrond, nationaliteit, religie en taal. 
  • Cohort: een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren.
  • Normatieve gebeurtenissen: gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken.
  • Cohorteffecten treden bijvoorbeeld op als gevolg van normatieve historisch bepaalde invloeden, biologische en omgevingsinvloeden die verbonden zijn aan een specifiek historisch moment. 
  • Leeftijdsgebonden invloeden zijn biologische en omgevingsinvloeden die gelijk zijn voor mensen in een bepaalde leeftijdsgroep, ongeacht waar of wanneer ze opgroeien (bijv. puberteit, menopauze). 
  • Een socioculturele gebeurtenis als naar school gaan, kan gezien worden als een normatieve leeftijdsgebonden invloed, omdat dit in de meeste culturen rond het zesde jaar plaatsvindt.
  • Normatieve invloeden: invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest.
  • Niet-normatieve gebeurtenissen: specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een specifiek persoon op een tijdstip dat zulke gebeurtenissen de meeste andere mensen niet overkomen.
  • Volgens Philippe Ariès krgen kinderen in de middeleeuwen pas rond 1600 een eigen status, voor die tijd werden ze gezien als miniatuurvolwassenen.
  • Babybiografieën: Waarnemers probeerden de groei van een kind bij te houden. Dat dezen ze door de fysieke en taalkundige mijlpalen van het kind vast te leggen.
  • Charles Darwin ontwikkelde de evolutietheorie en toen kreeg de observatie van kinderen pas een systematisch karakter. 
  • Nature: erfelijkheid
    Nurture: Omgevingsinvloeden
  • Alfred Binet deed onderzoek naar het geheugen en naar hoofdrekenen.
  • G. Stanley Hall was de eerste die het denken en het gedrag van kinderen onderzocht met behulp van vragenlijsten.
  • De wetenschappers die de basis van de ontwikkelingspsychologie legden, hadden een gemeenschappelijk doel: ze wilden de aard van groei, verandering en stabiliteit tijdens jeugd en adolescentie op een wetenschappelijke manier bestuderen.
  • Continue verandering: gelijdelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit die van vorige niveaus
  • continue verandering is kwantitatief; de onderliggende ontwikkelingsprocessen die de aanzet geven tot verandering blijven gedurende het hele leven hetzelfde. 
  • Discontinue verandering: ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 4:

  • Ontwikkelingspsychologie
  • Robert S Feldman
  • or
  • 4

Summary - Ontwikkelingspsychologie

  • 1 Baby

  • Wat is ontwikkelingspsychogologie?
    De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot adolescentie
  • Noem 3 ontwikkelingsgebieden
    Fysieke ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling en sociale- en persoonlijkheidsontwikkeling
  • Wat is een cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die voor de meeste individuen binnen een groep op de zelfde manier gebeuren
  • Wat zijn normatieve invloeden?
    Invloeden die leiden tot conformiteit omdat men de gevolgen van afwijkend gedrag vreest
  • Wat is de kritieke periode?
    Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste gevolgen heeft
  • Wat is plasticiteit?
    De mate waarin ontwikkelingsgedrag of fysieke structuur kan worden gewijzigd.
  • Wat is de gevoelige periode?
    Een periode waarin kinderen extra gevoelig zijn voor een bepaald facet van de ontwikkeling.
  • Wat is maturatie?
    Het proces van geleidelijk ontvouwen van voorbestemde genetische informatie.
  • Wat is het psychodynamisch perspectief?
    Een bepaalde kijk op de ontwikkeling waarbij er van uit word gegaan dat gedrag beïnvloed word door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft
  • Wat is de psychoanalytische theorie?
    Een theorie van Freud die ervan uitgaat dat onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag
  • Wat is klassieke conditionering?
    Een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde manier leert reageren op een neutrale stimulus die de respons normaal gesproken niet uitlokt.
  • Wat is operante conditionering?
    Een vorm van leren waarbij een vrijwillige respons wordt verzwakt of versterkt.
  • Wat is het behavioristisch perspectief?
    Benadering van ontwikkeling waarbij men ervan uit gaat dat waarneembaar gedrag cruciaal is voor het begrijpen van de ontwikkeling van het individu.
  • Wat is het cognitief perspectief?
    Benadering van ontwikkeling die zich richt op de processen die mensen in staat stellen de wereld te leren kennen, te begrijpen en er over na te denken.
  • Wat is de sociaal-cognitieve leertheorie?
    Benadering van ontwikkeling waarin de nadruk ligt op leren door het gedrag van een ander te observeren.
  • Wat is de informatieverwerkingstheorie?
    Benadering van cognitieve ontwikkeling waarbij men probeert te achterhalen op welke manieren mensen informatie opnemen, gebruiken en opslaan.
  • Wat is genderidentiteit?
    De perceptie van zichzelf als mannelijk of vrouwelijk.
  • Wat is identificatie?
    Het proces waarbij kinderen proberen gelijk te zijn aan de ouder van dezelfde sekse.
  • Wat zijn de 4 theorieen over genderontwikkeling?
    Biologisch, psychoanalytisch, sociale leertheorie en cognitief.
  • Wat is genderconstantie?
    Het feit dat mensen permanent vrouwelijk of mannelijk zijn als gevolg vast biologische factoren.
  • Wat is functioneel spel?
    Een spelvorm die bestaat uit eenvoudige herhalende activiteiten, typisch voor 3-jarige.
  • Wat is constructief spel?
    een spelvorm waarbij kinderen objecten manipuleren om iets te produceren of te bouwen.
  • Wat is parallel spel?
    spelvorm waarbij kinderen naast elkaar met hetzelfde materiaal spelen zonder interactie met elkaar.
  • Wat is toekijkend spel?
    Spelvorm waarbij kinderen kijken naar het spel van andere zonder zelf mee te doen
  • Wat is associatief spel?
    spelvorm waar kinderen de interactie aangaan door speelgoed uit te wisselen terwijl ze niet hetzelfde doen.
  • Wat is cooperatief spel?
    Spelvorm waarbij kinderen echt met elkaar spelen.
  • Noem de 4 vormen van ouderschap
    Autoritaire ouders, permissieve ouders, autoritatieve ouders en onverschillige ouders (verwaarlozend).
  • Wat is de morele ontwikkeling?
    De ontwikkeling van iemands rechtvaardigheidsgevoel.
  • Wat is het moreel realisme?
    het stadium van morele ontwikkeling waarbij kinderen regels als vast en onvoorwaardelijk schatten.
  • Wat is astma?
    een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door periodieke aanvallen van niezen, hoesten en kortademigheid.
  • Waarom verbeterd de fijne motoriek in de schooltijd zo aanzienlijk?
    Dit komt door de toenamen van Myeline in de hersenen in de leeftijd van zes tot acht jaar. Door myeline krijgen spieren sneller boodschappen door en kunnen kinderen ze beter beheersen.
  • Wat is het concreet-operationeel stadium?
    de periode van cognitieve ontwikkeling in de leeftijd van 7 tot 12 jaar die zich kenmerkt door het juist en actieve gebruik van logica.
  • Wat is decentreren?
    Het vermogen om rekening te houden met verschillende aspecten van een situatie.
  • Wat is reversibiliteit?
    het vermogen een uitgevoerde handeling weer terug te draaien.
  • Wat is herinnering?
    het proces waarmee informatie wordt gecodeerd, opgeslagen en weer opgehaald wordt.
  • Wat is de zone van naaste ontwikkeling (zone of proximal development, ZPD)?
    Het niveau waarop een kind een taak bijna, maar niet helemaal zelfstandig kan begrijpen of uitvoeren.
  • Wat is het metalinguistisch bewustzijn?
    Het besef van het eigen taalgebruik.
  • Wat is de mentale leeftijd?
    Het gemiddelde intelligentie niveau van mensen van een bepaalde kalenderleeftijd.
  • Wat is de kalenderleeftijd?
    Iemands fysieke leeftijd.
  • Noem de 8 intelligenties van Gardner
    Muzikale, lichamelijke (bewegingsintelligentie), logisch mathematisch, taalkundige, ruimtelijke, interpersoonlijke, intrapersoonlijke en natuurlijke intelligentie.
  • Wat is de triarchische theorie van intelligentie?
    de opvatting dat intelligentie bestaat uit drie elementen van informatieverwerking. Het analytische element, het creatieve element en het praktische element.
  • Wat is acceleratie?
    het aanbieden van speciale lesprogramma's waarmee hoogbegaafde kinderen in hun eigen tempo verder leren.
  • Wat is verrijking?
    een methode waarbij hoogbegaafde kinderen speciale programma's volgen en individuele activiteiten aangeboden krijgen om dieper in te kunnen gaan op specifieke onderwerpen.
  • Wat is het pygmalion effect?
    het verschijnsel waarbij een kind onbewust dat gedrag gaat vertonen wat ouders en leraren van hem verwachten.
  • Wat is emotionele intelligentie?
    De vaardigheden om op een juiste manier emoties in te schatten, te evalueren, uit te drukken en te reguleren.
  • Wat is het vlijt-versus-minderwaardigheidstadium?
    de periode van 6 tot 12 jaar waarin het kind probeert competenties te ontwikkelen om problemen met ouders, leeftijdgenoten en school het hoofd te kunnen bieden.
  • Wat is sociale verrijking?
    beoordeling van het eigen gedrag, eigen capaciteiten en meningen door ze te vergelijken met die van anderen.
  • Wat is eigenwaarde?
    waardering voor het eigen ik.
  • Noem de 3 stadia van vriendschappen
    vriendschap gebaseerd op het gedrag van anderen, vriendschap gebaseerd op vertrouwen en vriendschap gebaseerd op psychische nabijheid.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Probeer voorbeelden te vinden in uw omgeving voor beide invloeden (nurture en nature), anders dan seksuele oriëntatie en de voorkeur voor speelgoed.
Nature (aanleg)
  • kleur van de iris, haarkleur, lichaamslengte, sproetjes, kuiltjes in wangen
  • kleurenblindheid
  • kaalheid (niet ten gevolge van ziekte)
  • intelligentie
Nurture (opvoeding, leefomgeving)
  • intelligentie
  • opvoedstijl
  • taal
  • omgangsvormen
Een belangrijke kanttekening bij de indeling van individuele kenmerken als zijnde ‘nature’ versus ‘nurture’ gedreven, is dat er in werkelijkheid niet altijd sprake lijkt van een duidelijke dichotomie.
Met betrekking tot de kleur van de ogen of het haar zal doorgaans weinig discussie bestaan over in hoeverre deze eigenschappen zijn aangeboren danwel aangeleerd.
Wanneer het echter gaat om eigenschappen als persoonlijkheid, gedrag en intelligentie lijkt de literatuur er op te wijzen dat er doorgaans sprake is van een combinatie van aanleg en aanleren.
Zo blijkt intelligentie voor een belangrijk deel in aanleg bepaald (de overerfbaarheid van intelligentie wordt geschat op ten minste vijftig procent), maar evenwel beïnvloedbaar door de omgeving waarin iemand opgroeit. Het isoleren van de specifieke bijdrage van nature- danwel nurture-invloeden wordt bovendien bemoeilijkt door het gegeven dat de erfelijke en opvoedkundige omgeving vaak gecorreleerd zijn: 'slimme' ouders geven met grotere kans 'slimme' genen door, maar creëren eveneens met grotere kans stimulerende omgevingen waarin het kind zich kan ontplooien.
Om het belang van erfelijkheid en milieu te bestuderen als verklaring voor verschillen tussen personen in termen van bepaalde kenmerken of eigenschappen maken ontwikkelingspsychologen vaak gebruik van tweelingstudies.
Geef aan in hoeverre de bevindingen in de videofragmenten stroken met de vier theorieën over genderidentiteit die in hoofdstuk 10 van het tekstboek worden besproken (de biologische, de psychoanalytische, de sociale en de cognitieve theorie).
In het fragment over de tweelingen zien we dat, hoewel eeneiige tweelingen in hetzelfde milieu opgroeien voor de geboorte, er wordt aangenomen dat de invloed van hormonen tijdens de zwangerschap verschillend kan zijn voor de twee kinderen. Dit verschijnsel is te verklaren vanuit de biologische theorieën. De overige theorieën geven hier geen verklaring voor. Dit geldt ook voor de mogelijk aangeboren voorkeur voor seksespecifiek speelgoed bij de apen.
Het feit dat volwassenen kinderen stimuleren om met genderconform speelgoed te spelen, past eerder bij de verklaringen die de sociale-leertheorie geeft. Als kinderen ouders observeren, en gevoelig zijn voor beloning van het gedag dat door de ouder als correct wordt gezien, dan zou de handelswijze van volwassenen in het filmpje leiden tot genderstereotype rollen (sociale-leertheorie). Conform de cognitieve theorieën ontwikkelen jonge kinderen genderschema’s, die ze daarna streng toepassen. Het niet accepteren van speelgoed dat niet genderconform is, past daarbij.
De psychoanalytische theorie is wellicht ook toepasbaar omdat volgens deze theorie er identificatie met de ouder van hetzelfde geslacht plaatsvindt en dat zou zich ook kunnen uiten in het gebruiken van dezelfde voorwerpen (speelgoed is vaak gemodelleerd naar voorwerpen die volwassenen gebruiken, bijvoorbeeld auto’s, kinderwagens, enzovoort).
In de zojuist bekeken videofragmenten hebt u twee voorbeelden gezien van eigenschappen waarvan lang werd gedacht dat deze in sterke mate werden gevormd door opvoeding en omgeving (nurture).Welke conclusies kunt u op basis van beide fragmenten trekken over de oorsprong van beide eigenschappen?
Het voorbeeld van de negenjarige tweelingbroers Jared en Adam ontkracht volgens prof. Michael Bailey de hypothese dat de seksuele identiteitsontwikkeling een extreem nurture-gedreven proces is. Er zijn immers geen aanwijzingen die erop duiden dat de moeder van deze tweeling de neiging heeft om meisjesachtige jongens op te voeden, want zoon Jared vertoont genderconform gedrag.
Het voorbeeld van de eeneiige tweelingbroers Steve en Greg bevestigt deze gedachte: ook zij werden aan dezelfde opvoeding onderworpen, maar divergeerden desondanks in termen van seksuele identiteit.
Echter, omdat Steve en Greg ook nog eens dezelfde genetische blauwdruk hebben, lijkt genderidentiteit evenmin een genetisch, nature-gedreven proces.

Kortom: zelfde genen, zelfde opvoeding, andere uitkomst.
Hoe kan dat?

Zoals uitgelegd door prof. Michael Bailey en geïllustreerd door de ratten van dr. Marc Breedlove, speelt volgens de huidige inzichten de (hormonale) omgeving in de baarmoeder tijdens de zwangerschap een belangrijke rol bij de vorming van de seksuele oriëntatie.
Hoewel deze omgeving in principe hetzelfde is voor eeneiige tweelingen, kunnen epigenetische mechanismen ervoor zorgen dat de gevoeligheid voor bepaalde hormonen (zoals testosteron) sterker of zwakker is bij het ene kind in vergelijking met het andere. Dit zou kunnen worden opgevat als een vorm van prenatale nurturing.
Uit het tweede videofragment wordt allereerst duidelijk dat volwassenen sterk de neiging hebben om kinderen aan te moedigen tot genderstereotiep gedrag. Deze constatering heeft van oudsher de hypothese gevoed dat het kiezen van genderconform speelgoed een sterk of zelfs uitsluitend nurture-gedreven gedraging is.
Het primatenonderzoek van prof. Melissa Hines laat echter zien dat, wanneer de invloed van nurture geheel wordt uitgesloten, er nog steeds sprake is van genderstereotiep gedrag: mannelijke aapjes kiezen met grotere kans speelgoed voor jongens, en vrouwelijke aapjes kiezen met grotere kans speelgoed voor meisjes.
Hoewel deze bevinding niet noodzakelijk betekent dat de keuze voor genderconform speelgoed een puur nature-gedreven aangelegenheid is, suggereert ze wel dat de invloed van nurture bij de ontwikkeling van deze gedragingen op zijn minst sterk is overschat.
Volgens de interactionele benadering spelen sociale factoren een grote rol in taal ontwikkeling.In welk stuk van het filmpje komt dit goed tot uitdrukking?
In een onderzoek werden Amerikaanse baby’s tussen de 8 en 10 maanden tijdens twaalf sessies blootgesteld aan een persoon die Mandarijn (Chinees) tegen ze sprak. De baby’s waren nooit eerder blootgesteld aan een tweede taal. Deze baby’s bleken met 10-12 maanden net zo goed in staat Mandarijnse klanken te onderscheiden als Chinese baby’s. Echter, wanneer de baby’s aan precies dezelfde twaalf sessies werden blootgesteld, maar dan op tv, of ze luisterden naar dezelfde audiofragmenten terwijl ze naar een teddybeer keken, dan trad dit effect niet op.

Conclusie: er is een mens nodig om taal over te brengen op baby’s.
n het tekstboek (p. 193) wordt een aantal onderzoeken genoemd (onder andere van Patricia Kuhl), waarin interculturele overeenkomsten in de manier van spreken tegen kleine kinderen werden onderzocht.In het fragment hoorde u een Amerikaanse moeder en een Taiwanese moeder tegen een baby praten (tijd: 04m 03s).Welke kenmerken van de manier van spreken tegen kleine kinderen herkent u bij beide moeders uit het fragment?
  • het gebruik van hoge tonen
  • het verlengen van klinkerklanken
  • het overdrijven van de intonatie
  • het duidelijk benadrukken van sleutelwoorden
Benoem op basis van de zojuist gelezen informatie welk hormoon door welke lijn wordt gerepresenteerd.





Lijn A
Luteïniserend hormoon; met een piek rond de eisprong.
Lijn B
Follikelstimulerend hormoon; met een vergelijkbare, doch minder sterke, piek rond de eisprong.
Lijn C
Beta-humaan chorion gonadotrofine; in concentratie toenemend vanaf het moment van innesteling; na twaalf weken zwangerschap dalend in concentratie.
Lijn D
Oestrogeen; in concentratie stijgend voorafgaand aan de eisprong en vervolgens na een aanvankelijke daling wederom gestaag toenemend vanaf het moment van de bevruchting tot aan de geboorte.
Lijn E
Progesteron; gestaag toenemend vanaf het moment van bevruchting tot aan de geboorte.
Welke gevolgen hebben de nieuwe epigenetische inzichten op de wijze waarop we naar overerving kijken?
Hoewel er tot op heden nog geen humaan bewijs is verzameld, suggereren plant- en dierstudies dat epigenetische veranderingen in het DNA - bijvoorbeeld ten gevolge van blootstelling aan bepaalde omgevingsinvloeden - overerfbaar zijn van de ene generatie op de volgende.
Dit proces wordt ook wel transgenerationele epigenetische overerving genoemd.

Een voorbeeld hiervan is de watervlo, die alleen in een omgeving met veel roofdieren lange verdedigingsstekels ontwikkelt. Zijn nakomelingen erven dit kenmerk, zelfs wanneer zij in een roofdierarme omgeving opgroeien.
Hoewel er bij mensen niet snel stekels zullen gaan groeien, wordt op dit moment wel onderzocht in hoeverre bepaalde gedrags- en gezondheidscondities het gevolg zijn van geërfde epigenetische veranderingen.
Welke plek neemt de epigenetica in binnen het nature-nurture debat?
Het gebied van de epigenetica slaat een brug tussen ‘nature’ en ‘nurture’, omdat het impliceert dat de omgeving invloed uitoefent op de manier waarop bepaalde genen tot uiting komen.
De discussie nature versus nature lijkt dus niet aan de orde - de twee processen gaan hand in hand: we erven bepaalde genen, maar of en hoe sterk deze tot uiting komen in ons fenotype wordt uiteindelijk voor een belangrijk deel bepaald door onze omgeving.
Wat is epigenetica?
Epigenetica betekent letterlijk 'op of bij de genen'.
Iedere cel in ons lichaam bezit hetzelfde DNA. Toch ontwikkelen sommige cellen zich als levercel en andere als nier- of hersencel. Bij die differentiatie spelen epigenetische markeringen een rol. Deze markeringen zitten als een soort vlaggetjes of ezelsoortjes op het DNA en zorgen ervoor dat bepaalde genen worden aan- of uitgeschakeld. Een gen in de nieren draagt andere markeringen dan hetzelfde gen in een levercel. Op die manier weet iedere cel in ons lichaam welke genen hij aan- of uit moet schakelen om de nieren, de lever of andere organen gezond te laten werken.
Wat moet in de lege vlakken worden ingevuld om de tabel compleet te maken?
Anwoord